Avis juridique important
81/1007/EGKS: Beschikking van de Commissie van 30 november 1981 tot goedkeuring van de gemeenschappelijke oprichting van de Zentralkokerei Saar GmbH Dillingen, door twee staalproducerende ondernemingen en een steenkoolproducerende onderneming (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 364 van 19/12/1981 blz. 0039 - 0041
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 30 november 1981
tot goedkeuring van de gemeenschappelijke oprichting van de Zentralkokerei Saar GmbH te Dillingen , door twee staalproducerende ondernemingen en een steenkoolproducerende onderneming
( Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek )
( 81/1007/EGKS )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal , en met name op artikel 66 ,
Gelet op Beschikking nr. 24/54 van 6 mei 1954 houdende een reglement inzake de toepassing van artikel 66 , lid 1 , van het Verdrag nopens de kenmerkende elementen van de controle op een onderneming ( 1 ) ,
Gezien het verzoek van de Stahlwerke Roechling-Burbach GmbH , te Voelklingen , de Aktiengesellschaft der Dillinger Huettenwerke , te Dillingen , en de Saarbergwerke Aktiengesellschaft , te Saarbruecken , van 15 mei 1981 om goedkeuring te verlenen voor de gemeenschappelijke oprichting van de Zentralkokerei Saar GmbH , te Dillingen ,
Ingewonnen het advies van de Regering van Bondsrepubliek Duitsland ,
In overweging van de volgende gronden :
I
1 . De Stahlwerke Roechling-Burbach GmbH ( Roechling-Burbach ) zijn een staalproducerende onderneming met een kapitaal van 330 miljoen DM , die samen met andere staalproducerende ondernemingen is aaneengesloten in de Arbed-groep .
De Aktiengesellschaft der Dillinger Huettenwerke ( Dillingen ) is een staalproducerende onderneming met een kapitaal van 178,5 miljoen DM , die met andere staalproducerende ondernemingen in de groep Société Financière Sidérurgique/Sacilor-Aciéries et Laminoirs de Lorraine ( SFS/Sacilor ) is aaneengesloten .
De Saarbergwerke Aktiengesellschaft ( Saarberg ) is een steenkoolproducerende en -verkopende onderneming met een kapitaal van 435 miljoen DM . 74 % van het aandelenkapitaal van Saarberg is in handen van de Bondsrepubliek Duitsland . De Bond controleert rechtstreeks en indirect nog andere steenkoolproducerende en -verkopende ondernemingen , maar deze zijn alle aan geen enkele uniforme plannings- en beslissingsautoriteit onderworpen . Zij worden als economisch zelfstandige ondernemingen geëxploiteerd , die onderling verbonden zijn , zonder dat van deze binding concurrentiebeperkende werking uitgaat . Het onderzoek van de gevolgen van het project kan derhalve tot de deelneming van Saarberg in het project beperkt blijven .
Degenen die de aanvraag hebben ingediend zijn derhalve ondernemingen in de zin van artikel 80 van het Verdrag .
2 . De geprojecteerde Zentralkokerei Saar GmbH ( ZKS ) is een cokesproducerende onderneming die bestemd is om de bevoorrading van een gemeenschappelijke dochteronderneming van hun beide staalproducerende vennoten - " Roheisengesellschaft Saar GmbH ( ROGESA ) " - met hoogovencokes te waarborgen . De ZKS is derhalve eveneens een onderneming in de zin van artikel 80 van het Verdrag .
In ZKS zal Saarberg voor 49 % , Roechling-Burbach en Dillingen voor elk 25,5 % deelnemen .
II
Het project leidt tot een concentratie in de zin van artikel 66 , lid 1 , van het Verdrag . De overeenkomsten inzake de deelnemingen in ZKS en de bedrijfsleiding geven geen der vennoten de mogelijkheid de gang bij de vennootschap alleen te bepalen . Aangezien ZKS voornamelijk zal dienen voor de bevoorrading van ROGESA met hoogovencokes , kan bovendien worden aangenomen dat Roechling-Burbach en Dillingen in de organen van de gemeenschappelijke dochteronderneming op dezelfde wijze zullen stemmen . Onder deze omstandigheden wordt ZKS door de vennoten alleen gemeenschappelijk gecontroleerd , waarbij de laatstgenoemden met het oog op het gemeenschappelijke bedrijfsdoel als groep optreden . De gemeenschappelijke dochteronderneming zal derhalve met Roechling-Burbach en de overige ondernemingen van de Arbed-groep , met Dillingen en de overige ondernemingen van de SFS/Sacilor-groep en met Saarberg en de door deze onderneming gecontroleerde bedrijven geconcentreerd zijn , zonder dat deze groepen onderling worden geconcentreerd .
Als instantie voor de financiering wordt , hetzij via een leasing-model hetzij via conventionele financiering , een " Zentralkokerei Saar Besitzgesellschaft mbH und Co. KG " ( doelvennootschap ) in het leven geroepen . Onafhankelijk van de verhouding der kapitaalaandelen in deze vennootschap zullen Roechling-Burbach , Dillingen en Saarberg 76 % van de stemrechten in de vennotenvergadering bezitten . De doelvennootschap wordt bouwheer , eigenaar en verhuurder van de te creeren cokesproduktie-installatie aan de ZKS , maar zal deze niet zelf exploiteren . Zij is derhalve geen onderneming in de zin van artikel 80 van het Verdrag en de aaneensluiting van de betrokkenen met haar is derhalve conform de artikelen 2 en 3 van de vanaf 1 november 1978 geldende versie ( 2 ) van Beschikking nr. 25/67 houdende reglement tot toepassing van artikel 66 , lid 3 , van het Verdrag voor wat betreft de vrijstelling van voorafgaande goedkeuring ( 3 ) vrijgesteld van het vereiste van voorafgaande goedkeuring . Het onderzoek van het project strekt zich dientengevolge uitsluitend uit tot de concentratie van betrokkenen met de Zentralkokerei Saar GmbH .
III
De geprojecteerde aaneensluiting kan worden goedgekeurd wanneer zij de betrokken ondernemingen niet de mogelijkheid geeft ,
- voor een belangrijk deel van de markt de prijzen te bepalen , de produktie of de distributie te beheersen of te beperken , of een daadwerkelijke mededinging te verhinderen ,
- of zich te onttrekken aan de regels van de mededinging , zoals deze voortvloeien uit de toepassing van het Verdrag , met name door een kunstmatig bevoorrechte positie te scheppen , welke leidt tot een aanmerkelijk voordeel met betrekking tot de voorziening of de afzet .
Aan deze voorwaarde is voldaan , en wel om de volgende redenen :
- De cokesproduktie-installatie heeft , onafhankelijk van de deelnemingsverhoudingen bij ZKS , in beginsel de functie van een hoogovencokesfabriek en zal in het slotstadium een omvang hebben die per jaar circa 2,5 miljoen ton kan produceren . Zij komt in de plaats van vier bestaande cokesfabrieken welke aan Roechling-Burbach en Dillingen toebehoren en om technische redenen zullen worden stilgelegd . Zij zal circa 90 % van de behoefte van ROGESA aan hoogovencokes dekken . In de bevoorradingsstructuur van de beide staalproducerende vennoten van ZKS t.a.v. hun inschakeling van hoogovencokes uit Saarkolen , komt daardoor geen verandering .
Met deze bundeling van cokesproduktiecapaciteiten gaan geen waarneembare gevolgen voor de concurrentieverhoudingen op de markt voor steenkoolcokes gepaard . De volledige bruikbare capaciteit dient namelijk de bevoorrading van ROGESA . Alleen ingeval van tijdelijke daling van de behoeften van Rogesa is besloten , partiële hoeveelheden uit de cokesproduktie van ZKS op de markt te brengen . Aan deze marginale leveranties mag men , gezien de hoeveelheid cokes welke in 1980 in de Bondsrepubliek op de markt werd verkocht ( circa 14 miljoen ton ) geen invloed toeschrijven die voor de mededinging van betekenis is .
Door de deelneming in een onderneming welke , gezien haar functie , praktisch moet worden beschouwd als een hoogovencokesbedrijf , verkrijgt Saarberg als steenkoolproducerende onderneming ook geen kunstmatig bevoorrechte positie welke zou leiden tot een aanmerkelijk voordeel bij de toegang tot de afzetmarkten . Wel verplicht ZKS zich , ten minste 60 % van de voor de bevoorrading van Rogesa benodigde gebruikskolen bij Saarberg te betrekken , waarbij de resterende 40 % in principe van derden zal worden gekocht , en waarborgt Saarberg zich door zijn deelneming het gebruik van de eigen steenkool voor de cokesproduktie op lange termijn en daarmede de gedeeltelijke afzet van zijn produktie ( ca. 10 100 000 ton in 1980 ) . De door Saarberg gekozen weg van deelneming in een steenkoolverwerkende onderneming is slechts één van een aantal mogelijkheden waarmede steenkoolproducerende ondernemingen hun produktie en hun afzet op langere termijn kunnen waarborgen . Leveringscontracten op lange termijn of de beïnvloeding van de bevoorradingspolitiek , met name de brandstofkeuze , van andere energieverbruikende ondernemingen door de verwerving van meerderheidsdeelnemingen dienen hetzelfde doel . De concentratie tussen Saarberg en een hoogovencokesbedrijf is daarentegen een voorbeeld van het in de EGKS-industrie op velerlei wijze gerealiseerde verbond tussen kolen en staal . Het voordeel dat daarmede ongetwijfeld voor Saarberg voor de toegang tot de afzetmarkten verbonden is , is intussen geen kunstmatig voordeel in de zin van artikel 66 , lid 2 , van het Verdrag . Als kunstmatig moet een voordeelspositie worden beschouwd welke voortvloeit uit verticale integratie , wanneer de concurrentiemogelijkheden van andere niet-geïntegreerde ondernemingen daardoor op onrechtvaardige wijze worden beperkt . Dat is hier niet het geval . Saarberg is - door zijn plaats van vestiging en afgezien van mengcomponenten - van oudsher de leverancier voor de ijzer- en staalindustrie van het Saarland . In zijn aandeel in de totale leveringen komt door het project geen merkbare verandering .
- T.a.v. Roechling-Burbach en Dillingen , die identiek zijn met de vennoten van ROGESA , dient men de leveranties van hoogovencokes van ZKS aan ROGESA te beschouwen als interne leveranties . Deze leveranties gaan de feitelijke behoefte van ROGESA niet te boven en versmallen evenmin de voorzieningsbasis van andere concurrenten ( hoogovencokesverbruikers ) . Ook de mededinging op de markt voor staalprodukten wordt niet ongunstig beïnvloed , want er zijn geen overeenkomsten gesloten met het doel de gemeenschappelijke dochteronderneming een preferentiële prijs te verschaffen bij de afname van Saarkolen om daardoor het hoogovenproces goedkoper te maken .
- Voor een groepseffect tussen de twee staalproducerende deelnemers aan de concentratie , dat de concurrentieverhoudingen op de staalmarkt ongunstig zou beïnvloeden , behoeft niet te worden gevreesd . In de beschikking over de gemeenschappelijke oprichting van de Roheisengesellschaft Saar mbH ( ROGESA ) ( 4 ) is uiteengezet dat Roechling-Burbach en Dillingen in de invloedssfeer van de gemeenschappelijke dochteronderneming op verschillende markten voor staalprodukten actief zijn en er daarom geen groepseffect zal optreden . Uit de samenwerking van de beide groepen in ZKS vloeien geen gevolgen voort die in dit oordeel veranderingen zouden kunnen brengen .
Een groepseffect tussen Roechling-Burbach en Dillingen enerzijds en Saarberg anderzijds kan eveneens uitgesloten worden geacht , aangezien de eerstgenoemde op de staalmarkt opereren , maar Saarberg op de steenkoolmarkt .
Het project voldoet derhalve aan de voorwaarden voor goedkeuring in artikel 66 , lid 2 , van het Verdrag en kan worden goedgekeurd ,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :
Artikel 1
De gemeenschappelijke oprichting van de Zentralkokerei Saar GmbH , te Dillingen , door de Stahlwerke Roechling-Burbach GmbH , te Voelklingen , de Aktiengesellschaft der Dillinger Huettenwerke , te Dillingen , en de Saarbergwerke Aktiengesellschaft te Saarbruecken wordt goedgekeurd .
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot Stahlwerke Roechling-Burbach GmbH te Voelklingen , de Aktiengesellschaft der Dillinger Huettenwerke , te Dillingen , en de Saarbergwerke Aktiengesellschaft , te Saarbruecken .
Gedaan te Brussel , 30 november 1981 .
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr. 9 van 11 . 5 . 1954 , blz. 345 .
( 2 ) PB nr. C 255 van 27 . 10 . 1978 , blz. 2 .
( 3 ) PB nr. 154 van 14 . 7 . 1967 , blz. 11 .
( 4 ) PB nr. L 189 van 11 . 7 . 1981 , blz. 54 .
Top