23.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/31
Beroep ingesteld op 9 augustus 2019 — Spanje/Commissie
(Zaak T-554/19)
(2019/C 319/32)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: M. García-Valdecasas Dorrego, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de aankondiging van een algemeen vergelijkend onderzoek nietig verklaren, en
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Dit beroep is gericht tegen de aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/374/19 — administrateurs (AD 7), op de volgende gebieden: 1. mededingingsrecht; 2. financieel recht; 3. recht van de economische en monetaire unie; 4. financiële voorschriften van toepassing op de EU-begroting; 5. bescherming van euromunten tegen valsemunterij (1).
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de artikelen 1 en 2 van verordening (EEG) nr. 1/58 (2), artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 1 quinquies van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie doordat voor de communicatie tussen EPSO en de kandidaten slechts het Duits, het Engels, het Frans of het Italiaans kunnen worden gebruikt en doordat de rubriek Talent Screener van het sollicitatieformulier alleen in bepaalde talen kan worden ingevuld.
2.
Tweede middel: schending van de artikelen 1 en 6 van verordening nr. 1/58, artikel 22 van het Handvest, en artikel 1 quinquies, leden 1 en 6, artikel 27 en artikel 28, onder f), van het Ambtenarenstatuut doordat de keuze van taal 2 ten onrechte wordt beperkt tot vier talen (Duits, Engels, Frans en Italiaans) en de andere officiële talen van de Europese Unie worden uitgesloten.
3.
Derde middel: bij de verplichte keuze van Duits, Engels, Frans of Italiaans is er sprake van willekeur en discriminatie op grond van taal, hetgeen strijdigheid oplevert met artikel 1 quinquies, leden 1 en 6, artikel 27 en artikel 28, onder f), van het Ambtenarenstatuut.
4.
Vierde middel: er is sprake van dubbele discriminatie, namelijk op grond van nationaliteit en op grond van „gesproken” taal, doordat in de aankondiging niet expliciet is aangegeven dat taal 1 de taal moet zijn waarin kandidaten ten minste niveau C1 hebben, hetgeen strijdigheid oplevert met artikel 1 quinquies, leden 1 en 6, artikel 27 en artikel 28, onder f), van het Ambtenarenstatuut.
(1) PB 2019, C 191 A, blz. 1.
(2) Verordening van de Raad van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 1958, 17, blz. 385).
Full & Egal Universal Law Academy