31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 377/ 1
I
(Besluiten waarvan de publikatie voorwaarde is voor de toepassing)
VERORDENING (EEG) Nr. 4042 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van het communautaire
tariefcontingent voor kabeljauw, gedroogd, gezouten of gepekeld, in gehele staat, ook indien
ontdaan van kop of in moten gesneden, van post 03.02 A I b) van het gemeenschappelijk
douanetarief ( 1987)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Lid-Staten 1983 1984 1985
Benelux 0,58 0,62 0,39
Denemarken 0,78 0,54 0,01
Duitsland 1,08 0,82 0,44
Griekenland 4,81 4,99 3,80
Spanje 3,56 1,05 0,77
Frankrijk 8,40 9,02 5,69
Ierland 0 0 0
Italië 17,82 18,63 14,11
Portugal 62,46 63,84 74,52
Verenigd Koninkrijk 0,51 0,49 0,27;
Overwegende dat in verband met deze gegevens en de voor
1987 te verwachten ontwikkeling van de markt voor dit
produkt de aanvankelijke percentages voor de verdeling
van het contingent bij benadering als volgt kunnen worden
vastgesteld :
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat voor kabeljauw , gedroogd , gezouten of
gepekeld , in gehele staat , ook indien ontdaan van kop of in
moten gesneden , van post 03.02 A I b ) van het gemeen
schappelijk douanetarief de Gemeenschap zich ertoe heeft
verbonden een jaarlijks communautair tariefcontingent te
openen van ten hoogste 25 000 ton tegen nulrecht ; dat het
derhalve dienstig is op 1 januari 1987 het bedoelde tarief
contingent te openen en het te verdelen over de Lid-Sta
ten ;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd
dat alle importeurs in gelijke mate en te allen tijde gebruik
kunnen maken van genoemd contingent en dat het aan het
contingent verbonden recht op alle invoer zonder onderbre
king wordt toegepast totdat dit contingent geheel is benut ;
dat een systeem voor de benutting van het communautaire
tariefcontingent , gebaseerd op een verdeling over de
Lid-Staten , in overeenstemming lijkt te zijn met het com
munautaire karakter van genoemd contingent met het oog
op bovengenoemde beginselen ; dat deze verdeling , om zo
goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van
het betrokken produkt weer te geven , moet worden toege
past naar verhouding van de behoeften , berekend enerzijds
op grond van de statistische gegevens betreffende de invoer
uit derde landen gedurende een representatieve referentie
periode en anderzijds op grond van de economische voor
uitzichten voor het betrokken contingentsjaar ;
Overwegende dat de overeenkomstige invoer van ieder van
de Lid-Staten gedurende de laatste drie jaren waarover
volledige statistische gegevens beschikbaar zijn , ten opzich
te van de totale invoer van bedoeld produkt uit derde
landen die niet genieten van een gelijkwaardige tariefprefe
rentie , op de hierna volgende percentages uitkomt :
Benelux 0,52
Denemarken 0,41
Duitsland 0,75
Griekenland 4,46
Spanje 1,75
Frankrijk 7,50
Ierland 0,01
Italië 16,59
Portugal 67,60
Verenigd Koninkrijk 0,41 ;
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
eventuele ontwikkeling van de invoer van genoemde vis
soort , het contingent in twee gedeelten moet worden
gesplitst , waarbij het eerste gedeelte over de Lid-Staten
wordt verdeeld en het tweede gedeelte een reserve vormt
om de latere behoeften te dekken van de Lid-Staten die hun
aanvankelijk quotum hebben uitgeput ; dat ten einde de
importeurs een zekere waarborg te geven , het eerste gedeel
te van het communautaire tariefcontingent zou moeten
worden vastgesteld op een hoog niveau , dat in het onderha
vige geval 87 % van het contingent zou kunnen bedragen ;
Nr . L 377 / 2 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
een van haar leden ,
Overwegende dat de aanvankelijke quota meer of minder
spoedig kunnen zijn uitgeput ; dat ten einde hiermee reke
ning te houden en elke onderbreking te vermijden , het van
belang is , dat iedere Lid-Staat die zijn aanvankelijk quotum
nagenoeg geheel heeft benut , een extra quotum uit de
reserve opneemt ; dat deze opneming door iedere Lid-Staat
moet worden verricht , wanneer elk van zijn extra quota
bijna geheel is benut en wel zo vaak als de reserve dat
toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra quota geldig
moeten zijn tot aan het einde van de contingentsperiode;
dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist
tussen de Lid-Staten en de Commissie , die met name de
benuttingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en
de Lid-Staten hierover moet kunnen inlichten ;
Overwegende dat het , indien in een Lid-Staat op een
bepaald tijdstip van de contingentsperiode een belangrijk
overschot bestaat , noodzakelijk is dat dat land daarvan een
aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve , ten einde
te vermijden dat een gedeelte van het communautaire
contingent in een Lid-Staat onbenut blijft , terwijl andere
Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken ;
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Vanaf 1 januari tot en met 31 december 1987 wordt het
recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor de
hierna omschreven produkten geschorst tot het niveau en
binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent
aangegeven bij die produkten :
Volg
nummer
Nr. van het
gemeenschappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang van het
contingent
( in ton)
Contingent
recht
( in % )
09.0007 03.02 Alb) Kabeljauw , gedroogd , gezouten of gepekeld , in gehele
staat , ook indien ontdaan van kop of in moten gesneden ,
van de soorten Gadus morhua , Boreogadus saida en Gadus
ogac 25 000 0
Binnen de grenzen van dit tariefcontingent passen het
Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek rechten toe
die berekend worden overeenkomstig de bepalingen ter
zake in de Toetredingsakte van 1985 .
