22.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 246/45
Beroep ingesteld op 3 juni 2019 — Cantieri del Mediterraneo/Commissie
(Zaak T-335/19)
(2019/C 246/47)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Cantieri del Mediterraneo SpA (Napels, Italië) (vertegenwoordigers: F. Munari en L. Calzolari, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Verzoekster verzoekt om nietigverklaring van artikel 1 van het bestreden besluit krachtens de artikelen 263 en volgende VWEU.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen besluit C(2018)6037 final van de Commissie van 20 september 2018 betreffende steunmaatregel SA.36112 (2016/C) (ex 2015/NN) door Italië ten uitvoer gelegd ten gunste van de havenautoriteit van Napels en Cantieri del Mediterraneo S.p.A. (hierna: „bestreden besluit”).
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster negen middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de artikelen 41, 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de beginselen van behoorlijk bestuur, gelijke behandeling, non-discriminatie en hoor en wederhoor, niet-nakoming van de motiveringsplicht en schending van artikel 296 VWEU.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit is vastgesteld in het kader van een procedure waarin de rechten van verdediging van Cantieri del Mediterraneo (hierna: „CAMED”) niet zijn gewaarborgd, aangezien zij in tegenstelling tot de klager niet is gehoord, en
—
het bestreden besluit is vastgesteld na afloop van een procedure waarin de gelijke behandeling van de klager en de begunstigde van de gestelde steun („wapengelijkheid”) niet is gewaarborgd.
2.
Tweede middel: schending van de beginselen van behoorlijk bestuur, rechtszekerheid en rechtsbescherming door de onrechtmatige herroeping van het in 2006 vastgestelde besluit tot beëindiging van de procedure inzake dezelfde maatregel die thans, meer dan tien jaar later, in het bestreden besluit wordt aangemerkt als steun.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit de herroeping van het in 2006 vastgestelde besluit tot beëindiging van de procedure inzake dezelfde steunmaatregel onrechtmatig had moeten verklaren en had moeten oordelen dat een dergelijke beëindiging eraan in de weg staat dat wordt geoordeeld dat het gaat om staatssteun die onverenigbaar is met de interne markt, en
—
het bestreden besluit erop had moeten wijzen dat het besluit tot beëindiging veronderstelt dat de Commissie heeft geoordeeld dat de onderzochte maatregel rechtmatig is en derhalve eraan in de weg staat dat de Commissie een tweede besluit vaststelt waarbij een andere kwalificatie wordt toegekend aan dezelfde kwestie meer dan tien jaar later.
3.
Derde middel: schending van artikel 107 VWEU door een onjuiste uitlegging van het begrip staatssteun, daar de havenautoriteit van Napels (hierna: „APN”) in het bestreden besluit is aangemerkt als een onderneming.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit had moeten uitsluiten dat APN een „onderneming” is gelet op de rol die op grond van wet nr. 84/1994 is weggelegd voor alle havenautoriteiten als overheidslichamen die de staat vertegenwoordigen op het gebied van de Italiaanse havens, waaraan taken worden toevertrouwd bestaande in regeling en beheer van alle staatseigendommen die volledig in overheidshanden zijn, uitsluitend in het openbaar belang,
—
het bestreden besluit had moeten uitsluiten dat APN een „economische activiteit” uitoefent, aangezien wet nr. 84/1994 haar verbiedt om goederen of diensten op de markt aan te bieden, waarvan inderdaad geen sprake is, en
—
het bestreden besluit de fiscale aard van de domaniale heffing in de Italiaanse rechtsorde en de voorafgaande vaststelling ervan bij wet had moeten erkennen.
4.
