31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 1
I
(Besluiten waarvan de publikatie voorwaarde is voor de toepassing)
VERORDENING (EEG) Nr . 4007 / 86 VAN DE RAAD
van 16 december 1986
betreffende de opening , de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent
voor pulp van abrikozen van post ex 20.06 B II c) 1 aa ) van het gemeenschappelijk douanetarief,
van oorsprong uit Marokko ( 1987 )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven toegepast moet worden
naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten , berekend
enerzijds op grond van de statistische gegevens betreffende
de invoer van de genoemde produkten uit Marokko over
een representatieve referentieperiode en anderzijds op
grond van de economische vooruitzichten voor de betrok
ken contingentsperiode ;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Marokko gedurende de laatste
drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn , de afzon
derlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor
hun rekening namen :
1985Lid-Staten 1983 1984
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat in de op 27 april 1976 ondertekende
Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economi
sche Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko ( x ) is
bepaald dat de Gemeenschap een jaarlijks communautair
tariefcontingent van 8 250 ton opent voor pulp van abriko
zen van post ex 20.06 B II c ) 1 aa ) van het gemeenschappe
lijk douanetarief, van oorsprong uit Marokko ; dat de
douanerechten die van toepassing zijn binnen de grenzen
van dit contingent 70 % bedragen van de daadwerkelijk
ten opzichte van derde landen toegepaste douanerechten ;
dat het betrokken communautaire tariefcontingent der
halve moet worden geopend voor het jaar 1987 ;
Overwegende dat , bij ontstentenis van een protocol als
bedoeld in de artikelen 179 en 366 van de Akte van
Toetreding van Spanje en Portugal , de Gemeenschap de in
de artikelen 180 en 367 van die Akte bedoelde maatregelen
moet treffen ; dat de desbetreffende tariefmaatregel derhalve
geldt voor de Gemeenschap in haar samenstelling op 31 de
cember 1985 ;
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
allé importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in de Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op
het moment dat het contingent is uitgeput ; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent ,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten , in overeen
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van het genoemde contingent in het licht van de hierboven
uiteengezette beginselen ; dat deze verdeling , om zo goed
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
1
97
2
2
98
6
94
Overwegende dat rekening moet worden gehouden met
deze percentages en met de door sommige Lid-Staten
verstrekte ramingen alsmede met de noodzaak om in het
onderhavige geval een billijke verdeling over alle Lid-Staten
van de bij de desbetreffende Overeenkomst aangegane
verplichting te waarborgen ; dat derhalve de percentages
voor het aanvankelijke aandeel in het totale contingent bij
benadering als volgt kunnen worden bepaald :
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
5,5
1,3
6,5
0,3
75,7
1,3
1,3
8,1 ;0 ) PB nr . L 264 van 27 . 9 . 1978 , blz . 1 .
Nr . L 374 / 2 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat , die
op een bepaald tijdstip van de contingentsperiode een
belangrijk overschot heeft , daarvan een aanmerkelijk per
centage in de reserve terugstort , ten einde te voorkomen dat
een gedeelte van het communautaire contingent in een
Lid-Staat onbenut blijft , terwijl andere Lid-Staten er
gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden ,
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten , het contingent in twee gedeel
ten moet worden gesplitst , waarbij het eerste gedeelte
wordt verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
opgebruikt ; dat , ten einde de importeurs van elke Lid-Staat
een zekere waarborg te geven , het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent op een niveau moet wor
den vastgesteld dat in het onderhavige geval 55 % van het
contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn uitgeput ; dat het , ten
einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te
vermijden , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut , een
extra quotum uit de reserve opneemt ; dat deze opneming
door iedere Lid-Staat moet worden verricht wanneer elk
van zijn extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als
de reserve dat toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra
quota geldig moeten zijn tot aan het einde van de contin
gentsperiode ; dat deze wijze van beheer een nauwe samen
werking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie , die
met name op de hoogte moet worden gehouden van de
uitputtingsgraad van het contingent en de Lid-Staten hier
over moet kunnen inlichten ;
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Van 1 januari tot en met 31 december 1987 wordt het
douanerecht dat van toepassing is in de Gemeenschap in
haar samenstelling op 31 december 1985 voor het volgende
produkt geschorst tot het niveau en binnen de grenzen van
een communautair tariefcontingent aangeduid naast dat
produkt :
Volg
nummer
Nr. van het
gemeenschappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang van het
contingent
( in ton)
Contingent
recht
( in % )
09.1105 ex 20.06 B II c ) 1 aa ) Pulp van abrikozen , van oorsprong uit Marokko 8 250 11,9
Artikel 2
1 . Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 3 700 ton over de
Lid-Staten verdeeld ; de quota die , onder voorbehoud van
artikel 5 , gelden tot en met 31 december 1987 , bedragen de
volgende hoeveelheden :
(in ton)
Benelux 200
Denemarken 50
Duitsland 240
Griekenland 10
Frankrijk 2 800
Ierland 50
Italië 50
Verenigd Koninkrijk 300 .
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte voor 90 % of meer is
benut , gaat deze Lid-Staat door middel van een kennisge
ving aan de Commissie onverwijld over tot opneming , voor
zover de reserve zulks toelaat , van een tweede quotum,
gelijk aan 15 % van zijn eerste quotum , eventueel op de
volgende eenheid naar boven afgerond .
2 . Indien , na uitputting van zijn eerste quotum, ook het
tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 %
of meer is benut , gaat deze Lid-Staat op de in lid 1
omschreven wijze over tot opneming van een derde quo
tum , gelijk aan 7,5 % van zijn eerste quotum.
3 . Indien , na uitputting van zijn tweede quotum, ook het
derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of
meer is benut , gaat deze Lid-Staat op dezelfde wijze over
tot opneming van een vierde quotum , dat gelijk is aan het
derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uit
geput .
4 . In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kunnen de
Lid-Staten overgaan tot opneming van kleinere hoeveel
heden dan de in die leden vastgestelde quota , indien er
2 . Het tweede gedeelte , dat 4 550 ton beloopt , vormt de
reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 1 , dan wel dat zelfde
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 3
aanleiding is om aan te nemen dat deze wellicht niet geheel
zullen worden benut . De betrokken Lid-Staten delen aan de
Commissie de redenen mede die tot de toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die deze laatste
opneming verricht mede , hoeveel dit saldo bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contin
gent .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota .
3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden van
de betrokken produkten op hun quota af naar gelang dat
de produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer
worden aangegeven .
4 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelhe
den die onder de in lid 3 bepaalde voorwaarden worden
afgeboekt .
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk
op hun quota is afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , het deel dat op 15 september 1987 20 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten , wanneer er aanleiding is
om aan te nemen dat deze wellicht niet zal worden benut .
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
1987 kennis van de totale invoer van de betrokken produk
ten die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt , alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum
dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat , zodra de opgaven
haar bereiken , op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de omvang der reserve na de met toepassing van arti
kel 5 verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opnemingen waardoor de reserve
wordt uitgeput tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 16 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. HOWE
Full & Egal Universal Law Academy