Publicatieblad
van de Europese Unie
NL
L-serie
2025/2458
12.12.2025
VERORDENING (EU) 2025/2458 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 26 november 2025
betreffende Europese statistieken over bevolking en huisvesting, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 862/2007 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 763/2008 en (EU) nr. 1260/2013
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Europese statistieken over bevolking en huisvesting spelen een centrale rol in de beleids- en besluitvormingsprocessen en zijn daarom nodig voor het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van het beleid van de Unie, en met name beleidsmaatregelen die gericht zijn op demografische veranderingen en de groene en de digitale transitie, beleidsmaatregelen die verband houden met het kader voor de bevordering van energie-efficiëntie, economische, sociale en territoriale cohesie, en het beleid van de Unie betreffende de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, alsook die beleidsmaatregelen die nodig zijn om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van Agenda 2030 van de Verenigde Naties (VN) te verwezenlijken voor zover die gebieden binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.
(2)
Europese sociale statistieken, met inbegrip van statistieken over bevolking en huisvesting, worden momenteel opgesteld op basis van een aantal wetgevingshandelingen. Deze verordening moet de naadloze integratie en stroomlijning van Europese sociale statistieken voortzetten, die is begonnen met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad (3).
(3)
Statistieken over bevolking zijn een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk voor een breed scala aan beleidsindicatoren en worden gebruikt als referentie voor alle Europese statistieken, met name voor het verschaffen van steekproefkaders voor het uitvoeren van representatieve enquêtes onder personen en huishoudens uit hoofde van Verordening (EU) 2019/1700.
(4)
De Raad Economische en Financiële Zaken geeft het Comité voor de economische politiek regelmatig een mandaat om op lange termijn de duurzaamheid en de kwaliteit van de openbare financiën te beoordelen op basis van bevolkingsprognoses van Eurostat. Die bevolkingsprognoses worden ook gebruikt voor beleidsanalyses in het kader van het Europees Semester. De Commissie (Eurostat) moet beschikken over alle statistieken die nodig zijn om bevolkingsprognoses op te stellen en te publiceren overeenkomstig de informatiebehoeften van de Unie.
(5)
Op grond van artikel 175, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dient de Commissie om de drie jaar verslag uit te brengen aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de vooruitgang die is geboekt bij de totstandbrenging van economische, sociale en territoriale cohesie. Regionale en lokale gegevens, ook voor verschillende territoriale soorten zoals grensregio’s, steden en hun functionele stedelijke gebieden, grootstedelijke regio’s, plattelandsgebieden en berg- en eilandregio’s, zijn noodzakelijk voor de opstelling van die verslagen en voor de regelmatige monitoring van demografische ontwikkelingen en mogelijke toekomstige demografische uitdagingen in de gebieden van de Unie.
(6)
Op grond van artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) wordt een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad vastgesteld, onder meer op basis van de bevolking van de lidstaten. Om die redenen zijn de lidstaten op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1260/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) momenteel verplicht de Commissie (Eurostat) gegevens over hun totale bevolking op nationaal niveau te verstrekken. De lidstaten moeten dergelijke informatie op grond van deze verordening aan de Commissie (Eurostat) blijven verstrekken.
(7)
In 2017 heeft het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité) het “Memorandum van Boedapest betreffende bevolkingsbewegingen en integratiekwesties — migratiestatistieken” (het “Memorandum van Boedapest”) aangenomen, waarin wordt gesteld dat er behoefte is aan jaarlijkse statistieken over de omvang en over bepaalde sociale, economische en demografische kenmerken van de bevolking. Opdat de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie worden geëerbiedigd en opdat de rechten van de burgers die zijn verankerd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in de artikelen 10 en 19 VWEU worden geëerbiedigd, heeft de Unie betrouwbare en vergelijkbare statistieken nodig. Verordening (EU) 2019/1700 biedt een kader voor het verzamelen van gegevens op basis van steekproeven dat het mogelijk maakt gegevens over gelijkheid en non-discriminatie te verzamelen, voor zover dat haalbaar is op basis van steekproeven, en die het mogelijk maken de analyse van een aantal aspecten van gelijkheid en discriminatie door sociaaleconomische indicatoren en informatie over ervaringen met discriminatie op te stellen. Daarnaast voeren het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Fundamental Rights Agency — FRA) en het Europees Instituut voor gendergelijkheid (European Institute for Gender Equality — EIGE) specifieke studies en specifieke enquêtes uit, waardoor meer statistieken over gelijkheid op Unieniveau beschikbaar kunnen komen. Bovendien stelt de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions — Eurofound) gegevens en informatie over levens- en arbeidsomstandigheden die zijn verzameld door middel van enquêtes beschikbaar. De toekomstige samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten, Eurostat, FRA, EIGE en Eurofound moeten uit hoofde van de desbetreffende rechtskaders worden versterkt om te voorzien in de toenemende behoefte van gebruikers aan betrouwbare en alomvattende gegevens over gelijkheid en diversiteit in de Unie.
(8)
In het Memorandum van Boedapest wordt tevens gepleit voor verbetering van de statistieken over migratie en voor de ontwikkeling en toepassing van gemeenschappelijke definities in verband met bevolking en migratie, rekening houdend met het feit dat er begrippen en definities moeten worden vastgesteld die statistisch verantwoord zijn, ter zake doen en kunnen worden toegepast in het licht van nieuwe vormen van migratie. Recente en aanhoudende gebeurtenissen, zoals de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, en humanitaire crises, zoals de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, benadrukken het belang van tijdige en gedetailleerde statistieken over migratie en internationale bescherming, die van fundamenteel belang zijn om een overzicht te krijgen van de migratiestromen naar, binnen en uit de Unie.
(9)
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen die zijn vastgesteld in de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal, is voor de ontwikkeling en evaluatie van doeltreffend beleid behoefte aan betere statistieken over het energieverbruik en de efficiëntie van huisvesting, gedetailleerde geografische gegevens over de spreiding van de bevolking en diepgaander onderzoek naar de relatie tussen bevolking en huisvesting. Met de COVID-19-pandemie bleek dat er behoefte was aan betrouwbare, frequente en tijdige statistieken over sterfgevallen in de Unie. De Unie heeft behoefte aan een adequaat mechanisme voor de verplichte verzameling van die gegevens binnen het Europees statistisch systeem (ESS), met inachtneming van de noodzakelijke frequentie, tijdigheid en gedetailleerdheid.
(10)
De verplichte verzameling van gegevens binnen het ESS op basis van deze verordening is bedoeld om de regelmatige en tijdige monitoring van de vooruitgang bij de uitvoering van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, bij de verwezenlijking van de kerndoelen van het bijbehorende actieplan en bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de bij Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad (5) ingestelde Europese kindergarantie op nationaal niveau te faciliteren, en zal ook gegevens opleveren om de beoordeling van de verdelingseffecten van klimaatverandering en het relevante beleid te faciliteren.
(11)
Op voorstel van de Statistische Commissie van de VN neemt de Economische en Sociale Raad van de VN om de tien jaar resoluties aan over het wereldwijde volks- en woningtellingsprogramma en nodigt de VN-lidstaten uit volks- en woningtellingen uit te voeren in overeenstemming met internationale en regionale aanbevelingen, en daarbij de integriteit, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en waarde van de resultaten van de volks- en woningtellingen te handhaven. In de Europese statistieken over bevolking en huisvesting moet rekening worden gehouden met die internationale en regionale aanbevelingen.
(12)
Stroomlijning van de rapportagevereisten en vermindering van de administratieve lasten zijn centrale doelstellingen van de Unie. De mededeling van de Commissie van 16 maart 2023 over “Concurrentievermogen van de EU op lange termijn: blik op de periode na 2030” heeft tot doel de rapportagevereisten voor ondernemingen en overheden te rationaliseren en te vereenvoudigen en met 25 % te verminderen, zonder dat dat ten koste gaat van de daarmee samenhangende beleidsdoelstellingen. Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6) heeft een rechtskader vastgesteld voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken op basis van gemeenschappelijke statistische beginselen. In die verordening worden kwaliteitscriteria vastgesteld en wordt gewezen op de noodzaak de enquêtedruk voor de bevraagden zo veel mogelijk te beperken en er meer in het algemeen toe bij te dragen dat de administratieve last wordt verminderd. Een nieuw rechtskader voor Europese statistieken over bevolking en huisvesting moet de kwaliteitscriteria van die verordening ten uitvoer leggen en daarop voortbouwen en de administratieve lasten verminderen door doeltreffend en efficiënt gebruik te maken van beschikbare gegevensbronnen, met inbegrip van administratieve gegevens.