Vierde middel: schending van artikel 345 VWEU, van de artikelen 3, 7 en 121 VWEU en van tal van Unierechtelijke beginselen (gelijke behandeling), alsmede misbruik van bevoegdheid.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit had moeten vaststellen dat de mogelijkheid om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren deel uitmaakt van het eigendomsrecht en dat het Verdrag het recht van de lidstaten beschermt om staatseigendommen te onderhouden, ook goederen en infrastructuur in de havens, en de beschikbaarheid ervan te waarborgen voor alle rechthebbenden, en
—
het bestreden besluit mag niet dezelfde regeling inzake onderhoud van haveninfrastructuur of de vergoedingen voor de bezetting van havengebieden op „horizontale” en onredelijke wijze toepassen op feitelijke situaties die niet vergelijkbaar zijn: de aanzienlijke verschillen tussen de modellen van havenbeheer in de Unie staan eraan in de weg dat de bouw van nieuwe infrastructuur die uitsluitend privé-eigendom is op dezelfde wijze wordt behandeld als het onderhoud van staatseigendommen die volledig in handen zijn van een lidstaat, die deze beheert via de overheidsinstanties. Dit is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling, en
—
het bestreden besluit mag de harmonisatie van de verschillende organisatiemodellen betreffende de havens in de Unie niet verwezenlijken via de ongedifferentieerde en onredelijke toepassing van artikel 107 VWEU.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 107 VWEU door de onjuiste uitlegging van het begrip voordeel.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit erop had moeten wijzen dat de maatregel APN noch CAMED bevrijdt van lasten, aangezien normaalgezien geen enkele onderneming (en zeker niet volledig) de lasten draagt van de herstructurering van onroerende goederen waarvan hij geen eigenaar is en evenmin eigenaar kan worden, daar in Italië de overheidseigendommen (in alle Italiaanse havens) volledig in handen van de staat zijn, en
—
het bestreden besluit erop had moeten wijzen dat de overheidsinfrastructuur aan CAMED werd toegewezen na een gunningsprocedure die transparant en open voor mededinging was, en die volgde op het voorstel van APN om de betrokken overheidsgoederen te herstructureren. In de procedure die werd gebruikt voor de toewijzing van die goederen aan CAMED werd de mogelijkheid om die goederen te verkrijgen aangeboden aan alle mogelijke belanghebbenden; de tenuitvoerlegging van een gunningsprocedure waarborgt de eerbiediging van het criterium van de marktdeelnemer, waarbij elk voordeel voor de onderneming aan wie de opdracht wordt gegund, wordt uitgesloten.
6.
Zesde middel: schending van artikel 107 VWEU, van het beginsel van behoorlijk bestuur, en van de rechten van de verdediging van CAMED, en motiveringsgebrek door een onjuiste uitlegging van het begrip selectiviteit.
—
In dit kader wordt aangevoerd dat het bestreden besluit de maatregel niet kan aanmerken als steun „ad hoc” en de „selectiviteitstoets” moet verrichten voor algemene maatregelen,
—
het bestreden besluit had moeten uitsluiten dat de maatregelen selectief is wat APN betreft, aangezien alle andere havenautoriteiten dezelfde overheidsfinanciering hebben verkregen voor het onderhoud van alle overheidsinfrastructuur die valt onder hun territoriale werkingssfeer, en
—
het bestreden besluit had moeten uitsluiten dat de maatregel selectief is wat CAMED betreft, aangezien alle ondernemingen die werkzaam zijn in een Italiaanse haven (niet alleen in Napels en niet alleen in de scheepsbouwsector) onder dezelfde regeling vallen en dus dezelfde vergoeding als CAMED betalen voor infrastructuur die is gebouwd of geherstructureerd met overheidsmiddelen.
7.
Zevende middel: schending van de artikelen 3 VEU en 7 VWEU, schending van de artikelen 116 en 117 VWEU, misbruik van bevoegdheid, onbevoegdheid van de Commissie om de fiscale aard en het bedrag van de domaniale heffingen te betwisten.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit niet op grond van artikel 107 VWEU kan opkomen tegen het bedrag van de domaniale heffing die door de Italiaanse staat wordt toegepast op de concessiehouders en tegen de vermeende niet-overeenstemming met marktwaarden, aangezien in de Italiaanse rechtsorde de domaniale heffing een belasting is waarvan het bedrag bij wet wordt vastgesteld en niet wordt onderhandeld met de individuele concessiehouders, en de belastingregelingen tot de uitsluitende bevoegdheid van de lidstaten behoren.
8.
Achtste middel: schending van artikel 107 VWEU wegens het ontbreken van een verstoring van de mededinging en van beïnvloeding van de handel, en motiveringsgebrek.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit niet ervan kan uitgaan dat sprake is van de twee onderscheiden en cumulatieve vereisten, en
—
het bestreden besluit het bestaan van de vereisten had moeten uitsluiten, aangezien APN niet actief is op een markt en geen concurrenten heeft, en CAMED geen voordeel heeft gehaald uit een maatregel die slechts een van de vele maatregelen is ter uitvoering van een algemeen plan dat betrekking had op alle ondernemingen die werkzaam zijn in Italiaanse havens (waaronder Napels), niet alleen in de scheepsbouwsector.
9.
Negende middel: schending van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat het bestreden besluit artikel 107, lid 2, VWEU had moeten toepassen, aangezien de onderhoudswerkzaamheden de schade heeft hersteld die was veroorzaakt door de bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog en door de aardbeving van 1980, en
—
het bestreden besluit artikel 107, lid 3, onder a) en c), VWEU had moeten toepassen omdat (i) de haven van Napels is gelegen in een achtergebleven regio en (ii) de overheidsfinanciering van de haveninfrastructuur een doelstelling van algemeen belang nastreeft, te meer daar het bedrag van de financiering lager is dan de aanmeldingsdrempel als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Full & Egal Universal Law Academy