Avis juridique important
Richtlijn 86/354/EEG van de Raad van 21 juli 1986 tot wijziging van Richtlijn 74/63/EEG tot vaststelling van maximumgehalten aan ongewenste stoffen en produkten in diervoeders, van Richtlijn 77/101/EEG betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders en van Richtlijn 79/373/EEG betreffende de handel in mengvoeders
Publicatieblad Nr. L 212 van 02/08/1986 blz. 0027 - 0032
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 21 blz. 0211
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 21 blz. 0211
*****
RICHTLIJN VAN DE RAAD
van 21 juli 1986
tot wijziging van Richtlijn 74/63/EEG tot vaststelling van maximumgehalten aan ongewenste stoffen en produkten in diervoeders, van Richtlijn 77/101/EEG betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders en van Richtlijn 79/373/EEG betreffende de handel in mengvoeders
(86/354/EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 43 en 100,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat de omschrijving van enkelvoudig voeder en van de verschillende soorten mengvoeder in de Richtlijnen 74/63/EEG (4), 77/101/EEG (5) en 79/373/EEG (6), laatstelijk gewijzigd bij, respectievelijk, de Richtlijnen 86/299/EEG (7), 83/87/EEG (8) en 82/957/EEG (9), in overeenstemming moet worden gebracht met de nieuwe omschrijvingen in Richtlijn 84/587/EEG van de Raad van 29 november 1984 tot wijziging van Richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (10); dat voorts moet worden bepaald wat wordt verstaan onder »kunstmelkvoeders";
Overwegende dat de bepalingen van de Richtlijnen 74/63/EEG, 77/101/EEG en 79/373/EEG geen afbreuk doen aan Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in de diervoeding gebruikte produkten (11);
Overwegende dat Richtlijn 74/63/EEG betrekking heeft op ongewenste stoffen en produkten in diervoeders; dat de in de bijlage bij genoemde richtlijn vastgestelde maximumgehalten derhalve niet gelden voor de grondstoffen die voor de bereiding van mengvoeders worden gebruikt;
Overwegende dat de vaststelling van maximumgehalten of de beperking van het voorkomen van bepaalde ongewenste stoffen of produkten in grondstoffen momenteel op verschillende wijzen is geregeld in de Lid-Staten;
Overwegende dat de gevolgen van de aanwezigheid van deze stoffen of produkten boven een bepaalde drempel schadelijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid en dat derhalve op een passende en uniforme wijze de gebruiksveiligheid van deze produkten en stoffen in de gehele Gemeenschap gewaarborgd dient te worden;
Overwegende dat overigens de verschillen in de nationale wetgevingen tot grote belemmeringen van het intracommunautaire handelsverkeer leiden en dat in het kader van Richtlijn 74/63/EEG passende maatregelen dienen te worden genomen;
Overwegende dat bovendien de Richtlijnen 77/101/EEG en 79/373/EEG dienen te worden aangepast om het in het verkeer brengen van enkelvoudige en samengestelde diervoeders te vereenvoudigen;
Overwegende dat het begrip »grondstoffen" dient te worden omschreven ten einde nauwkeurig de werkingssfeer af te bakenen van de maatregelen betreffende deze categorie van produkten, die, in bepaalde richtlijnen betreffende diervoeders, ook wordt aangeduid met de term »bestanddelen";
Overwegende dat de overwogen bepalingen uitsluitend van toepassing zijn op voor diervoeding bestemde grondstoffen die in het verkeer zullen worden gebracht ofwel in de vorm van enkelvoudige voeders, ofwel als dragers bij voormengsels van toevoegingsmiddelen, dan wel, na menging met andere produkten, als mengvoeders;
Overwegende dat om de aanwezigheid van bepaalde bijzonder ongewenste stoffen in diervoeder te voorkomen, het niet alleen nodig is het gehalte ervan in de grondstoffen tot een aanvaardbaar maximum te beperken, doch ook te bepalen dat deze grondstoffen uitsluitend mogen worden verwerkt door personen die beschikken over de bevoegdheden, de installaties en de apparatuur die nodig zijn om te waarborgen dat bij de bijmenging de in de richtlijn voor de verschillende soorten mengvoeders bepaalde maxima niet worden overschreden;
Overwegende dat de in bijlage III van Richtlijn 70/524/EEG gestelde minimumvoorwaarden om een persoon in een nationale lijst van fabrikanten van mengvoeders op te nemen, ook dienen te gelden voor de fabrikanten van mengvoeders waarvoor grondstoffen worden gebruikt met een gehalte aan ongewenste stoffen en produkten dat het voor enkelvoudige voeders toegestane gehalte overschrijdt; dat de Lid-Staten de leverantie van deze sterk besmette grondstoffen evenwel moeten kunnen beperken tot de fabrikanten die mengvoeders produceren met het oog op het in de handel brengen ervan, indien hun controlediensten onmogelijk in de bedrijven toezicht kunnen uitoefenen op de fabrikanten van mengvoeders die tevens als veehouder werkzaam zijn en hun produktie geheel of gedeeltelijk voor hun eigen behoeften gebruiken;
