Nr . L 380 / 34 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
VERORDENING (EEG) Nr . 4120 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair
tariefcontingent voor wijn van verse druiven van post ex 22.05 C van het gemeenschappelijk
douanetarief, van oorsprong uit Cyprus ( 1987)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat de geldigheidsduur van het Complemen
tair Protocol bij de Overeenkomst waarbij een associatie
tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische
Gemeenschap en Cyprus (*), op 31 december 1980 is
verstreken ; dat de Gemeenschap , om haar handelsbetrek
kingen met dit land niet te onderbreken , voor het jaar 1984
de bepalingen van voornoemd Protocol bij Verordening
(EEG ) nr . 3700 / 83 van de Raad van 22 december 1983
tot vaststelling van de handelsregeling van toepassing op
Cyprus ( 2 ) van toepassing heeft verklaard ;
Overwegende dat in afwachting van de vaststelling van een
regeling die na 31 december 1984 van toepassing zal zijn ,
de regeling die de Gemeenschap op dit ogenblik op het
handelsverkeer met Cyprus op basis van voornoemd Com
plementair Protocol toepast voorlopig voor 1987 dient te
worden verlengd ;
Overwegende dat het bovengenoemde Complementair Pro
tocol voorziet in de opening van een jaarlijks communau
tair tariefcontingent van 10 000 hl voor bepaalde wijnen
van verse druiven , in verpakkingen inhoudende twee liter
of minder , van oorsprong uit Cyprus , van post ex 22.05 C
van het gemeenschappelijk douanetarief, tegen een invoer
recht dat gelijk is aan 25 % van het recht van het gemeen
schappelijk douanetarief; dat het dienstig is dit tariefcontin
gent te openen voor het tijdvak van 1 januari tot en met
31 december 1987 ;
Overwegende dat voor de betrokken wijnen de referentie
prijzen franco grens in acht moeten worden genomen ; dat
deze wijnen alleen voor dit tariefcontingent in aanmerking
kunnen komen onder de voorwaarde dat artikel 18 van
Verordening (EEG ) nr . 337 / 79 ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr . 3805 / 85 ( 4 ), wordt nageleefd ;
Overwegende dat bij ontstentenis van een protocol als
bedoeld in de artikelen 179 en 366 van de Akte van
Toetreding van Spanje en Portugal , de Gemeenschap de in
de artikelen 180 en 367 van die Akte bedoelde maatregelen
moet treffen ; dat de desbetreffende tariefmaatregel derhalve
van toepassing is voor de Gemeenschap van de Tien ;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd
dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van de door het
bedoelde contingent geboden mogelijkheden en dat de aan
dat contingent verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder
onderbreking worden toegepast op alle invoer van de
betrokken produkten tot op het tijdstip waarop het contin
gent geheel is uitgeput ; dat een regeling voor het beheer van
het communautaire tariefcontingent , gebaseerd op een ver
deling over de Lid-Staten , in overeenstemming lijkt te zijn
met het communautaire karakter van dat contingent in het
licht van de hierboven uiteengezette beginselen ; dat die
verdeling , om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling
op de markt van de bedoelde produkten weer te geven ,
moet geschieden naar verhouding van de behoeften van de
Lid-Staten , berekend enerzijds op grond van de statistische
gegevens betreffende de invoer van de betrokken produkten
uit Cyprus over een representatieve referentieperiode , en
anderzijds op grond van de economische vooruitzichten
voor de betrokken contingentsperiode ;
Overwegende dat echter zowel communautaire als natio
nale statistische gegevens inzake de betrokken wijnen ont
breken en dat er geen enkele deugdelijke prognose betref
fende de invoer kan worden gemaakt ; dat het onder deze
omstandigheden wenselijk lijkt de contingenten zodanig in
aanvankelijke quota te verdelen dat rekening wordt gehou
den met de afnamemogelijkheden voor de genoemde wijnen
op de markten van de verschillende Lid-Staten ;
Overwegende dat het , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten , dienstig is dit contingent in
twee gedeelten te splitsen , waarvan het eerste gedeelte over
de Lid-Staten wordt verdeeld , terwijl het tweede gedeelte
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
opgebruikt ; dat het , ten einde aan de importeurs van elke
Lid-Staat enige zekerheid te verschaffen , dienstig is het
eerste gedeelte van het communautaire contingent vast te
stellen op een niveau dat in het onderhavige geval 80 %
van het volume van het contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid
Staten meer of minder spoedig kunnen zijn opgebruikt ; dat
het , ten einde daarmee rekening te houden en elke onder
breking te voorkomen , van belang is dat iedere Lid-Staat
(!) PB nr . L 172 van 28 . 6 . 1978 , blz . 2 .
( 2 ) PB nr . L 369 van 30 . 12 . 1983 , blz . 1 .
( 3 ) PB nr . L 54 van 5 . 3 . 1979 , blz . 1 .
