30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/67
Beroep ingesteld op 30 juli 2019 — Les Mousquetaires en ITM Entreprises/Commissie
(Zaak T-539/19)
(2019/C 328/75)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Les Mousquetaires (Parijs, Frankrijk), ITM Entreprises (Parijs) (vertegenwoordigers: N. Jalabert-Doury, K. Mebarek en B. Chemama, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
voeging van de onderhavige zaak met zaak T-255/17;
—
toewijzing van de exceptie van onwettigheid van artikel 20, lid 4, van verordening nr. 1/2003, voor zover het, wat de voorwaarden voor de uitvoering van de inspectiebesluiten betreft, niet voorziet in een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 6, lid 1, en de artikelen 8 en 13 van het [Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden] en de artikelen 7 en 47 van het [Handvest van de grondrechten van de Europese Unie];
—
nietigverklaring van besluit AT.40466 — Tute 1 van 13 mei 2019, waarbij Les Mousquetaires S.A.S. en al haar dochterondernemingen werden gelast zich krachtens artikel 20, lid 4, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 aan een inspectie te onderwerpen;
—
nietigverklaring van de weigeringen om de verzoekende partijen de door het Unierecht gewaarborgde bescherming te bieden;
—
nietigverklaring van het besluit van de Commissie waarvan aan de verzoekende partijen is kennisgegeven op 18 juni 2019 en waarbij hun het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt ontnomen met betrekking tot de gegevens die in het kader van een voortgezette inspectie zijn onderzocht, zonder dat daarvoor een geldige reden wordt gegeven;
—
verwijzing van de Europese Commissie in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen acht middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de grondrechten, van het recht op onschendbaarheid van de woning en van het recht op effectieve rechterlijke bescherming wegens het ontbreken van een doeltreffende voorziening in rechte betreffende de voorwaarden voor de uitvoering van de inspectiebesluiten.
2.
Tweede middel: schending van artikel 20, lid 4, van verordening nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (voor de EER relevante tekst) (PB 2003, L 1, blz. 1) en van de grondrechten, op grond dat het inspectiebesluit ontoereikend is gemotiveerd en daarmee de verzoekende partijen fundamentele waarborgen zijn ontnomen die in dat verband van toepassing zijn.
3.
Derde middel: schending van artikel 20, lid 4, van verordening nr. 1/2003, en van de grondrechten, op grond dat de Commissie over geen enkele aanwijzing beschikte ter rechtvaardiging van het bestreden besluit.
4.
Vierde middel: misbruik van bevoegdheid, schending van artikel 20, lid 4, van verordening nr. 1/2003 en van de grondrechten, op grond dat het inspectiebesluit dan ook niet het resultaat is van onpartijdig onderzoek en integendeel alle kenmerken vertoont van een handeling die is vastgesteld ter bereiking van andere doeleinden dan de aangegeven doeleinden.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 20, leden 3 en 4, en artikel 21 van verordening nr. 1/2003 en van de grondrechten, op grond dat de verzoekende partijen andere fundamentele waarborgen zijn ontnomen die zelf op straffe van nietigheid zijn vereist.
6.
Zesde middel: de Commissie heeft, door de wijze waarop zij over de wenselijkheid, de duur en de omvang van de inspectie en de voortgezette inspectie heeft beslist, een kennelijke beoordelingsfout gemaakt en het evenredigheidsbeginsel geschonden.
7.
Zevende middel: schending van de grondrechten vanwege het besluit waarbij wordt geweigerd te zorgen voor een aangepaste bescherming voor bepaalde documenten waarvoor de verzoekende partijen om bescherming van het Unierecht hadden verzocht.
8.
Achtste middel: schending van de grondrechten vanwege het feit dat zonder geldige reden het recht wordt ontnomen om, in afwachting van de uitkomst van onderhavig beroep, een verzoek tot opschorting van het onderzoek van de verzegelde gegevens aan de Unierechter voor te leggen.
Full & Egal Universal Law Academy