24.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/80
Beroep ingesteld op 3 mei 2019 — Klymenko/Raad
(Zaak T-295/19)
(2019/C 213/77)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Oleksandr Viktorovych Klymenko (Moskou, Rusland) (vertegenwoordiger: M. Phelippeau, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
het beroep van Oleksandr Viktorovych Klymenko ontvankelijk verklaren;
—
besluit 2019/354 van de Raad van de Europese Unie van 4 maart 2019 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne nietig verklaren;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2019/352 van de Raad van 4 maart 2019 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne nietig verklaren;
—
de Raad van de Europese Unie overeenkomstig de artikelen 87 en 91 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de motiveringsplicht aangezien de bestreden handelingen ontoereikend zijn gemotiveerd.
2.
Tweede middel: schending van de rechten van de verdediging en het recht op een effectieve rechterlijke bescherming, welke rechten worden gewaarborgd door de fundamentele beginselen van het Europees recht en zijn neergelegd in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.
Derde middel: ontbreken van een rechtsgrondslag daar artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet de rechtsgrondslag van de tegen verzoeker getroffen beperkende maatregel kan vormen.
4.
Vierde middel: kennelijk onjuiste beoordeling aangezien de door verzoeker aangevoerde elementen aantonen dat de feitelijke grondslag ontoereikend is om enigerlei strafprocedure te rechtvaardigen.
5.
Vijfde middel: schending van het recht op eerbiediging van eigendom, een fundamenteel beginsel van het Unierecht dat wordt beschermd door artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 1 van aanvullend protocol nr. 1 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Full & Egal Universal Law Academy