2.12.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/41
Beroep ingesteld op 11 oktober 2019 – Al-Gaoud/Raad
(Zaak T-700/19)
(2019/C 406/51)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Abdel Majid Al-Gaoud (Gizeh, Egypte) (vertegenwoordiger: S. Bafadhel, Barrister)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
uitvoeringsbesluit (GBVB) 2019/1299 van de Raad van 31 juli 2019 tot uitvoering van besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië nietig te verklaren, voor zover daarbij verzoekers naam is gehandhaafd op de lijst in bijlagen II en IV bij besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2019/1299 van de Raad van 31 juli 2019 tot uitvoering van artikel 21, lid 2, van verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië nietig te verklaren, voor zover daarbij verzoekers naam is gehandhaafd op de lijst in bijlage III bij verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië;
—
verweerder overeenkomstig het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht te verwijzen in de kosten die zijn gemaakt in verband met de procedure voor het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker twee middelen aan.
1.
Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2019/1299 van de Raad van 31 juli 2019 tot uitvoering van besluit (GBVB) 2015/1333 en uitvoeringsverordening (EU) 2019/1299 van de Raad van 31 juli 2019 tot uitvoering van artikel 21, lid 2, van verordening (EU) 2016/44 vermelden geen geldige grondslag om verzoekers naam op een lijst te handhaven, in weerwil van fundamentele wijzigingen van de situatie in Libië. De Raad heeft geen individuele, specifieke en concrete redenen opgegeven voor de bestreden maatregelen, die in geen van de ter staving ervan aangevoerde bewijzen toereikend gemotiveerd zijn.
2.
De bestreden maatregelen schenden verzoekers grondrechten, daaronder begrepen zijn recht op gezondheid, zijn recht op een gezinsleven, zijn recht op eigendom en zijn recht op daadwerkelijk verweer, als gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De bestreden maatregelen zijn niet noodzakelijk en ook niet geschikt voor de verwezenlijking van een legitiem doel en vormen een onbepaalde en onevenredige schending van verzoekers grondrechten.
Full & Egal Universal Law Academy