Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3811/86 van de Raad van 11 december 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71
Publicatieblad Nr. L 355 van 16/12/1986 blz. 0005 - 0007
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0086
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3811/86 VAN DE RAAD
van 11 december 1986
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 51 en 235,
Gezien het voorstel van de Commissie, opgesteld na raadpleging van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat een aantal wijzigingen dienen te worden aangebracht in de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 (4) en (EEG) nr. 574/72 (5), beide laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal en bij Verordening (EEG) nr. 513/86 (6);
Overwegende dat in artikel 14 quater, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 wordt bepaald dat op degene die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een Lid-Staat en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van een andere Lid-Staat uitoefent, de wetgeving van toepassing is van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de werkzaamheden in loondienst worden uitgeoefend; dat artikel 14 quater, lid 1, onder b), in de in bijlage VII bedoelde gevallen echter de mogelijkheid biedt van aansluiting in ieder van de betrokken Lid-Staten voor wat de op hun grondgebied uitgeoefende werkzaamheden betreft;
Overwegende dat artikel 14 quater niet de gevallen regelt die zich in de praktijk hebben voorgedaan waarin meer dan twee werkzaamheden in loondienst en anders dan in loondienst op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten worden uitgeoefend; dat in deze lacune dient te worden voorzien door een aanvulling van artikel 14 quater;
Overwegende dat voorts de wijze van toepassing van het huidige artikel 14 quater, lid 1, onder b), overeenkomstig lid 2 van dat artikel en de wijze van toepassing van de regeling van de uitoefening van meer dan twee werkzaamheden in loondienst en anders dan in loondienst op het grondgebied van verschillende Lid-Staten dienen te worden vastgesteld;
Overwegende dat met het oog op de vaststelling van de wijze van toepassing van het aldus aangevulde artikel 14 quater derhalve ook Verordening (EEG) nr. 574/72 dient te worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1408/71 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 14 quater wordt vervangen door:
»Artikel 14 quater
Bijzondere regels voor personen die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van verschillende Lid-Staten uitoefenen
Op degene die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van verschillende Lid-Staten uitoefent:
a) is, onder voorbehoud van het bepaalde onder b), de wetgeving van toepassing van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden in loondienst uitoefent of wanneer hij dergelijke werkzaamheden op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten uitoefent de wetgeving die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 14, punt 2 of punt 3;
b) zijn in de in bijlage VII genoemde gevallen van toepassing:
- de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden in loondienst uitoefent waarbij, wanneer hij dergelijke werkzaamheden op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten uitoefent, deze wetgeving wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 14, punt 2 of punt 3, en
- de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden anders dan in loondienst uitoefent waarbij, wanneer hij dergelijke werkzaamheden op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten uitoefent, deze wetgeving wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 14 bis, punten 2, 3 of 4.";
2. Artikel 14 quinquies wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 wordt in plaats van »artikel 14 quater, sub 1 a)" gelezen: »artikel 14 quater, onder a)";
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
»2. Voor de vaststelling van de hoogte van de premie voor zelfstandigen ingevolge de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de in artikel 14 quater, onder b), bedoelde persoon werkzaamheden anders dan in loondienst uitoefent, wordt deze persoon behandeld alsof hij zijn werkzaamheid in loondienst eveneens op het grondgebied van deze Lid-Staat uitoefende";
c) het huidige lid 2 wordt lid 3;
3. In het opschrift van bijlage VII wordt in plaats van »artikel 14 quater, lid 1, sub b)" gelezen: »artikel 14 quater, onder b)".
Artikel 2
Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan artikel 8 wordt het volgende lid toegevoegd:
»3. Indien de betrokkene of een lid van zijn gezin in de in artikel 14 quater, onder b), van de verordening bedoelde gevallen aanspraak kan maken op verstrekkingen bij ziekte of moederschap krachtens beide betrokken wetgevingen zijn de volgende regels van toepassing:
a) wanneer ten minste één van deze wetgevingen bepaalt dat de verstrekkingen worden verleend in de vorm van een vergoeding aan de rechthebbende, komen deze uitsluitend ten laste van het orgaan van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan zij zijn verleend;
b) wanneer de verstrekkingen zijn verleend op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan de twee betrokken Lid-Staten komen zij uitsluitend ten laste van het orgaan van de Lid-Staat aan de wetgeving waarvan de betrokkene op grond van zijn werkzaamheden in loondienst onderworpen is."
