12.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 270/45
Beroep ingesteld op 21 juni 2019 — CI e.a./Parlement en Raad
(Zaak T-383/19)
(2019/C 270/47)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: CI, CJ, CK, CL en CN (vertegenwoordiger: J. Fouchet, advocaat)
Verwerende partijen: Europees Parlement en Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
verordening (EU) 2019/592 van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 2019 tot wijziging van verordening (EU) 2018/1806 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, nietig verklaren;
—
de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement verwijzen in alle kosten van de procedure, daarin begrepen de kosten van de advocaat ten bedrage van 5 000 EUR.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending door verordening (EU) 2019/592 van de uit het Europees burgerschap voortvloeiende rechten
In de eerste plaats voeren verzoekers aan dat het Parlement en de Raad hun recht op een privéleven en een familieleven hebben geschonden omdat zij al meer dan vijftien jaar in een andere lidstaat van de Unie wonen, met welke lidstaat zij een nauwe band hebben: sommigen hebben een echtgenoot en kinderen die de nationaliteit van een andere lidstaat hebben of bezitten er onroerend goed.
In de tweede plaats zijn verzoekers van mening dat de bestreden verordening het gelijkheidsbeginsel schendt aangezien deze de rechten die zij ontlenen aan hun Europees burgerschap, tenietdoet zonder daarbij een onderscheid te maken tussen burgers voor wie geldt dat zij na vijftien jaar verblijf buiten het Verenigd Koninkrijk hun stemrecht verliezen, en andere burgers.
2.
Tweede middel: de bestreden verordening levert schending van de status van Gibraltar op omdat de verwijzing naar Gibraltar in die verordening als zijnde een „Britse kroonkolonie” onvermijdelijk een klimaat creëert dat de verzoening tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk niet bevordert, ten nadele van de rechten van de inwoners van Gibraltar.
3.
Derde middel: schending van de visumvrijstelling die voor Britse onderdanen geldt krachtens verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226, omdat verzoekers een Etias-reisautorisatie zullen moeten aanvragen en er dus een mogelijkheid bestaat dat die wordt geweigerd.
Full & Egal Universal Law Academy