28.10.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 363/27
Beroep ingesteld op 6 september 2019 – Helsingin kaupunki/Commissie
(Zaak T-597/19)
(2019/C 363/36)
Procestaal: Fins
Partijen
Verzoekende partij: Helsingin kaupunki (Helsinki, Finland) (vertegenwoordiger: I. Aalto-Setälä, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit van de Europese Commissie van 28 juni 2019 betreffende steunmaatregel SA.33846 – (2015/C) (ex 2011/CP) geheel of gedeeltelijk nietig verklaren en
—
de Commissie verwijzen in alle kosten van de stad, vermeerderd met rente.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van het beroep voert de verzoekende partij volgende middelen aan:
1.
Eerste middel: kennelijk onjuiste toepassing van artikel 107, lid 1, VWEU in het bestreden besluit.
—
De Commissie heeft het beginsel van de marktdeelnemer in een markteconomie kennelijk onjuist toegepast. Zij heeft bij haar onderzoek ook niet naar behoren rekening gehouden met alle tijdens de onderzoeksprocedure verstrekte inlichtingen en verklaringen, waaruit blijkt dat de litigieuze leningen onder marktconforme voorwaarden en met inachtneming van modaliteiten zijn toegekend, overeenkomstig welke een omzichtige kapitaalverstrekker in de markteconomie in vergelijkbare economische omstandigheden zou hebben gehandeld.
—
De beoordeling van de betrokken maatregelen is in strijd met de beslissingspraktijk van de Commissie en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Unie. De Commissie heeft berekeningsmethodes toegepast die niet geschikt zijn om de specifieke aspecten van kapitaalleningen te beoordelen.
—
De Commissie heeft daarenboven blijk gegeven van een kennelijke beoordelingsfout door vast te stellen dat de betrokken lening voor de aanschaf van materieel niet als bestaande steun kan worden aangemerkt.
2.
Tweede middel: de motivering van het bestreden besluit voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 296 VWEU en de desbetreffende rechtspraak.
—
De motivering van het bestreden besluit is ontoereikend, in het bijzonder wat de beoordeling betreft of de koopprijs voor de bedrijfsactiviteit van de Helsingin Bussiliikenne (hierna: „HelB”) marktconform was, aangezien de Commissie de juistheid van het door Finland overgelegde deskundigenverslag ten onrechte heeft betwist, zonder haar opvatting over de marktprijs duidelijk en ondubbelzinnig uiteen te zetten.
3.
Derde middel: het bestreden besluit is in strijd met de algemene beginselen van het Unierecht, met name het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, en schendt de rechten van de verdediging.
—
Door aan het begrip „bestaande steunregeling” een striktere uitlegging te geven dan in een eerder aan Finland meegedeeld standpunt, heeft de Commissie in het bestreden besluit onterecht en in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld dat de aan HKL-Bussiliikenne verstrekte lening voor de aanschaf van materieel een steunmaatregel vormt.
—
Het terugvorderingsbevel dat door de Commissie in het bestreden besluit is vastgesteld, gaat kennelijk verder dan nodig is om het door de vermeende steunmaatregel veroorzaakte ongerechtvaardigde concurrentievoordeel ongedaan te maken. De voor de bedrijfsactiviteit van HelB betaalde definitieve koopprijs was marktconform. De verkrijger van de bedrijfsactiviteit heeft geen ongerechtvaardigd voordeel gekregen, aangezien de steun in de koopprijs was ingecalculeerd. De uitbreiding van het terugvorderingsbevel tot de verkrijger van de bedrijfsactiviteit is dus strijdig met het evenredigheidsbeginsel.
Full & Egal Universal Law Academy