31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 53
VERORDENING (EEG) Nr . 4127/ 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van communautaire tarief
contingenten voor bereidingen en conserven van sardines van post 16.04 D van het
gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Marokko ( 1987 )
munautaire karakter van die contingenten in het licht van
de hierboven uiteengezette beginselen ; dat die verdeling ,
om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de
markt van de bedoelde produkten weer te geven , moet
geschieden naar verhouding van de behoeften van de
Lid-Staten , berekend , enerzijds , op grond van de statisti
sche gegevens betreffende de invoer van genoemde produk
ten uit Marokko over een representatieve referentieperiode
en , anderzijds , op grond van de economische vooruitzich
ten voor de betrokken contingentsperiode ;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Marokko gedurende de laatste
drie jaren waarover statistische gegevens beschikbaar zijn ,
de afzonderlijke Lid-Staten de hierna genoemde percenta
ges voor hun rekening namen :
Lid-Staten 1983 1984 1985
Benelux 7,27 4,3 6,3
Denemarken 0,00 0,0 0,0
Duitsland 15,62 18,8 19,8
Griekenland 1,02 1,6 2,1
Frankrijk 57,00 57,6 53,0
Ierland 0,00 0,5 0,8
Italië 0,76 1,5 1,1
Verenigd Koninkrijk 18,3-3 15,7 16,9
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat de Samenwerkingsovereenkomst tussen
de Gemeenschap en Marokko (*), aangevuld bij Verorde
ning (EEG) nr . 3511 / 81 van de Raad van 3 december
1981 tot vaststelling van de regeling van toepassing op het
handelsverkeer van Griekenland met Marokko ( 2 ), bepaalt
dat de bereidingen en conserven van sardines van post
16.04 D van het gemeenschappelijk douanetarief, van
oorsprong uit Marokko , vrij van invoerrechten in de
Gemeenschap kunnen worden ingevoerd ; dat de nadere
bepalingen van deze regeling moeten worden vastgesteld
via een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Marokko ;
dat , aangezien deze briefwisseling nog niet heeft plaatsge
vonden , de communautaire regeling die in 1986 van toe
passing was , tot en met 31 december 1987 verlengd dient te
worden ; dat het derhalve dienstig is twee tariefcontingenten
te openen waarvan een van 14 000 ton met vrijstelling van
invoerrechten en een van 6 000 ton tegen een recht van
10% ; dat deze tariefcontingenten gelden vanaf 1 januari
1987 tot op het tijdstip waarop hetzij de briefwisseling als
bedoeld in artikel 19 van de Samenwerkingsovereenkomst
tussen de Gemeenschap en Marokko wordt gesloten hetzij
een communautaire invoerregeling voor de betrokken pro
dukten van toepassing wordt , doch uiterlijk tot 31 decem
ber 1987 ;
Overwegende dat bij ontstentenis van een protocol als
bedoeld in de artikelen 179 en 366 van de Akte van
Toetreding van Spanje en Portugal de Gemeenschap de in
de artikelen 180 en 367 van die Akte bedoelde maatregelen
moet treffen ; dat de desbetreffende tariefmaatregel derhalve
van toepassing zal zijn voor de Gemeenschap van de
Tien ;
Overwegende dat er met name dient te worden gewaar
borgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen
tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van de
bedoelde contingenten en dat de daaraan verbonden rech
ten in alle Lid-Staten zonder onderbreking worden toege
past op alle invoer van de betrokken produkten tot op het
tijdstip waarop de contingenten geheel zijn uitgeput ; dat
een systeem voor de benutting van de communautaire
tariefcontingenten , gebaseerd op een verdeling over de
Lid-Staten , in overeenstemming lijkt te zijn met het com
Overwegende dat , rekening houdende met deze gegevens en
de ramingen van bepaalde Lid-Staten , de percentages voor
de eerste verdeling van de contingenten bij benadering als
volgt kunnen worden vastgesteld :
Benelux 6,0 ,
Denemarken 0,3 ,
Duitsland 17,9 ,
Griekenland 1,6 ,
Frankrijk 54,8 ,
Ierland 0,6 ,
Italië 1,2 ,
Verenigd Koninkrijk 17,6 ;
Overwegende dat , ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van genoemde produkten in de
verschillende Lid-Staten , elk contingent in twee gedeelten
moet worden gesplitst , waarbij het eerste gedeelte wordt
verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte een
reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften van
de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben uitge
put ; dat , ten einde de importeurs van elke Lid-Staat een
zekere waarborg te geven , het eerste gedeelte van de
communautaire tariefcontingenten zou moeten worden
H PB nr . L 264 van 27 . 9 . 1978 , blz . 2 .
( 2 ) PB nr . L 358 van 14 . 12 . 1981 , blz . 1 .
