11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/66
Beroep ingesteld op 20 september 2019 – Shindler e.a./Commissie
(Zaak T-627/19)
(2019/C 383/75)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Harry Shindler (Porto d’Ascoli, Italië) en vijf overige verzoekers (vertegenwoordiger: J. Fouchet, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de expliciete weigering van de Europese Commissie op 13 september 2019 om haar nalatigheid te erkennen, nietig verklaren;
—
vaststellen dat de Europese Commissie ten onrechte heeft nagelaten om:
—
ten eerste, een beslissing te nemen die het Europees burgerschap waarborgt van Britse verzoekende partijen die een gezins- en familieleven hebben in andere lidstaten van de Europese Unie en hun stemrecht niet hebben kunnen uitoefenen bij het beslissen over de terugtrekking van hun lidstaat van herkomst uit de Europese Unie, uitsluitend omdat zij gebruik hebben gemaakt van hun recht van vrij verkeer (15 year-rule), ongeacht of een akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk wordt bereikt;
—
ten tweede, een dwingend besluit vast te stellen dat, bij gebreke aan een akkoord over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, gelijkelijk van toepassing is in de 27 andere lidstaten waar Britten wonen, inzake diverse maatregelen betreffende binnenkomst, verblijf, sociale rechten en professionele activiteiten;
Bijgevolg
—
nota nemen van deze nalatigheid;
—
de Commissie veroordelen tot betaling van het bedrag van 1 500 EUR aan elke verzoekende partij ter vergoeding van hun kosten van verdediging.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de schending van rechten die voortvloeien uit hun Europees burgerschap, zowel in het geval van een uittredingsakkoord als bij het ontbreken van een akkoord. Verzoekende partijen beroepen zich in het kader van dit middel in het bijzonder op:
—
gebrek aan erkenning in de Europese Verdragen van het verlies van Europees burgerschap in het geval van vertrek van een lidstaat uit de Unie en dus schending van het rechtszekerheidsbeginsel;
—
schending van het evenredigheidsbeginsel;
—
schending van het recht op privé- en familieleven.
2.
Tweede middel, ontleend aan het onrechtmatig nalaten van de Commissie, die geen dwingende maatregelen heeft vastgesteld maar louter aanbevelingen.
3.
Derde middel, ontleend aan schending van het beginsel van hoor en wederhoor, van het vrij verkeer en van het gelijkheidsbeginsel voor het stemrecht door de Britse „15-year rule”. De verzoekende partijen stellen dat deze 15-jaarregel een nationale regeling is die sommige onderdanen van een lidstaat benadeelt omdat zij gebruik hebben gemaakt van hun vrijheid om in een andere lidstaat te reizen of te verblijven en dat deze regeling een beperking vormt van de door artikel 21, lid 1, VWEU erkende vrijheden.
Full & Egal Universal Law Academy