Avis juridique important
87/37/EEG: Beschikking van de Commissie van 15 december 1986 betreffende de verlenging, voor 1986, van het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat de Bondsrepubliek Duitsland overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2908/83 heeft ingediend (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 017 van 20/01/1987 blz. 0025 - 0027
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 15 december 1986
betreffende de verlenging, voor 1986, van het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat de Bondsrepubliek Duitsland overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2908/83 heeft ingediend
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(87/37/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2908/83 van de Raad van 4 oktober 1983 inzake een gemeenschappelijke actie voor herstructurering, modernisering en ontwikkeling van de visserij, alsmede voor ontwikkeling van de aquicultuur (1), en met name op artikel 5,
Overwegende dat de geldigheidsduur van Verordening (EEG) nr. 2908/83 tot eind 1986 is verlengd bij Verordening (EEG) nr. 3733/85 van de Raad (2); dat de Duitse Regering op 27 februari 1986 een programma heeft ingediend dat erin voorziet het vorige programma, dat is goedgekeurd bij Beschikking 85/277/EEG van de Commissie (3) en dat liep van 1 januari 1983 tot en met 31 december 1985, met één jaar te verlengen tot eind 1986; dat zij op 14 augustus 1986 de laatste aanvullende gegevens over het programma heeft verstrekt;
Overwegende dat de looptijd van het programma ten minste even lang is als de voorgenomen duur van de gemeenschappelijke actie, zoals in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2908/83 is bepaald;
Overwegende dat de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2908/83 bedoelde gegevens zijn opgenomen in het programma;
Overwegende dat de herstructurering van de Duitse vloot moet worden voortgezet om haar vangstcapaciteit onder redelijke economische voorwaarden te handhaven op het huidige peil;
Overwegende dat bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan de herstructurering van de kustvisserij, gezien de bijzondere moeilijkheden van dit deel van de vloot op het gebied van de rentabiliteit;
Overwegende dat het programma, rekening houdende met de produktiemogelijkheden, de maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, de behoefte aan de betrokken produkten en de oriëntatie van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het kader kan vormen voor de indiening van de projecten die in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor de visserijstructuur,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat de Duitse Regering op 27 februari 1986 heeft ingediend en laatstelijk op 14 augustus 1986 heeft aangevuld, en waarvan de belangrijkste gegevens in bijlage I zijn opgenomen, wordt goedgekeurd onder voorbehoud van het bepaalde in bijlage II.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 15 december 1986.
Voor de Commissie
António CARDOSO E CUNHA
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 290 van 22. 10. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 361 van 31. 12. 1985, blz. 78.
(3) PB nr. L 157 van 15. 6. 1985, blz. 1.
BIJLAGE I
BELANGRIJKSTE GEGEVENS OVER HET MEERJARIG ORIËNTATIEPROGRAMMA VOOR DE VISSERIJVLOOT DAT DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT OPGESTELD IN HET KADER VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2908/83 VAN DE RAAD
1. Inhoud van het programma
- Handhaving van de vangstcapaciteit van de vloot gedurende de looptijd van het programma, met dien verstande dat de vangstcapaciteit van de kustvisserijvloot (kottervloot) wordt gehandhaafd op het peil van 1982, namelijk 23 300 brt en 126 000 pk (situatie per 31 december 1982), en die van de vloot voor de grote zeevisserij wordt gehandhaafd op het peil van 1983, namelijk 55 179 brt en 56 000 pk (situatie per 31 december 1983).
In verband met deze cijfers voor de streefcapaciteit kan worden opgemerkt dat door de bouw van grote kotters, die ten dele visserijactiviteiten van de vloot voor de zeevisserij hebben overgenomen, de statistieken geen juist beeld van de tendens geven.
- Op peil houden van de rentabiliteit van de bedrijven die zich toeleggen op de vangst van mosselen.
2. Gebied waarvoor het programma geldt
Het programma geldt voor het grondgebied van de vier deelstaten in het kustgebied: Bremen, Hamburg, Neder-Saksen, Sleeswijk-Holstein.
3. Looptijd
Het programma loopt van 1 januari tot en met 31 december 1986.
4. Doel van het programma
- Een goede rentabiliteit van de visserijvloot;
- behoud van arbeidsplaatsen;
- wegwerken van tekorten bij de voorziening;
- bijdragen tot het behoud van de verwerkende bedrijven.
5. Maatregelen om het doel te bereiken
5.1. Bouw
De vangstcapaciteit wordt op peil gehouden door ervoor te zorgen dat de capaciteit van de nieuwe vaartuigen in totaal wordt gecompenseerd door de capaciteit die aan de vloot wordt onttrokken.
5.2. Modernisering
De modernisering zal hoofdzakelijk gericht zijn op de veiligheid en het comfort van de bemanning en de verbetering van de werkomstandigheden aan boord.
5.3. Mossel- en oesterteelt
Moderniseren van de bedrijven die mosselen vangen, via moderniseringssteun voor hun schepen, en steun voor de ontwikkeling van de oesterteelt.
6. Middelen om het in punt 4 omschreven doel te bereiken en investeringsramingen (miljoen Ecu)
6.1. Bouw van vaartuigen
23 projecten voor de bouw van vaartuigen; totale investering van circa 16 miljoen Ecu.
6.2. Modernisering
30 projecten voor de modernisering; totale investering van circa 3,6 miljoen Ecu.
6.3. Aquicultuur
Modernisering en uitbreiding van één bedrijf voor de mosselcultuur en oprichting van drie bedrijven voor de oestercultuur; totale investering van circa 2,85 miljoen Ecu.
Nationale steun per jaar: 3,1 miljoen Ecu.
Deze financiële gegevens en de verdeling over de verscheidende maatregelen zijn indicatief. BIJLAGE II
SLOTCONCLUSIES
1. De Commissie constateert dat, na de vaststelling van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het voor 1986 verlengde programma van de Duitse Regering dat het kader vormt voor financiering door de Gemeenschap en de Lid-Staat, een maatregel is tot herstructurering ten einde adequate economische omstandigheden in de visserijsector tot stand te brengen en de inkomenssituatie van de betrokkenen te verbeteren.
Om het gestelde doel te bereiken, dus de vangstcapaciteit van de kustvisserijvloot (kottervloot) op het peil van 1982 te houden en die van de vloot voor de grote zeevisserij op het peil van 1983 te handhaven, dient evenwel een permanente regeling voor het beheer van de vangstcapaciteit en van de visbestanden te worden toegepast. Deze regeling dient te voorzien in een controle op zowel de bouw van nieuwe vaartuigen als de modernisering van de bestaande vloot, opdat met name een evenwicht tussen inbedrijfstelling en buitenbedrijfstelling van vaartuigen wordt gehandhaafd.
2. De Commissie verzoekt de Duitse autoriteiten om, ter wille van de duidelijkheid, bij het opmaken van hun statistieken over de kustvisserijvloot en de vloot voor de grote zeevisserij rekening te houden met de ontwikkeling van een categorie kotters die sommige activiteiten van de vloot voor de zeevisserij hebben overgenomen.
3. De Commissie verzoekt de Duitse Regering erop toe te zien dat de maatregelen van regionale of plaatselijke overheid passen in het kader van dit programma.
4. De Commissie wijst erop dat de opneming van investeringsramingen in dit programma niet betekent dat ook automatisch financiële bijstand van de Gemeenschap voor de betrokken projecten wordt verleend.
Top