Overwegende dat de mogelijkheid moet worden geboden om voor bepaalde grondstoffen, waarvan het gehalte aan ongewenste stoffen of produkten niet is beperkt in bijlage II, deel A, passende etiketteringsvoorschriften vast te stellen wanneer de hoeveelheid aan ongewenste stoffen of produkten in de grondstoffen het voor overeenkomstige enkelvoudige voeders bepaalde maximumgehalte overschrijdt; dat deze maatregel onontbeerlijk is om te voorkomen dat deze grondstoffen aan veehouders worden geleverd en om de fabrikanten in te lichten over de aard en de hoeveelheid van de aanwezige ongewenste stoffen of produkten;
Overwegende dat de Lid-Staten tijdelijk machtiging dient te worden verleend tot handhaving van hun nationale bepalingen betreffende andere dan de in bijlage II, deel A, bedoelde met aflatoxine besmette grondstoffen, of betreffende andere ongewenste stoffen of produkten dan aflatoxine die de kwaliteit van de grondstoffen aantasten; dat vóór 3 december 1990 een communautair besluit moet worden genomen voor een uniforme communautaire regeling voor wat betreft de aanwezigheid van ongewenste stoffen of produkten in de grondstoffen die worden gebruikt voor de bereiding van diervoeders;
Overwegende dat, om de onschadelijkheid van diervoeders te waarborgen, niet alleen de aanwezigheid van ongewenste stoffen of produkten aan voorschriften moet worden onderworpen, maar dat ook onderzoek moet worden gedaan naar methodes om de grondstoffen te ontsmetten; dat op basis van die onderzoekresultaten de criteria moeten worden vastgesteld waaraan de produkten die bepaalde ontsmettingsprocédés hebben ondergaan, moeten voldoen;
Overwegende dat een procedure moet worden toegepast van nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie in het Permanent Comité voor diervoeders, om de tenuitvoerlegging van de overwogen maatregelen te vergemakkelijken en met name wijzigingen en toevoegingen aan te brengen inzake de vaststelling van maximumgehalten of voorschriften voor het merken van met bepaalde ongewenste stoffen of produkten besmette grondstoffen en inzake de vaststelling van de criteria voor de aanvaardbaarheid van ontsmette grondstoffen;
Overwegende dat het, om de controle op de toepassing van Richtlijn 74/63/EEG te vergemakkelijken, noodzakelijk lijkt een procedure vast te stellen voor het informeren van de Lid-Staten over de gevallen van niet-naleving van de communautaire bepalingen;
Overwegende dat bij de toepassing van Richtlijn 79/373/EEG is gebleken dat het merken van mengvoeders in bepaalde gevallen verbeterd of aangevuld dient te worden;
Overwegende dat met name de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant moeten worden vermeld wanneer de fabrikant niet verantwoordelijk is voor de etikettering; dat evenwel rekening dient te worden gehouden met de bijzondere controlestelsels van bepaalde Lid-Staten en dat deze Lid-Staten gemachtigd dienen te worden om voor de op hun grondgebied geproduceerde en verhandelde voeders deze vermeldingen te vervangen door een aan elke fabrikant toegekend officieel codenummer,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 74/63/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. de titel van de richtlijn wordt gelezen: »Richtlijn van de Raad inzake ongewenste stoffen en produkten in diervoeding";
2. in artikel 1 wordt:
a) lid 1 als volgt gelezen:
»1. Deze richtlijn heeft betrekking op ongewenste stoffen en produkten in diervoeding.";
b) aan lid 2 het volgende punt toegevoegd:
»e) bepaalde in diervoeding gebruikte produkten.";
3. in artikel 2 wordt:
a) de tekst onder a), b) en h) als volgt gelezen:
»a) diervoeders: produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd en de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, al dan niet gemengd, met of zonder toevoegingsmiddelen en bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg; b) enkelvoudige diervoeders: de verschillende produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede de organische of anorganische stoffen met of zonder toevoegingsmiddelen, die als zodanig zijn bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg;
h) mengvoeders: mengsels van produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd en de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, dan wel van organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders;";
b) het volgende punt toegevoegd:
»i) grondstoffen (bestanddelen): de verschillende produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om in het verkeer te worden gebracht als enkelvoudige voeders of voor de bereiding van mengvoeders dan wel als dragers bij voormengsels;";
4. artikel 3 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 3
1. De Lid-Staten schrijven voor dat de in bijlage I vermelde stoffen en produkten slechts onder de in deze bijlage vastgestelde voorwaarden in diervoeders worden toegelaten.
