26.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 288/55
Beroep ingesteld op 24 juni 2019 — CQ/Rekenkamer
(Zaak T-386/19)
(2019/C 288/68)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: CQ (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Verwerende partij: Europese Rekenkamer
Conclusies
—
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond verklaren, daaronder begrepen de daarin vervatte exceptie van onwettigheid;
—
bijgevolg:
—
het op 15 april 2019 ter kennis gebrachte besluit van de secretaris-generaal van de Rekenkamer van 11 april 2019, waarbij een bedrag van 153 407,58 EUR is aangemerkt als een onverschuldigde betaling en de terugvordering van dit bedrag is gelast (te vermeerderen met 3,5 % rente vanaf 31 mei 2019), nietig verklaren;
—
voor zover nodig, de twee besluiten van de rekenplichtige van de Rekenkamer van 4 juni 2019 en 7 juni 2019 nietig verklaren;
—
derhalve verweerster veroordelen tot terugbetaling van 153 495,84 EUR [153 407,58 EUR (hoofdsom), vermeerderd met 88,26 EUR vertragingsrente die aan verzoeker is toegerekend], te vermeerderen met 3,5 % vertragingsrente tot aan de volledige betaling;
—
verweerster veroordelen tot vergoeding van de geleden immateriële schade;
—
verweerster verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker zes middelen aan.
1.
Eerste middel: onregelmatigheid van het onderzoek en het eindverslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).
2.
Tweede middel: ten eerste het feit dat verweerster geen gebruik heeft gemaakt van de beoordelingsbevoegdheid waarover zij met name als ordonnateur beschikt, ten tweede het feit dat zij is tekortgeschoten in haar verplichting om bewijs te leveren voor de tegen verzoeker gerichte beschuldiging, en ten derde het feit dat zij haar motiveringsplicht niet is nagekomen.
3.
Derde middel: niet-inachtneming van de redelijke termijn.
4.
Vierde middel: schending van het rechtszekerheidsbeginsel en van het vertrouwensbeginsel, alsook kennelijke beoordelingsfouten.
5.
Vijfde middel: schending van het adagium „le pénal tient l’administratif en l’état”.
6.
Zesde middel: schending van artikel 75 van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB 2012, L 298, blz. 1), of van artikel 94 van verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB 2018, L 193, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy