Avis juridique important
80/1280/EGKS: Beschikking van de Commissie van 7 november 1980 houdende machtiging tot het toekennen van steun door de Franse Republiek ten behoeve van de kolenmijnindustrie in het jaar 1979 en houdende machtiging tot het toekennen van bijkomende steun door de Franse Republiek ten behoeve van de kolenmijnindustrie in het jaar 1978 (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 377 van 31/12/1980 blz. 0006 - 0009
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 7 november 1980 houdende machtiging tot het toekennen van steun door de Franse Republiek ten behoeve van de kolenmijnindustrie in het jaar 1979 en houdende machtiging tot het toekennen van bijkomende steun door de Franse Republiek ten behoeve van de kolenmijnindustrie in het jaar 1978 (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek) (80/1280/EGKS)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op Beschikking 528/76/EGKS van de Commissie van 25 februari 1976 inzake de communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de Lid-Staten ten behoeve van de kolenmijnindustrie (1),
Na raadpleging van de Raad,
I
Overwegende dat de Franse Regering de Commissie overeenkomstig artikel 2 van de beschikking in kennis heeft gesteld van financiële maatregelen die zij voornemens is in de loop van 1979 direct of indirect ten gunste van de kolenmijnindustrie te treffen ; dat van deze maatregelen de hierna te noemen steunmaatregelen overeenkomstig bovengenoemde beschikking voor goedkeuring in aanmerking komen;
Overwegende dat de Franse Regering het voornemen heeft de Charbonnages de France in het jaar 1979 een steun van 2 418 000 000 Ffr. te verlenen ten einde te waarborgen dat de economische herstructurering van de kolenbekkens op de juiste wijze kan worden gerealiseerd;
Overwegende dat voorts de Franse Regering het voornemen heeft om het Centraal Beheer van de Charbonnages de France in 1979 een steun te verlenen van 317 000 000 Ffr. ter dekking van de financiële lasten voortvloeiend uit leningen die in het kader van de door de regering uitgevaardigde financiële saneringsmaatregelen door mijnbouwbedrijven aan het Centraal Beheer van de Charbonnages de France zijn overgedragen. Het betreft hier een ondersteuning die niet aan de kolenbekkens, maar uitsluitend aan het Centraal Beheer van de Charbonnages de France ten goede komt;
Overwegende dat de hierboven vermelde steun in overeenstemming is met de criteria die volgens de beschikking voor de toelaatbaarheid van dergelijke steunmaatregelen van de overheid als eis worden gesteld;
Overwegende dat de door de Franse Regering voor 1979 ten bedrage van 2 735 000 000 Ffr. voorgenomen steun ter dekking van verliezen (waarvan 2 418 000 000 Ffr. ter dekking van mijnexploitatieverliezen bij de bekkens en 317 000 000 Ffr. ter dekking van financiële verliezen van de Charbonnages de France), niet hoger zal zijn dan de vermoedelijke mijnexploitatieverliezen van de Charbonnages de France;
Overwegende dat voor de steun aan de afzonderlijke bekkens het volgende geldt: 1. De steun ten behoeve van de bekkens Nord/Pas-de-Calais en Centre-Midi is erop gericht om het aantal mijnwerkers dat in 1979 ten gevolge van de verdere sluiting van schachten - waardoor een vermindering van de produktie zal ontstaan -, zonder werk komen, tot 2 700 te beperken. Dank zij deze steun kunnen ernstige economische en sociale verstoringen worden vermeden in gebieden waar nog geen voldoende mogelijkheden aanwezig zijn voor hernieuwe tewerkstelling. Op grond hiervan is de steun voor deze bekkens in overeenstemming met de bepalingen van artikel 12, punt 1, sub 1, en punt 2 van de beschikking.
2. Voor het bekken Lotharingen is de produktieplanning van de Charbonnages de France gericht op stabilisering op lange termijn, omdat cokeskolen belangrijk zijn voor de voorziening van de staalindustrie. De voor dit doel toegekende steun is derhalve in overeenstemming met artikel 12, punt 1, sub 2, en punt 3 van de beschikking;
II
Overwegende dat het onderzoek naar de verenigbaarheid van de voorgenomen steun met de goede werking van de gemeenschappelijke markt, overeenkomstig artikel 3, punt 2 van de beschikking, vereist dat rekening wordt gehouden met alle overige financiële maatregelen ten behoeve van de lopende produktie in het jaar 1979;
Overwegende dat al deze steun ten behoeve van de lopende Franse steenkoolproduktie voor 1979 een bedrag bedraagt van 477 300 000 ERE respectievelijk 25,66 ERE per ton geproduceerde kolen ; dat de steun (1) PB nr. L 63 van 11.3.1976, blz. 1. groter is dan de dienovereenkomstige Duitse en Britse steunmaatregelen, maar kleiner dan die in België;
Overwegende dat met betrekking tot de verenigbaarheid van de voorgenomen steun met de goede werking van de gemeenschappelijke markt het volgende kan worden gesteld: - in het jaar 1979 zijn er geen voorzieningsmoeilijkheden ontstaan op de Franse kolenmarkt;
- de leveranties van Franse kolen aan andere landen van de Gemeenschap zijn in 1979 ten opzichte van 1978 gestegen;
- er is nauwelijks sprake geweest van prijsaanpassingstransacties voor Franse kolen in 1979;
- de prijs voor Franse cokes - en ketelkolen heeft in 1979 niet geleid tot indirecte steun aan industriële kolenverbruikers;
- de sluiting van marginale mijninstallaties in de bekkens Nord/Pas-de-Calais en Centre-Midi heeft tot rationalisering en concentratie van de produktie op de intallaties met de grootste produktiviteit geleid;
Overwegende dat op grond hiervan kan worden vastgesteld dat de voor het jaar 1979 voorgenomen steun voor de lopende produktie van de Franse steenkoolmijnbouw verenigbaar is met de goede werking van de gemeenschappelijke markt;
Overwegende dat deze beoordeling tevens geldt indien de steunbedragen die de kolenmijnondernemingen overeenkomstig Beschikking 73/287/EGKS ontvangen, in aanmerking worden genomen;
III
Overwegende dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 7 december 1978 Beschikking 79/22/EGKS heeft gegeven (1) ; dat met deze beschikking de door de Franse Regering voor 1978 beoogde steunmaatregelen ten gunst van de kolenmijnindustrie werden goedgekeurd voor zover deze in het "Memorandum over de financiële maatregelen van de Lid-Staten ten gunste van de kolenmijnindustrie in 1978" (2) van de Commissie waren opgenomen en onderzocht.
