7.10.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/12
Beroep ingesteld op 30 juli 2019 – Roemenië/Commissie
(Zaak T-543/19)
(2019/C 337/13)
Procestaal: Roemeens
Partijen
Verzoekende partij: Roemenië (vertegenwoordigers: C. Canțăr, M. Chicu, A. Rotăreanu en E. Gane, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Besluit C(2019)4027 final van 23 mei 2019 gedeeltelijk nietig verklaren:
a.
met betrekking tot de bedragen in kolom 2 en kolom 3, rij 1, van de tabel betreffende het saldo in besluit C(2019)4027 final, aangezien de Commissie is gehouden om die bedragen opnieuw te berekenen aan de hand van het cofinancieringspercentage van 85 % van de fondsen voor de prioritaire assen 1 en 2 van het operationele programma Grote Infrastructuur 2014RO16M1OP001 (POIM);
b.
met betrekking tot de berekening van de bedragen, in euro, die ten laste komen van de fondsen voor de prioritaire assen 1 en 2 van POIM in de bijlage bij besluit C(2019)4027 final, namelijk:
—
de afdeling betreffende het Cohesiefonds, punt 1 – Financiële planning – Tabel 18a – rij AP1 – kolom C – Cofinancieringspercentage – 75 % en vervanging door 85 %, overeenkomstig besluit C(2018)8890 final, aangezien de Commissie is gehouden om aan de hand van het cofinancieringspercentage van 85 % een herberekening te maken van de bedragen die zijn opgenomen in:
—
punt 3 – aanhangsel 1 – rij AP1, kolom F – Bedrag dat ten laste komt van de fondsen en kolom F7 – Bedrag dat ten laste komt van de fondsen alsmede het reeds betaalde bedrag ten behoeve van de bijdrage aan het fonds;
—
punt 4 – berekening van het jaarlijkse saldo – rij AP1, kolom CA en kolom R – Herziene bedrag dat ten laste komt van de fondsen;
—
punt 5 – jaarlijks saldo – kolom T – Herziene bedrag dat ten laste komt van de fondsen;
—
punt 5 – jaarlijks saldo – kolom V – rij „Terug te vorderen”;
—
de afdeling betreffende het EFRO, punt 1 – Financiële planning – Tabel 18a – rij AP2 – kolom C – percentage van – 75 % en vervanging door 85 %, overeenkomstig besluit C(2018)8890 final, aangezien de Commissie is gehouden om aan de hand van het cofinancieringspercentage van 85 % een herberekening te maken van de bedragen die zijn opgenomen in:
—
punt 3 – aanhangsel 1 – rij AP2, kolom F – Bedrag dat ten laste komt van de fondsen en kolom F7 – Bedrag dat ten laste komt van de fondsen, alsmede het reeds betaalde bedrag ten behoeve van de bijdrage aan het fonds;
—
punt 4 – Berekening van het jaarlijkse saldo – rij AP2, kolom CA en kolom R – Bedrag dat ten laste komt van de fondsen;
—
punt 5 – Jaarlijks saldo – kolom T – Herziene bedrag dat ten laste komt van de fondsen;
—
punt 5 – Jaarlijkse saldo – kolom V – rij „Terug te krijgen”;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de onjuiste uitoefening door de Commissie van haar bevoegdheid om het bedrag dat ten laste komt van de fondsen te berekenen en aan schending van het beginsel van gewettigd vertrouwen
—
Roemenië is van oordeel dat de diensten van de Commissie ten onrechte het confinancieringspercentage van 75 % hebben toegepast voor de prioritaire assen 1 en 2 betreffende de sector Vervoer, gelet op het feit dat op het moment dat de rekeningen voor het boekjaar 2017-2018 werden vastgesteld, besluit C(2018)8890 final effecten sorteerde, waarbij POIM werd gewijzigd in de zin dat het cofinancieringspercentage werd verhoogd van 75 % naar 85 % voor de projecten betreffende de sector Vervoer (prioritaire assen 1 en 2 van POIM).
—
Daarnaast is Roemenië van oordeel dat het bestreden besluit, gelet op de duidelijke bepalingen van besluit C(2018)8890 final alsook op het feit dat verordening 1303/2013 geen bepalingen bevat die de toepassing van een bij besluit goedgekeurd cofinancieringspercentage beperken tot het lopende boekjaar, in strijd is met het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen, nu het cofinancieringspercentage van 85 %, zoals goedgekeurd bij besluit C(2018)8890 final, niet is toegepast.
2.
Tweede middel, ontleend aan niet-nakoming van de in artikel 296, tweede alinea, VWEU neergelegde motiveringsplicht en schending van het beginsel van behoorlijk bestuur
—
Roemenië is van oordeel dat de in artikel 296, tweede alinea, VWEU neergelegde motiveringsplicht is geschonden, omdat in het bestreden besluit geen melding wordt gemaakt van een rechtsgrond voor de redenen waarom de Commissie voor het boekjaar 2017-2018 het verhoogde cofinancieringspercentage van 85 %, zoals dat is vastgesteld bij besluit C(2018)8890 final, niet heeft toegepast.
—
Daarnaast is Roemenië van oordeel dat de ontwijkende houding van de Commissie tijdens het besluitvormingsproces in de aanloop naar de vaststelling van besluit C(2019)4027 final, alsmede de late reactie van de diensten van de Commissie op de door de Roemeense autoriteiten naar voren gebrachte problemen, in strijd is met het beginsel van behoorlijk bestuur.
Full & Egal Universal Law Academy