(13)
Aangezien administratieve bestanden vanuit kosten en bestuurlijk oogpunt de meest efficiënte gegevensbronnen zijn die aansluiten bij het eenmaligheidsbeginsel, moet het mogelijk zijn ze voor alle aan de Commissie verstrekte gegevensverzamelingen te gebruiken, mits de lidstaten, indien van toepassing, met behulp van schattingsmethoden bevestigen dat de dekking en de kwaliteit van die gegevensbronnen toereikend zijn en mits ze de dekking en de kwaliteit grondig beschrijven in de kwaliteitsverslagen en metagegevens die de gegevensoverdracht vergezellen.
(14)
Uit de evaluatie van gepubliceerde statistieken over volks- en woningtellingen in de Unie, over internationale migratiestromen, aantallen migranten en de verwerving van burgerschap, en over demografie is gebleken dat het huidige rechtskader, dat de Verordeningen (EG) nr. 862/2007 (7) en (EG) nr. 763/2008 (8) van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 1260/2013 omvat, heeft geleid tot aanzienlijke algemene verbeteringen van de statistieken ten opzichte van de situatie in 2005, voordat het huidige rechtskader van kracht was. Dat kader kan echter leiden tot een gebrek aan samenhang en vergelijkbaarheid, dat moet worden aangepakt.
(15)
Klimaatverandering, de digitale transitie, de veranderende demografische situatie en recente migratietrends hebben geleid tot een behoefte aan meer actuele, frequentere en gedetailleerdere Europese statistieken over bevolking, sociaaleconomische ontwikkelingen, levensgebeurtenissen en huisvesting, met inbegrip van bijzonderheden over onderwerpen of groepen die de afgelopen tien jaar politiek en maatschappelijk relevant zijn geworden. Bovendien is het huidige rechtskader niet flexibel genoeg om zich aan te passen aan veranderende beleidsbehoeften en om het gebruik van nieuwe bronnen op Unie- en nationaal niveau mogelijk te maken. Bovendien heeft de structuur van het huidige rechtskader, in de vorm van drie afzonderlijke verordeningen, die op verschillende tijdstippen zijn vastgesteld, geleid tot inconsistenties in de resulterende statistieken. Tot slot geldt dat aangezien Verordening (EU) nr. 1260/2013 op 31 augustus 2028 niet langer van toepassing zal zijn, er een nieuw rechtskader is vereist voor de demografische statistieken die op grond van die verordening worden verzameld. Het nieuwe rechtskader moet coherenter en flexibeler zijn, de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 862/2007 wijzigen en de Verordeningen (EG) nr. 763/2008 en (EU) nr. 1260/2013 intrekken.
(16)
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 862/2007 heeft betrekking op statistieken over het land van staatsburgerschap en de geboorteplaats van de ingezeten bevolking (aantal migranten), over de verandering van verblijfplaats tussen landen (internationale migratiestromen) en over de verwerving van het staatsburgerschap van de ingezeten bevolking. De andere statistieken die op grond van die verordening worden verzameld, hebben betrekking op administratieve en gerechtelijke procedures in verband met immigratiewetgeving en internationale bescherming. De in artikel 3 van die verordening bedoelde statistieken zijn nauw verbonden met de statistieken over de ingezeten bevolking en de demografische veranderingen waarin de Verordeningen (EG) nr. 763/2008 en (EU) nr. 1260/2013 voorzien, en moeten consistent zijn met die statistieken. Met het oog op consistentie moeten die statistieken daarom onder één rechtsgrondslag vallen en moet artikel 3 van Verordening (EG) nr. 862/2007 worden geschrapt.
(17)
De snel veranderende aard van bepaalde bevolkings- en huisvestingskenmerken, met name in verband met demografische, sociaaleconomische en migratieverschijnselen, en de daarmee gepaard gaande noodzaak van een snelle doelgerichtheid en aanpassing van het beleid, betekenen dat statistieken tijdig beschikbaar moeten zijn, kort na de relevante referentieperiode voor dergelijke statistieken. De periodiciteit en tijdigheid van de statistieken moet daarom aanzienlijk worden verhoogd, waar mogelijk met behulp van administratieve gegevens en administratieve bestanden. Met het oog daarop is het noodzakelijk dat de lidstaten voldoende middelen ter beschikking stellen voor hun nationale instituten voor de statistiek.
(18)
Bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (9) is een op raster gebaseerde methode vastgesteld voor de definitie van territoriale typologieën op basis van de bevolkingsverdeling met rastercellen van 1 km2. Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1799 van de Commissie (10), waarbij een tijdelijke directe statistische actie is ingesteld voor de verspreiding van geselecteerde thema’s bij de volks- en woningtellingen van 2021, voorziet in belangrijke tellingen op een pan-Europees raster van 1 km2. Het nieuwe rechtskader moet zorgen voor de voortdurende verspreiding van bevolkingsstatistieken met geografische referenties op basis van rasters en de uitbreiding ervan tot huisvestingsstatistieken.
(19)
In deze verordening bedoelde territoriale eenheden en statistische rasters, zijn bedoeld om dezelfde te zijn als die waarin Verordening (EG) nr. 1059/2003 voorziet.
(20)
Met het oog op de geocodering van locaties moet worden gebruikgemaakt van de in bijlage III bij Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad (11) vermelde thematische categorie “statistische eenheden”.
(21)
Het huidige rechtskader voor Europese statistieken over bevolking en huisvesting moet worden geactualiseerd om ervoor te zorgen dat de huidige afzonderlijke statistische processen worden geïntegreerd in een gemeenschappelijk kader dat het ESS in staat stelt doeltreffend te reageren op nieuwe informatiebehoeften van de Unie en statistische innovaties aan te moedigen. Het is noodzakelijk dat de statistische output wordt vergroot om relevant te blijven in het licht van demografische, migratie-, sociale en economische veranderingen en uitdagingen, en zo de beleids- en besluitvorming ondersteunen.
(22)
De verbeterde regelmatige (jaarlijks of meerdere keren per jaar verzamelde) statistieken over bevolking en huisvesting moeten worden aangevuld met informatie uit gecoördineerde volks- en woningtellingen in de Unie die om de tien jaar worden gehouden overeenkomstig de beginselen en aanbevelingen van de VN voor volks- en woningtellingen. Volks- en woningtellingen bieden een unieke gelegenheid om officiële statistieken zichtbaar te maken, wat betreft concrete acties en resultaten.
(23)
De volks- en woningtellingen van de Unie moeten kosteneffectiever worden door ten volle gebruik te maken van de rijke reeks administratieve gegevens die in de lidstaten beschikbaar zijn of door een combinatie van innovatieve methoden en bronnen, met inbegrip van nieuwe bronnen die voortkomen uit de verlening van digitale diensten. Die tellingen moeten ook worden gebruikt om het demografische referentiescenario te herstellen. Het gebruik van die nieuwe bronnen moet onderworpen zijn aan de wettelijke, technische en procedurele waarborgen van Verordening (EG) nr. 223/2009.
