16.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/41
Beroep ingesteld op 12 juli 2019 — Crédit Lyonnais/ECB
(Zaak T-504/19)
(2019/C 312/33)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Crédit Lyonnais (Lyon, Frankrijk) (vertegenwoordigers: A. Champsaur en A. Delors, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank
Conclusies
—
besluit ECB-SSM-2019-FRCAG-39 van de ECB van 3 mei 2019 nietig verklaren voor zover verzoekster daarbij geen toestemming wordt verleend om 34 % van haar blootstellingen met betrekking tot de CDC uit te sluiten van de berekening van de hefboomratio;
—
de ECB verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Het eerste middel is eraan ontleend dat het Gerecht artikel 266 VWEU en het gezag van gewijsde heeft geschonden. Door haar besluit te baseren op gronden die het Gerecht reeds heeft onderzocht en verworpen in het arrest van 13 juli 2018, Crédit agricole/ECB (T-758/16, EU:T:2018:472) en het theoretische risico op de voorgrond te blijven stellen dat de Franse staat in gebreke blijft evenals het risico dat activa in een noodverkoop worden verkocht zonder aan te tonen hoe waarschijnlijk deze beweringen zijn, heeft de Europese Centrale Bank volgens verzoekster artikel 266 VWEU en het gezag van gewijsde geschonden.
2.
Het tweede middel is eraan ontleend dat, ten eerste, artikel 429, lid 14, en artikel 400, lid 1, onder a), van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PB 2013, L 176, blz. 1) zijn geschonden en, ten tweede, de ECB haar bevoegdheid heeft overschreden. Verzoekster meent dat de ECB, door haar besluit te baseren op het bestaan van een concentratierisico bij de Caisse des dépôts et consignations (deposito- en consignatiekas; hierna: „CDC”) teneinde geheel te weigeren de blootstelling van Crédit Lyonnais (hierna: „LCL”) met betrekking tot de CDC uit te sluiten van haar hefboomratio, uit hoofde van de concentratie bij de soevereine blootstellingen aan LCL een prudentieel vereiste oplegt dat zij volgens artikel 400, lid 1, onder a), van verordening (EU) nr. 575/2013 niet mag opleggen en dat zij tevens de haar bij artikel 429, lid 14, van deze verordening toegekende bevoegdheden gebruikt voor andere dan de in dit artikel voorziene doelstellingen.
3.
Het derde middel is ontleend aan de kennelijke beoordelingsfout die de ECB heeft gemaakt door erin te volharden de specifieke kenmerken van gereglementeerde spaargelden niet in overweging te nemen en zij aldus niet haar verplichting is nagekomen om zorgvuldig en onpartijdig alle relevante gegevens van het onderhavige geval te onderzoeken en daaruit de nodige conclusies te trekken. Verzoekster stelt dat de ECB daardoor ook een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt aangaande de prudentiële risico’s met betrekking tot de gereglementeerde spaargelden.
Full & Egal Universal Law Academy