Avis juridique important
87/38/EEG: Beschikking van de Commissie van 15 december 1986 betreffende de verlenging, voor 1986, van het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat België overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2908/83 heeft ingediend (Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)
Publicatieblad Nr. L 017 van 20/01/1987 blz. 0028 - 0030
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 15 december 1986
betreffende de verlenging, voor 1986, van het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat België overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2908/83 heeft ingediend
(Slechts de teksten in de Nederlandse en de Franse taal zijn authentiek)
(87/38/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2908/83 van de Raad van 4 oktober 1983 inzake een gemeenschappelijke actie voor herstructurering, modernisering en ontwikkeling van de visserij, alsmede voor ontwikkeling van de aquicultuur (1), en met name op artikel 5,
Overwegende dat de geldigheidsduur van Verordening (EEG) nr. 2908/83 bij Verordening (EEG) nr. 3733/85 van de Raad (2) tot einde 1986 werd verlengd; dat de Belgische Regering op 3 maart 1986 een programma heeft ingediend, waarbij het bij Beschikking 85/112/EEG van de Commissie (3) goedgekeurde vroegere programma met een looptijd van 1 januari 1983 tot 31 december 1985 tot einde 1986 werd verlengd; dat zij op 2 oktober 1986 de laatste aanvullende inlichtingen over dit programma heeft verstrekt;
Overwegende dat de looptijd van het programma ten minste even lang is als de voorgenomen duur van de gemeenschappelijke actie, zoals in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2908/83 is bepaald;
Overwegende dat de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2908/83 bedoelde gegevens zijn opgenomen in het programma;
Oerwegende dat het programma, rekening houdende met de produktiemogelijkheden, de maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, de behoefte aan de betrokken produkten en de oriëntatie van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het kader vormt voor het indienen van de projecten die in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor de visserijstructuur,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het meerjarig oriëntatieprogramma voor de visserijvloot dat de Belgische Regering op 3 maart 1986 heeft ingediend en laatstelijk op 2 oktober 1986 heeft aangevuld, en waarvan de belangrijkste gegevens in bijlage I zijn opgenomen, wordt goedgekeurd onder voorbehoud van het bepaalde in bijlage II.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.
Gedaan te Brussel, 15 december 1986.
Voor de Commissie
António CARDOSO E CUNHA
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 290 van 22. 10. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 361 van 31. 12. 1985, blz. 78.
(3) PB nr. L 44 van 14. 2. 1985, blz. 44.
BIJLAGE I
BELANGRIJKSTE GEGEVENS OVER HET ORIËNTATIEPROGRAMMA VOOR DE VISSERIJVLOOT DAT DE BELGISCHE REGERING HEEFT OPGESTELD IN HET KADER VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2908/83 VAN DE RAAD
1. Inhoud van het programma
Het programma is erop gericht de visserijactiviteit van de vloot gedurende de looptijd van het programma te handhaven op het peil van 1982, maar tevens deze vloot te herstructureren en te moderniseren tot een vloot met een goede rentabiliteit.
2. Gebied waarvoor het programma geldt
Het Belgische grondgebied, en meer bepaald de provincie West-Vlaanderen.
3. Looptijd van het programma
Het programma loopt van 1 januari tot en met 31 december 1986.
4. Doeleinden van het programma
Handhaving, en zo mogelijk verbetering van de rentabiliteit van de visserijbedrijven:
a) handhaving van de sterkte van de vloot op ongeveer 200 vaartuigen, 22 000 brt en 96 000 pk, met inachtneming van de volgende maxima: strikte beperking van het totale vermogen van de grote boomkortrawlers tot 65 000 pk, bij een vermogen van ten hoogste 1 200 pk per vaartuig, en een maximum van ongeveer 5 000 pk voor de Eurokotters;
b) behoud van het kleinschalige (»ambachtelijke") karakter van de bedrijven.
5. Middelen om deze doeleinden te bereiken
a) Voor het behoud van het kleinschalige (»ambachtelijke") karakter van de vloot:
- er zal bij voorrang steun worden verleend aan reders van wie de kinderen ook visser zijn, en meer bepaald aan degenen die in staat zijn 20 % van de investering met eigen kapitaal te bekostigen, voor de verlening van enige steun door de overheid. Dit minimum wordt tot 10 % verlaagd voor jonge, succesrijke vissers.
b) Voor de vernieuwing en modernisering van de vloot moet met inachtneming van de doeleinden van het programma, voorrang worden verleend aan:
- de kustvisserijvloot (kleine trawlers en garnaalschepen), polyvalente vissersvaartuigen die niet zijn uitgerust met de boomkor.
c) De Lid-Staat verleent in 1986 geen financiële steun voor de bouw van boomkortrawlers, uitgenomen voor:
- de vervanging van op zee vergane schepen,
- de bouw van typische garnaalschepen.
d) Voorts gelden de volgende regionale prioriteiten:
- kleine kustvaartuigen en kleine garnaalschepen:
1. Nieuwpoort
2. Oostende,
3. Zeebrugge;
- zijtrawlers:
1. Oostende en Nieuwpoort,
2. Zeebrugge.
6. Raming van de investering voor de bouw van vaartuigen om het in punt 4 genoemde doel te bereiken
De vloot kan worden vernieuwd door acht à negen vaartuigen per jaar te vervangen.
Hiermee zal jaarlijks een investering van ongeveer 400 à 450 miljoen Bfr. of 9 à 10 miljoen Ecu gemoeid zijn. BIJLAGE II
SLOTCONCLUSIES
1. De Commissie constateert dat, na de vaststelling van het gemeenschappelijke visserijbeleid, de verlenging tot einde 1986 van het programma dat de Belgische Regering heeft ingediend als kader voor toekomstige financiering door de Gemeenschap en de Lid-Staat, een maatregel is met het oog op de herstructurering van de vloot op middellange termijn, de totstandbrenging van adequate economische omstandigheden in de visserijsector en de verbetering van de inkomenssituatie der betrokkenen.
2. Daar de vangstcapaciteit die was vastgesteld in het vorige van 1 januari 1983 tot en met 31 december 1985 lopende programma, schijnt te zijn bereikt, vraagt de Commissie de Belgische Regering nauwlettend toe te zien op de ontwikkeling van de Belgische vissersvloot.
3. De Commissie wijst erop dat de opneming van investeringsramingen in dit programma niet betekent dat ook automatisch financiële bijstand van de Gemeenschap wordt verleend.
Top