30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/68
Beroep ingesteld op 7 augustus 2019 — Malacalza Investimenti/ECB
(Zaak T-552/19)
(2019/C 328/76)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Malacalza Investimenti Srl (Genua, Italië) (vertegenwoordigers: P. Ghiglione, E. De Giorgi en L. Amicarelli, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank
Conclusies
—
bij wijze van maatregel van instructie in de zin van artikel 91, lid 1, onder c), van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht het besluit van de ECB van 2 januari 2019 met betrekking tot Banca Carige SpA en de andere documenten die het voorwerp zijn van het confirmatieve verzoek opvragen;
—
het bestreden besluit dat is genoemd in het inleidende deel van het beroep nietig verklaren, en
—
de ECB verwijzen in de kosten van het geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen het besluit van de ECB van 12 juni 2019 (LS/LdG/19/185), waarvan op dezelfde dag door de ECB kennis is gegeven in de zin van artikel 8 van besluit ECB/2004/3, houdende afwijzing van het confirmatieve verzoek om toegang tot het besluit van 2 januari 2019 waarbij de ECB de buitengewone commissarissen van Banca Carige SpA heeft benoemd, en tot een reeks daarmee verband houdende documenten, ingediend door Malacalza Investimenti Srl.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: onrechtmatigheid van het besluit tot afwijzing van toegang tot het besluit van de ECB van 2 januari 2019, met name:
—
onjuiste toepassing van artikel 4, lid 1, onder c), van besluit ECB/2004/3; ontbreken van een algemeen vermoeden van niet-toegankelijkheid van de besluiten van de ECB waar het gaat om bindende handelingen en niet om louter procedurele handelingen;
—
ontbreken van de voorwaarden voor toepassing van artikel 4, lid 1, onder c), van besluit ECB/2004/3; de gegevens over Banca Carige SpA zijn al medegedeeld aan het publiek in het kader van de nakoming van de openbaarmakingsverplichtingen die in de sectorale regelgeving worden opgelegd;
—
schending van het evenredigheidsbeginsel en het onpartijdigheidsbeginsel door het niet meedelen van een niet-vertrouwelijke versie van het besluit van de ECB van 2 januari 2019;
—
schending van artikel 296, tweede alinea, VWEU, wegens ontoereikende motivering van het besluit waarbij de toegang is geweigerd, en
—
schending van het recht van verweer en van het recht op rechterlijke toetsing van verzoekster.
2.
Tweede middel: onrechtmatigheid van de weigering van toegang tot de andere documenten die het voorwerp zijn van het confirmatieve verzoek dan het besluit van de ECB van 2 januari 2019, met name:
—
schending en onjuiste toepassing van artikel 4, lid 1, onder c), in samenhang met artikel 4, lid 2, eerste streepje, van besluit ECB/2004/3, wegens het ontbreken van de voorwaarden voor de toepassing, motiveringsgebrek en schending van het recht van verweer;
—
onjuiste toepassing van artikel 27 van verordening (EU) nr. 1024/2013 (1), de artikelen 53 e.v. van richtlijn 2013/36/EU (2) en van artikel 32 van verordening nr. 468/2014 (3) van de ECB en dientengevolge onmogelijkheid om Malacalza Investimenti Srl de exceptie van vertrouwelijkheid tegen te werpen van de gegevens die eventueel zijn opgenomen in de andere documenten dan het besluit van de ECB van 2 januari 2019.
(1) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB 2013, L 287, blz. 63).
(2) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB 2013, L 176, blz. 338).
(3) Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (PB 2014, L 141, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy