Nr . L 380 / 2731 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
VERORDENING (EEG) Nr. 4118 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair
tariefcontingent voor bereidingen en conserven van sardines van post 16.04 D van het
gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Tunesië ( 1987 )
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van het genoemde contingent in het licht van de hierboven
uiteengezette beginselen ; dat deze verdeling , om zo goed
mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven , toegepast moet wor
den naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten ,
berekend enerzijds op grond van de statistische gegevens
betreffende de invoer van de genoemde produkten uit
Tunesië over een representatieve referentieperiode en
anderzijds op grond van de economische vooruitzichten
voor de betrokken contingentsperiode ;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Tunesië gedurende de laatste drie
jaren waarover statistieken beschikbaar zijn , de afzonder
lijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor hun
rekening namen :
Lid-Staten 1983 1984 1985
Benelux _ _ _
Denemarken — — —
Duitsland — — —
Griekenland — — —
Frankrijk — — 100
\ ( = 6 t )
Ierland — — —
Italië — — —
Verenigd Koninkrijk — — —
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat de Samenwerkingsovereenkomst tussen
de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek
Tunesië ( x ), aangevuld bij Verordening (EEG) nr . 1080 / 83
van de Raad van 18 april 1983 tot vaststelling van de
regeling van toepassing op het handelsverkeer van Grieken
land met Tunesië ( 2 ), bepaalt dat de bereidingen en conser
ven van sardines van post 16.04 D van het gemeenschappe
lijk douanetarief, van oorsprong uit Tunesië , vrij van
douanerechten in de Gemeenschap kunnen worden inge
voerd ; dat de nadere bepalingen van deze regelingen moe
ten worden vastgesteld via een briefwisseling tussen de
Gemeenschap en Tunesië ; dat , aangezien deze briefwisse
ling nog niet heeft plaatsgevonden , de communautaire
regeling die in 1986 van toepassing was , tot en met
31 december 1987 dient te worden verlengd ; dat het
derhalve dienstig is een communautair tariefcontingent te
openen van 100 ton met vrijstelling van invoerrechten ; dat
dit tariefcontingent geldt vanaf 1 januari 1987 tot op het
tijdstip waarop hetzij de briefwisseling als bedoeld in
artikel 18 van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de
Europese Economische Gemeenschap en de Republiek
Tunesië wordt gesloten , hetzij een communautaire invoer
regeling voor de betrokken produkten van toepassing
wordt , doch uiterlijk tot en met 31 december 1987 ;
Overwegende dat bij ontstentenis van een protocol als
bedoeld in de artikelen 179 en 366 van de Akte van
Toetreding van Spanje en Portugal de Gemeenschap de in
de artikelen 180 en 367 van die Akte bedoelde maatregelen
moet treffen ; dat de desbetreffende tariefmaatregel derhalve
van toepassing zal zijn voor de Gemeenschap van de
Tien ;
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in de Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot
het moment dat het contingent is uitgeput ; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent ,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten , in overeen
Overwegende dat deze gegevens niet als voldoende repre
sentatief kunnen worden beschouwd om als uitgangspunt
te dienen voor een verdeling van het contingent over de
Lid-Staten ; dat de raming van de invoer van de Lid-Staten
voor 1987 moeilijk blijkt vanwege de toestand in de
voorafgaande jaren ; dat met het oog op een billijke verde
ling van het contingent de percentages voor de eerste
verdeling ervan bij benadering als volgt kunnen worden
vastgesteld :
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
8 ,
4 ,
16 ,
2 ,
50 ,
2 ,
2 ,
16 ;
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten , het contingent in twee gedeel
ten moet worden gesplitst , waarbij het eerste gedeelte
wordt verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte
( J ) PB nr . L 265 van 27 . 9 . 1978 , blz . 1 .
( 2 ) PB nr . L 120 van 6 . 5 . 1983 , blz . 1 .
