Nr. L 313/28 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 . 12. 84
VERORDENING (EEG) Nr. 3361/84 VAN DE COMMISSIE
van 30 november 1984
houdende vaststelling van de restituties welke vanaf 1 december 1984 van
toepassing zijn op bepaalde zuivelprodukten die worden uitgevoerd in de vorm
van niet in bijlage II van het Verdrag vermelde goederen
c) met de noodzaak gelijke mededingingsvoorwaarden
te waarborgen tussen de industrieën die produkten
uit de Gemeenschap gebruiken en die welke
produkten uit derde landen onder de regeling van
het actieve veredelingsverkeer gebruiken ;
Overwegende dat in artikel 4, lid 3, van Verordening
(EEG) nr. 3035/80 is bepaald dat voor de vaststelling
van de restitutie in voorkomend geval rekening moet
worden gehouden met de restituties bij de produktie
en de steunmaatregelen of andere maatregelen van
gelijke werking die voor de in bijlage A van genoemde
verordening vermelde basisprodukten of de daarmee
gelijkgestelde produkten in alle Lid-Staten worden
toegepast uit hoofde van de verordening houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in de
betrokken sector ;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 11 , lid 1 , van
Verordening (EEG) nr. 804/68 steun wordt verleend
aan in de Gemeenschap geproduceerde en tot caseïne
verwerkte ondermelk, indien deze melk en de daaruit
vervaardigde caseïne aan bepaalde eisen voldoen, welke
zijn vastgesteld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr.
987/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vast
stelling van de algemene voorschriften voor de toeken
ning van steun voor ondermelk die tot caseïne en
caseïnaten is verwerkt ^, laatstelijk gewijzigd door de
Toetredingsakte (*) ;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 262/79 van
de Commissie van 12 februari 1979 betreffende de
verkoop tegen verlaagde prijs van boter, bestemd voor
de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie
ijs en andere voedingsmiddelen Q, laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr. 2927/84 (8), Verordening
(EEG) nr. 442/84 van de Commissie van 21 februari
1984 inzake de toekenning van steun voor boter uit
particuliere opslag bestemd voor de vervaardiging van
banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere
voedingsmiddelen en houdende wijziging van Veror
dening (EEG) nr. 1 245/83 (9) en Verordening (EEG) nr.
1932/81 van de Commissie van 13 juli 1981 betref
fende de toekenning van de steun voor boter en boter
concentraat bestemd voor de vervaardiging van banket
bakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmid
delen (10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG)
nr. 2927/84, de levering van boter tegen verlaagde prijs
toestaat aan de fabrikanten van bepaalde koopwaren ;
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad
van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke
ordening der markten in de sector melk en zuivelpro
dukten ('), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG)
nr. 1 557/84 (2), en met name op artikel 17, lid 5,
Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, lid 1 , van
Verordening (EEG) nr. 804/68 het verschil tussen de
prijzen in de internationale handel van de in artikel 1 ,
sub a), b), c) en e), van deze verordening bedoelde
produkten en de prijzen in de Gemeenschap over
brugd kan worden door een restitutie bij de uitvoer ;
dat in Verordening (EEG) nr. 3035/80 van de Raad van
11 november 1980 tot vaststelling van de algemene
regels aangaande de toekenning van restituties bij
uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het resti
tutiebedrag betreffende bepaalde landbouwprodukten,
uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder
bijlage II van het Verdrag vallen (3), laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr. 1028/83 (4), die produkten
zijn aangegeven waarvoor een restitutie dient te
worden vastgesteld- welke van toepassing is bij de
uitvoer ervan in de vorm van goederen welke in de
bijlage van Verordening (EEG) nr. 804/68 zijn
genoemd ;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 4, lid 1 ,
eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 3035/80 de
restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basis
produkten voor iedere maand moet worden vastge
steld ;
Overwegende dat overeenkomstig lid 2 van dit zelfde
artikel bij de vaststelling van deze restitutie met name
rekening dient te worden gehouden :
a) enerzijds met de gemiddelde kosten waartegen de
verwerkende industrieën zich op de markt van de
Gemeenschap van de betrokken basisprodukten
kunnen voorzien en anderzijds met de op de
wereldmarkt toegepaste prijzen ;
b) met het niveau van de restitutie van toepassing op
de uitvoer van verwerkte landbouwprodukten die
onder bijlage II van het Verdrag vallen en waarvan
de vervaardiging onder vergelijkbare voorwaarden
geschiedt ;
PB nr. L 169 van 18 . 7. 1968, blz. 6.
