Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3528/82 van de Commissie van 23 december 1982 tot instelling van beschermende maatregelen ten aanzien van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gres die in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk worden ingevoerd en tot beëindiging van de communautaire onderzoekprocedure betreffende artikelen van gewoon aardewerk
Publicatieblad Nr. L 369 van 29/12/1982 blz. 0027 - 0030
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3528/82 VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1982
tot instelling van beschermende maatregelen ten aanzien van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gres die in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk worden ingevoerd en tot beëindiging van de communautaire onderzoekprocedure betreffende artikelen van gewoon aardewerk
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 288/82 van de Raad van 5 februari 1982 inzake de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (1), inzonderheid op artikel 15, lid 1,
Na overleg in het bij deze verordening ingestelde Raadgevend Comité,
Overwegende dat de Commissie op 14 april 1982 door de Franse Regering ervan in kennis werd gesteld dat de invoer van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gres en van gewoon aardewerk, van oorsprong uit bepaalde derde landen en met name uit Zuid-Korea en Taiwan, is toegenomen en dat deze invoer plaatsvindt onder omstandigheden welke schade zouden kunnen berokkenen aan een communautaire industrie; dat de Franse autoriteiten bij deze gelegenheid hebben gevraagd dat ten spoedigste maatregelen worden genomen om deze invoer te beperken;
Overwegende dat het Franse verzoek werd gestaafd door bewijsmateriaal in verband met de ontwikkeling van deze invoer en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt, met name wat de prijzen betreft; dat bovendien gegevens werden verstrekt betreffende de consequenties van deze invoer voor de communautaire industrie;
Overwegende dat deze gegevens toereikend werden geacht om het openen van een onderzoek te rechtvaardigen; dat de Commissie derhalve door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de opening heeft bekendgemaakt van een communautaire onderzoekprocedure betreffende de invoer van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gewoon aardewerk (3) en van gres (4) van oorsprong uit bepaalde derde landen, en dat zij een aanvang heeft gemaakt met haar onderzoek;
Overwegende dat de Commissie de importeurs die hier kennelijk bij betrokken zijn van een en ander in kennis heeft gesteld;
Overwegende dat de Commissie alle betrokken partijen de mogelijkheid heeft geboden hun standpunt schriftelijk naar voren te brengen en te verzoeken mondeling te worden gehoord;
Overwegende dat talrijke importeurs van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt om hun standpunt schriftelijk naar voren te brengen; dat de »Union Européenne des Associations de Grossistes en Céramique et Verrerie" en de »Foreign Trade Association of German Retailers" hebben gevraagd mondeling te worden gehoord en dat zulks is geschied;
Overwegende dat namens de verbruikers van dergelijke artikelen in de Gemeenschap geen enkel argument is aangevoerd;
Overwegende dat de Commissie tijdens haar onderzoek heeft getracht alle door haar noodzakelijk geachte informatie te verzamelen en te controleren en dat zij een onderzoek ter plaatse heeft ingesteld bij de hierna volgende ondernemingen:
- Producenten in de Gemeenschap:
- Ets Renault, Argent-sur-Sauldre,
- SA des grès et poteries de Digoin, Digoin,
- Ets Emile Henry & Fils, Marcigny,
- DENBY Pottery, Derby,
- Staffordshire Potteries, Stoke on Trent,
- Gerz GmbH, Sessenbach,
- Ceramano Keramik - Vertrieb GmbH, Ransbach-Baumbach;
- Importeurs:
- Société GL, St.-Laurent-du-Var,
- Société Europe Import, Carros,
- S & I Bond Ltd, Londen,
- Ets Glunz, Hamburg;
Overwegende dat de vergelijking van de prijzen ten opzichte van de periode 1 januari 1981 tot en met 30 juni 1982 werd verricht;
Overwegende dat het door de Commissie verrichte onderzoek heeft uitgewezen dat een onderscheid dient te worden gemaakt tussen artikelen van gewoon aardewerk en artikelen van gres;
Overwegende dat de invoer in de Gemeenschap van artikelen van gewoon aardewerk is toegenomen van 3 814 ton in 1977 tot 4 614 ton in 1981, na in 1980
een maximum van 5 662 ton te hebben bereikt; dat bovendien, deze invoer tijdens het eerste halfjaar van 1982 slechts 1 135 ton bedroeg, hetgeen, over een jaar genomen, een aanzienlijke daling betekent ten opzichte van de gemiddelde invoer in het tijdvak 1979-1981, die 5 057 ton per jaar beliep;
Overwegende dat het marktaandeel van deze invoer in de Gemeenschap naar verhouding stabiel is gebleven - 11,4 % in 1977, 11,5 % in 1981 - en op geen enkel ogenblik hoger is geweest dan het in 1980 bereikte maximum van 13,7 %;
Overwegende dat de verkoopprijzen van deze importen in de Gemeenschap dikwijls lager waren dan de prijzen welke door de producenten van de Gemeenschap werden gehanteerd;
Overwegende dat, wat de consequenties van deze invoer voor de industrie in de Gemeenschap betreft, het onderzoek van de Commissie heeft uitgewezen dat de communautaire produktie van artikelen van gewoon aardewerk is toegenomen van 42 445 ton in 1977 tot 46 640 ton in 1981, na in 1979 een maximum van 50 692 ton te hebben bereikt; dat het marktaandeel van de producenten in de Gemeenschap verhoudingsgewijze stabiel is gebleven: 88,6 % in 1977, 88,5 % in 1981; dat zelfs in Frankrijk, waar het verlies van marktaandeel het grootst is geweest, de producenten van de Gemeenschap in 1981 nog 81,5 % van de regionale markt in handen hadden;
Overwegende dat het beschikbare bewijsmateriaal derhalve aantoont dat de schade welke door deze invoer tegen lage prijzen in de Gemeenschap van artikelen van gewoon aardewerk wordt berokkend, op zichzelf niet als ernstig kan worden beschouwd;
Overwegende dat de Commissie derhalve heeft bepaald dat geen beschermende maatregelen behoeven te worden genomen tegen de invoer van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gewoon aardewerk van oorsprong uit derde landen;
Overwegende dat, wat de artikelen van gewoon aardewerk betreft, de onderzoekprocedure derhalve kan worden beëindigd;
Overwegende dat, wat de artikelen van gres betreft, het door de Commissie ingestelde onderzoek uitwijst dat de invoer in de Gemeenschap van deze artikelen is gestegen van 6 965 ton in 1977 tot 33 769 ton in 1980 en dat deze invoer in 1981 - 30 517 ton - en gedurende het eerste halfjaar van 1982 - 13 540 ton - nauwelijks is afgenomen; dat de gemiddelde jaarlijkse toename van deze invoer in de Gemeenschap over de periode 1977-1981 derhalve 44,7 % bedraagt en 31,2 % over de periode 1977-1982; dat deze toename heeft doorgezet in Frankrijk waar de invoer in 1982 een stijging van 23,7 % ten opzichte van 1981 vertoont;
Overwegende dat het marktaandeel van deze invoer in de Gemeenschap derhalve van 20,8 % in 1977 tot 51,7 % in 1981 is gestegen; dat de graad van marktpenetratie van de ene Lid-Staat tot de andere verschilt;
Overwegende dat de Commissie voor de periode waarop het onderzoek betrekking heeft, de prijzen »af-fabriek" van de producenten in de Gemeenschap en de verkoopprijzen van de ingevoerde goederen op de belangrijkste betrokken markten - Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Duitsland - in hetzelfde stadium, namelijk »af-importeur", met elkaar heeft vergeleken;
Overwegende dat de Commissie, om deze vergelijking van de prijzen te kunnen doorvoeren, gezien het groot aantal artikelen waardoor de sector van het aardewerk en de huishoudartikelen of toiletartikelen wordt gekenmerkt, zowel wat de communautaire produktie als wat de betrokken importen betreft, een aantal representatieve groepen van artikelen heeft onderscheiden;
Overwegende dat de Commissie rekening heeft gehouden met de factoren die de vergelijkbaarheid der prijzen beïnvloeden, inzonderheid met de verschillen in technische kenmerken en kwaliteit tussen de artikelen;
Overwegende dat uit het door de Commissie verzamelde bewijsmateriaal blijkt dat de verkoopprijzen van deze importen in de Gemeenschap in bepaalde gevallen 67 % lager waren dan de prijzen welke door de producenten uit de Gemeenschap worden gehanteerd;
Overwegende dat, wat de consequenties van deze invoer van artikelen van gres voor de industrie van de Gemeenschap betreft, het onderzoek van de Commissie heeft aangetoond dat de communautaire produktie van deze artikelen, die in 1977 30 182 ton bedroeg, in 1979 tot slechts 34 124 ton is gestegen en in 1981 tot 30 937 ton is teruggelopen, terwijl het verbruik in de Gemeenschap tijdens dezelfde periode aanzienlijk is toegenomen, namelijk van 33 433 ton in 1977 tot 58 974 ton in 1981;
Overwegende dat het marktaandeel van de producenten in de Gemeenschap terzelfder tijd sterk is teruggelopen, namelijk van 79,2 % in 1977 tot 46,8 % in 1980; dat deze producenten hun marktaandeel in 1981 slechts door middel van een prijsverlaging tot 48,3 % hebben kunnen opvoeren;
Overwegende dat deze verlaging van de door de producenten in de Gemeenschap gehanteerde prijzen en het teruglopen van de produktie sedert 1979 hun rentabiliteit aanzienlijk hebben aangetast, in zoverre dat een meerderheid van deze producenten in 1981 en gedurende het eerste kwartaal van 1982 grote verliezen heeft geleden; dat het daaruit voortvloeiende verlies aan arbeidsplaatsen in de Gemeenschap tussen 1979 en 1982 15 % bedroeg;
Overwegende dat, van alle Lid-Staten welke dergelijke produkten vervaardigen, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk het zwaarst door deze zeer goedkope importen worden getroffen; dat de invoer inderdaad zeer sterk is toegenomen in Frankrijk - van 1 744 ton in 1977 tot 7 820 ton in 1981, en reeds 4 838 ton in het eerste kwartaal van 1982 - en in het Verenigd Koninkrijk - van 624 ton in 1977 tot 6 774 ton in 1981, en 2 520 ton in het eerste halfjaar van 1982; dat de marktpenetratie derhalve bijzonder groot is geweest in Frankrijk - waar het marktaandeel van de ingevoerde artikelen is gestegen van 27 % in 1977 tot 62,9 % in 1981 - en in het Verenigd Koninkrijk, waar het in dezelfde periode van 11,9 % tot 55,8 % is toegenomen; dat het daaruit voortvloeiende verlies aan arbeidsplaatsen tussen 1979 en 1982 in Frankrijk 9,1 % en in het Verenigd Koninkrijk 25 % bedroeg;
Overwegende dat de Commissie geen andere factoren heeft geconstateerd die als zodanig of gecombineerd met andere elementen schade zouden kunnen berokkenen aan de communautaire produktie;
Overwegende dat de uitslag van haar onderzoek de Commissie tot de overtuiging heeft gebracht dat de schade die aan de Franse en Britse producenten wordt berokkend op zichzelf als ernstig dient te worden aangemerkt;
Overwegende daarentegen dat de schade welke deze importen aan de andere gebieden in de Gemeenschap toebrengen, momenteel niet van die aard is dat zij beschermende maatregelen rechtvaardigt;
Overwegende bovendien dat, gezien de grote problemen waarmede de Franse en de Britse producenten worden geconfronteerd, ieder uitstel moeilijk herstelbare schade zou betekenen, zodat onverwijld de nodige maatregelen moeten worden genomen om de belangen van de Gemeenschap te vrijwaren;
Overwegende dat de Regering van het belangrijkste uitvoerende land, Zuid-Korea, evenals de vertegenwoordigers van de uitvoerende ondernemingen in Korea en Taiwan, van de belangrijkste resultaten van dit onderzoek in kennis werden gesteld evenals van het voornemen van de Commissie om, in laatste instantie, beperkende maatregelen te nemen;
Overwegende dat Zuid-Korea ter gelegenheid van dit overleg te kennen heeft gegeven dat haar industrie bereid was een verbintenis voor zelfbeperking te onderhandelen met de Franse en Britse producenten;
Overwegende dat dit een omzeiling van de procedure gevoerd op grond van Verordening (EEG) nr. 288/82 zou betekenen; dat in dit verband, de beoordeling van de nadelige gevolgen van de invoer op de situatie van de industrie in de Gemeenschap alsmede de keuze van de mogelijke defensieve maatregelen een taak vormen die slechts door de communautaire instanties mag worden uitgevoerd;
Overwegende dat het dienstig is beschermende maatregelen te nemen die verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap; dat deze maatregelen derhalve van toepassing moeten zijn op de invoer van oorsprong uit derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 betrekking heeft, met uitzondering van die welke onder een overeenkomst valt waarbij een vrijhandelsregeling met de Gemeenschap wordt ingesteld;
Overwegende dat deze maatregelen erop gericht dienen te zijn de invoer in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te beperken tot een niveau - in hoeveelheid en in waarde - dat de schade beperkt en het gevaar voor verdere schade wegneemt; dat het derhalve dienstig is deze maxima voor Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vast te stellen op het gemiddelde, in hoeveelheid en in waarde, van de invoer van oorsprong uit de betrokken landen dat gedurende de jaren 1979, 1980 en 1981 in deze Lid-Staten werd geregistreerd, hetgeen in overeenstemming is met de gevestigde internationale procedures,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De invoer in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gres van post 69.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, NIMEXE-code 69.12-20, wordt afhankelijk gesteld van de overlegging van een respectievelijk door de Franse en de Britse autoriteiten afgegeven invoervergunning.
Deze vergunning wordt door de Franse autoriteiten afgegeven voor een jaarlijkse hoeveelheid van 7 130 ton, met een maximumwaarde per jaar van 12 260 000 Ecu en door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk voor een jaarlijkse hoeveelheid van 4 935 ton, met een maximumwaarde van 6 050 000 Ecu per jaar.
2. De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn van toepassing op de invoer van oorsprong uit derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 betrekking heeft, met uitzondering van die welke onder een overeenkomst valt waarbij een vrijhandelsregeling met de Gemeenschap wordt ingesteld.
Artikel 2
De communautaire onderzoekprocedure betreffende de invoer van vaatwerk en huishoudelijke artikelen of toiletartikelen van gewoon aardewerk en van gres wordt beëindigd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1983 en haar geldigheidsduur verstrijkt op 31 december 1985, onverminderd een eventuele herziening uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 288/82. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 23 december 1982.
Voor de Commissie
Étienne DAVIGNON
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 35 van 9. 2. 1982, blz. 1.
(2) PB nr. C 144 van 8. 6. 1982, blz. 3.
(3) Post 69.12 A van het gemeenschappelijk douanetarief, NIMEXE-code 69.12-10.
(4) Post 69.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, NIMEXE-code 69.12-20.
Top