11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/62
Beroep ingesteld op 14 augustus 2019 – Oltchim/Commissie
(Zaak T-565/19)
(2019/C 383/71)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Oltchim SA (Râmnicu Vâlcea, Roemenië) (vertegenwoordigers: C. Arhold, L.-A. Bondoc en S. Petrisor, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Artikelen 1 en 3 tot en met 7 van het besluit van de Commissie van 17 december 2018 inzake steunmaatregel SA.36086 (2016/C)(ex 2016/NN) van Roemenië ten gunste van Oltchim SA (1) nietig verklaren;
—
Verweerster verwijzen in de kosten van het onderhavige beroep.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster negen middelen aan.
1.
Ten aanzien van het niet-tenuitvoerleggen van schuldvorderingen door de Roemeense autoriteit voor het beheer van staatsmiddelen heeft verweerster blijk gegeven van een kennelijke beoordelingsfout, door te oordelen dat die maatregel een economisch voordeel in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU verschafte.
2.
Ten aanzien van voornoemde niet-tenuitvoerlegging van schuldvorderingen heeft verweerster, in strijd met artikel 296, tweede alinea, VWEU, haar besluit om die maatregel als staatssteun aan te merken ontoereikend gemotiveerd.
3.
Ten aanzien van de vermeende steunverlening bestaande uit de voortdurende levering van elektriciteit aan verzoekster en de toename van de schulden van een derde partij na de mislukte privatisering van verzoekster, heeft verweerster blijk gegeven van een kennelijke beoordelingsfout, door te oordelen dat die maatregel een economisch voordeel in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU verschafte.
4.
Ten aanzien van voornoemde maatregel bestaande uit de voortdurende levering van elektriciteit aan verzoekster en de toename van de schulden van een derde partij, heeft verweerster artikel 296, tweede alinea, VWEU geschonden.
5.
Ten aanzien van de gedeeltelijke kwijtschelding van schulden die is voorzien in het door verzoeksters schuldeisers goedgekeurde reorganisatieplan, heeft verweerster blijk gegeven van een kennelijke beoordelingsfout door te oordelen dat die kwijtschelding een overdracht van staatsmiddelen was, voor zover er een derde particuliere onderneming bij betrokken was.
6.
In ieder geval kon voornoemde kwijtschelding niet worden toegerekend aan de staat voor zover deze de betrokken publieke ondernemingen betrof.
7.
Voornoemde kwijtschelding voldeed aan het criterium van de particuliere schuldeiser, aangezien de belangrijkste particuliere schuldeisers hadden ingestemd met het reorganisatieplan (pari passu), het reorganisatieplan voor de publieke schuldeisers economisch gunstiger was dan een liquidatiescenario, en de onderneming volgens het herziene reorganisatieplan juist zou worden verkocht in gebundelde activa, welk scenario de Commissie in haar besluit had toegejuicht als de beste optie.
8.
Ten aanzien van de maatregel tot gedeeltelijke kwijtschelding van schulden heeft verweerster artikel 296, tweede alinea, VWEU geschonden.
9.
Ten aanzien van de maatregel tot gedeeltelijke kwijtschelding van schulden heeft verweerster de artikelen 107, lid 1, en 108, lid 2, VWEU, alsmede de procedureverordening (2), geschonden, door terugvordering van het gehele kwijtgescholden bedrag te gelasten terwijl – zelfs volgens verweersters eigen (verkeerde) berekeningen van haar hypothetische meest gunstige scenario – duidelijk was dat de publieke schuldeisers niet veel meer konden bereiken dan zij daadwerkelijk hebben bereikt op grond van het herziene reorganisatieplan.
(1) PB 2019, L 181, blz. 13.
(2) De in het verzoekschrift aangehaalde versie van dit instrument is verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 1999, L 83, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy