16.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/42
Beroep ingesteld op 17 juli 2019 — Lux/Commissie
(Zaak T-513/19)
(2019/C 312/34)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Catherine Lux (Straatsburg, Frankrijk) (vertegenwoordiger: N. de Montigny, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het besluit van PMO.4 van 21 september 2018 waarbij de overgang van verzoeksters overeenkomst van EFSA naar AESA is aangemerkt als een nieuwe arbeidsovereenkomst en de in de artikelen 21 en 22 van bijlage XIII bij het Statuut vastgestelde overgangsmaatregelen niet op haar zijn toegepast;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van de artikelen 21 en 22 van bijlage XIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, aangezien de Commissie het begrip indiensttreding verkeerd heeft uitgelegd.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van de artikelen 10 en 12 van de algemene uitvoeringsbepalingen, aangezien die bepalingen zijn vastgesteld om de mobiliteit tussen de agentschappen te bevorderen, waarbij de mogelijkheid is bevestigd om carrière te maken binnen de agentschappen.
3.
Derde middel, ontleend aan schending van het beginsel van rechtszekerheid en non-retroactiviteit. Het besluit om haar functie binnen AESA in 2017 voort te zetten was gebaseerd op de bevestiging door de dienst personeelszaken van AESA dat die voortzetting eveneens de voortzetting inhield van de voorwaarden betreffende haar binnen EFSA verkregen pensioenrechten.
4.
Vierde middel, ontleend aan schending van het beginsel van continuïteit van loopbaan en functie van tijdelijk functionarissen. De Commissie kan de artikelen 10 en 12 van de algemene uitvoeringsbepalingen niet buiten toepassing laten, aangezien zijzelf een beginsel van gemeenschappelijke en voortdurende analyse van het beroep van tijdelijk functionaris binnen agentschappen heeft ingevoerd.
5.
Vijfde middel, ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling. Geen enkele overweging kan een rechtvaardiging bieden voor het verschil in behandeling op het gebied van pensioenrechten tussen een ambtenaar en een ander personeelslid van de Unie.
Full & Egal Universal Law Academy