(24)
De lidstaten en de Commissie (Eurostat) moeten toegang hebben tot een zo breed mogelijk scala aan gegevensbronnen om op kosteneffectieve wijze Europese statistieken over bevolking en huisvesting van hoge kwaliteit op te stellen. In dat verband is het van cruciaal belang dat de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst (“nationale instanties voor de statistiek”) tijdig toegang krijgen tot en gebruik mogen maken van de administratieve gegevens die in het bezit zijn van overheidsdiensten op nationaal, regionaal en lokaal niveau, overeenkomstig artikel 17 bis van die verordening. Statistieken over de energie-efficiëntie van gebouwen kunnen bijvoorbeeld worden gebaseerd op administratieve gegevens met betrekking tot de afgifte van energiecertificaten van gebouwen uit hoofde van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad (12). De nationale instanties voor de statistiek moeten tijdig en regelmatig toegang hebben tot de nationale databanken over de energieprestatie van gebouwen op grond van Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad (13). De nationale instanties voor de statistiek moeten ook worden betrokken bij besluiten over het ontwerp en de herontwikkeling van relevante administratieve gegevensbronnen, zodat die gegevensbronnen verder kunnen worden gebruikt voor de opstelling van officiële statistieken.
(25)
De afgelopen jaren zijn op Unieniveau uitgebreide databanken en interoperabiliteitssystemen met betrekking tot verblijf, levensgebeurtenissen, burgerschap en migratie en grensoverschrijdende verplaatsingen van de bevolking ontwikkeld, zoals die welke zijn vastgesteld bij Verordeningen (EU) nr. 910/2014 (14), (EU) 2018/1724 (15), (EU) 2019/817 (16) en (EU) 2019/818 (17) van het Europees Parlement en de Raad. Zij bieden waardevolle informatie die kan worden gebruikt voor de opstelling en kwaliteitsborging van Europese statistieken over bevolking en huisvesting.
(26)
Het is van essentieel belang dat de Commissie (Eurostat) gegevens van databanken op Unieniveau en interoperabiliteitssystemen alleen voor statistische doeleinden kan gebruiken indien de regels inzake gegevensbescherming en de bescherming van persoonsgegevens op grond van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (18) strikt worden toegepast. Dat moet met name gelden voor de statistische gegevens die zijn opgeslagen in het centrale register voor rapportage en statistieken (CRRS), dat opgericht is bij artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817, bij artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818, en bij verordeningen tot vaststelling van de systemen waarvan de statistische gegevens in het CRRS zijn opgeslagen. Aangezien het CRRS systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen moet verstrekken voor beleids-, operationele en gegevenskwaliteitsdoeleinden, moet de Commissie (Eurostat) voor zover mogelijk samenwerken met het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area — eu-LISA) om de vereiste Europese statistieken te verstrekken.
(27)
Onder gegevens in particulier bezit wordt verstaan de grote hoeveelheid gegevens die particuliere entiteiten als gevolg van hun activiteiten hebben verkregen en die door nationale instanties voor de statistiek en de Commissie (Eurostat) kunnen worden gebruikt om officiële statistieken op te stellen. Dergelijke gegevens kunnen de dekking, tijdigheid en crisisresponscapaciteit van Europese statistieken over bevolking en huisvesting verbeteren en kunnen statistische innovatie mogelijk maken. Dergelijke gegevens kunnen de bestaande demografische en migratiestatistieken aanvullen, kunnen voor statistische innovatie zorgen en zelfs dienen voor het opstellen van vroege schattingen mits de rechten en vrijheden van gegevenshouders worden beschermd. De nationale instanties voor de statistiek en de Commissie (Eurostat) hebben toegang tot dergelijke gegevens en kunnen die gebruiken en kunnen met de particuliere gegevenshouders samenwerken op grond van Verordening (EG) nr. 223/2009.
(28)
Om de vergelijkbaarheid van Europese statistieken over bevolking en huisvesting op Unieniveau te waarborgen, is het van essentieel belang dat gemeenschappelijke definities van de bevolking op geharmoniseerde wijze worden gebruikt en toegepast. Om de geharmoniseerde bevolkingsbasis consequent, robuust en kosteneffectief uit te voeren en tegelijkertijd te zorgen voor tijdige resultaten, moet het indien passend mogelijk zijn wetenschappelijk gefundeerde modelleringstechnieken en statistische methoden zoals tekenen van leven toe te passen.
(29)
Om de hoogste dekkingskwaliteit te waarborgen, moeten de lidstaten schattingsmethoden gebruiken om tot een nauwkeurige schatting van de totale bevolking op nationaal niveau te komen. De lidstaten moeten schattingsmethoden kunnen gebruiken voor meer gedetailleerde uitsplitsingen, met inbegrip van geografische uitsplitsingen. Een aanzienlijk gebrek aan kennis van individuele kenmerken, zoals leeftijd en geslacht, is inherent aan bepaalde schattingsmethoden, bijvoorbeeld bij het schatten van statistieken op basis van gegevens die niet beschikbaar zijn uit administratieve of andere bronnen. Indien dergelijke schattingsmethoden leiden tot ontoereikend gedetailleerde uitsplitsingen, moeten de lidstaten een specifieke aanpassingscategorie kunnen gebruiken om de populatie in alle relevante gegevensverzamelingen te schatten. Het gebruik van dergelijke aanpassingscategorieën, waarbij “onbekende” gegevens worden vermeld, biedt de nodige flexibiliteit voor situaties waarin alle beschikbare gegevensbronnen zijn gebruikt en er geen nadere details kunnen worden verkregen. Indien de lidstaten een specifieke aanpassingscategorie gebruiken, moeten zij hun methoden toelichten en het gebruik van een aanpassingscategorie in de desbetreffende kwaliteitsverslagen motiveren.
(30)
De lidstaten moeten hun gegevens en metagegevens in elektronische vorm verstrekken in een door de Commissie (Eurostat) te verstrekken passend technisch formaat. Internationale normen, zoals het SDMX-initiatief (Statistical Data and Metadata Exchange), en binnen de Unie ontwikkelde statistische of technische normen, zoals metagegevens en validatienormen of Europese interoperabele kaderbeginselen, moeten worden gebruikt voor zover dat relevant is voor Europese statistieken over bevolking en huisvesting. Het ESS-comité heeft de ESS-normen voor metagegevens en kwaliteitsverslagen van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 223/2009 bekrachtigd. Die normen moeten bijdragen tot de harmonisatie van kwaliteitsborging en rapportage uit hoofde van deze verordening en moeten daarom worden ingevoerd.
(31)
Europese statistieken over bevolking en huisvesting moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria inzake relevantie, nauwkeurigheid, tijdigheid en stiptheid, toegankelijkheid en duidelijkheid, vergelijkbaarheid en samenhang zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 223/2009. De kwaliteit van die statistieken moet worden verbeterd voor zover de behoeften van de Unie evolueren en er moeten mechanismen worden vastgesteld voor gevallen waarin de kwaliteit van de gegevens niet gewaarborgd is. Passende resultaten van de door de Commissie (Eurostat) verrichte kwaliteitsbeoordeling moeten openbaar toegankelijk zijn voor gebruikers van statistieken door ervoor te zorgen dat die statistieken gratis en gemakkelijk toegankelijk zijn via de databanken van de Commissie (Eurostat) op haar website en in haar publicaties.
(32)
Europese statistieken over bevolking en huisvesting moeten iets doen aan het aanhoudende gebrek aan gegevens over moeilijk te bereiken bevolkingsgroepen, zoals personen in instellingen, personen met een handicap, daklozen, personen met een migratieachtergrond en staatlozen. Om een zo goed mogelijk beeld van de samenleving te krijgen en sociale en economische ongelijkheden te voorkomen, moeten de lidstaten ernaar streven dat moeilijk te bereiken bevolkingsgroepen nauwkeurig worden bestreken. De op grond van deze verordening gestarte proef- en haalbaarheidsstudies moeten worden gebruikt om deze kwestie aan te pakken.
