31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 49
VERORDENING (EEG) Nr. 4126 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair
tariefcontingent voor hazelnoten , vers of gedroogd , ook zonder dop of schaal , al dan niet
gepeld , van post ex 08.05 G van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit
Turkije ( 1987 )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , maatregelen moet treffen ; dat het bedoelde contingent
derhalve van toepassing is in de Gemeenschap van de
Negen ;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd
dat alle importeurs van de Lid-Staten te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van de door dit contin
gent geboden mogelijkheden en dat het aan dit contingent
verbonden recht zonder onderbreking wordt toegepast op
alle invoer van de betrokken produkten in die Lid-Staten ,
totdat het contingent geheel is opgebruikt ; dat een regeling
voor het gebruik van dit contingent op basis van een
verdeling over de Lid-Staten , in overeenstemming lijkt te
zijn met het communautaire karakter van dit contingent in
het licht van de hierboven uiteengezette beginselen ; dat die
verdeling , om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling
op de markt van de betrokken produkten weer te geven ,
dient te geschieden naar verhouding van de behoeften van
de onderscheiden Lid-Staten , berekend enerzijds aan de
hand van de statistische gegevens betreffende de invoer uit
Turkije gedurende een representatieve referentieperiode , en
anderzijds op grond van de economische vooruitzichten
voor de betrokken contingentsperiode ;
Overwegende dat , op basis van de thans beschikbare
statistische gegevens , de invoer van het bedoelde produkt
uit Turkije in de Lid-Staten zich in de loop van de jaren
1983 , 1984 en 1985 als volgt heeft ontwikkeld en zich
verhoudt tot de totale invoer in de Gemeenschap van dit
produkt van dezelfde herkomst volgens de hierna vermelde
percentages :
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat in de bijlage van Verordening (EEG)
nr . 3721 / 84 van de Raad van 18 december 1984 betreffen
de de invoer in de Gemeenschap van landbouwprodukten
van oorsprong uit Turkije (M is bepaald dat hazelnoten ,
vers of gedroogd , ook zonder dop of schaal , al dan niet
gepeld , van post ex 08.05 G van het gemeenschappelijk
douanetarief, van oorsprong uit Turkije , bij de invoer in de
Gemeenschap worden toegelaten met vrijstelling van
invoerrechten in het kader van een communautair tarief
contingent van 25 000 ton ; dat er derhalve aanleiding is
om voor 1987 het bedoelde communautaire tariefcontin
gent te openen ;
Overwegende dat de Raad , overeenkomstig artikel 119 van
de Toetredingsakte van Griekenland , Verordening (EEG )
nr . 3555 / 80 houdende vaststelling van de regeling van
toepassing op de invoer in Griekenland van oorsprong uit
Algerije , Israël , Malta , Marokko , Portugal , Syrië , Tunesië
en Turkije ( 2 ) heeft vastgesteld ; dat bij ontstentenis van een
protocol als bedoeld in de artikelen 179 en 366 van de Akte
van Toetreding van Spanje en Portugal , de Gemeenschap
de in de artikelen 180 en 367 van die Akte bedoelde
Lid -Staten
1983 1984 1985
in ton in % in ton in % in ton in %
Benelux 6 332 9,37 6 815 8,36 5 266 7,10
Denemarken 1 249 1,85 999 1,23 792 1,07
Duitsland 45 649 67,58 53 831 66,06 47 224 63,65
Frankrijk 7 786 11,53 9 013 11,06 9 416 12,69
Ierland 30 0,04 22 0,03 28 0,03
Italië 746 1,10 2 904 3,56 5 206 7,02
Verenigd Koninkrijk 5 760 8,53 7 901 9,70 6 264 8,44
Totaal 67 552 81 485 74 196
(') PB nr . L 343 van 31 . 12 . 1984 , blz . 6 .
( 2 ) PB nr . L 382 van 31 . 12 . 1980 , blz . 1 .