(«) PB nr. L 73 van 27. 3 . 1972, blz. 14.
O PB nr. L 41 van 16. 2. 1979, blz. 1 .
(«) PB nr. L 276 van 19. 10 . 1984, blz. 14.
O PB nr. L 52 van 23 . 2. 1984, blz. 12.
(10) PB nr. L 191 van 14. 7. 1981 , blz. 6.
(') PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.
(2) PB nr. L 150 van 6. 6 . 1984, blz. 6.
O PB nr. L 323 van 29. 11 . 1980, blz . 27.
(4) PB nr. L 116 van 30. 4. 1983, blz. 9 .
1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/29
Overwegende dat de in deze verordening vervatte
maatregelen in overeenstemming zijn met het advies
van het Comité van beheer Voor melk en zuivelpro
dukten,
in bijlage A van Verordening (EEG) nr. 3035/80 en
bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 804/68
en die worden uitgevoerd in de vorm van in de bijlage
van Verordening (EEG) nr. 804/68 genoemde goede
ren, worden vastgesteld zoals aangegeven in de bijlage.
2. Voor in de vorige alinea vermelde en niet in de
bijlage opgenomen produkten wordt geen restitutiebe
drag vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 december
1984.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . De restitutiebedragen welke vanaf 1 december
1984 van toepassing zijn op basisprodukten genoemd
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 30 november 1984.
Voor de Commissie
Karl-Heinz NARJES
Lid van de Commissie
Nr. L 313/30 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 . 12. 84
BIJIAGE
bij de verordening van de Commissie van 30 november 1984 houdende vaststelling van de
restituties welke vanaf 1 december 1984 van toepassing zijn op bepaalde zuivelprodukten
die worden uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage II van het Verdrag vermelde goederen
(Ecu/100 kg)
Nr. van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving van de produkten Restituties
ex 04.02 A II
78,60
Melk in poeder, verkregen volgens het verstuivingsprocede,
met een vetgehalte van minder dan 1,5 gewichtspercent en
een watergehalte van minder dan 5 gewichtspercenten (PG
2):
a) in geval van uitvoer van goederen van post 35.01 van het
gemeenschappelijk douanetarief
b) in geval van uitvoer van andere goederen
Melk in poeder, verkregen volgens het verstuivingsprocédé
met een vetgehalte van 26 gewichtspercenten en een waterge
halte van minder dan 5 gewichtspercenten (PG 3)
Ingedikte melk met een vetgehalte van 7,5 gewichtspercenten
en een gehalte aan droge stof van 25 gewichtspercenten (PG
ex 04.02 A II
101,16
ex 04.02sA III
4 25,33
ex 04.03 Boter met een vetgehalte van 82 gewichtspercenten (PG 6) :
a) bij uitvoer van de navolgende produkten, vervaardigd over
eenkomstig het bepaalde in de Verordeningen (EEG) nr.
262/79, (EEG) nr. 442/84 en (EEG) nr. 1932/81 :
— produkten van post 19.08 of van de onderverdelingen
18.06 B en 21.07 C
— preparaten voor de bereiding van consumptie-ijs, zoge
naamde „ice-mix" van onderverdeling 18.06 D en van
post 21 .07, en preparaten, zogenaamde „chocolate milk
crumb", van onderverdeling 18.06 D II b) 2
— de volgende produkten, gereed voor verkoop in de
kleinhandel :
suikerwerk vallend onder post 17.04 D II, suikerwerk
vallend onder post 18.06 C II- b), gevulde chocolade
werken vallend onder post 18.06 C II b) met uitzon
dering van de als deklaag gebruikte chocolade, andere
bereidingen die cacao bevatten, vallend onder post
18.06 D II a) en b)
— ongekookt en ongebakken deeg en preparaten in
poedervorm van onderverdeling 19.02 B II b)
b) in geval van uitvoer van goederen behorende tot de onder
verdelingen 21.07 G VII tot en met IX
c) in geval van uitvoer van andere goederen
138,23 (»)
125,23
(') Dit bedrag is uitsluitend van toepassing in de gevallen als bedoeld in artikel 7 van Verordening
(EEG) nr. 1760/83.
Full & Egal Universal Law Academy