25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/71
Beroep ingesteld op 9 september 2019 – Canon/Commissie
(Zaak T-609/19)
(2019/C 399/89)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Canon Inc. (Tokio, Japan) (vertegenwoordigers: U. Soltész, W. Bosch, C. von Köckritz, K. Winkelmann, J. Schindler, D. Arts, W. Devroe, lawyers en M. Reynolds, solicitor)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C(2019) 4559 final van de Europese Commissie van 27 juni 2019 tot oplegging van een geldboete wegens het niet aanmelden van een concentratie in strijd met artikel 4, lid 1, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) en wegens het tot stand brengen van een concentratie zonder inachtneming van artikel 7, lid 1, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (zaak M.8179 - Canon/Toshiba Medical Systems Corporation, procedure van artikel 14, lid 2), zoals meegedeeld aan de verzoekende partij op 1 juli 2019;
—
subsidiair, nietigverklaring of aanzienlijke verlaging van de opgelegde geldboetes;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een kennelijke beoordelingsfout door de juridische maatstaf van artikel 4, lid 1 en artikel 7, lid 1, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad verkeerd toe te passen
—
Verzoekende partij betoogt dat de Commissie de bestaande rechtspraak naast zich heeft neergelegd door zich te beroepen op het nieuwe en niet onderbouwde concept „gedeeltelijke totstandbrenging van een enkele concentratie”. De beoordeling van de Commissie toont niet aan dat de voorlopige transactie in kwestie heeft bijgedragen aan een door de rechtspraak vereiste zeggenschapswijziging bij de doelonderneming.
2.
Tweede middel: schending van artikel 14 van verordening (EG) nr. 139/2004, het beginsel nulla poena sine lege, het beginsel van gewettigd vertrouwen, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van de samenloop van strafbare feiten aangezien de Commissie verzoekster een geldboete heeft opgelegd, hoewel er geen onzorgvuldigheid of opzet door de verzoekende partij is aangetoond. De verzoekende partij vraagt daarom aan het Gerecht om zijn volledige rechtsmacht uit te oefenen krachtens artikel 16 van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad en artikel 261 VWEU en de in het besluit opgelegd geldboetes nietig te verklaren of aanzienlijk te verlagen.
3.
Derde middel: de Commissie heeft wezenlijke vormvoorschriften geschonden. De Commissie heeft artikel 18 van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad en het recht van verdediging van de verzoekende partij geschonden door de verzoekende partij niet de gelegenheid te bieden te reageren op nieuwe argumenten en feiten/bewijzen in de vorm van een formeel antwoord op een bijkomende aanvullende mededeling van punten van bezwaar of een brief met de uiteenzetting van de feiten, en tijdens een nieuwe hoorzitting.
(1) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”) (PB 2004, L 24, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy