11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/68
Beroep ingesteld op 20 september 2019 – AH/Eurofound
(Zaak T-630/19)
(2019/C 383/77)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: AH (vertegenwoordiger: N. de Montigny, advocaat)
Verwerende partij: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van 9 november 2018 tot afsluiting van administratief onderzoek AI-2018/01, ingesteld naar aanleiding van een door haar tegen haar meerderen ingediende klacht, nietig te verklaren;
—
de verwerende partij te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de door haar geleden immateriële schade, geraamd op 30 000 EUR;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij acht middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, aangezien de administratie zich bij de behandeling van haar klacht intimiderend, beschuldigend en niet juist heeft gedragen, zowel formeel als inhoudelijk.
2.
Tweede middel, ontleend aan miskenning van de tabellen waarin de bevoegdheid van het TAOBG is voorzien. Haar klacht is behandeld door een advocatenkantoor en dus niet door het daartoe bevoegd gezag. Door deze overdracht van bevoegdheden aan een externe raadsheer heeft zij niet haar recht kunnen uitoefenen om een klacht in te dienen die wordt behandeld in het kader van de vaststelling en de betwisting van administratieve besluiten, hetgeen in strijd is met de beginselen van rechtszekerheid en transparantie.
3.
Derde middel, ontleend aan het ontbreken van een besluit over haar verzoek om bijstand. Het bezwarend besluit beperkt zich tot de afwijzing van de klacht wegens intimidatie en de afsluiting van het onderzoek.
4.
Vierde middel, ontleend aan het ontbreken van motivering in het bestreden besluit.
5.
Vijfde middel, ontleend aan een belangenconflict, het ontbreken van onafhankelijkheid, neutraliteit en objectiviteit van zowel de onderzoekers als de instelling in het kader van de uitvoering van het administratieve onderzoek en de behandeling van haar verzoek en klacht.
6.
Zesde middel, ontleend aan schending van de artikelen 24 en 12 bis van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, aangezien de verwerende partij zich vanaf de ontvangst van haar klacht vijandig tegenover haar heeft gedragen, hetgeen onverenigbaar is met de op de administratie rustende zorg- en bijstandsplicht.
7.
Zevende middel, ontleend aan schending van het recht om op een effectieve manier te worden gehoord, aangezien de verwerende partij haar, met uitzondering van de feiten van intimidatie waarvan zij slachtoffer is, niet naar behoren heeft gehoord.
8.
Achtste middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling door de verwerende partij bij de analyse van de door haar ingediende klacht.
Full & Egal Universal Law Academy