Overwegende dat, gelijk in dit memorandum vermeld, de Franse Regering in het kader van Beschikking nr. 528/76/EGKS een bedrag van 2 429,9 miljoen Ffr. aan steun ten behoeve van de kolenmijnindustrie had opgegeven;
Overwegende dat de Franse Regering in haar schrijven van 27 april 1979 had verzocht de oorspronkelijk voorziene steunmaatregelen als volgt te wijzigen, resp. te verhogen: >PIC FILE= "T0035422">
Overwegende dat voor de beoordeling van steun aan het centraal beheer de Charbonnages de France als één onderneming dienen te worden beschouwd, d.w.z. de steun voor het centraal beheer en die voor de bekkens worden bij elkaar opgeteld ; dat op grond van de daadwerkelijke bedrijfsresultaten voor 1978 kan worden geconstateerd dat het totaalbedrag aan steun van 2 647,0 miljoen Ffr. 18 miljoen Ffr. lager ligt dan het totale verlies van de Charbonnages de France. (1) PB nr. L 9 van 13.1.1979, blz. 31 e.v. (2) Doc. COM(78) 376 def. blz. A/12 e.v.
Overwegende dat de steun ter dekking van mijnexploitatieverliezen als volgt over de afzonderlijke bekkens is verdeeld: >PIC FILE= "T0035423">
Overwegende dat, in vergelijking tot het totale volume van de steun ten behoeve van de lopende Franse steenkoolproduktie de verhoging voor 1978 derhalve 218,3 miljoen Ffr. bedraagt;
Overwegende dat de verhoging van de Franse steun ter dekking van mijnexploitatieverliezen alleen betrekking op het Lotharingse bekken heeft ; dat deze om de volgende redenen nodig werd: - de winningskosten per ton stegen in 1978 aanzienlijk sneller dan oorspronkelijk was voorzien;
- de gemiddelde opbrengst per geproduceerde ton steeg in 1978 slechts weinig ten opzichte van 1977;
Overwegende dat hieruit volgt dat de mijnexploitatieverliezen zijn gestegen ; dat de verhoging van de steun de in 1978 ontstane mijnexploitatieverliezen slechts ten dele dekt ; dat de maatregel derhalve verenigbaar is met het bepaalde in artikel 12, punt 2, sub 2 ; dat er bovendien op dient te worden gewezen dat de in het bekken gewonnen cokeskolen van belang zijn voor de voorziening van de staalindustrie en dientengevolge ook voldoen aan het bepaalde in artikel 12, punt 1, sub 2 en punt 3 van de beschikking.
IV
Overwegende dat voor wat betreft de verenigbaarheid van de totale Franse steun voor de lopende produktie met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op het volgende dient te worden gewezen: - een ongunstige invloed op het handelsverkeer in steenkool tussen Frankrijk en de overige landen van de Gemeenschap is niet waarneembaar;
- de industriële verbruikers van cokeskolen en ketelkolen ontvangen geen indirecte steun door kunstmatig laaggehouden prijzen voor Franse kolen.
Overwegende dat dienovereenkomstig kan worden geconstateerd dat de voor 1978 voorgenomen aanvullende steun ten behoeve van de lopende produktie van de Franse kolenmijnindustrie verenigbaar is met de goede werking van de gemeenschappelijke markt;
V
Overwegende dat overeenkomstig artikel 14, punt 1, van de beschikking de Commisssie zich ervan dient te vergewissen of de goedgekeurde steun uitsluitend gebruikt wordt conform de in de artikelen 7 t/m 12 van deze beschikking genoemde doelstellingen ; dat zij daarom in het bijzonder op de hoogte dient te worden gebracht van de omvang en de verdeling der betaalde bedragen,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Franse Republiek wordt machtiging verleend om voor 1979 de volgende steun aan de Franse steenkolenmijnindustrie toe te kennen: a) tot een bedrag van 2 418 000 000 Ffr. ter dekking van mijnexploitatieverliezen;
b) tot een bedrag van 317 000 000 Ffr. ter dekking van de financiële verliezen van het Centraal Beheer van de Charbonnages de France.
Voor 1978 wordt de Franse Repubiek machtiging verleend de volgende aanvullende steun aan de Franse steenkolenmijnindustrie toe te kennen: a) tot een bedrag van 117 000 000 Ffr. ter dekking van de financiële verliezen van het centraal beheer van de Charbonnages de France;
b) tot een bedrag van 100 100 000 Ffr. ter dekking van mijnexploitatieverliezen.
Artikel 2
De Franse Regering verstrekt de Commissie uiterlijk op 31 december 1980 bijzonderheden over de op grond van deze beschikking toegekende steunbedragen en in het bijzonder over de omvang en verdeling van de verrichte betalingen.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.
Gedaan te Brussel, 7 november 1980.
Voor de Commissie
Guido BRUNNER
Lid van de Commissie
Top