(33)
Om adequaat, tijdig en doeltreffend beleid te kunnen voeren, moet men eerst de beschikking hebben over betrouwbare en vergelijkbare gegevens die zijn uitgesplitst naar gender, leeftijd en, indien dat relevant is, nationaliteit, sociaaleconomische status, geografisch gebied en andere kenmerken overeenkomstig de statistische beginselen als vastgesteld in artikel 338 VWEU, en de praktijkcode Europese statistieken en het kader voor kwaliteitsborging van het ESS. Die gegevens zijn van belang voor een beter begrip van bevolkings- en huisvestingstrends, de bestrijding van intersectionele discriminatie en de uitvoering en beoordeling van het beleid, de politieke doelstellingen en de acties van de Unie, zoals de Europese zorgstrategie, die is vastgelegd in de mededeling van de Commissie van 7 september 2022 over de Europese zorgstrategie, de Europese strategie inzake de rechten van personen met een handicap, die is vastgelegd in de mededeling van de Commissie van 3 maart 2021 over de Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 en het Europees platform voor de bestrijding van dakloosheid, dat is opgezet door de Verklaring van Lissabon van 21 juni 2021 over het Europees platform voor de bestrijding van dakloosheid, die alle sterk afhankelijk zijn van gegevens over huishoudens en gezinnen. Uitsplitsing naar handicap met behulp van bestaande en nieuwe administratieve gegevensbronnen als hefboom moet worden aangemoedigd. Bij het verzamelen en het gebruiken van gegevens moeten de Unie- en nationale normen op het gebied van privacy en andere grondrechten ten volle worden geëerbiedigd, met name waar het gegevens van minderjarigen betreft. Uitsplitsing naar gender moet recht doen aan de in de lidstaten beschikbare gegevens. Het is in sommige lidstaten thans mogelijk om zich wettelijk te laten registreren met een derde, vaak neutrale genderaanduiding. Deze verordening laat de toepassing van de relevante nationale voorschriften in verband met dergelijke erkenning onverlet.
(34)
Verordening (EG) nr. 223/2009 voorziet in voorschriften voor de verstrekking van gegevens van de lidstaten naar de Commissie (Eurostat) en het gebruik daarvan, waaronder voor de toezending en bescherming van vertrouwelijke gegevens. Overeenkomstig deze verordening genomen maatregelen moeten ervoor zorgen dat vertrouwelijke gegevens uitsluitend voor statistische doeleinden worden verstrekt en gebruikt op grond van de artikelen 21 en 22 van die verordening.
(35)
De Commissie (Eurostat) dient de statistische geheimhouding van de door de lidstaten op grond van Verordening (EG) nr. 223/2009 verstrekte gegevens in acht te nemen. Met betrekking tot de bevolkingsstatistieken die uit hoofde van deze verordening worden verzameld, moet een geharmoniseerde aanpak worden ontwikkeld om de hoge kwaliteit van statistische aggregaten op Europees niveau te waarborgen en de openbaarmaking van vertrouwelijke gegevens in statistische output te vermijden, waarbij gegevensonderdrukking zo veel mogelijk wordt vermeden.
(36)
Op nationaal niveau beschikbare gegevensbronnen zijn niet altijd in staat om verschijnselen in verband met het vrije verkeer van personen in de Unie, de toegang van personen tot grensoverschrijdende diensten in verband met levensgebeurtenissen en de uitoefening van het recht van personen om woningen te kopen en te bezitten die worden gebruikt als primaire, vakantie- en secundaire accommodatie in de hele Unie, nauwkeurig weer te geven. Er zijn ook asymmetrieën in de bilaterale migratiestromen en problemen bij het meten van bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld onder migranten, daklozen of staatlozen. Daarom moet het delen van gegevens met het oog op het opstellen van statistieken over bevolking en huisvesting en op het waarborgen van de kwaliteit ervan worden versterkt en als een andere gegevensbron worden beschouwd. Die versterking van het delen van gegevens moet betrekking hebben op een scala aan relevante gegevens, waaronder gegevens die duidelijk de directe of indirecte identificatie van statistische eenheden in de weg staan. Zij moet betrekking kunnen hebben op gegevens waarvoor mogelijk vereisten inzake statistische geheimhouding gelden. De lidstaten moeten, in hun eigen belang en in het belang van de andere lidstaten, deelnemen aan activiteiten voor het delen van gegevens, onder meer aan proefprojecten ter beoordeling van innovatieve veilige oplossingen. De Commissie (Eurostat) moet ook een beveiligde infrastructuur opzetten om het delen van gegevens te vergemakkelijken, met inachtneming van alle nodige waarborgen voor gegevensbescherming.
(37)
Vertrouwelijke gegevens mogen alleen worden gedeeld op basis van een verzoek dat de noodzaak van het delen van die gegevens op grond van hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 223/2009 rechtvaardigt.
(38)
Op langere termijn moeten de gezamenlijke inspanningen in het kader van het ESS om grensoverschrijdende statistische kwaliteitsproblemen te beperken, zoals de dubbeltelling van ingezetenen van de Unie die recht van vrij verkeer genieten, profiteren van, bijvoorbeeld, unieke digitale identificatiemiddelen die op Unieniveau zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 910/2014.
(39)
Deze verordening doet geen afbreuk aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (19), Verordening (EU) 2018/1725, en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (20). Binnen hun respectieve toepassingsgebied zijn die wetgevingshandelingen van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening, rekening houdend met het feit dat persoonsgegevens die verwerkt worden voor statistische doeleinden in het algemeen belang vertrouwelijke statistische gegevens zijn, die onder het beginsel van statistische geheimhouding vallen. Daarom mogen die gegevens alleen voor statistische doeleinden worden gebruikt en nooit ten behoeve van maatregelen of besluiten ten aanzien van een specifieke natuurlijke persoon. Bij het verwerken, delen en archiveren van persoonsgegevens voor statistische doeleinden uit hoofde van deze verordening moet bij voorkeur gebruik worden gemaakt van geanonimiseerde of gepseudonimiseerde gegevens, om de waarborgen die zijn vastgesteld op grond van artikel 89 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1725 te garanderen. Indien persoonsgegevens worden verwerkt op grond van Verordening (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, moeten de beginselen van rechtmatigheid, eerlijkheid, transparantie en nauwkeurigheid, doelbinding, gegevensminimalisering, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid volledig worden toegepast. Evenzo moeten de statistische beginselen die worden omschreven in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 223/2009 en verder ontwikkeld zijn in de praktijkcode Europese statistieken van toepassing zijn.
(40)
De Europese statistieken over bevolking en huisvesting moeten evolueren om rekening te houden met nieuwe gegevensbehoeften die voortvloeien uit veranderende beleidsprioriteiten, alsook met veranderingen in de demografische, migratie-, sociale of economische situatie in de Unie. De Commissie (Eurostat) moet, voor zover passend, proef- en haalbaarheidsstudies verrichten om de haalbaarheid van de betrokken aanpassingen te beoordelen, en rekening houden met aspecten zoals kosten en administratieve lasten voor de lidstaten en de beschikbaarheid van passende gegevensbronnen. Bij de uitwerking van die studies moet de Commissie ervoor zorgen dat die representatief zijn op Unieniveau en recht doen aan de verschillen tussen de lidstaten. De Commissie moet de resultaten van die studies in samenwerking met de lidstaten evalueren.
(41)
Teneinde rekening te houden met demografische, economische en sociale trends, technologische ontwikkelingen en de noodzaak om tijdig gerichte beleidsmaatregelen te ontwikkelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van gedetailleerde onderwerpen die onder de Europese statistieken over bevolking en huisvesting vallen en tot nadere bepaling van de informatie die de lidstaten moeten verstrekken met het oog op het verzamelen van aanvullende statistische gegevens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (21). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
(42)
Het feit dat Europese statistieken tot de kern van empirische besluitvorming behoren is ook zichtbaar in het programmerings- en financieringskader voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken (programma voor de interne markt) dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad (22). De lidstaten moeten financiële steun kunnen aanvragen van het programma voor de interne markt en van het instrument voor technische ondersteuning dat in het leven is geroepen bij Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad (23), overeenkomstig de doelstellingen van en de regels met betrekking tot die instrumenten, met het oog op het aanpassen van hun nationale statistische systemen, het verbeteren van de methoden en de gegevenskwaliteit van de statistieken, en het plannen en uitvoeren van alle aanvullende verzameling van gegevens uit hoofde van deze verordening.
