30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/64
Beroep ingesteld op 25 juli 2019 — Intering e.a./Commissie
(Zaak T-525/19)
(2019/C 328/72)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: Intering SH.P.K. (Obiliq, Kosovo), Steinmüller Engineering GmbH (Gummersbach, Duitsland), Deling d.o.o. za proizvodnju, promet i usluge (Šići bb, Tuzla, Bosnië en Herzegovina), ZM- Vikom d.o.o. za proizvodnju, konstruckcije i montažu (Šibenik, Kroatië) (vertegenwoordiger: Rechtsanwalt R. Spielhofen), die samen een consortium vormen
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Het besluit van verweerster, vertegenwoordigd door de Europese Commissie, in naam en voor rekening van Kosovo, van juni 2019 (middels niet-gedateerd document, beschikbaar geworden voor verzoeksters op 7 juni 2019) — ref.: Ares(2019)3677456-07/06/2019 — inzake de uitsluiting van verzoeksters van de verdere aanbestedingsprocedure en niet-opname van hen op de „short list” in het kader van de procedure voor de gunning van een opdracht voor het project „Ondersteuning van de EU op het gebied van schone lucht in Kosovo” ter vermindering van stof en NOx in de warmte-krachtcentrales in Kosovo B, eenheden B1 en B2 — referentienr. van de aankondiging: EuropeAid/140043/DH/WKS/XK — nietig verklaren.
Bij brief van 2 augustus 2019 zijn de vorderingen als volgt aangepast:
—
Het besluit van verweerster, vertegenwoordigd door de Europese Commissie, in naam en voor rekening van Kosovo, van 29 juli 2019 (aan verzoeker bekendgemaakt bij brief van 30 juli 2019) — ref.: Ares(2019)4979920-30/07/2019 en Ares D(2019) NA/vk — inzake de uitsluiting van verzoeker van de verdere aanbestedingsprocedure en het niet opnemen van hem op de „short list” in het kader van de procedure voor de gunning van een opdracht voor het project „Ondersteuning van de EU op het gebied van schone lucht in Kosovo” ter vermindering van stof en NOx in de warmte-krachtcentrales in Kosovo B, eenheden B1 en B2 — referentienr. van de aankondiging: EuropeAid/140043/DH/WKS/XK — nietig verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoeksters acht middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het transparantiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers, daar verweerster, hoewel zij kennelijk twijfels had, heeft verzuimd opheldering te verkrijgen over haar twijfels met betrekking tot de door verzoeksters overgelegde documenten, en verzoeksters heeft uitgesloten van de verdere aanbestedingsprocedure zonder hen de mogelijkheid te bieden om die twijfels weg te nemen.
2.
Tweede middel: schending van het transparantie- en het evenredigheidsbeginsel daar verweerster heeft verzuimd haar besluit inzake de verzoeksters’ uitsluiting van de verdere aanbestedingsprocedure te motiveren en tegelijkertijd verzoeksters geen toegang heeft verleend tot het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende gedetailleerde beoordelingsverslag en tot gegevens over de voordelen en kenmerken van de tot de beperktere selectiegroep toegelaten inschrijvers.
3.
Derde middel: schending van het algemene beginsel dat de aanbestedingsdocumenten tijdens de aanbestedingsprocedure niet mogen worden gewijzigd, daar verzoeksters’ inschrijvingen volgens de mededeling van verweerster zijn beoordeeld op basis van subcriteria en interpretaties waarvoor in de documenten van de betrokken procedure geen bepalingen zijn te vinden.
4.
Vierde middel: schending van artikel 5, lid 1, („De financiële steun uit hoofde van deze verordening sluit aan bij het beleid van de Unie.”) en artikel 5, lid 2, („De Commissie draagt in overleg met de lidstaten bij tot het verwezenlijken van de Uniedoelstellingen van grotere transparantie en verantwoording bij de verlening van steun, mede door het openbaar maken van het volume en de toewijzing van steun, waarbij zij ervoor zorgt dat gegevens internationaal vergelijkbaar zijn en gemakkelijk kunnen worden ingezien, gedeeld en gepubliceerd.”) van verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (1), met betrekking tot het feit dat sprake is van strijdigheid met de algemene beginselen van het recht inzake de aanbesteding van overheidsopdrachten.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 1, lid 3, („De Commissie ziet erop toe dat de acties worden uitgevoerd overeenkomstig de doelstellingen van het toepasselijke Instrument en in overeenstemming met een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie.”) en artikel 1, lid 6, („De Unie tracht de beginselen van democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden waarop zij berust, te bevorderen, ontwikkelen en bestendigen op basis van, waar passend, dialoog en samenwerking met de partnerlanden en -regio’s.”) van verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden (2), met betrekking tot het feit dat sprake is van strijdigheid met de algemene beginselen van het recht inzake de aanbesteding van overheidsopdrachten.
6.
Zesde middel: schending van de bepalingen van de „Leidraad voor de gunning van opdrachten en de verlening van financiële steun voor maatregelen betreffende het externe optreden van de Europese Unie — Een praktische leidraad” (geldig vanaf 2 augustus 2018) („PRAG”) met betrekking tot de omvang van deze procedure en de voorschriften in de aankondiging (zoals hierboven omschreven), die door aanbestedende dienst waren vastgesteld, met name punt 17 van de aankondiging.
7.
Zevende middel: schending van de bepalingen van verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (3), daar verweerster haar besluit inzake de uitsluiting van verzoeksters van de verdere aanbestedingsprocedure niet heeft gemotiveerd en verzoeksters tegelijkertijd geen toegang heeft verleend tot het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende gedetailleerde beoordelingsverslag en tot gegevens over de voordelen en kenmerken van de tot de beperktere selectiegroep toegelaten inschrijvers.
8.
Achtste middel: schending van de bepalingen van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (4) („Financieel reglement”) in samenhang met de ontoereikende verklaring van de gronden voor de afwijzing van verzoeksters’ verzoek tot deelname aan de procedure, waarop de „Contract Notice” betrekking heeft.
(1) Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB 2014, L 77, blz. 11).
(2) Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden (PB 2014, L 77, blz. 95).
(3) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 2001, L 145, blz. 43-48).
(4) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB. 2012, L 298, blz. 1-96). Niet meer van kracht, ingetrokken bij verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB 2018, L 193, blz. 1-222).
Full & Egal Universal Law Academy