31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 27
VERORDENING (EEG) Nr . 4014 / 86 VAN DE RAAD
van 16 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent
voor bepaalde aardolieprodukten van hoofdstuk 27 van het gemeenschappelijk douanetarief, die in
Spanje zijn geraffineerd ( 1987 )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal ,
inzonderheid op de artikelen 30 en 31 ,
uiteengezette beginselen ; dat deze verdeling , om zo goed
mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven , toegepast moet wor
den naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten ,
berekend enerzijds op grond van de statistische gegevens
betreffende de invoer uit Spanje over een representatieve
referentieperiode , en anderzijds op grond van de econo
mische vooruitzichten voor de betrokken contingents
periode ;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Spanje gedurende de laatste drie
jaren waarover statistische gegevens beschikbaar zijn , de
afzonderlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages
voor hun rekening namen :
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat krachtens de artikelen 30 en 31 van de
Toetredingsakte , de rechten die bij invoer in de Gemeen
schap van de Tien van toepassing zijn op bepaalde aard
olieprodukten van hoofdstuk 27 van het gemeenschappelijk
douanetarief, geraffineerd in Spanje , in het kader van een
communautair tariefcontingent van 1 424 000 ton geleide
lijk worden afgeschaft ; dat deze rechten op 1 januari 1987
worden verlaagd tot 77,5 % van de basisrechten ; dat , in
afwijking van artikel 30 van de Akte , Verordening (EEG )
nr . 443 / 86 ( J ) bepaalt dat als basisrechten gelden de rech
ten die daadwerkelijk van toepassing waren op 1 januari
1986 ; dat derhalve , ter bepaling van de toepasselijke rech
ten bij invoer van deze produkten , voor de periode van
1 januari tot en met 31 december 1987 een communautair
tariefcontingent van 1 424 000 ton dient te worden ge
opend voor deze aardolieprodukten geraffineerd in Spanje ,
waaraan de in de tabel in artikel 1 vermelde rechten zijn
verbonden ;
Lid-Staten 1983 1984 1985
Benelux 4,1 2,4 2,3
Denemarken — — —
Duitsland 1,1 1,5 1,0
Griekenland 0,3 0,9 —
Frankrijk 57,5 23,9 48,9
Ierland — ■ — 2,8
Italië 8,7 8,0 13,4
Verenigd Koninkrijk 28,3 63,3 31,6
Overwegende dat , rekening houdende met deze gegevens ,
alsmede de te verwachten ontwikkeling van de markt van
de genoemde produkten en met name de ramingen van
bepaalde Lid-Staten , de percentages voor de eerste verde
ling van het contingent bij benadering als volgt kunnen
worden vastgesteld :
Benelux 4,3
Denemarken 2,6
Duitsland 2,2
Griekenland 0,4
Frankrijk 22,1
Ierland 9,0
Italië 5,4
Verenigd Koninkrijk 54,0 ;
Overwegende dat artikel 1 van Protocol nr . 3 bij de
Toetredingsakte voorziet in een bijzondere regeling bij de
invoer in Portugal van de betrokken produkten , van oor
sprong uit Spanje ; dat het communautair tariefcontingent
bijgevolg slechts in de Gemeenschap van de Tien van
toepassing is ;
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in alle Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op
het moment dat het contingent is uitgeput ; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent ,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten , in overeen
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van genoemd contingent in het licht van de hierboven
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten , het contingent in twee gedeel
ten moet worden gesplitst , waarbij het eerste gedeelte
wordt verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
uitgeput ; dat , ten einde de importeurs van elke Lid-Staat
een zekere waarborg te geven , het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent zou moeten worden vast1 PB nr . L 50 van 28 . 2 . 1986 , blz . 9 .