(43)
Op grond van de Verordeningen (EU, Euratom) 2024/2509 (24) en (EU, Euratom) nr. 883/2013 (25) van het Europees Parlement en de Raad en Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 (26), (Euratom, EG) nr. 2185/96 (27) en (EU) 2017/1939 (28) van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, onder meer maatregelen met betrekking tot preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden, waaronder fraude, met betrekking tot terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede financiële middelen en, waar passend, met betrekking tot het opleggen van administratieve sancties. Bovendien heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) de bevoegdheid administratieve onderzoeken uit te voeren, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het Europees Openbaar Ministerie (het “EOM”) is bij Verordening (EU) 2017/1939 bevoegd over te gaan tot onderzoek en vervolging van strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad als bepaald in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad (29). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten op grond van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 volledig meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, de Rekenkamer en, ten aanzien van de lidstaten die deelnemen aan nauwere samenwerking op grond van Verordening (EU) 2017/1939, het EOM, alsook ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van financiële middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.
(44)
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de specificatie van de vereisten inzake gegevens en metagegevens, de technische formaten en procedures voor de verstrekking van gegevens en metagegevens, de inhoud en de structuur van kwaliteitsverslagen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (30).
(45)
Indien voor de uitvoering van deze verordening, of van de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen, grote aanpassingen van het nationale statistische systeem van een lidstaat nodig zouden zijn, moet de Commissie, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen en voor een beperkte tijd, de betrokken lidstaten afwijkingen kunnen toestaan.
(46)
Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de systematische productie van Europese statistieken over bevolking en huisvesting in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar om redenen van coherentie en vergelijkbaarheid beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VWEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
(47)
Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 werd de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 16 maart 2023 heeft hij een advies uitgebracht (31).
(48)
Het ESS-comité is geraadpleegd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Deze verordening stelt een gemeenschappelijk rechtskader vast voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over bevolking en huisvesting.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
1)
“staatsburgerschap”: de bijzondere juridische band tussen een persoon en een staat, welke verkregen is door geboorte of naturalisatie, hetzij door een verklaring, keuze, huwelijk, adoptie of andere mogelijkheden, overeenkomstig het nationale recht;
2)
“gewone verblijfplaats”: de plaats waar een persoon gewoonlijk zijn of haar dagelijkse rustperiode doorbrengt, afgezien van tijdelijke afwezigheid in verband met recreatie, vakantie, vrienden- en familiebezoek, zakenreizen, medische behandelingen of bedevaarten, mits die persoon:
a)
het grootste deel van de tijd gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan en met inbegrip van de referentiedatum op die plaats heeft gewoond, of
b)
in de twaalf maanden voorafgaand aan en met inbegrip van de referentiedatum op die plaats is aangekomen en indien het voornemen of de verwachting bestaat dat die persoon daar het grootste deel van de tijd zal blijven gedurende ten minste twaalf maanden vanaf de datum van aankomst;
3)
“tekenen van leven”: informatie die wijst op de werkelijke aanwezigheid en gewone verblijfplaats van een persoon op het betrokken grondgebied en die kan worden verkregen uit elke geschikte bron of combinatie daarvan, met inbegrip van digitale sporen die betrekking hebben op de betrokken persoon;
4)
“internationale migratie”: de gebeurtenis waarbij een persoon zijn of haar gewone verblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat of in een derde land vestigt, nadat hij of zij gewoonlijk in een andere lidstaat of derde land verbleef;
5)
“immigrant”: een persoon die tijdens de referentieperiode internationale migratie heeft ondergaan om de nieuwe gewone verblijfplaats van die persoon op het grondgebied van de rapporterende lidstaat te vestigen;
6)
“emigrant”: een persoon die tijdens de referentieperiode internationale migratie heeft ondergaan om de nieuwe gewone verblijfplaats van die persoon buiten het grondgebied van de rapporterende lidstaat te vestigen, en die voorheen gewoonlijk op het grondgebied van de rapporterende lidstaat verbleef;
7)
“interne migratie”: de gebeurtenis waarbij een persoon zijn of haar gewone verblijfplaats op het grondgebied van de rapporterende lidstaat verandert;
8)
“moeilijk te bereiken bevolkingsgroepen”: groepen personen ten aanzien waarvan er een reële of veronderstelde belemmering bestaat om volledig en representatief te worden meegenomen of geïdentificeerd in de verzameling van statistische gegevens, hetzij door een gebrek aan dekking van die groepen, hetzij door een gebrek aan specifieke kenmerken om hen te identificeren;
9)
“woonverblijf”: een tijdelijke of permanente structuur, onderdak of onderdak waar een of meer personen verblijven, ongeacht of die voor menselijke bewoning is ontworpen of bestemd is;
10)
“gescheiden ruimte”: een ruimte die wordt omgeven door muren en bedekt door een dak of plafond, zodat een of meer personen er onafhankelijk van andere personen kunnen verblijven;
11)
“onafhankelijke ruimte”: een ruimte met rechtstreekse toegang vanaf een straat, trappenhuis, doorgang, gang of grondstuk;
12)
“conventionele woning”: structureel gescheiden ruimten en onafhankelijke ruimten op een vaste locatie die bestemd zijn voor permanente menselijke bewoning en die op de referentiedatum dienstdoen als gewone verblijfplaats, niet-bewoond worden of dienstdoen als secundaire of seizoensgebonden verblijfplaats;
13)
“woongebouw”: een permanente structuur bestaande uit een of meer conventionele woningen of die bestemd is voor institutionele of collectieve huisvesting;
14)
“huishouden”: een groep van twee of meer personen die woonverblijven delen, of één persoon die geen deel uitmaakt van een ander huishouden;
15)
“instelling”: een collectief woonverblijf met het oog op het verstrekken, aan een groep personen, van langdurige huisvesting en diensten die noodzakelijk zijn voor hun dagelijks leven;
16)
“gezin”: een groep van twee of meer personen die het grootste deel van de tijd in hetzelfde huishouden wonen en die verwant zijn door ouderschap of door huwelijk, geregistreerd partnerschap of als samenwonende partners;
17)
“administratieve bestanden”: gegevens die worden gegenereerd door een niet-statistische bron, die gewoonlijk een register is dat door een overheidsinstantie wordt bijgehouden en waarvan het hoofddoel niet het verstrekken van statistieken is;
18)
“domein”: een of meer gegevensverzamelingen die specifieke onderwerpen bestrijken;
19)
“onderwerp”: de inhoud van de te verzamelen informatie over de statistische eenheden, waarbij elk onderwerp een of meer gedetailleerde onderwerpen bestrijkt;
20)
“gedetailleerd onderwerp”: de gedetailleerde inhoud van de te verzamelen informatie over de statistische eenheden met betrekking tot een onderwerp, waarbij elk gedetailleerd onderwerp een of meer variabelen bestrijkt;
21)
“gegevensverzameling”: een of meer variabelen in gestructureerde vorm;
22)
“volks- en woningtelling”: de gedetailleerde tienjaarlijkse gegevensverzamelingen en metagegevens die uit hoofde van deze verordening moeten worden verstrekt;
23)
“statistische eenheid”: één lid van een geheel van eenheden, namelijk personen, voorwerpen of gebeurtenissen, waarover gegevens worden verzameld en waarover statistieken worden opgesteld;
24)
“variabele”: een kenmerk van een statistische eenheid dat meer dan één waarde uit een reeks waarden kan aannemen;
25)
“uitsplitsing”: een vooraf bepaalde, afzonderlijke, uitputtende en elkaar uitsluitende reeks waarden die kan worden toegekend aan een variabele die kenmerkend is voor statistische eenheden;
26)
“nationaal niveau”: een niveau dat betrekking heeft op het grondgebied van een lidstaat;
27)
“regionaal niveau” of “NUTS 3”: NUTS-niveau 3 als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1059/2003;
28)
“lokaal niveau” of “LAU”: niveau van de lokale bestuurlijke eenheid zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1059/2003;
29)
“rasterniveau”: statistisch raster, bijgehouden en bekendgemaakt op grond van artikel 4 bis van Verordening (EG) nr. 1059/2003;
30)
“kader”: alle lijsten, materialen of hulpmiddelen die de elementen van de doelpopulatie afbakenen en identificeren en die, afhankelijk van het gebruik ervan, toegang verlenen tot aanvullende kenmerken van de elementen of die verschaffen;
31)
“referentiedatum”: het tijdstip waarop de statistieken betrekking hebben;
32)
“referentieperiode”: het tijdsinterval waarop statistieken over gebeurtenissen betrekking hebben;
33)
“referentietijdstip”: een referentiedatum of een referentieperiode, afhankelijk van de vraag of de statistieken betrekking hebben op gebeurtenissen of op andere statistische eenheden;
34)
“metagegevens”: informatie die nodig is om de statistieken te gebruiken en te interpreteren en waarmee gegevensverzamelingen op een gestructureerde manier worden beschreven;
35)
“vooraf gecontroleerde gegevensverzamelingen”: gegevensverzamelingen die door de lidstaten zijn geverifieerd op basis van overeengekomen gemeenschappelijke validatieregels.