Artikel 2
1 . Het in artikel 1 genoemde communautaire tariefcontin
gent wordt in twee gedeelten gesplitst .
2 . Een eerste gedeelte van 21 750 ton wordt over de
Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens artikel 5 ,
gelden tot en met 31 december 1987 , bedragen de volgende
hoeveelheden :
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijk aan een Lid-Staat toegekende
quotum — zoals dit in artikel 2 , lid 2 , is vastgesteld — dan
wel dat zelfde quotum verminderd met het bij toepassing
van artikel 5 in de reserve teruggestorte gedeelte , voor
90 % of meer is benut , gaat deze Lid-Staat door middel van
een kennisgeving aan de Commissie onverwijld over tot
opneming, voor zover de reserve zulks toelaat , van een
tweede quotum, gelijk aan 10 % van zijn aanvankelijk
quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven
afgerond .
2 . Indien , na uitputting van zijn aanvankelijk quotum,
ook het tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum
voor 90 % of meer is benut , gaat deze Lid-Staat onder de
in lid 1 genoemde voorwaarden onverwijld over tot opne
ming van een derde quotum, gelijk aan 5 % van zijn
aanvankelijk quotum , eventueel op de volgende eenheid
naar boven afgerond .
3 . Indien , na uitputting van zijn tweede quotum, ook het
derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of
meer is benut , gaat deze Lid-Staat onder de in lid 1
genoemde voorwaarden over tot opneming van een vierde
quotum, dat gelijk is aan het derde .
Deze handelwijze wordt toegepast totdat de reserve is
uitgeput .
(in ton)
Benelux 113
Denemarken 89
Duitsland 163
Griekenland 970
Spanje 381
Frankrijk 1 631
Ierland 3
Italië 3 608
Portugal 14 703
Verenigd Koninkrijk 89 .
3 . Het tweede gedeelte , ter grootte van 3 250 ton , vormt
de reserve .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 377 / 3
4 . In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kan elke
Lid-Staat overgaan tot opneming van kleinere quota dan in
die leden is bepaald , indien er redenen zijn om aan te
nemen dat deze wellicht niet zullen worden uitgeput . Hij
deelt aan de Commissie de redenen mede die tot toepassing
van dit lid hebben geleid .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 november 1987 van het
niet-benutte gedeelte van hun aanvankelijk quotum dat deel
in de reserve terug dat op 15 oktober 1987 20 % van het
aanvankelijk quotum te boven gaat . Zij kunnen een grotere
hoeveelheid terugstorten , indien er redenen zijn om aan te
nemen dat deze wellicht niet zal worden benut .
Elke Lid-Staat doet de Commissie uiterlijk op 1 november
1987 mededeling van de totale invoer van het betrokken
produkt die tot en met 15 oktober 1987 heeft plaatsgevon
den en op het communautaire contingent is afgeboekt ,
alsmede eventueel van het gedeelte van zijn aanvankelijk
quotum , dat hij in de reserve terugstort .
Zij draagt er zorg voor dat de opneming uit de reserve tot
de nog beschikbare hoeveelheid beperkt blijft en deelt
daartoe aan de Lid-Staat die deze laatste opneming ver
richt , mede hoeveel dit saldo bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerd aandeel in het communautaire contin
gent .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van het pro
dukt vrije toegang tot de hun toegekende quota .
3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden af
op hun quota naar gelang het betrokken produkt bij de
douane ten invoer in het vrije verkeer wordt aangegeven .
4 . De benuttingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelhe
den , die onder de in lid 3 bepaalde voorwaarden worden
afgeboekt .
Artikel 8
De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek op de
hoogte van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is
afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Artikel 6
De Commissie boekt de hoeveelheden van de door de
Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende
quota en brengt elke Lid-Staat , zodra de opgaven haar
bereiken , op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 november 1987 in
kennis van de omvang van de reserve na de overeenkomstig
artikel 5 verrichte terugstortingen .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Full & Egal Universal Law Academy