Nr. L 374 / 28 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
te voorkomen dat een gedeelte van het communautaire
contingent in een Lid-Staat onbenut blijft , terwijl andere
Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
een van haar leden ,
gesteld op een niveau dat in het onderhavige geval bij
benadering 65 % van het contingent zou kunnen bedra
gen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn uitgeput ; dat het , ten
einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te
vermijden , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut , een
extra quotum uit de reserve opneemt; dat deze opneming
door iedere Lid-Staat moet worden verricht , wanneer elk
van zijn extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als
de reserve dat toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra
quota geldig moeten zijn tot aan het einde van de contin
gentsperiode ; dat deze wijze van beheer een nauwe samen
werking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie , die
met name de uitputtingsgraad van het contingent moet
kunnen volgen en de Lid-Staten hierover moet kunnen
inlichten ;
Overwegende dat het , indien in een Lid-Staat op een
bepaald tijdstip van de contingentsperiode een belangrijk
overschot bestaat , noodzakelijk is dat dat land daarvan een
aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve , ten einde
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
Van 1 januari tot en met 31 december 1987 worden de
douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van de Tien
voor de volgende produkten , geraffineerd in Spanje ,
geschorst tot de niveaus aangeduid naast de produkten en
binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent
van 1 424 000 ton :
Volgnummer
Nr . van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving Percentage
der rechten
09.0313 27.10 Aardoliën en oliën uit bitumineuze mineralen , andere dan ruwe ; preparaten , welke 70
of meer gewichtspercenten aardoliën of oliën uit bitumineuze mineralen bevatten en
waarvan het karakter door deze oliën wordt bepaald , elders genoemd noch elders
onder begrepen :
A. lichte oliën :
III . bestemd voor ander gebruik
B. halfzware oliën :
III . bestemd voor ander gebruik
C. zware oliën :
I. Gasolie :
c ) bestemd voor ander gebruik
II . Stookolie :
c ) bestemd voor ander gebruik
III . Smeeroliën an andere oliën :
c ) bestemd om te worden ge- of vermengd als omschreven in de Aanvullende
Aantekening 7 op Hoofdstuk 27 ( a )
d ) bestemd voor ander gebruik
1,8
1,8
1,0
1,0
1,2
1,8
27.11 Aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen :
B. andere :
I. Propaan en butaan , in handelskwaliteit :
c ) bestemd voor ander gebruik 0,4
27.12 Vaseline :
A. ruwe :
III . bestemd voor ander gebruik
B. andere
0,5
1,4
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 29
Volgnummer
Nr . van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving Percentage
der rechten
09.0313 27.13
(vervolg)
Paraffine , was uit aardoliën of uit oliën uit bitumineuze mineralen , aardwas ( ozokeriet ),
montaanwas , turfwas , paraffineachtige residuen („slack wax", enz .), ook indien
gekleurd :
B. andere :
I. ruwe :
c ) bestemd voor ander gebruik
II . overige
Petroleumbitumen , petroleumcokes en andere residuen van aardoliën of van oliën uit
bitumineuze mineralen :
C. andere :
II . overige
0,5
1,3
27.14
0,5
( a ) Indeling onder deze onderverdeling is onderworpen aan de voorwaarden en bepalingen vast te stellen door de bevoegde autoriteiten .
Artikel 2
1 . Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 926 000 ton over
de Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het
bepaalde in artikel 5 , gelden tot en met 31 december 1987 ,
bedragen de volgende hoeveelheden :
3 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
tweede quotum , het door hem opgenomen derde quotum
voor 90 % of meer heeft aangewend gaat hij op dezelfde
wijze over tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk
is aan het derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put .
4 . In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3
kunnen de Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere
hoeveelheden dan de in de leden vastgestelde quota , wan
neer er aanleiding is om aan te nemen dat die quota
wellicht niet geheel zullen worden benut . Zij delen aan de
Commissie de redenen mede die tot toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
(in ton)
40 000
24 000
20 000
4 000
205 000
83 000
50 000
500 000 .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
2 . Het tweede gedeelte , dat 498 000 ton beloopt , vormt
de reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 1 , dan wel dat zelfde
quotum , verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte , voor 90 % of meer is
benut , gaat deze Lid-Staat , door middel van een kennis
geving aan de Commissie , onverwijld over tot opneming ,
voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid
aanwezig is , van een tweede quotum ter grootte van 15 %
van zijn aanvankelijke quotum , eventueel op de volgende
eenheid naar boven afgerond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
aanvankelijke quotum , het door hem opgenomen tweede
quotum voor 90 % of meer heeft "aangewend , gaat deze
Lid-Staat op de in lid 1 omschreven wijze over tot opne
ming van een derde quotum , gelijk aan 7,5 % van zijn
aanvankelijke quotum , eventueel op de volgende eenheid
naar boven afgerond .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , het deel dat op 15 september 1987 20 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten indien er gronden zijn om
aan te nemen dat deze anders wellicht onbenut zou blij
ven .
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
1987 kennis van de totale invoer van het betrokken pro
dukt die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevon
den en op het communautaire contingent is afgeboekt
alsmede eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke
quotum , dat zij in de reserve terugstorten .
Nr . L 374 / 30 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
2 . De Lid-Staten waarborgen aan de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota .
3 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveel
heden van de betrokken produkten die bij de douane ten
invoer in het vrije verkeer worden aangegeven .
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer van het betrokken
produkt , die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat , zodra de opgaven
haar bereiken , op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand der reserve na de met toepassing van artikel 5
verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve
volledig wordt uitgeput tot het nog beschikbare overschot
beperkt blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die deze
laatste opneming verricht mede hoeveel dit . overschot
bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking op hun gecumuleerde aandelen
in het communautaire contingent kunnen worden afge
boekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 16 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. HOWE
Full & Egal Universal Law Academy