Artikel 3
Bevolkingsbasis
1. Voor de toepassing van deze verordening bestaat de bevolkingsbasis uit alle personen die op de referentiedatum hun gewone verblijfplaats in de Unie hebben in een bepaalde territoriale eenheid van een lidstaat op nationaal niveau, regionaal niveau, lokaal niveau of rasterniveau.
2. De bevolkingsbasis omvat alle gewoonlijk verblijvende personen, ongeacht hun staatsburgerschap en ongeacht de vraag of ze staatloos zijn of waren.
3. Personen waarvan de gewone verblijfplaats buiten het grondgebied van de betrokken lidstaat ligt, ongeacht hun geboorteplaats of staatsburgerschap en ongeacht eventuele gezins-, sociale, economische of vermogensrechtelijke banden die de betrokkene met die lidstaat heeft, vallen niet onder de bevolkingsbasis.
4. Indien een persoon geen gewone verblijfplaats heeft, wordt de locatie van die persoon op de referentiedatum geacht de gewone verblijfplaats van die persoon te zijn.
5. De lidstaten passen de definitie van gewone verblijfplaats waarin in deze verordening is voorzien toe op alle gegevensverzamelingen die uit hoofde van deze verordening aan de Commissie (Eurostat) worden verstrekt, alsook op nationaal niveau, regionaal niveau, lokaal niveau en rasterniveau, zoals uiteengezet in de bijlage.
6. Bij de toepassing van de definitie van gewone verblijfplaats gebruiken de lidstaten:
a)
één of meer van de in artikel 8, lid 1, genoemde gegevensbronnen;
b)
schattingsmethoden, met inachtneming van artikel 11, lid 2, om te zorgen voor de nauwkeurige uitvoering van de bevolkingsbasis overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 van dit artikel, zoals tekenen van leven, alsook andere wetenschappelijk gefundeerde, goed gedocumenteerde en openbaar toegankelijke statistische schattingsmethoden, rekening houdend met internationale aanbevelingen en beste praktijken, ter correctie van de werkelijke aanwezigheid op de vermoedelijke gewone verblijfplaats gedurende het grootste deel van de tijd in de twaalf maanden eindigend op de referentiedatum, en om het aantal personen te schatten dat voornemens is of naar verwachting zal blijven gedurende het grootste deel van de tijd in de twaalf maanden vanaf de datum van aankomst.
7. Ten behoeve van de stemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad verschaft de Commissie de Raad gegevens betreffende de totale bevolking van de lidstaten aan het eind van elk referentiejaar, zoals bekendgemaakt door de Commissie (Eurostat) op 30 september van het kalenderjaar dat volgt op het referentiejaar. De Commissie verstrekt die gegevens op basis van door de lidstaten verstrekte informatie in de in de bijlage gespecificeerde gegevensverzameling, en op basis van herziene gegevensverzamelingen die op grond van artikel 7, lid 3, eerste alinea, punt a), en overeenkomstig artikel 7, lid 3, tweede en derde alinea, door de lidstaten zijn ingediend, indien die gegevensverzamelingen door de lidstaten worden ingediend vóór 1 september van het kalenderjaar dat volgt op het referentiejaar.
Artikel 4
Statistische eenheden
Uit hoofde van deze verordening worden statistieken opgesteld voor de volgende statistische eenheden:
a)
personen;
b)
levensgebeurtenissen;
c)
gezinnen;
d)
huishoudens;
e)
woongebouwen;
f)
woonverblijven, waaronder instellingen;
g)
conventionele woningen.
Artikel 5
Statistische vereisten
1. Europese statistieken over bevolking en huisvesting hebben betrekking op de volgende gebieden:
a)
demografie;
b)
huisvesting;
c)
gezinnen en huishoudens.
2. Statistieken op de in lid 1 genoemde gebieden worden georganiseerd in gegevensverzamelingen overeenkomstig de lijst van onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen en hun bijbehorende periodiciteit, de referentietijdstippen, de indieningstermijnen en de territoriale niveaus, als vastgelegd in de bijlage. Indien de statistische eenheid een persoon is, worden de gegevensverzamelingen ten minste uitgesplitst naar geslacht en leeftijd, behoudens het bepaalde in voetnoot 1 van de bijlage.
Wat het gedetailleerde onderwerp “energiegerelateerde kenmerken van gebouwen” betreft, worden de in te dienen gegevens over de energie-efficiëntie van gebouwen beperkt tot de gegevens die beschikbaar zijn in de nationale databank voor de energieprestatie van gebouwen die is opgezet op grond van artikel 22 van Richtlijn (EU) 2024/1275, van de betrokken lidstaat.
3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van gedetailleerde onderwerpen in de bijlage. Wanneer bij een gedelegeerde handeling een nieuw gedetailleerd onderwerp wordt ingevoerd, kan die gedelegeerde handeling ook de relevante periodiciteit, het referentietijdstip, de indieningstermijn en het territoriale niveau omvatten. Dergelijke gedelegeerde handelingen worden ten minste 18 maanden voor het begin van het desbetreffende referentietijdstip vastgesteld.
4. Wanneer de Commissie haar bevoegdheid om op grond van lid 3 van dit artikel gedelegeerde handelingen vast te stellen, uitoefent, zorgt zij ervoor dat:
a)
de gedelegeerde handelingen terdege gemotiveerd zijn en voor de lidstaten of de respondenten geen aanzienlijke extra lasten of kosten met zich meebrengen;
b)
haalbaarheids- of proefstudies als bedoeld in artikel 13 worden uitgevoerd en de resultaten ervan in aanmerking worden genomen vóór de vaststelling van elke gedelegeerde handeling.
5. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om de bij de Commissie (Eurostat) in te dienen gegevensverzamelingen en metagegevens te specificeren. In die uitvoeringshandelingen wordt het volgende bepaald:
a)
een lijst van variabelen, hun technische specificaties en uitsplitsingen, mits de territoriale uitsplitsingen niet gedetailleerder zijn dan de in de bijlage bepaalde territoriale niveaus;
b)
gedetailleerde specificaties van de statistische eenheden en metagegevens;
c)
te gebruiken statistische classificaties;
d)
de technische formaten voor de indiening van gegevensverzamelingen en metagegevens en nadere specificaties, indien nodig en gerechtvaardigd;
e)
de technische specificaties voor specifieke in artikel 11, lid 2 bedoelde aanpassingscategorieën.
6. Alvorens de Commissie een uitvoeringshandeling op grond van lid 5 van dit artikel vaststelt, beoordeelt zij de statistieken met betrekking tot personen en huishoudens die reeds op grond van Verordening (EU) 2019/1700 zijn verzameld. Bij de vaststelling van die uitvoeringshandelingen motiveert de Commissie de opneming van variabelen en uitsplitsingen die reeds op grond van die verordening zijn verzameld. Die uitvoeringshandelingen vereisen geen gegevens die door hun aard alleen rechtstreeks bij individuele personen kunnen worden verzameld.
