Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3903/86 van de Commissie van 22 december 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2730/79 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 798/80 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de vooruitbetaling van uitvoerrestituties en positieve monetaire compenserende bedragen voor landbouwprodukten
Publicatieblad Nr. L 364 van 23/12/1986 blz. 0013 - 0014
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3903/86 VAN DE COMMISSIE
van 22 december 1986
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2730/79 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 798/80 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de vooruitbetaling van uitvoerrestituties en positieve monetaire compenserende bedragen voor landbouwprodukten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1579/86 (2), en met name op artikel 16, lid 6, en artikel 24, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwprodukten,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2746/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende algemene regels voor de toekenning van restituties bij de uitvoer en criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag in de sector granen (3), en met name op artikel 8, lid 2, tweede alinea, en lid 3, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de Verordeningen nr. 142/67/EEG (kool-, raap- en zonnebloemzaad) (4), nr. 171/67/EEG (olijfolie) (5), (EEG) nr. 766/68 (suiker) (6), (EEG) nr. 876/68 (melk en zuivelprodukten) (7), (EEG) nr. 885/68 (rundvlees) (8), (EEG) nr. 2518/69 (groenten en fruit) (9), (EEG) nr. 326/71 (ruwe tabak) (10), (EEG) nr. 2743/75 (mengvoeders op basis van granen) (11), (EEG) nr. 2744/75 (op basis van granen en rijst verwerkte produkten) (12), (EEG) nr. 2768/75 (varkensvlees) (13), (EEG) nr. 2774/75 (eieren) (14), (EEG) nr. 2779/75 (slachtpluimvee) (15), (EEG) nr. 110/76 (visserijprodukten) (16), (EEG) nr. 1431/76 (rijst) (17), (EEG) nr. 519/77 (op basis van groenten en fruit verwerkte produkten) (18) en (EEG) nr. 345/79 (wijn) (19) van de Raad,
Overwegende dat in artikel 9, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 van de Commissie (20), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2108/86 (21), is bepaald dat aan uitbetaling van de restitutie bij uitvoer met name de voorwaarde wordt verbonden dat het bewijs wordt geleverd dat het betrokken produkt wel degelijk in ongewijzigde staat het geografische grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten;
Overwegende dat, om te voorkomen dat deze bepalingen in de Gemeenschap op verschillende wijze worden toegepast, duidelijk dient te worden vermeld dat herverpakking van produkten in bulk die geen nomenclatuurverandering tot gevolg heeft, het recht op de restitutie voor die produkten niet aantast; dat Verordening (EEG) nr. 2730/79 en Verordening (EEG) nr. 798/80 van de Commissie (22), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3445/85 (23), derhalve dienovereenkomstig moeten worden aangevuld;
Overwegende dat in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 2730/79 is bepaald dat de exporteurs kunnen worden ontslagen van de verplichting de bewijzen van de aankomst ter bestemming van de landbouwprodukten over te leggen, wanneer de restitutie bepaalde bedragen niet te boven gaat; dat met die bepaling wordt beoogd de administratie betreffende de in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 2730/79 bedoelde bewijsstukken te vereenvoudigen; dat de in de laatste jaren opgedane ervaring evenwel heeft uitgewezen dat artikel 23 slechts voor een zeer gering percentage van de uitvoertransacties van landbouwprodukten waarvoor een restitutie werd verleend, kon worden toegepast; dat het, om het werk van de bevoegde instanties en van de betrokken handelaren echt te vergemakkelijken, dienstig lijkt de betrokken bedragen te verdubbelen;
Overwegende dat het niet meer wenselijk lijkt de bijzondere maatregelen voor de produkten van de sector op basis van groenten en fruit verwerkte produkten te handhaven;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van alle betrokken Comités van beheer,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De volgende alinea wordt ingevoegd na artikel 9, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 en toegevoegd aan artikel 11, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 798/80:
»Hetzelfde geldt voor herverpakking indien deze niet leidt tot een verandering in de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief of in de voor de restituties of voor andere bedragen bij de uitvoer gebruikte nomenclatuur. Deze herverpakking mag pas plaatsvinden nadat de douaneautoriteiten er vooraf van in kennis zijn gesteld en ermee hebben ingestemd.".
2. Artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 2730/79 wordt gelezen:
»Artikel 23
1. De Lid-Staten kunnen de exporteur ontslaan van de verplichting de andere in artikel 20 bedoelde bewijsstukken dan het vervoerdocument over te leggen, indien het een transactie betreft waarvoor voldoende zekerheden bestaan ten aanzien van de aankomst ter bestemming van de produkten waarvoor een aangifte ten uitvoer is opgemaakt, en die recht geeft op een restitutie van ten hoogste:
a) 1 000 Ecu voor de produkten die vallen onder artikel 1, lid 2, sub c), van Verordening nr. 136/66/EEG;
b) 1 000 Ecu voor andere dan de sub a) bedoelde produkten, wanneer het derde land van bestemming een Europees derde land is.
c) 5 000 Ecu voor andere dan de sub a) bedoelde produkten, wanneer het derde land van bestemming een niet-Europees derde land is.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden het eventuele monetaire compenserende bedrag, met inbegrip van de monetaire coëfficiënt, en het eventuele compenserende bedrag toetreding buiten beschouwing gelaten.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing voor de betalingsdossiers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet zijn afgesloten.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 22 december 1986.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.
(2) PB nr. L 139 van 24. 5. 1986, blz. 29.
(3) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 78.
(4) PB nr. 125 van 26. 6. 1967, blz. 2461/67.
(5) PB nr. 130 van 28. 6. 1967, blz. 2600/67.
(6) PB nr. L 143 van 25. 6. 1968, blz. 6.
(7) PB nr. L 155 van 3. 7. 1968, blz. 1.
(8) PB nr. L 156 van 4. 7. 1968, blz. 2.
(9) PB nr. L 318 van 18. 12. 1969, blz. 17.
(10) PB nr. L 39 van 17. 2. 1971, blz. 1.
(11) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 60.
(12) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 65.
(13) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 39.
(14) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 68.
(15) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 90.
(16) PB nr. L 20 van 28. 1. 1976, blz. 48.
(17) PB nr. L 166 van 25. 6. 1976, blz. 36.
(18) PB nr. L 73 van 21. 3. 1977, blz. 24.
(19) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 69.
(20) PB nr. L 317 van 12. 12. 1979, blz. 1.
(21) PB nr. L 182 van 5. 7. 1986, blz. 9.
(22) PB nr. L 87 van 1. 4. 1980, blz. 42.
(23) PB nr. L 328 van 7. 12. 1985, blz. 13.
Top