Nr . L 380 / 54 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
vastgesteld op een niveau dat in het onderhavige geval
75% van elk contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn opgebruikt ; dat het ,
ten einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking
te vermijden , van belang is dat iedere Lid-Staat die een van
zijn aanvankelijke quota nagenoeg geheel heeft benut , een
extra quotum uit de overeenkomstige reserve opneemt ; dat
deze opneming door iedere Lid-Staat moet worden verricht
wanneer elk van zijn extra quota bijna geheel is benut en
wel zo vaak als de reserve dat toelaat ; dat de aanvankelijke
en de extra quota geldig moeten zijn tot aan het einde van
de contingentsperiode ; dat deze wijze van beheer een
nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de
Commissie , die met name de uitputtingsgraad van de
contingenten moet kunnen volgen en de Lid-Staten hierover
moet kunnen inlichten;
Overwegende dat het , indien er in een Lid-Staat op een
bepaald tijdstip van de contingentsperiode een belangrijk
overschot bestaat , noodzakelijk is dat dat land daarvan een
aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve , ten einde
te voorkomen dat een gedeelte van een van de communau
taire contingenten in een Lid-Staat onbenut blijft , terwijl
andere Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie , elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Van 1 januari 1987 tot het tijdstip waarop hetzij de
briefwisseling als bedoeld in artikel 19 van de Samen
werkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en Marok
ko wordt gesloten , hetzij een communautaire invoerrege
ling van toepassing wordt , doch uiterlijk tot en met
31 december 1987 , wordt het bij de invoer in de Gemeen
schap van de Tien geldende douanerecht voor de volgende
produkten geschorst tot de niveaus en binnen de grenzen
van communautaire tariefcontingenten aangegeven bij de
produkten :
Volgnummer
Nr. van het
gemeen
schappelijk
douanetarief
Omschrijving
Omvang van het
contingent
( in ton)
Contingent
rechten
( in % )
09.1101 16.04 D Bereidingen en conserven van sardines , van oorsprong uit
Marokko 14 000 0
09.1103 16.04 D Bereidingen en conserven van sardines , van oorsprong uit
Marokko 6 000 10
Artikel 2
1 . De in artikel 1 vastgestelde tariefcontingenten worden
in twee gedeelten gesplitst .
2 . Een eerste gedeelte van elk contingent wordt over de
Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het bepaalde
in artikel 5 , gelden tot aan het einde van de in artikel 1
bedoelde periode , bedragen de volgende hoeveelheden :
(in ton)
3 . Het tweede gedeelte van ieder contingent , ter grootte
van respectievelijk 3 440 en 1 470 ton, vormt de overeen
komstige reserve .
Artikel 3
1 . Indien een van de aanvankelijke quota van een
Lid-Staat , zoals vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , dan wel dat
zelfde quotum verminderd met het bij toepassing van
artikel 5 in de overeenkomstige reserve teruggestorte
gedeelte voor 90 % of meer is benut , gaat deze Lid-Staat ,
door middel van een kennisgeving aan de Commissie ,
onverwijld over tot opneming , voor zover in de reserve nog
een voldoende hoeveelheid aanwezig is , van een tweede
quotum ter grootte van 10% van zijn aanvankelijke quo
tum , eventueel op de volgende eenheid naar boven afge
rond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van een
van zijn aanvankelijke quota , het door hem opgenomen
tweede quotum voor 90 % of meer heeft aangewend , gaat
hij , op de wijze als bepaald in lid 1 , over tot opneming,
voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid
aanwezig is , van een derde quotum , gelijk aan 5 % van zijn
aanvankelijke quotum, eventueel op de volgende eenheid
naar boven afgerond .
Lid-Staten
Volg
nummer
09.1101
Volg
nummer
09.1103
Benelux 630 270
Denemarken 30 10
Duitsland 1 890 810
Griekenland 170 70
Frankrijk 5 790 2 480
Ierland 60 30
Italië 130 60
Verenigd Koninkrijk 1 860 800
10 560 4 530
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 380 / 55
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand van de diverse reserves na de overeenkomstig
artikel 5 verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor een van de
reserves volledig wordt uitgeput tot het nog beschikbare
overschot beperkt blijft en deelt te dien einde aan de
Lid-Staat die deze laatste opneming verricht mede , hoeveel
dit overschot bedraagt .
3 . Indien een Lid-Staat , na volledige benutting van een
tweede quotum, het door hem opgenomen derde quotum
voor 90 % of meer heeft aangewend , gaat hij , op de wijze
als bepaald in lid 1 , over tot opneming van een vierde
quotum, dat gelijk is aan het derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uit
geput .
4 . In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3
kunnen de Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere
hoeveelheden dan de in die leden vastgestelde quota , wan
neer er aanleiding is om aan te nemen dat deze quota
wellicht niet geheel zullen worden benut . Zij delen aan de
Commissie de redenen mede die tot toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid .
Artikel 4
Alle overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota
gelden tot aan het einde van de in artikel 1 bedoelde
periode .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 het niet
benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , dat op 15 september 1987 20 % van het
aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten , indien er gronden zijn om
aan te nemen dat deze wellicht onbenut zal blijven .
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
1987 kennis van de totale invoer van de betrokken produk
ten , die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op de communautaire contingenten is afgeboekt , alsme
de eventueel van het gedeelte van elk van hun aanvankelijke
quota dat zij in de overeenkomstige reserve terugstorten .
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
door opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandeel in de communautaire tariefcon
tingenten .
2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota .
3 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de invoer van de betrokken
produkten van oorsprong uit Marokko die bij de douane
ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven .
Artikel 8
De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek op de
hoogte van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is
afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen .Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt , zodra de opgaven haar berei
ken , elke Lid-Staat op de hoogte van de uitputtingsgraad
van de reserves .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Full & Egal Universal Law Academy