31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 31
VERORDENING (EEG) Nr. 4015 / 86 VAN DE RAAD
van 16 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent
voor andere weefsels van katoen van post 55.09 van het gemeenschappelijk douanetarief, van
oorsprong uit Spanje ( 1987)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , de invoer van de produkten uit Spanje in de loop van een
representatieve referentieperiode en anderzijds op grond
van de economische vooruitzichten voor de betrokken
contingentsperiode ;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Spanje gedurende de laatste drie
jaren waarover statistische gegevens beschikbaar zijn , de
afzonderlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages
voor hun rekening namen :
Lid-Staten 1983 1984 1985
Benelux 0,7 7,2 8,7
Denemarken 0,1 2,9 1,9
Duitsland 4,1 11,9 5,7
Griekenland 1,1 1,3 —
Frankrijk 58,2 39,4 49,1
Ierland 27,8 13,9 2,2
Italië 4,2 10,8 15,7
Verenigd Koninkrijk 3,8 12,6 16,7
Overwegende dat , rekening houdende met deze gegevens
alsmede de te verwachten ontwikkeling van de markt van
de genoemde produkten en met name de ramingen van
bepaalde Lid-Staten , de percentages voor de eerste verde
ling van het contingent bij benadering als volgt kunnen
worden vastgesteld :
Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal ,
inzonderheid op de artikelen 30 en 31 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat , krachtens de artikelen 30 en 31 van de
Toetredingsakte , de rechten die van toepassing zijn bij
invoer in de Gemeenschap van de Tien op andere weefsels
van katoen van post 55.09 , van oorsprong uit Spanje , in
het kader van een communautair tariefcontingent van
2 013 ton geleidelijk worden afgeschaft ; dat deze rechten
op 1 januari 1987 worden verlaagd tot 77,5 % van de
basisrechten ; dat , in afwijking van artikel 30 van de Akte ,
Verordening (EEG ) nr . 443 / 86 0 ) bepaalt dat als basis
rechten de rechten gelden die daadwerkelijk van toepassing
waren op 1 januari 1986 ; dat derhalve , ter bepaling van de
toepasselijke rechten bij invoer van deze produkten , voor
de periode van 1 januari tot en met 31 december 1987 een
communautair tariefcontingent van 2 013 ton dient te
worden geopend voor andere weefsels van katoen , van
oorsprong uit Spanje , van post 55.09 , waarvan de in de
tabel in artikel 1 vermelde rechten zijn verbonden ;
Overwegende dat artikel 1 van Protocol nr . 3 bij de
Toetredingsakte voorziet in een bijzondere regeling bij de
invoer in Portugal van de betrokken produkten van oor
sprong uit Spanje ; dat het gemeenschappelijk tariefcontin
gent bijgevolg slechts in de Gemeenschap van de Tien van
toepassing is ;
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in alle Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op
het moment dat het contingent is uitgeput ; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent ,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten , in overeen
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van genoemd contingent in het licht van de hierboven
uiteengezette beginselen ; dat deze verdeling , om zo goed
mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven , toegepast noet worden
naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten , berekend
enerzijds op grond van de statistische gegevens betreffende
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
4.5
3.4
5.6
0,6
53,4
21,2
8.5
2,8 ;
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van genoemde produkten in de
verschillende Lid-Staten , het contingent in twee gedeelten
moet worden gesplitst , waarbij het eerste gedeelte wordt
verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte een
reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften van
de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben uitge
put ; dat , ten einde de importeurs van elke Lid-Staat een
zekere waarborg te geven , het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent zou moeten worden vast
gesteld op een niveau , dat in het onderhavige geval 88%
van het contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig zijn opgebruikt ; dat het , ten eindei 1 ) PB nr . L 50 van 28 . 2 . 1986 , blz . 9 .
