Avis juridique important
Richtlijn 87/112/EEG van de Commissie van 23 december 1986 houdende tweede aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 84/631/EEG van de Raad betreffende toezicht en controle in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen
Publicatieblad Nr. L 048 van 17/02/1987 blz. 0031 - 0032
*****
RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1986
houdende tweede aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 84/631/EEG van de Raad betreffende toezicht en controle in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen
(87/112/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 78/319/EEG van de Raad van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke afvalstoffen (1), inzonderheid op artikel 18,
Gelet op Richtlijn 84/631/EEG van de Raad van 6 december 1984 betreffende toezicht en controle in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen (2), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 86/279/EEG (3), inzonderheid op de artikelen 3, 4, 5, 7, 15 en 17,
Overwegende dat het, om een doelmatig toezicht en een doelmatige controle te waarborgen, noodzakelijk is dat de houder van de afvalstoffen, wanneer hij voornemens is de afvalstoffen van een Lid-Staat naar een andere Lid-Staat over te brengen, deze door te voeren door een of meer Lid-Staten of deze vanuit een derde land over te brengen naar een Lid-Staat dan wel ze over te brengen naar een derde land, aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staten een kennisgeving zendt;
Overwegende dat deze kennisgeving dient plaats te vinden door middel van een uniform document waarvan de inhoud nauwkeurig is omschreven in bijlage I van Richtlijn 84/631/EEG, welke bijlage is gewijzigd bij Richtlijn 85/469/EEG (4), en volgens een in bijlage IV van laatstgenoemde richtlijn omschreven procedure;
Overwegende dat in het geval van overbrenging van afvalstoffen naar een bestemming buiten de Gemeenschap de algemene toelichting bij het uniform begeleidend document dient te worden gewijzigd;
Overwegende dat voor de overbrenging van uit non-ferrometalen bestaande afvalstoffen, indien zij voor hergebruik, regeneratie of recycling op basis van een contractuele regeling inzake deze verrichtingen bestemd zijn, slechts verklaringen vereist zijn op een uniform document dat is omschreven in bijlage II van Richtlijn 85/469/EEG;
Overwegende dat in het geval van overbrenging naar een bestemming buiten de Gemeenschap de in genoemde bijlage in genoemd document beschreven procedure voor het gebruik van dit formulier moet worden gewijzigd;
Overwegende dat de in deze richtlijn bedoelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de aanpassing van Richtlijn 78/319/EEG betreffende toxische en gevaarlijke afvalstoffen, aan de vooruitgang van de techniek,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II en IV van Richtlijn 85/469/EEG worden als volgt gewijzigd:
1. In bijlage II wordt punt 3 van de toelichting op het formulier »Verklaringen betreffende afvalstoffen van non-ferrometalen, bestemd voor hergebruik, regeneratie of recycling" in de vier exemplaren van het formulier gelezen als volgt:
»3. De houder van de afvalstoffen moet exemplaar 3 van het formulier behouden en vóór de verzending exemplaar 4 zenden aan de bevoegde instanties van de Lid-Staat van bestemming en in geval van uitvoer van de afvalstoffen naar een bestemming buiten de Gemeenschap aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van verzending en van de Lid-Staat waar de afvalstoffen de Gemeenschap verlaten (fotokopie).".
2. In bijlage IV onder de rubriek »Algemene toelichting bij het uniform begeleidend document",
a) worden onder A de punten 2, 3 en 4 vervangen door de volgende punten 2, 3, 4 en 5:
»2. voor één enkele overbrenging van afvalstoffen waarvan de verwijdering buiten de Gemeenschap zal plaatsvinden de drie exemplaren van het formulier aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van verzending of aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar het transport de Gemeenschap verlaat, wanneer de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt in een derde land dat hieraan grenst en deze Lid-Staat zijn recht uitoefent de ontvangstbevestiging af te geven, overeenkomstig artikel 4, lid 2, laatste alinea, van Richtlijn 84/631/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 86/279/EEG;
3. voor één enkele overbrenging van afvalstoffen die afkomstig zijn uit een derde land en door de Gemeenschap worden gevoerd met het oog op verwijdering buiten de Gemeenschap, de drie exemplaren van het formulier aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar het transport de Gemeenschap verlaat;
4. voor meer dan één overbrenging (algemene kennisgeving), de exemplaren 1 en 2 van het formulier en een aantal exemplaren 3 dat overeenkomt met het aantal uit te voeren overbrengingen, aan de onder 1, 2 of 3 bedoelde bevoegde autoriteiten;
5. in alle onder 1 tot en met 4 vermelde gevallen een fotokopie van exemplaar 1 van het formulier aan de bevoegde autoriteiten van alle overige betrokken Staten: Lid-Staten van verzending en doorvoer, derde land(en) van doorvoer en bestemming.";
b) de laatste volzin van punt B wordt gelezen:
»De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die de ontvangst bevestigt, zendt een fotokopie van exemplaar 2 aan de bevoegde autoriteiten van de overige betrokken Lid-Staten alsmede eventueel aan het derde land van bestemming en het (de) derde land(en) van doorvoer en aan de geadresseerde.";
c) de tweede volzin van punt E wordt gelezen:
»Voor overbrenging van afvalstoffen waarvan de verwijdering buiten de Gemeenschap moet plaatsvinden, dient exemplaar 3 te worden afgegeven bij het douanekantoor waarlangs de afvalstoffen de Gemeenschap voorgoed verlaten.";
d) punt G wordt gelezen:
»G. Wanneer de afvalstoffen uit de Gemeenschap worden uitgevoerd om te worden verwijderd buiten de Gemeenschap, moet de houder van de afvalstoffen uiterlijk zes weken nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die de ontvangstbevestiging van de kennisgeving van de overbrenging heeft afgegeven, bevestigen dat de afvalstoffen hun bestemming hebben bereikt en het laatste douanekantoor aangeven waarlangs de afvalstoffen de Gemeenschap voorgoed hebben verlaten.".
3. In bijlage IV onder de rubriek »Toelichting bij het invullen van het formulier", onder titel »B. Toelichting bij het invullen van de exemplaren 1, 2 en 3", wordt het punt »Vak 8" gelezen:
»Vak 8 De gegevens over de tussen de houder en de geadresseerde afgesloten overeenkomst over de in de betrokken kennisgeving vermelde afvalstoffen dienen te worden bijgevoegd, voorzien van de handtekening van de geadresseerde. Indien van toepassing moeten worden bijgevoegd:
- lijsten van producenten/transportbedrijven (vakken 5 en 6);
- bijzonderheden over de afvalstoffen (vak 22);
- bij overbrenging van afvalstoffen van een Lid-Staat naar een derde land voor verwijdering aldaar het bewijs dat het derde land van bestemming daarmee akkoord gaat.".
Artikel 2
De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om uiterlijk op 1 januari 1987 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Artikel 3
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 23 december 1986.
Voor de Commissie
Stanley CLINTON DAVIS
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 84 van 31. 3. 1978, blz. 43.
(2) PB nr. L 326 van 13. 12. 1984, blz. 31.
(3) PB nr. L 181 van 4. 7. 1986, blz. 13.
(4) PB nr. L 272 van 12. 10. 1985, blz. 1.
Top