30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/73
Beroep ingesteld op 13 augustus 2019 — Lípidos Santiga/Commissie
(Zaak T-561/19)
(2019/C 328/81)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Lípidos Santiga, SA (Santa Perpètua de Mogoda, Spanje) (vertegenwoordiger: P. Muñiz Fernández, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van artikel 3 van gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de Commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik, alsook de bijlage ervan;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: de globale benadering van verweerster, waardoor palmolie wordt gekwalificeerd als een grondstof met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik (hierna: „ILUC-risico”), is niet evenredig.
2.
Tweede middel: verweerster heeft een kennelijke beoordelingsfout begaan door te beslissen dat palmolie, ongeacht de herkomst ervan, een grondstof met een hoog ILUC-risico is.
3.
Derde middel: de criteria voor de classificatie van palmolie als grondstof met een hoog ILUC-risico zijn discriminatoir.
4.
Vierde middel: de Commissie is niet overgegaan tot de noodzakelijke effectbeoordeling voorafgaand aan de vaststelling van de bestreden verordening.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft de redenen voor de uitwerking van de formule die is gebruikt om te besluiten dat palmolie een grondstof met een hoog ILUC-risico is, niet uiteengezet.
Full & Egal Universal Law Academy