25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/95
Beroep ingesteld op 1 oktober 2019 – FG/Parlement
(Zaak T-670/19)
(2019/C 399/114)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: FG (vertegenwoordigers: L. Levi en M. Vandenbussche, advocaten)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;
dientengevolge,
—
het besluit tot afwijzing van zijn sollicitatie en het besluit om [vertrouwelijk] (1) op de post van [vertrouwelijk] te benoemen nietig te verklaren;
—
voor zover nodig, het besluit van 21 juni 2019 tot afwijzing van de klacht nietig te verklaren;
—
de geleden materiële schade, zoals omschreven in het verzoekschrift, te vergoeden;
—
een vergoeding toe te kennen voor de geleden immateriële schade, welke voorlopig en ex aequo et bono op 10 000 EUR wordt geraamd;
—
bij wijze van maatregelen tot organisatie van de procesgang, de verwerende partij te gelasten om over te leggen:
—
het volledige rapport van het onderhoud en de aanbeveling zoals opgesteld door het adviescomité;
—
de lijst van de thema’s die de kandidaten tijdens het onderhoud hebben behandeld;
—
de lijst van de criteria op grond waarvan het adviescomité en, eventueel, het TABG de verdiensten beoordeelt;
—
het proces-verbaal van de beraadslaging van het bureau met het oog op het besluit tot aanwerving;
—
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan niet-nakoming van de motiveringsplicht.
2.
Tweede middel, ontleend aan de onwettigheid van het besluit van 16 mei 2000 en van artikel 6 van de kennisgeving van aanwerving, aangezien zij in strijd zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur, rechtszekerheid en het verbod van discriminatie alsmede met artikel 27 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. In elk geval is de in casu gevolgde aanwervingsprocedure onwettig en wel om de volgende redenen.
—
Ten eerste heeft het TABG van het comité geen volledig verslag over de verdiensten van de kandidaten gekregen toen het zijn aanstellingsbesluit moest nemen en dus zijn keuze moest maken. Dit betekent dat die verdiensten, noch door het comité noch door het TABG, objectief en transparant zijn beoordeeld, op basis van vooraf vastgestelde (en a fortiori meegedeelde) criteria.
—
Ten tweede is de aanbeveling bij het rapport van het onderhoud niet anderszins gepreciseerd. Het comité stelt slechts een rapport van het onderhoud op, maar het besluit van 16 mei 2000 bepaalt niet dat het comité op het moment van het onderhoud de verdiensten vergelijkt. Het besluit van 16 mei 2000 preciseert evenmin dat het bureau, in de hoedanigheid van TABG, criteria daartoe moet vaststellen, temeer daar het blijkbaar geen toegang heeft tot de door het comité vastgestelde criteria, voor zover die bestaan, quod non.
—
Ten derde preciseert het besluit van 16 mei 2000 niet dat het TABG over alle dossiers van de kandidaten beschikt. De verwerende partij stelt weliswaar dat de leden van het bureau over de persoonsdossiers van de kandidaten beschikten, doch zij stelt niet dat de leden die dossiers en met name dat van verzoeker hebben geraadpleegd.
—
Ten vierde voorziet het besluit van 16 mei 2000 niet in de mededeling aan de kandidaten van de criteria die het comité en het TABG hebben opgesteld voor hun werk en de vergelijking van de verdiensten.
3.
Derde middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling en miskenning van het dienstbelang. In dit verband stelt verzoeker dat het TABG, door [vertrouwelijk] aan te stellen in het ambt van [vertrouwelijk], een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt die zowel betrekking heeft op de eerbiediging van de voorwaarden van de kennisgeving van vacature en van de kennisgeving van aanwerving als op een vergelijking van de respectieve verdiensten van [vertrouwelijk] en die van verzoeker. Bovendien heeft het TABG kennelijk het belang van de dienst miskend.
4.
Vierde middel, ontleend aan het feit dat in de bestreden besluiten de regels van objectiviteit en onpartijdigheid alsmede artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn geschonden en er sprake is van misbruik van bevoegdheid.
5.
Vijfde middel, ontleend aan niet-nakoming van de zorgplicht.
(1) Vertrouwelijke gegevens weggelaten.
Full & Egal Universal Law Academy