25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/89
Beroep ingesteld op 28 september 2019 – Feralpi/Commissie
(Zaak T-657/19)
(2019/C 399/108)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Feralpi Holding SpA (Brescia, Italië) (vertegenwoordigers: G. Roberti en I. Perego, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de Commissie geheel of gedeeltelijk nietig te verklaren voor zover het verzoekster betreft;
—
en/of de haar bij dat besluit opgelegde geldboete in te trekken of minstens te verlagen;
—
voor zover nodig artikel 25, leden 3 tot en met 6, van verordening (EG) nr. 1/2003 onrechtmatig en niet toepasselijk te verklaren, en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Dit beroep is gericht tegen besluit C(2019) 4969 final van de Commissie van 4 juli 2019 betreffende schending van artikel 65 van het EGKS-Verdrag – zaak AT.37956 – Betonstaal, waarvan kennis is gegeven op 18 juli 2019.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zeven middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geschonden.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft inbreuk gemaakt op de artikelen 41, 47 en 51 van het Handvest en artikel 6 EVRM, en heeft haar motiveringsplicht geschonden voor zover zij hetzelfde besluit tot oplegging van een geldboete voor de derde keer heeft vastgesteld zonder vooraf de buitengewoon lange duur van de procedure in aanmerking te nemen.
3.
Derde middel: de Commissie heeft inbreuk gemaakt op de artikelen 41, 47 en 51 van het Handvest en artikel 6 EVRM, en heeft haar motiveringsplicht geschonden aangezien zij hetzelfde boetebesluit niet voor de derde keer zou hebben vastgesteld indien zij rekening had gehouden met de duur en de kenmerken van de procedure.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft inbreuk gemaakt op de artikelen 41 en 47 van het Handvest en artikel 6 EVRM, en heeft het evenredigheidsbeginsel en haar motiveringsplicht geschonden aangezien zij in de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid om besluiten opnieuw vast te stellen, geen juiste belangenafweging heeft gemaakt.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft inbreuk gemaakt op artikel 41 van het Handvest, op het beginsel van de rechten van de verdediging alsook op artikel 14 en artikel 27, lid 1, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, en op de artikelen 11, 12 en 14 van verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, aangezien de in de procedure gehouden hoorzitting de onrechtmatigheid niet kon verhelpen die het Hof heeft vastgesteld in zijn arrest van 21 september 2017, Feralpi/Commissie (C-85/15 P, EU:C:2017:709).
6.
Zesde middel: de Commissie heeft artikel 65 van het EGKS-Verdrag en het beginsel van het vermoeden van onschuld geschonden voor zover zij bij de beoordeling van de deelname van verzoekster aan het kartel in de periode van 1989 tot 1995 de beginselen op het gebied van de bewijslast niet heeft geëerbiedigd.
7.
Zevende middel: de Commissie heeft artikel 65 van het EGKS-Verdrag geschonden aangezien zij ervan is uitgegaan dat sprake was van één enkel complex en voortgezet kartel dat, wat verzoekster betreft, had geduurd van 1989 tot 2000.
Full & Egal Universal Law Academy