7. De op grond van lid 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Ze worden ten minste 18 maanden voor het begin van het desbetreffende referentietijdstip vastgesteld, behalve wat betreft:
a)
de eerste referentietijdstippen als bedoeld in artikel 6, lid 5, waarvoor de uitvoeringshandelingen ten minste twaalf maanden vóór het begin van het desbetreffende referentietijdstip worden vastgesteld, en
b)
de volks- en woningtelling, waarvoor de uitvoeringshandelingen ten minste 24 maanden vóór het begin van het jaar waarin de referentiedatum valt, worden vastgesteld.
De Commissie zorgt ervoor dat die uitvoeringshandelingen geen aanzienlijke extra lasten of kosten met zich meebrengen voor de lidstaten of de respondenten.
8. Er worden haalbaarheids- of proefstudies als bedoeld in artikel 13 uitgevoerd en de resultaten ervan worden naar behoren beoordeeld en in aanmerking genomen vóór iedere wijziging van de in lid 5, punt a), van dit artikel bedoelde uitsplitsingen.
9. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 16 tot aanvulling van deze verordening door te bepalen welke informatie de lidstaten voor maximaal drie referentiejaren moeten verstrekken, mits het verzamelen van aanvullende gegevens binnen het toepassingsgebied van deze verordening noodzakelijk wordt geacht om te voorzien in aanvullende behoeften aan statistische gegevens waarin niet anderszins kan worden voorzien. De in dit lid bedoelde gedelegeerde handelingen leiden met name niet tot een verplichting om een nieuwe statistische enquête uit te voeren.
In die gedelegeerde handelingen wordt het volgende bepaald:
a)
de gedetailleerde onderwerpen die op grond van dit lid moeten worden bestreken met betrekking tot de in de bijlage genoemde domeinen en onderwerpen, en de redenen voor die aanvullende behoeften aan statistische gegevens;
b)
wat de in punt a) bedoelde gedetailleerde onderwerpen betreft, de periodiciteit, referentietijdstippen, indieningstermijnen en territoriale niveaus.
Die gedelegeerde handelingen zijn niet van toepassing op referentietijdstippen vóór 2030, en voorzien in een minimum van twee jaar tussen de referentietijdstippen voor elke aanvullende gegevensverzameling. Die gedelegeerde handelingen voeren geen statistische vereisten in met referentietijdstippen die binnen de in artikel 6, lid 2, bedoelde referentiejaren vallen.
Haalbaarheids- of proefstudies als bedoeld in artikel 13 worden uitgevoerd en de resultaten ervan worden in aanmerking genomen vóór de vaststelling van een op grond van de eerste alinea van dit lid vastgestelde gedelegeerde handeling.
10. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter nadere bepaling van de aanvullende informatie als bedoeld in lid 9 en relevante metagegevens. In die uitvoeringshandelingen wordt het volgende bepaald:
a)
een lijst van variabelen, hun technische specificaties en uitsplitsingen, mits de territoriale uitsplitsingen niet gedetailleerder zijn dan de territoriale niveaus die zijn bepaald in de bijbehorende, in lid 9, tweede alinea, punt b), van dit artikel bedoelde, gedelegeerde handeling;
b)
gedetailleerde specificaties van de statistische eenheden en metagegevens;
c)
te gebruiken statistische classificaties;
d)
de technische formaten voor de indiening van gegevensverzamelingen en metagegevens en nadere specificaties, indien nodig en gerechtvaardigd.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden uiterlijk 18 maanden vóór het begin van het desbetreffende referentietijdstip vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Haalbaarheids- of proefstudies als bedoeld in artikel 13 worden uitgevoerd en de resultaten ervan worden in aanmerking genomen vóór de vaststelling van een uitvoeringshandeling.
11. De in lid 4, punt b), in lid 8, in lid 9, vierde alinea, en in lid 10, derde alinea, van dit artikel bedoelde studies worden gefinancierd overeenkomstig artikel 14.
Artikel 6
Periodiciteit en referentietijdstippen
1. De lidstaten stellen elk kwartaal, jaarlijks en meerjaarlijks Europese statistieken over bevolking en huisvesting op, en in een tienjaarlijkse volks- en woningtelling.
2. De jaren eindigend op “1” zijn de referentiejaren voor de tienjaarlijkse volks- en woningtelling.
3. De jaren eindigend op “1”, “5” en “8” zijn de referentiejaren voor meerjarige statistieken.
4. De periodiciteit en het referentietijdstip voor elk gedetailleerd onderwerp zijn opgenomen in de bijlage.
5. De eerste referentiedatum waarvoor jaarstatistieken over het onderwerp “bevolkingsbestanden” moeten worden verstrekt, is 31 december 2027. De eerste referentiedatum waarvoor tienjaarlijkse statistieken moeten worden verstrekt, is 31 december 2031. Een lidstaat dient de gegevens over de energieprestatie van gebouwen voor het eerst in uiterlijk 24 maanden vanaf de datum waarop de nationale databank voor de energieprestatie van gebouwen in die lidstaat beschikbaar is overeenkomstig artikel 22 van Richtlijn (EU) 2024/1275. De eerste referentietijd waarvoor alle andere statistieken uit hoofde van deze verordening moeten worden verstrekt, is 2028.
Artikel 7
Bij de Commissie in te dienen gegevensverzamelingen en metagegevens
1. De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) vooraf gecontroleerde gegevensverzamelingen en metagegevens in overeenkomstig de bijlage in een door de Commissie (Eurostat) te specificeren technisch formaat. De diensten van het centrale toegangspunt worden gebruikt om de gegevensverzamelingen en metagegevens bij de Commissie (Eurostat) in te dienen.
2. Wanneer de lidstaten de door deze verordening op nationaal niveau vereiste gegevensverzamelingen vóór de in de bijlage vastgelegde indieningstermijnen of in de op grond van artikel 5, lid 9, vastgelegde gedelegeerde handelingen bekendmaken, verstrekken de lidstaten die gegevensverzamelingen zonder onnodige vertraging aan de Commissie (Eurostat), en in elk geval binnen 30 kalenderdagen na de datum van de nationale bekendmaking of tegen de in de bijlage of in die gedelegeerde handelingen bepaalde indieningstermijnen, indien die eerder valt.
3. De lidstaten dienen het volgende bij de Commissie (Eurostat) in:
a)
herziene gegevensverzamelingen en metagegevens indien een herziening wordt verricht nadat de uit hoofde van deze verordening vereiste gegevensverzamelingen in eerste instantie zijn verstrekt;
b)
herziene gegevensverzamelingen en metagegevens voor desbetreffende tijdreeksen indien een herziening wordt verricht van gegevensverzamelingen die vóór de toepassing van deze verordening aan de Commissie (Eurostat) waren verstrekt.
De lidstaten dienen de in de eerste alinea van dit lid bedoelde herziene gegevensverzamelingen en metagegevens bij de Commissie in binnen 14 kalenderdagen na de herziening, samen met een kwaliteitsverslag overeenkomstig artikel 11.
De lidstaten stellen de Commissie zonder onnodige vertraging in kennis van alle besluiten tot herziening van gegevensverzamelingen of metagegevens als bedoeld in dit lid.
Artikel 8
Gegevensbronnen en methoden
1. De lidstaten en de Commissie (Eurostat) gebruiken één of meer van de volgende gegevensbronnen, mits dergelijke gegevensbronnen het mogelijk maken statistieken te produceren die voldoen aan de kwaliteitseisen van artikel 11:
a)
administratieve gegevensbronnen;
b)
statistische enquêtes of andere verzamelingen van statistische gegevens;
c)
andere bronnen, met inbegrip van gegevens in particulier bezit;
d)
het gebruik van gegevens die afkomstig zijn van het delen van gegevens tussen de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst, met inbegrip van die van andere lidstaten, en tussen die instituten en instanties en de Commissie (Eurostat), binnen het Europees statistisch systeem (ESS).
