Avis juridique important
81/974/EEG: Beschikking van de Commissie van 9 november 1981 houdende goedkeuring van de door Italië vastgestelde uitzonderingen op enige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad ten aanzien van pootaardappelen uit Canada (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 355 van 10/12/1981 blz. 0060
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 9 november 1981
houdende goedkeuring van de door Italië vastgestelde uitzonderingen op enige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad ten aanzien van pootaardappelen uit Canada
( Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek )
( 81/974/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,
Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondbegied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/7/EEG ( 2 ) , inzonderheid op artikel 14 , lid 2 ,
Gezien de mededeling van Italië van 18 september 1981 ,
Overwegende dat op grond van Richtlijn 77/93/EEG aardappelknollen uit Amerika wegens het gevaar voor insleep van het Potato spindle tuber virus in beginsel slechts in de Gemeenschap mogen worden binnengebracht , wanneer kieming ervan onmogelijk gemaakt is ; dat de knollen bovendien van oorsprong moeten zijn uit gebieden die vrij zijn van Corynebacterium sepedonicum ;
Overwegende dat de Lid-Staten evenwel op grond van artikel 14 , lid 1 , sub c ) , punt iii ) , kunnen worden gemachtigd af te wijken van het voorschrift inzake het onmogelijk maken van kieming , voor zover niet gevreesd behoeft te worden voor verbreiding van schadelijke organismen ; dat deze afwijkingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 , lid 2 , moeten worden goedgekeurd ;
Overwegende dat voor Italië de invoer van pootaardappelen van het Kennebec-ras uit de Canadese provincies Nieuw-Brunswijk en Prins-Edwardeilanden noodzakelijk is en dat deze Lid-Staten het voornemen te kennen gegeven heeft tot bovengenoemde uitzonderingen over te gaan ;
Overwegende dat van de beide bovengenoemde provincies bekend is dat zij niet vrij zijn van het Potato spindle tuber virus noch van Corynebacterium sepedonicum ;
Overwegende dat Canada wel begonnen is met uitvoering van een programma ter uitroeiing van deze schadelijke organismen ; dat de resultaten van dit programma nog niet aangetoond kunnen worden ; dat dit programma evenwel officieel toezicht omvat op inrichtingen die aangewezen zijn om het uitgangsmateriaal voor pootaardappelen te produceren , alsmede op bepaalde gebieden die bijzonder geschikt zijn voor de teelt van pootaardappelen ;
Overwegende dat niet voor verbreiding van de betrokken schadelijke organismen gevreesd behoeft te worden , wanneer in afwachting van de definitieve resultaten van het uitroeiingsprogramma aan een aantal bijzonder strenge , technische eisen wordt voldaan ;
Overwegende dat de door Italië voorgenomen uitzonderingen derhalve moeten worden goedgekeurd , voor zover zij aan de bovenbedoelde technische eisen voldoen en slechts voor een beperkte periode gelden ;
Overwegende dat de duur van deze periode afhankelijk is van de termijnen die zijn vastgesteld enerzijds voor de toepassing van de oorspronkelijke versie van bijlage IV , deel A , punt 24 , van Richtlijn 77/93/EEG en anderzijds in artikel 15 , lid 2 bis , van Richtlijn 66/403/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/561/EEG van de Raad van 13 juli 1981 ( 4 ) ;
Overwegende dat deze beschikking ten doel heeft overeenkomstig de voorlaatste overweging van bovengenoemde Richtlijn 81/561/EEG op Gemeenschapsniveau vast te stellen dat de fytosanitaire regels in acht genomen zijn ;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Planteziektenkundig Comité ,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :
Artikel 1
1 . Overeenkomstig artikel 14 , lid 1 , sub c ) , iii ) , van Richtlijn 77/93/EEG en in het kader van de oorspronkelijke versie van bijlage IV , deel A , punt 24 , eerste mogelijkheid , wordt Italië gemachtigd op de in lid 2 bepaalde voorwaarden af te wijken van artikel 5 , lid 1 , en van artikel 12 , lid 1 , sub a ) , derde streepje , van genoemde richtlijn ten aanzien van de in bijlage IV , deel A , punt 25 , bedoelde eisen voor pootaardappelen van het Kennebec-ras die afkomstig zijn uit de Canadese provincies Nieuw-Brunswijk en Prins-Edwardeilanden .
