16.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/33
Beroep ingesteld op 5 juli 2019 — GlaxoSmithKline Finance en Setfirst/Commissie
(Zaak T-492/19)
(2019/C 312/28)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: GlaxoSmithKline Finance plc (Brentford, Verenigd Koninkrijk) en Setfirst Ltd (Brentford) (vertegenwoordigers: K. Bacon, QC, en A. Lyle-Smythe, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2019) 2526 final van de Commissie van 2 april 2019 betreffende steunmaatregel SA.44896 van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot een CFC-vrijstelling inzake groepsfinanciering geheel nietig verklaren;
—
subsidiair, het bestreden besluit nietig verklaren voor zover het betrekking heeft of kan hebben op gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (controlled foreign companies; CFC’s) die daadwerkelijk in een andere lidstaat zijn gevestigd en daar een werkelijke economische activiteit uitoefenen;
—
subsidiair, het bestreden besluit nietig verklaren voor zover het onvoldoende informatie bevat om de adressaat ervan in staat te stellen het precieze bedrag van de terug te vorderen steun zonder al te veel moeilijkheden te berekenen;
—
subsidiair, het bestreden besluit in zoverre nietig verklaren als het Gerecht passend acht;
—
in elk geval de Commissie verwijzen in verzoeksters’ kosten in verband met de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen vier middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de vrijstelling inzake groepsfinanciering (hierna: „betrokken vrijstelling”) een voordeel vormt, en zij heeft in dat verband geen toereikende motivering gegeven, aangezien de zaak-Cadbury Schweppes (1) voor CFC’s die daadwerkelijk in een andere lidstaat zijn gevestigd, tot gevolg heeft dat hun moedervennootschappen geen CFC-heffing hadden dienen betalen (zelfs niet een lagere heffing als gevolg van de gedeeltelijke vrijstelling inzake groepsfinanciering).
2.
Tweede middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door te oordelen dat de betrokken vrijstelling niet gerechtvaardigd was wegens het waarborgen van de vrijheid van vestiging, en zij heeft dienaangaande een ontoereikende motivering gegeven.
3.
De Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door tot de slotsom te komen dat de betrokken vrijstelling geen afwijking is die wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om een complexe en onevenredig lastige toerekening van de winst aan sleutelfuncties op basis van de aanpak van de OESO voor de toerekening van winst aan vaste inrichtingen te vermijden.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door geen toereikende informatie te verstrekken over de parameters voor de terugvordering.
(1) Arrest van 12 september 2006, Cadbury Schweppes en Cadbury Schweppes Overseas (C-196/04, EU:C:2006:544).
Full & Egal Universal Law Academy