5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/58
Beroep ingesteld op 14 juni 2019 — Daimler/Commissie
(Zaak T-359/19)
(2019/C 263/65)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Daimler AG (Stuttgart, Duitsland) (vertegenwoordigers: Rechtsanwälte N. Wimmer, C. Arhold en G. Ollinger)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2019) 2359 van de Commissie van 3 april 2019, dat is vastgesteld op grond van verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 8, lid 5, tweede alinea, ervan (hierna: „bestreden besluit”), nietig verklaren voor zover dit besluit in artikel 1, lid 1, juncto bijlage I, tabellen 1 en 2, kolommen D en I, respectievelijk de gemiddelde specifieke CO2-emissies en de CO2-besparingen die het gevolg zijn van eco-innovaties vastlegt, en
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan:
1.
Eerste middel: schending van artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 (2) juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 (3)
Verweerster heeft artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 geschonden aangezien zij bij de ad-hoccontrole van de CO2-besparing is afgeweken van de goedgekeurde testmethode door een onjuiste Willansfactor toe te passen.
2.
Tweede middel: schending van artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 en artikel 6, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011
Verweerster heeft artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 en artikel 6, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 geschonden door in het kader van de door haar bij de ad-hoccontrole toegepaste testmethode vooraf niet de nodige specifieke voorwaarden te hebben gesteld aan het gebruik van deze testmethode.
3.
Derde middel: schending van artikel 12, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011
Verweerster heeft artikel 12, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 geschonden door te gelasten dat geen rekening wordt gehouden met eco-innovaties voor het voorgaande jaar, 2017, terwijl op grond van deze bepaling alleen wordt toegestaan dat geen rekening wordt gehouden met emissies voor het volgende kalenderjaar.
4.
Vierde middel: schending van het recht om te worden gehoord
Verweerster heeft inbreuk gemaakt op verzoeksters recht om te worden gehoord, zoals is vereist krachtens het algemene beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging en artikel 41, lid 2, onder a), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
5.
Vijfde middel: schending van de motiveringsplicht
Het bestreden besluit voldoet niet aan de motiveringsvereisten van artikel 296, lid 2, VWEU en artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In het bestreden besluit verwijst verweerster slechts in abstracte bewoordingen naar afwijkingen van de testmethode, maar gaat zij niet in op de vraag die wezenlijk is voor de beslechting van het geschil, namelijk of en in hoeverre de testmethode verlangt dat vooraf specifieke voorwaarden worden gesteld en of verweerster een dergelijke testmethode in uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 heeft goedgekeurd.
(1) Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB 2009, L 140, blz. 1).
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto’s uit hoofde van verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2011, L 194, blz. 19).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 van de Commissie van 30 januari 2015 betreffende de goedkeuring van twee hoogrendementsalternatoren van Robert Bosch GmbH als innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto’s uit hoofde van verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2015, L 26, blz. 31).
Full & Egal Universal Law Academy