2 . Voor de toepassing van lid 1 gelden de volgende eisen :
a ) Het pootgoed is de eerste generatie die rechtstreeks afstamt van pootgoed van de categorieën " Pre-elite " , " Elite I " , " Elite II " of " Elite III " dat wordt voortgebracht in officieel voor de produktie van pootgoed van de categorieën " Pre-elite " of " Elite I " erkende bedrijven of die daartoe officieel zijn aangewezen en gecontroleerd worden .
b ) Het pootgoed is voortgebracht in zones die bestaan uit pootaardappelteeltgebieden of in vergelijkbare teeltgebieden die gelegen zijn buiten de zones die als " gevaarlijk " aangewezen zijn ten aanzien van de aanwezigheid van het Potato spindle tuber virus en Corynebacterium sepedonicum .
c ) Het pootgoed is officieel gecertificeerd als aardappelpootgoed dat minstens aan de voor de categorie " Fondation " vastgestelde voorwaarden beantwoordt .
d ) Van iedere voor Italië bestemde partij die uit de produkten van één enkele kweker bestaat wordt een monster genomen . Dit monster bevat 1 000 knollen , dat is ongeveer 1 % van de knollen der partij . Zij worden in officiële laboratoria onderzocht om de eventuele aanwezigheid van het Potato spindle tuber virus of van Corynebacterium sepedonicum op te sporen . Het onderzoek vindt plaats aan de hand van geëigende methoden die minstens omvatten :
- voor het Potato spindle tuber virus : de " Bulk testing "-methode volgens PAGE op aardappeluitgangsmaterialen dat op tomatenplanten wordt overgedragen , en
- voor Corynebacterium sepedonicum : de " Gramstaining"- , latexagglutinatie- of immunofluorescentiemethode , naar gelang van het geval .
e ) Het vereiste gezondheidscertificaat wordt eerst opgesteld nadat bevestigd is dat bij het hierboven sub d ) bedoelde onderzoek geen Potato spindle tuber virus of Corynebacterium sepedonicum werd ontdekt . Voorts bevat het de vermelding dat de sub a ) tot en met d ) vermelde voorwaarden in acht genonem zijn , alsmede de naam van het sub a ) bedoelde bedrijf en van het sub b ) bedoelde teeltgebied .
f ) In Italië worden met het oog op het sub d ) omschreven officiële onderzoek door de bevoegde diensten steekproeven genomen uit de ingevoerde partijen . De partijen blijven onder officieel toezicht en mogen eerst in de handel worden gebracht of worden gebruikt , nadat bevestigd is dat bij dit onderzoek geen aanwezigheid van het Potato spindle tuber virus of Corynebacterium sepedonicum is vastgesteld . Het totaal van de per verkoopseizoen ingevoerde partijen mag een hoeveelheid niet overschrijden die adequaat is aan de bovengenoemde proeven , rekening houdende met de voor deze proeven beschikbare faciliteiten .
g ) Van ingevoerd pootgoed afkomstige aardappelen worden niet als aardappelpootgoed gecertificeerd en worden slechts als eetaardappelen gebruikt . Bovendien mogen zij slechts in Italië in de handel worden gebracht .
h ) Gebouwen , recipiënten , verpakkingsmateriaal , voertuigen , intern-transportmaterieel , sorteer- of bereidingsinstallaties die in aanraking gekomen zijn met het ingevoerde pootgoed moet minstens gereinigd en ontsmet worden , voordat zij voor andere aardappelen worden gebruikt .
Artikel 2
De in artikel 1 verleende machtiging loopt op 31 december 1982 af . Zij wordt eerder ingetrokken , wanneer blijkt dat de in artikel 1 , lid 2 , vastgestelde voorwaarden niet toereikend zijn om insleep van de betrokken schadelijke organismen te voorkomen , of zij niet in acht genomen zijn .
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek .
Gedaan te Brussel , 9 november 1981 .
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr. L 26 van 31 . 1 . 1977 , blz. 20 .
( 2 ) PB nr. L 14 van 16 . 1 . 1981 , blz. 23 .
( 3 ) PB nr. 125 van 11 . 7 . 1966 , blz. 2320/66 .
( 4 ) PB nr. L 203 van 23 . 7 . 1981 , blz. 52 .
Top