25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/84
Beroep ingesteld op 26 september 2019 – Elevolution - Engenharia/Commissie
(Zaak T-652/19)
(2019/C 399/103)
Procestaal: Portugees
Partijen
Verzoekende partij: Elevolution - Engenharia SA (Amadora, Portugal) (vertegenwoordigers: M. Marques Mendes, R. Campos, A. Dias Henriques, M. Troncoso Ferrer en C. García Fernández, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit in zijn geheel nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van het onderhavige geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: feitelijke beoordelingsfout in het bestreden besluit van de Europese Commissie van 12 juli 2019, dat is genomen door de waarnemend directeur van het directoraat-generaal internationale samenwerking en ontwikkeling (DEVCO), document Ares(2019)4611765 – 16/07/2019, waarbij de verzoekende partij voor een periode van drie jaar uitgesloten is van deelname aan de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en van ontvangst van subsidies die door het EOF worden gefinancierd in het kader van verordening (EU) nr. 2015/323 van de Raad, en waarbij de bekendmaking van de uitsluiting op de website van de Commissie wordt gelast.
De verzoekende partij betoogt dat de Commissie in haar besluit een feitelijke beoordelingsfout heeft gemaakt, meer bepaald bij de beoordeling van de vertraging bij de uitvoering van de werkzaamheden die niet aan de verzoekende partij kan worden toegeschreven. De in de overeenkomst voorziene bemiddelingsprocedure had moeten plaatsvinden en het feit dat geen scheidsgerecht is opgericht, kan niet aan de verzoekende partij toegeschreven worden.
2.
Tweede middel: ontoereikende motivering en schending van het recht, inzonderheid van artikel 143, lid 5, van verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook schending van het recht op behoorlijk bestuur.
Het bestreden besluit is ontoereikend gemotiveerd aangezien het de verzoekende partij niet in staat stelt kennis te nemen van de analyse en de conclusies van de verplichte contradictoire procedure die is gevoerd door de in het Financieel Reglement bedoelde instantie. Door geen rekening te houden met de voorafgaande contradictoire procedure en door geen melding te maken van de resultaten van de procedure, schendt het bestreden besluit artikel 143 van het Financieel Reglement, in het bijzonder lid 5, en het recht op behoorlijk bestuur krachtens artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
3.
Derde middel: schending van artikel 109, lid 1, onder b) (tot 1 januari 2016), en artikel 106, lid 1, onder e) (vanaf 1 januari 2016), alsook van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten.
De Commissie is tegelijk partij en rechter bij het nemen van het besluit om de verzoekende partij uit te sluiten van deelname aan de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en van ontvangst van subsidies op grond van verordening (EU) nr. 2015/323 en verordening nr. 2018/1877 van de Raad. In een scenario waarin de vraag of er sprake is van contractbreuk nog beantwoord moet worden, zou een beoordeling die uitsluitend rekening houdt met de beweringen van de Commissie en/of de opdrachtgever van de werkzaamheden met uitsluiting van de argumenten van de verzoekende partij, leiden tot schending van het beginsel van gelijke wapens krachtens artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
4.
Vierde middel: schending van artikel 136, lid 3, van het Financieel Reglement en van het evenredigheidsbeginsel krachtens artikel 49 van het Handvest van de grondrechten.
De Commissie heeft de zwaarste sanctie toegepast overeenkomstig artikel 106, lid 14, onder c), van verordening 966/2012, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2015/1929, die ook de zwaarste sanctie is in de zin van artikel 139 van het Financieel Reglement. Gelet op alle feiten en aangezien de vraag of de verzoekende partij een ernstige vorm van contractbreuk kan worden toegerekend, sub iudice nog steeds niet is uitgeklaard, vormt de toepassing van de zwaarste sanctie van artikel 106, lid 14, onder c), van verordening nr. 966/2012 schending van het evenredigheidsbeginsel krachtens artikel 49, lid 3, van het Handvest van de grondrechten.
Full & Egal Universal Law Academy