2. De Lid-Staten kunnen toestaan dat de in bijlage I voor diervoeders vastgestelde maximumgehalten worden overschreden bij voer dat in een landbouwbedrijf wordt geproduceerd en daar in dezelfde toestand wordt gebruikt, wanneer dit om bijzondere redenen is vereist. De betrokken Lid-Staten waarborgen dat de gezondheid van mens of dier hiervan geen schade kan ondervinden.";
5. de volgende artikelen worden ingevoegd:
»Artikel 3 bis
1. De Lid-Staten schrijven voor dat de in bijlage II, deel A, vermelde grondstoffen slechts in de handel mogen worden gebracht, indien het gehalte aan de in kolom (1) van die bijlage vermelde ongewenste stoffen of produkten niet hoger ligt dan het in kolom (3) daarvan vastgestelde maximumgehalte.
2. Indien het gehalte aan de ongewenste stoffen of produkten als bedoeld in kolom (1) van bijlage II, deel A, hoger ligt dan het in kolom (3) van bijlage I voor het enkelvoudige diervoeder vastgestelde gehalte, mag onverminderd het bepaalde in lid 1, de in kolom (2) van bijlage II, deel A, genoemde grondstof slechts in de handel worden gebracht, indien:
a) deze is bestemd voor fabrikanten van mengvoeders, die op een nationale lijst voorkomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 3, van Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (1) en
b) op een geleidedocument het volgende is aangegeven:
- de grondstof is bestemd voor fabrikanten van mengvoeders die voldoen aan de onder a) genoemde voorwaarde,
- de grondstof als zodanig mag niet worden gebruikt voor rechtstreekse vervoedering aan dieren,
- het gehalte aan ongewenste stof of produkt.
3. De Lid-Staten schrijven voor dat lid 2, onder a) en b), ook van toepassing is op de in bijlage II, deel B, genoemde grondstoffen en ongewenste stoffen of produkten waarvoor in deel A geen maximumgehalte is aangegeven, wanneer het gehalte aan ongewenste stoffen of produkten in de grondstof hoger is dan in kolom (3) van bijlage I is vastgesteld voor overeenkomstige enkelvoudige diervoeders.
Artikel 3 ter
De Lid-Staten kunnen de toepassing van het bepaalde in artikel 3 bis, lid 2, onder a), beperken tot de fabrikanten van mengvoeders die de betrokken grondstoffen gebruiken voor de vervaardiging en het in de handel brengen van mengvoeders.
(1) PB nr. L 270 van 14. 12. 1970, blz. 1.";
6. in artikel 4 worden de woorden »in deze richtlijn" vervangen door de woorden »in bijlage I";
7. in artikel 5:
a) wordt lid 1 als volgt gelezen:
»1. Indien een Lid-Staat, op basis van een omstandige motivering op grond van nieuwe gegevens of een nieuwe beoordeling van de bestaande gegevens na de aanneming van de desbetreffende bepalingen, constateert dat een in bijlage I of bijlage II vastgesteld maximumgehalte of een niet in die bijlagen genoemde stof of produkt een gevaar oplevert voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu, kan deze Lid-Staat voorlopig dit gehalte verlagen, een maximumgehalte vaststellen of de aanwezigheid van deze stof of dit produkt in diervoeders of in grondstoffen verbieden. Hij stelt de overige Lid-Staten en de Commissie hiervan onmiddellijk op de hoogte en geeft daarbij de redenen van zijn beslissing op.";
b) worden in lid 2 de woorden »of de bijlage dient te worden gewijzigd" vervangen door de woorden »of de bijlagen dienen te worden gewijzigd";
8. artikel 6 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 6
Volgens de procedure van artikel 9 en rekening houdend met de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, a) worden de in de bijlagen aan te brengen wijzigingen vastgesteld;
b) wordt op gezette tijden een gecodificeerde versie van de bijlagen opgesteld ten einde er de opeenvolgende wijzigingen in op te nemen die krachtens het bepaalde onder a) zijn aangebracht;
c) kunnen de criteria worden vastgesteld voor de aanvaardbaarheid van de grondstoffen die bepaalde ontsmettingsprocédés hebben ondergaan.";
9. het volgende artikel wordt ingevoegd:
»Artikel 6 bis
1. Totdat een communautair besluit wordt genomen, mogen de Lid-Staten de maatregelen handhaven voor de invoer en het in het verkeer brengen op hun grondgebied:
a) van andere met aflatoxine besmette grondstoffen dan die welke zijn vermeld in bijlage II, deel A, en
b) van grondstoffen die zijn besmet met andere ongewenste stoffen of produkten dan aflatoxine.