Nr . L 380 / 28 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Lid-Staat onbenut blijft , terwijl andere Lid-Staten er
gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden ,
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
opgebruikt ; dat , ten einde de importeurs van elke Lid-Staat
een zekere waarborg te geven , het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent op een niveau moet wor
den vastgesteld dat in het onderhavige geval 50 % van het
contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn uitgeput ; dat het , ten
einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te
vermijden , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut , een
extra quotum uit de reserve opneemt ; dat deze opneming
door iedere Lid-Staat moet worden verricht wanneer elk
van zijn extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als
de reserve dat toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra
quota geldig moeten zijn tot aan het einde van de contin
gentsperiode , dat deze wijze van beheer een nauwe samen
werking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie , die
met name op de hoogte moet worden gehouden van de
uitputtingsgraad van het contingent en de Lid-Staten hier
over moet kunnen inlichten ;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat , die
op een bepaald tijdstip van de contingentsperiode een
belangrijk overschot heeft , daarvan een aanmerkelijk per
centage in de reserve terugstort , ten einde te voorkomen dat
een gedeelte van het communautaire contingent in een
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
Vanaf 1 januari 1987 tot op het tijdstip waarop hetzij de
briefwisseling als bedoeld in artikel 18 van de Samen
werkingsovereenkomst tussen de Europese Economische
Gemeenschap en de Republiek Tunesië wordt gesloten ,
hetzij een communautaire invoerregeling van toepassing
wordt , doch uiterlijk tot en met 31 december 1987 , wordt
het bij de invoer in de Gemeenschap van de Tien geldende
douanerecht voor de volgende produkten geschorst tot het
niveau en binnen de grenzen van een communautair tarief
contingent aangegeven bij de produkten :
Volgnummer
Nr. van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang van het
contingent
( in ton )
Contingentrecht
( in % )
09.1201 16.04 D Bereidingen of conserven van sardinen , van oorsprong uit
Tunesië 100 vrij
Artikel 2
1 . Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt in
twee gedeelten gesplitst .
2 . Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 50 ton over de
Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het bepaalde
in artikel 5 , gelden tot aan het einde van de in artikel 1
bedoelde periode , bedragen de volgende hoeveelheden :
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , dan wel dat zelfde
quotum, verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte , voor 90 % of meer is
benut , gaat deze Lid-Staat door middel van een kennisge
ving aan de Commissie onverwijld over tot opneming , voor
zover de reserve zulks toelaat , van een tweede quotum,
gelijk aan 15 % van zijn eerste quotum, eventueel op de
volgende eenheid naar boven afgerond .
2 . Indien , na uitputting van zijn eerste quotum, ook het
tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 %
of meer is benut , gaat deze Lid-Staat op de in lid 1
omschreven wijze over tot opneming van een derde quo
tum , gelijk aan 7,5 % van zijn eerste quotum .
3 . Indien , na uitputting van zijn tweede quotum, ook het
derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of
meer is benut , gaat deze Lid-Staat op dezelfde wijze over
tot opneming van een vierde quotum dat gelijk is aan het
derde .
(in ton)
Benelux 4 ,
Denemarken 2 ,
Duitsland 8 ,
Griekenland 1 ,
Frankrijk 25 ,
Ierland 1 ,
Italië 1 ,
Verenigd Koninkrijk 8 .
3 . Het tweede gedeelte , ter grootte van 50 ton , vormt de
reserve .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 29
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve
wordt uitgeput , tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt
blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die deze laatste
opneming verricht mede , hoeveel dit saldo bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opneming van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contin
gent .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota .
3 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de invoer van de betrokken
produkten van oorsprong uit Tunesië , die bij de douane ten
invoer in het vrije verkeer worden aangegeven .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put .
4 . In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kunnen de
Lid-Staten overgaan tot opneming van kleinere hoeveel
heden dan de in die leden vastgestelde quota , indien er
aanleiding is om aan te nemen dat deze wellicht niet geheel
zullen worden benut . De betrokken Lid-Staten delen de
Commissie de redenen mede die tot de toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot aan het einde van de in artikel 1 bedoelde periode .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte, van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug, het deel dat op 15 september 1987 20 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten , wanneer er aanleiding is
om aan te nemen dat deze wellicht niet zal worden benut .
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
1987 kennis van de totale invoer van de betrokken produk
ten die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt , alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum
dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat , zodra de opgaven
haar bereiken , op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de omvang der reserve na de met toepassing van
artikel 5 verrichte terugstortingen .
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk
op hun quota is afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Full & Egal Universal Law Academy