Nr. L 380 / 50 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Overwegende dat , met inachtneming van die gegevens en
met de voor 1987 te verwachten ontwikkeling van de
markt voor het betrokken produkt en met name van de
ramingen van sommige Lid-Staten , de percentages van de
aanvankelijke deelneming in het contingent bij benadering
als volgt liggen :
Benelux
Denemarken
Duitsland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
8,24 ,
1,60 ,
6.5 . 60 ,
12,19 ,
0,03 ,
3,43 ,
8,91 ;
aan het einde van de contingentsperiode; dat die wijze van
beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Sta
ten en de Commissie , die met name in de gelegenheid moet
zijn de stand van het contingent te volgen en de Lid-Staten
daarover in te lichten ;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat die
op een bepaald tijdstip in de contingentsperiode een aan
zienlijk overschot van zijn aanvankelijke quotum heeft ,
daarvan een bepaald percentage in de reserve terugstort ,
ten einde te voorkomen dat een gedeelte van het commu
nautaire contingent in een Lid-Staat ongebruikt blijft , ter
wijl andere Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen
maken ; dat het , gelet op het seizoengebonden karakter van
deze invoer , passend blijkt de drempel voor terugstorting
vast te stellen op 40 % van het aanvankelijke quotum;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden ,
Overwegende dat het , ten einde rekening te houden met de
eventuele ontwikkeling van de invoer van genoemd pro
dukt in de Lid-Staten , dienstig is het volume van het
contingent in twee gedeelten te splitsen , waarbij het eerste
gedeelte over de Lid-Staten wordt verdeeld en het tweede
gedeelte een reserve vormt ter voorziening in de verdere
behoeften van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum
hebben opgebruikt ; dat het , ten einde aan de importeurs
van iedere Lid-Staat enige zekerheid te verschaffen , aanbe
veling verdient het eerste gedeelte van het communautaire
tariefcontingent vast te stellen op een betrekkelijk hoog
niveau , dat in het onderhavige geval 81 % van de totale
hoeveelheid van het contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota meer of minder
spoedig kunnen worden opgebruikt ; dat het , ten einde
daarmee rekening te houden en iedere onderbreking te
voorkomen , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum vrijwel geheel heeft opgebruikt ,
overgaat tot de opneming van een extra quotum uit de
reserve ; dat dergelijke opnemingen dienen te worden ver
richt wanneer elk van zijn extra quota nagenoeg geheel is
opgebruikt , en wel zo vaak als de reserve dit toelaat ; dat de
aanvankelijke quota en de extra quota dienen te gelden tot
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1 . Vanaf 1 januari tot en met 31 december 1987 wordt
het recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor het
hierna omschreven produkt , ingevoerd in de Gemeenschap
van de Negen , geschorst tot het niveau en binnen de
grenzen van een communautair tariefcontingent aangege
ven bij dit produkt :
Volgnummer
Nr. van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang
van het
contingent
( in ton)
Contingent
recht
( in % )
09.0201 ex 08.05 G Hazelnoten , vers of gedroogd , ook zonder dop of schaal , al
dan niet gepeld , van oorsprong uit Turkije 25 000 0
2 . De invoer van het bedoeld produkt die op grond van
een andere preferentiële tariefregeling reeds voor een gelijk
invoerrecht in aanmerking komt , wordt niet op dit tarief
contingent afgeboekt .
2 . Het eerste gedeelte , ter grootte van 20 400 ton , wordt
onder de Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het
bepaalde in artikel 5 , tot en met 31 december 1987 gelden,
bedragen de volgende hoeveelheden :
3 . Dit tariefcontingent wordt verdeeld en beheerd over
eenkomstig de hierna volgende bepalingen .
Artikel 2
(in ton)
1 680 ,
326 ,
13 384 ,
2 486 ,
6 ,
700 ,
1 818 .
Benelux
Denemarken
Duitsland
Frankrijk
Ierland
Italië
Verenigd Koninkrijk
1 . Het in artikel 1 , lid 1 , bedoelde tariefcontingent wordt
in twee gedeelten gesplitst .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 51
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten
overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota en
brengt , zodra de opgaven haar bereiken , ieder van hen op
de hoogte van de in de reserve nog beschikbare hoeveel
heden .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand van de reserve na de overeenkomstig artikel 5
verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming , waardoor de reserve
volledig wordt opgebruikt , tot de nog beschikbare hoeveel
heid beperkt blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die de
laatste opneming verricht , mee hoeveel het saldo
bedraagt .
3 . Het tweede gedeelte , ter grootte van 4 600 ton , vormt
de reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals het is vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , dan wel dat zelfde
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte , voor 90 % of meer is
gebruikt , gaat deze Lid-Staat , door middel van een kennis
geving aan de Commissie , onverwijld over tot opneming ,
voor zover er in de reserve een voldoende hoeveelheid
aanwezig is , van een tweede quotum gelijk aan 10 % van
zijn aanvankelijke quotum , eventueel op de volgende een
heid naar boven afgerond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledig gebruik van zijn
aanvankelijke quotum , het door hem opgenomen tweede
quotum voor 90 % of meer heeft opgebruikt , gaat hij op de
in lid 1 omschreven wijze over tot opneming van een derde
quotum, gelijk aan 5 % van zijn aanvankelijke quotum .
3 . Indien deze Lid-Staat , na volledig gebruik van zijn
tweede quotum , het door hem opgenomen derde quotum
voor 90 % of meer heeft opgebruikt , gaat hij op de in lid 1
omschreven wijze over tot opneming van een vierde quo
tum , dat gelijk is aan het derde quotum .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put .
4 . In afwijking van de leden 1 , 2 en 3 , kunnen de
Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere hoeveel
heden dan de in die leden vastgestelde quota , wanneer er
gronden zijn om aan te nemen dat die quota wellicht niet
geheel zullen worden opgebruikt . Zij delen aan de Com
missie de redenen mede waarom zij besloten hebben deze
bepaling toe te passen .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat , bij
opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandeel in het communautaire tarief
contingent .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegewezen
of door hen uit de reserve opgenomen quota .
3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden van
de betrokken produkten op hun quota af naar gelang deze
produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer
worden aangegeven .
4 . De stand van de quota der Lid-Staten wordt vastgesteld
aan de hand van de ingevoerde hoeveelheden welke op de
in lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt .Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer van de betrokken
produkten , die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , het deel dat op 15 september 1987 40 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten indien er gronden zijn om
aan te nemen dat deze hoeveelheid anders wellicht onge
bruikt zou blijven .
De Lid-Staten geven uiterlijk op 1 oktober 1987 aan de
Commissie kennis van de totale invoer van de betrokken
produkten , die tot en met 15 september 1987 heeft plaats
gevonden en op het communautaire contingent is afge
boekt , alsmede eventueel van het gedeelte van het aanvan
kelijke quotum , dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat het bepaalde in deze verordening wordt nage
komen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Nr . L 380 / 52 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Full & Egal Universal Law Academy