2. Uiterlijk op 31 januari 1987 delen de Lid-Staten aan de Commissie de nationale bepalingen mee die zij voornemens zijn krachtens lid 1 te handhaven.
3. Uiterlijk op 3 december 1990 wordt vastgesteld welke wijzigingen in bijlage II moeten worden aangebracht om de uit de toepassing van lid 1 voortvloeiende dispariteiten op te heffen.";
10. in artikel 7 worden na het woord »diervoeders" de woorden »en grondstoffen" ingevoegd;
11. in artikel 8 wordt:
a) lid 1 als volgt gelezen:
»1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen om diervoeders en grondstoffen officieel, ten minste steekproefgewijs, op de naleving van de in deze richtlijn opgenomen voorwaarden te controleren.";
b) het volgende lid toegevoegd:
»3. Indien de mogelijkheid bestaat dat een partij grondstoffen naar een Lid-Staat zal worden verstuurd terwijl zij in een andere Lid-Staat niet in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn is bevonden wegens een te hoog gehalte aan ongewenste stoffen of produkten, deelt deze Lid-Staat onverwijld alle nuttige inlichtingen betreffende deze partij grondstoffen mee aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie.";
12. in artikel 11 worden na het woord »diervoeders" de woorden »en grondstoffen" ingevoegd;
13. de huidige bijlage wordt als volgt gewijzigd:
a) na het woord »bijlage" wordt het cijfer »I" toegevoegd;
b) de omschrijvingen van de drie kolommen worden genummerd met (1), (2) en (3);
c) in deel B van bijlage I wordt de omschrijving van kolom (3) als volgt gelezen:
»Maximumgehalte in mg/kg (ppm) voeder, herleid tot een vochtgehalte van 12 %";
14. de volgende bijlage wordt toegevoegd:
»BIJLAGE II
DEEL A
1.2.3 // // // // Stoffen, produkten // Grondstoffen // Maximumgehalte in mg/kg (ppm) grondstof, herleid tot een vochtgehalte van 12 % // // // // (1) // (2) // (3) // // // // 1. Aflatoxine B1 // Grondnoot, kopra, palmnoot en palmpit, katoenzaad, babassu, maïs en daarvan afgeleide produkten // 0,2 // // //
DEEL B
1.2 // // // Stoffen, produkten // Grondstoffen // // // (1) // (2)"; // // // // // //
15. in de Italiaanse versie van de richtlijn worden de woorden »alimenti per animali" vervangen door »mangimi".
Artikel 2
Richtlijn 77/101/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. in artikel 1, lid 2, wordt:
a) punt b) als volgt gelezen:
»b) ongewenste stoffen en produkten in diervoeding";
b) het volgende punt ingevoegd:
»d) bepaalde in diervoeding gebruikte produkten";
2. artikel 2 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 2
In deze richtlijn wordt onder enkelvoudige diervoeders verstaan de verschillende produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede de organische of anorganische stoffen met of zonder toevoegingsmiddelen, die als zodanig zijn bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg.";
3. in de Italiaanse versie van de richtlijn worden de woorden »alimenti per animali" vervangen door »mangimi".
Artikel 3
Richtlijn 79/373/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. in artikel 1, lid 2, wordt:
a) punt c) als volgt gelezen:
»c) ongewenste stoffen en produkten in diervoeding;";
b) het volgende punt ingevoegd:
»f) bepaalde, in diervoeding gebruikte produkten.";
2. in artikel 2:
a) worden de punten a) en b) als volgt gelezen:
»a) Diervoeders: produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, enkelvoudig of gemengd, met of zonder toevoegingsmiddelen en bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg.
b) Mengvoeders: mengsels van produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, of van afgeleide produkten van hun industriële verwerking, dan wel van organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders.";
b) worden de volgende punten toegevoegd:
»j) Kunstmelkvoeders: mengvoeders die in droge staat of na oplossing in een bepaalde hoeveelheid vloeistof worden toegediend en bestemd zijn voor het voederen van jonge dieren, zulks als aanvulling of ter vervanging van de moedermelk na de biestperiode dan wel voor het voederen van slachtkalveren.