2. Aan artikel 9 wordt het volgende lid toegevoegd:
»3. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 wordt in de in artikel 14 quater, onder b), van de verordening bedoelde gevallen het recht op een uitkering bij overlijden, verkregen krachtens de wetgeving van beide betrokken Lid-Staten als bedoeld in bijlage VII van de verordening, gehandhaafd.";
3. Artikel 12 bis wordt als volgt gewijzigd:
a) in het opschrift en de inleidende zin worden na »artikel 14 quater" de woorden »punt 1, sub a)" geschrapt;
b) in punt 7, onder a), wordt in plaats van »artikel 14 quater, punt 1, sub a)", gelezen: »artikel 14 quater, onder a)";
c) het volgende punt wordt toegevoegd:
»8. Indien degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 quater, onder b), van die verordening gelijktijdig werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van verschillende Lid-Staten uitoefent, aan de wetgevingen van twee Lid-Staten onderworpen is, is het bepaalde in de punten 1, 2, 3 en 4, voor zover het werkzaamheden in loondienst betreft en het bepaalde in de punten 1, 2, 3, 5 en 6, voor zover het werkzaamheden anders dan in loondienst betreft van overeenkomstige toepassing.
De door de bevoegde autoriteiten van de twee Lid-Staten waarvan de wetgevingen uiteindelijk van toepassing zijn aangewezen organen stellen elkaar daarvan wederzijds op de hoogte.";
4. In artikel 15, lid 1, onder a), wordt de puntkomma aan het einde vervangen door een punt en wordt de volgende zin toegevoegd:
»In de in artikel 14 quater, onder b), van de verordening bedoelde gevallen houden die organen voor de vaststelling van de prestaties echter eveneens rekening met tijdvakken van verzekering of van wonen, vervuld op grond van een verplichte verzekering krachtens de wetgevingen van de twee betrokken Lid-Staten, die elkaar overlappen;";
5. In artikel 46, lid 1, eerste alinea, wordt in plaats van »artikel 15, lid 1, sub b), c) en d)" gelezen: »artikel 15, lid 1, onder a), laatste zin, en onder b), c) en d)";
6. Na artikel 119 wordt het volgende artikel ingevoegd:
»Artikel 119 bis
Overgangsbepalingen betreffende pensioenen en renten voor de toepassing van artikel 15, lid 1, onder a) in fine, van de toepassingsverordening
1. Wanneer de datum waarop de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 1987 ligt en er op grond van de aanvraag om pensioenen of rente vóór die datum nog geen uitkering werd vastgesteld, dan moeten er voor deze aanvraag twee uitkeringen worden vastgesteld, voor zover naar aanleiding van deze verzekerde gebeurtenis uitkeringen moeten worden gedaan, voor het aan laatstgenoemde datum voorafgaande tijdvak:
a) voor het aan 1 januari 1987 voorafgaande tijdvak, een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de verordening of van verdragen die tussen de betrokken Lid-Staten van kracht zijn;
b) voor het tijdvak dat aanvangt op 1 januari 1987, een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de verordening.
Indien evenwel het bedrag dat is berekend krachtens de onder a) bedoelde bepalingen, hoger is dan het bedrag dat is berekend krachtens de onder b) bedoelde bepalingen, blijft betrokkene in aanmerking komen voor het bedrag dat is berekend krachtens de onder a) bedoelde bepalingen. 2. Indien vanaf 1 januari 1987 bij een orgaan van een Lid-Staat een aanvraag om invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen wordt ingediend, leidt dit overeenkomstig het bepaalde in de verordening ambtshalve tot herziening van de uitkeringen welke door het orgaan of de organen van een of meer andere Lid-Staten vóór deze datum voor hetzelfde geval werden vastgesteld, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 3.
3. De rechten van de betrokkenen wier pensioen of rente vóór 1 januari 1987 op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat werd vastgesteld, kunnen op verzoek van de betrokkenen, worden herzien met inachtneming van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3811/86 (1).
4. Indien het in lid 3 bedoelde verzoek binnen een jaar vanaf 1 januari 1987 wordt ingediend, worden de aan Verordening (EEG) nr. 3811/86 ontleende rechten verkregen met ingang van 1 januari 1987 of met ingang van de datum van het ontstaan van het recht op pensioen of rente, wanneer laatstbedoelde datum na 1 januari 1987 ligt, zonder dat de bepalingen van de wetgeving van enige Lid-Staat met betrekking tot het verval of de verjaring van rechten, op de betrokkenen kunnen worden toegepast.
5. Indien het in lid 3 bedoelde verzoek na afloop van de termijn van een jaar vanaf 1 januari 1987 wordt ingediend, worden de aan Verordening (EEG) nr. 3811/86 ontleende rechten die niet zijn vervallen of verjaard, verkregen met ingang van de datum waarop het verzoek is ingediend, behoudens gunstiger bepalingen van de wetgeving van een Lid-Staat.
(1) PB nr. L 355 van 16. 12. 1986, blz. 5.".
Artikel 3
Deze verordening laat onverlet de rechten die vóór haar inwerkingtreding op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 zijn verworven.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 11 december 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
K. CLARKE
(1) PB nr. C 103 van 30. 4. 1986, blz. 5.
(2) PB nr. C 227 van 8. 9. 1986, blz. 152.
(3) PB nr. C 207 van 18. 8. 1986, blz. 27.
(4) PB nr. L 230 van 22. 8. 1983, blz. 8.
(5) PB nr. L 230 van 22. 8. 1983, blz. 86.
(6) PB nr. L 51 van 28. 2. 1986, blz. 44.
Top