25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/102
Beroep ingesteld op 9 oktober 2019 – FI/Commissie
(Zaak T-694/19)
(2019/C 399/121)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: FI (vertegenwoordiger: F. Moyse, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de besluiten van 8 maart 2019, 1 april 2019 en 12 augustus 2019 nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep tegen de besluiten van de Commissie van 8 maart, 1 april en 12 augustus 2019 voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een exceptie van onwettigheid van de artikelen 18 tot en met 20 van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: „Statuut”) wegens schending van het beginsel van gelijke behandeling en discriminatie op grond van leeftijd en de aard van het juridisch verband van samenleven en handicap.
2.
Tweede middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van de artikelen 18 en 20 van bijlage VIII bij het Statuut, aangezien de Commissie die artikelen aldus had moeten uitleggen dat zij betrekking hebben op het samenleven als paar, ongeacht of het paar gehuwd is, een samenlevingscontract heeft gesloten of in een vrij verband woont.
3.
Derde middel, ontleend aan een onjuiste uitlegging van het begrip echtgenoot in de zin van de regeling die voor het overlevingspensioen geldt, aangezien de ontwikkeling van de westerse maatschappij een ruime uitlegging van dat begrip verlangt.
4.
Vierde middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling als gevolg van het feit dat geen rekening is gehouden met verzoekers bijzondere situatie. Hij voert in dit verband aan dat hij meer dan negentien jaar met zijn echtgenote heeft samengewoond en dat zijn huwelijk vier jaar, zeven maanden en acht dagen heeft geduurd.
Full & Egal Universal Law Academy