k) Ingrediënten (grondstoffen): de verschillende produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide produkten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om in het verkeer te worden gebracht als enkelvoudige diervoeders of voor de bereiding van mengvoeders of als dragers bij voormengsels.";
3. in artikel 5:
a) wordt lid 1, punt a), als volgt gelezen:
»a) de benaming »volledig diervoeder", »aanvullend diervoeder", »mineraalmengsel", »melassevoeder", »volledig kunstmelkvoeder", »aanvullend kunstmelkvoeder" naar gelang van het geval.";
b) wordt aan lid 4 het volgende punt toegevoegd:
»g) de naam of de firmanaam en het adres of de zetel van de fabrikant als deze niet verantwoordelijk is voor de etikettering.";
c) wordt het volgende lid ingevoegd:
»4 bis. De Lid-Staten worden gemachtigd om voor de op hun grondgebied geproduceerde en verhandelde voeders voor te schrijven dat, in plaats van de in artikel 5, lid 4, onder g), bedoelde gegevens, het officiële codenummer van de op hun grondgebied gevestigde fabrikanten wordt vermeld.";
d) wordt aan lid 5 het volgende punt toegevoegd:
»h) een vermelding betreffende de toestand waarin het voeder zich bevindt of de bijzondere behandeling die het heeft ondergaan.";
e) wordt het volgende lid ingevoegd:
»7 bis. Het bepaalde in lid 7 geldt niet voor ingrediënten (grondstoffen) die krachtens Richtlijn 82/471/EEG moeten worden vermeld op het etiket van mengvoeders.";
f) wordt lid 8 aangevuld met de volgende alinea:
»Deze gegevens
- mogen de koper niet kunnen misleiden door aan het voeder bepaalde uitwerkingen of eigenschappen toe te schrijven die het niet bezit of door de indruk te wekken dat het voeder bepaalde bijzondere kenmerken zou bezitten, terwijl alle soortgelijke voeders dezelfde kenmerken hebben;
- moeten betrekking hebben op objectieve of meetbare gegevens die kunnen worden aangetoond."; 4. de volgende artikelen worden ingevoegd:
»Artikel 5 bis
De Engelse benamingen »complementary feedingstuff" en »complete feedingstuff" mogen, in het geval van voeders voor huisdieren, worden vervangen door respectievelijk »complementary pet food" en »complete pet food".
Artikel 5 ter
Onverminderd het bepaalde in artikel 5 schrijven de Lid-Staten voor dat de etikettering van mengvoeders voor huisdieren de aandacht mag vestigen op de aanwezigheid van of op het lage gehalte aan een of meer ingrediënten die voor de eigenschappen van dat voeder van wezenlijk belang zijn. In dat geval moet het minimum- of maximumgehalte, uitgedrukt in gewichtspercentages, van het gebruikte ingrediënt of van de gebruikte ingrediënten, duidelijk worden aangegeven, hetzij bij de vermelding waarmee de aandacht wordt gevestigd op het gebruikte ingrediënt, onderscheidenlijk de gebruikte ingrediënten, hetzij in de lijst van ingrediënten, hetzij door het gebruikte ingrediënt, onderscheidenlijk de gebruikte ingrediënten en het desbetreffende gewichtspercentage, onderscheidenlijk de desbetreffende gewichtspercentages apart te vermelden bij de aanduiding van de overeenkomstige categorie van ingrediënten.";
5. in de Italiaanse versie van de richtlijn worden de woorden »alimenti per animali" vervangen door »mangimi".
Artikel 4
De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 3 december 1988 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis.
Artikel 5
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 21 juli 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
G. HOWE
(1) PB nr. C 258 van 26. 9. 1984, blz. 7.
(2) PB nr. C 175 van 15. 7. 1985, blz. 21.
(3) PB nr. C 87 van 9. 4. 1985, blz. 4.
(4) PB nr. L 38 van 11. 2. 1974, blz. 31.
(5) PB nr. L 32 van 3. 2. 1977, blz. 1.
(6) PB nr. L 86 van 6. 4. 1979, blz. 30.
(7) PB nr. L 189 van 11. 7. 1986, blz. 40.
(8) PB nr. L 56 van 3. 3. 1983, blz. 31.
(9) PB nr. L 386 van 31. 12. 1982, blz. 42.
(10) PB nr. L 319 van 29. 11. 1984, blz. 13.
(11) PB nr. L 213 van 21. 7. 1982, blz. 8.
Top