25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/97
Beroep ingesteld op 2 oktober 2019 – Companhia de Seguros Índico/Commissie
(Zaak T-672/19)
(2019/C 399/115)
Procestaal: Portugees
Partijen
Verzoekende partij: Companhia de Seguros Índico SA (Maputo, Mozambique) (vertegenwoordigers: R. Oliveira en J. Schmid Moura, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden besluit van de Commissie van 18 juli 2019 nietig verklaren; en
—
de Commissie verwijzen in haar eigen kosten alsmede in de kosten van de verzoekende partij.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het beginsel van de goede trouw en het verbod van rechtsmisbruik.
De tegeldemaking van de door de verzoekende partij gestelde zekerheden door het Bureau van de nationale ordonnateur voor de samenwerking tussen de Republiek Mozambique en de EU (hierna: „Bureau”), die ten grondslag ligt aan het onderhavige geding en ertoe geleid heeft dat de Europese Commissie het in casu bestreden besluit heeft genomen, is kennelijk in strijd met het beginsel van de goede trouw en vormt overduidelijk rechtsmisbruik. Niet-betaling door de verzoekende partij van de door het Bureau onrechtmatig te gelde gemaakte zekerheden heeft de Europese Commissie ertoe aangezet het bestreden besluit aan te nemen waarbij de verzoekende partij voor een periode van drie jaar wordt uitgesloten van deelneming aan de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten zoals voorzien in verordening (EU) nr. 2018/1877 van de Raad en verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad, en van ontvangst van middelen van de Unie wegens vermeende ernstige beroepsfouten en aanzienlijke tekortkomingen bij de nakoming van de belangrijkste verplichtingen inzake de uitvoering van een uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde overeenkomst.
2.
Tweede middel: schending van artikel 106, lid 2, van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad.
Verzoekende partij betoogt dat het bestreden besluit nietig verklaard moet worden aangezien de Commissie blijk heeft gegeven van een kennelijk beoordelingsfout bij de „voorlopige juridische kwalificatie” van het gedrag van de verzoekende partij, voor zover
—
het gedrag van de verzoekende partij niet opgevat kan worden als een ernstige fout begaan in de uitoefening van haar beroep zoals bedoeld in artikel 106, lid 1, onder c), van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012; en
—
het gedrag van de verzoekende partij niet opgevat kan worden als een belangrijke tekortkoming tijdens de uitvoering van een uit de begroting gefinancierde overeenkomst zoals bedoeld in artikel 106, lid 1, onder e), van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.
3.
Derde middel: schending van artikel 106, lid 3, van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad
Het bestreden besluit moet nietig verklaard worden aangezien de Commissie het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden en de uitsluiting van de verzoekende partij derhalve onevenredig is.
Full & Egal Universal Law Academy