( 4 ) PB nr . L 367 van 31 . 12 . 1985 , blz . 39 .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 35
die zijn aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft opge
bruikt , overgaat tot opneming van een extra quotum uit de
reserve ; dat dergelijke opnemingen door elke Lid-Staat
moeten worden verricht wanneer elk van zijn extra quota
vrijwel geheel is aangewend , en wel zo vaak als de reserve
dit toelaat ; dat de aanvankelijke en de extra quota moeten
gelden tot aan het einde van de contingentsperiode ; dat
deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist
tussen de Lid-Staten en de Commissie , die met name de
benuttingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en
de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten ;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat die
op een bepaald tijdstip van de geldigheidsduur van het
contingent een aanzienlijk overschot heeft , daarvan een
aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve , ten einde
te voorkomen dat in een Lid-Staat een gedeelte van het
communautaire tariefcontingent onbenut blijft , terwijl
andere Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Van 1 januari tot en met 31 december 1987 worden de
douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van de Tien
voor de volgende produkten van oorsprong uit Cyprus
geschorst tot de niveaus aangegeven bij de produkten en
binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent
van 10 000 hl :
Volgnummer
Nr. van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving Contingent
recht
09.1415 22.05 Wijn van verse druiven ; druivemost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is
gestuit (mistella daaronder begrepen ):
l C. andere :
I I. met een effectief alcohol-volumegehalte van 13 % vol of minder , in verpakkingen inhoudende :
\ ex a) twee liter of minder :
— Wijn van verse druiven 3,6 Ecu / hl
I II. met een effectief alcohol-volumegehalte van meer dan 13 % vol , doch nietmeer dan 15 % vol , in verpakkingen inhoudende :
ex a ) twee liter of minder :
— Wijn van verse druiven , andere dan likeurwijn , met een effectief
alcohol-volumegehalte van 15 % vol 4,2 Ecu / hl
2 . Voor de betrokken wijnen moeten de referentieprijzen
franco grens in acht worden genomen . Deze wijnen kunnen
alleen voor dit tariefcontingent in aanmerking komen
onder de voorwaarde dat artikel 18 van Verordening
(EEG ) nr . 337 / 79 wordt nageleefd .
Artikel 2
1 . Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt in
twee gedeelten gesplitst .
2 . Een eerste gedeelte van 8 000 hl wordt over de Lid
Staten verdeeld ; de quota die , behoudens artikel 5 , tot en
met 31 december 1987 gelden , bedragen de volgende
hoeveelheden : ^ ^
3 . Het tweede gedeelte , dat 2 000 hl beloopt , vormt de
reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , dan wel dat zelfde
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte , voor 90 % of meer is
benut , gaat deze Lid-Staat , door middel van een kennis
geving aan de Commissie , onverwijld over tot opneming,
voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid
aanwezig is , van een tweede quotum , gelijk aan 15 % van
zijn aanvankelijke quotum , eventueel op de volgende een
heid naar boven afgerond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
aanvankelijke quotum , het door hem opgenomen tweede
quotum voor 90 % of meer heeft aangewend , gaat hij , op
de wijze als bepaald in lid 1 , over tot opneming van een
derde quotum , gelijk aan 7,5 % van zijn aanvankelijke
quotum , eventueel op de volgende eenheid naar boven
afgerond .
3 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van zijn
tweede quotum , het door hem opgenomen derde quotum
Benelux
Denemarken
Duitsland
Griekenland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
10 ,
380 ,
540 ,
10 ,
10 ,
340 ,
10 ,
6 700 .
Nr. L 380 / 36 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
voor 90 % of meer heeft aangewend , gaat hij op dezelfde
wijze over tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk
is aan het derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put .
4 . In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3
kunnen de Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere
hoeveelheden dan de in die leden vastgestelde quota , wan
neer er aanleiding is om aan te nemen dat die quota
wellicht niet geheel zullen worden benut . Zij delen aan de
Commissie de redenen mee die tot toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand der reserve na de overeenkomstig artikel 5
verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve
volledig wordt uitgeput tot de nog beschikbare hoeveel
heden beperkt blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die
deze laatste opneming verricht mede , hoeveel het saldo
bedraagt .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandeel in het communautaire contin
gent .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegewezen
quota .
3 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveel
heden van de betrokken produkten die bij de douane ten
invoer in het vrije verkeer worden aangegeven .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , het deel dat op 15 september 1987 20 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten , wanneer er aanleiding is
om aan te nemen dat deze wellicht onbenut zal blijven .
De Lid-Staten geven uiterlijk op 1 oktober 1987 aan de
Commissie kennis van de totale invoer van de betrokken
produkten die tot 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt , alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum
dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 8
De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek op de
hoogte van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is
afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten
overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota en
brengt , zodra de opgaven haar bereiken , elke Lid-Staat op
de hoogte van de in de reserve nog aanwezige hoeveel
heden .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Full & Egal Universal Law Academy