Nr . L 374 / 32 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
daarmee rekening te houden en elke onderbreking te ver
mijden , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn aanvan
kelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut , een extra
quotum uit de reserve opneemt ; dat deze opneming door
iedere Lid-Staat moet worden verricht wanneer elk van zijn
extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als de
reserve dat toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra quota
geldig moeten zijn tot aan het einde van de contingents
periode ; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwer
king vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie , die met
name de uitputtingsgraad van het contingent moet kunnen
volgen en de Lid-Staten hierover moet kunnen inlichten ;
Overwegende dat het , indien in een Lid-Staat op een
bepaald tijdstip van de contingentsperiode een belangrijk
overschot bestaat , noodzakelijk is dat dat land daarvan een
aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve , ten einde
te voorkomen dat een gedeelte van het communautaire
contingent in een Lid-Staat onbenut blijft , terwijl andere
Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
een van haar leden ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
Van 1 januari tot en met 31 december 1987 worden de
douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van de Tien
voor de volgende produkten , van oorsprong uit Spanje ,
geschorst tot het niveau en binnen de grenzen van een
communautair tariefcontingent aangeduid naast de pro
dukten :
Volgnummer
Nr . van het
gemeenschappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang van het
contingent
( in ton )
Contingent
recht
( in % )
09.0315 55.09 2 013Andere weefsels van katoen :
A. bevattende ten minste 85 gewichtspercenten katoen :
I. met een breedte van minder dan 85 cm
II . andere
B. andere :
3,1
3,1
I. met een breedte van minder dan 85 cm
II . overige
3,1
3,1
Artikel 2
1 . Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 1 770 ton over de
Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het bepaalde
in artikel 5 , gelden tot en met 31 december 1987 bedragen
de volgende hoeveelheden :
(in ton)
Benelux 80
Denemarken 60
Duitsland 100
Griekenland 10
Frankrijk 945
Ierland 375
Italië 150
Verenigd Koninkrijk 50 .
quotum , verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte , voor 90% of meer is
benut , gaat deze Lid-Staat , door middel van een kennis
geving aan de Commissie , onverwijld over tot opneming,
voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid
aanwezig is , van een tweede quotum ter grootte van 15%
van zijn aanvankelijke quotum , eventueel op de volgende
eenheid naar boven afgerond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
aanvankelijke quotum , het door hem opgenomen tweede
quotum voor 90% of meer heeft aangewend , gaat deze
Lid-Staat op de in lid 1 omschreven wijze onverwijld over
tot opneming van een derde quotum , gelijk aan 7,5% van
zijn aanvankelijke quotum, eventueel op de volgende een
heid naar boven afgerond .
3 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
tweede quotum, het door hem opgenomen derde quotum
voor 90% of meer heeft aangewend , gaat hij op dezelfde
wijze over tot opneming van een vierde quotum , dat gelijk
is aan het derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put .
2 . Het tweede gedeelte , dat 243 ton beloopt , vormt de
reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 1 , dan wel dat zelfde
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 374 / 33
beperkt blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die de
laatste opneming verricht mede hoeveel dit overschot
bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking op hun gecumuleerde aandelen
in het communautaire contingent kunnen worden afge
boekt .
2 . De Lid-Staten waarborgen aan de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota .
3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden op
hun quota af naar gelang de betrokken produkten bij de
douane ten invoer in het vrije verkeer worden aange
geven .
4 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveel
heden die op de in lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt .
4 . In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3
kunnen de Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere
hoeveelheden dan de in die leden vastgestelde quota , wan
neer er aanleiding is om aan te nemen dat die quota
wellicht niet geheel zullen worden benut . Zij delen aan de
Commissie de redenen mede die tot toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug, het deel dat op 15 september 1987 20% van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten indien er gronden zijn om
aan te nemen dat deze anders wellicht onbenut zou blij
ven .
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
1987 kennis van de totale invoer van de betrokken produk
ten die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt , alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum,
dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat , zodra de opgaven
haar bereiken , op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand der reserve na de met toepassing van artikel 5
verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve
volledig wordt uitgeput tot het nog beschikbare overschot
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer van het betrokken
produkt , die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 16 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. HOWE
Full & Egal Universal Law Academy