2. Indien een door een nationaal instituut voor de statistiek of de Commissie (Eurostat) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 223/2009 bij een particuliere gegevenshouder ingediend verzoek persoonsgegevens uit in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde gegevensbronnen betreft, wordt dat verzoek beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die vallen onder de in de bijlage bij deze verordening gespecificeerde domeinen en onderwerpen of tot de categorieën persoonsgegevens die nodig zijn voor de statistische schattingsmethoden overeenkomstig artikel 3, lid 6, punt b).
3. De lidstaten zullen trachten voortdurend innovatieve bronnen en methoden te ontwikkelen en die te gebruiken om de uit hoofde van deze verordening opgestelde statistieken te verbeteren, op voorwaarde dat zij het mogelijk maken statistieken te produceren die voldoen aan de kwaliteitseisen van artikel 11.
4. De uit hoofde van deze verordening opgestelde statistieken worden gebaseerd op statistisch verantwoorde en goed gedocumenteerde methoden, rekening houdend met internationale aanbevelingen en beste praktijken, zoals tekenen van leven en andere wetenschappelijk gefundeerde statistische schattingsmethoden die worden gebruikt voor het opstellen van statistieken over de gewoonlijk in de lidstaten verblijvende bevolking.
Artikel 9
Tijdige toegang tot en gebruik van administratieve gegevens
1. Op grond van artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009 staan de nationale overheids- en semi-overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor administratieve gegevensbronnen die relevant zijn voor de toepassing van deze verordening, het gebruik van gegevens tijdig en voldoende frequent toe om het mogelijk te maken statistieken te produceren en in te dienen binnen de termijnen en in overeenstemming met de specifieke kwaliteitseisen van deze verordening. De nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst en de nationale overheids- of semi-overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de administratieve bestanden stellen de samenwerkingsmechanismen op die nodig zijn om de tijdige en kosteloze toegang tot die bestanden te waarborgen.
2. Ten behoeve van de productie van statistieken over het gedetailleerde onderwerp “energiegerelateerde kenmerken van gebouwen” hebben de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst tijdige en regelmatige toegang tot de nationale databanken over de energieprestatie van gebouwen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2024/1275 en mogen zij de administratieve gegevens uit die databanken gebruiken.
3. Ten behoeve van de productie van uitsplitsingen van de bevolking naar geslacht gebruiken de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst de informatie die beschikbaar is in de nationale administratieve gegevensbronnen.
4. Voor de toepassing van deze verordening krijgt de Commissie (Eurostat) op verzoek tijdige toegang tot relevante gegevens en metagegevens uit databanken en interoperabiliteitssystemen die worden beheerd door organen en agentschappen van de Unie, met inbegrip van die welke op grond van de Verordeningen (EU) nr. 910/2014 en (EU) 2018/1724 zijn vastgesteld, en statistische gegevens die zijn opgeslagen in het centrale register voor rapportage en statistieken (CRRS). In het bijzonder heeft de Commissie (Eurostat) toegang tot gegevens uit het CRRS die afkomstig zijn uit de grootschalige IT-systemen en die worden beheerd door het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area — eu-LISA), overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 en de verordeningen tot vaststelling van de systemen waarvan de statistische gegevens in het CRRS worden opgeslagen. Daartoe werkt de Commissie (Eurostat) verder samen met de relevante organen en agentschappen van de Unie om de op maat gemaakte statistische gegevens en metagegevens te specificeren die, waar mogelijk uit hoofde van het Unierecht, vereist zijn voor Europese statistieken over bevolking en huisvesting, de operationele regelingen voor de verstrekking ervan en de nodige begeleidende fysieke en logische waarborgen.
Artikel 10
Lijsten van landen en gebieden
1. Wanneer gegevensverzamelingen informatie per land of gebied bevatten, gebruiken de lidstaten specifieke uitsplitsingen voor de toepassing van deze verordening.
2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling of bijwerking van de lijsten van landen en gebieden die van toepassing zijn op uitsplitsingen van statistieken die uit hoofde van deze verordening worden opgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3. Uitvoeringshandelingen tot wijziging van meer dan 25 % van de uitsplitsingscategorieën van landen of gebieden worden ten vroegste 18 maanden vanaf de inwerkingtreding ervan van toepassing.
Artikel 11
Kwaliteitseisen en kwaliteitsverslag
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de kwaliteit van de ingediende gegevensverzamelingen en metagegevens te waarborgen door de beoordeling en monitoring van:
a)
de kwaliteit van de gebruikte gegevensbronnen;
b)
de volledigheid en nauwkeurigheid van de betrokken bevolking overeenkomstig artikel 3, lid 6, met name met betrekking tot de moeilijk te bereiken bevolkingsgroepen.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de gegevens die zijn verkregen aan de hand van de in artikel 8 bedoelde bronnen en methoden, een nauwkeurige schatting geven van de bevolking overeenkomstig artikel 3.
De dekkingskwaliteit van de gegevens op basis van artikel 3, lid 6, wordt door de lidstaten bevestigd en grondig beschreven in begeleidende metagegevens en kwaliteitsverslagen overeenkomstig lid 6 van dit artikel.
De lidstaten gebruiken de schattingsmethoden die overeenkomstig artikel 3, lid 6, punt b), voor de totale bevolking op nationaal niveau zijn uitgevoerd en in de kwaliteitsverslagen zijn beschreven, om alle gegevensverzamelingen voor de gedetailleerde onderwerpen “de basiskenmerken van de persoon”, “de sociaaleconomische kenmerken van de persoon” en “de huishoudelijke situatie van de persoon” aan te passen, opgesteld op basis van de in artikel 3, lid 6, punt a), bedoelde bronnen.
De lidstaten kunnen die schattingsmethoden gebruiken voor verdere gedetailleerde uitsplitsingen. Daartoe kunnen de lidstaten een specifieke aanpassingscategorie gebruiken.
3. Voor de toepassing van deze verordening zijn de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde kwaliteitscriteria van toepassing.
4. De lidstaten nemen passende en doeltreffende maatregelen om:
a)
kaders vast te stellen die geschikt zijn voor de toepassing van deze verordening en die kunnen worden gebruikt voor de toepassing van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/1700;
b)
het mogelijke risico te vermijden van onderschatting of dubbeltelling in verband met het vrije verkeer van personen in de Unie en, voor zover mogelijk, met de toegang van personen tot grensoverschrijdende diensten in verband met levensgebeurtenissen en met het recht van personen om grensoverschrijdend huisvesting te kopen, te bezitten en te gebruiken in de hele Unie, door onder andere unieke digitale identificatiemiddelen te gebruiken;
c)
het mogelijke risico van onderschatting of dubbeltelling te vermijden en te zorgen voor een betere vergelijkbaarheid van migratiestromen.
5. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de metagegevens over de specificaties en van de ingediende gegevens, onder andere teneinde die op gebruikersvriendelijke wijze op de website van de Commissie (Eurostat) te publiceren.
6. De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) voor het eerst uiterlijk op 31 december 2030, en vervolgens uiterlijk op 31 december van elk jaar dat eindigt op “0”, “3” of “7”, een kwaliteitsverslag in met een beschrijving van de kwaliteit van de verstrekte statistieken en de statistische processen voor de tijdens de relevante periode verstrekte gegevensverzamelingen. Die kwaliteitsverslagen omvatten informatie over de gebruikte gegevensbronnen en -methoden, de toepassing van de begrippen en definities en de daarmee verband houdende mogelijke effecten op de kwaliteit van de geselecteerde gegevensbronnen, de herzieningen van de gegevens en hun redenen en effecten, en de methoden voor de controle op de openbaarmaking van statistische gegevens. De kwaliteitsverslagen gaan tevens in op de wijze waarop de lidstaten de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben toegepast en de wijze waarop aan de in lid 3 bedoelde kwaliteitscriteria is voldaan.
7. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de praktische regelingen voor, en de inhoud van, de in lid 6 van dit artikel bedoelde kwaliteitsverslagen worden bepaald. Die uitvoeringshandelingen brengen geen aanzienlijke extra lasten of kosten met zich mee voor de lidstaten. Zij worden volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
8. Voor elke ingrijpende aanpassing waarin de in lid 7 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen voorzien, kan financiële en technische ondersteuning worden verleend op grond van artikel 14, of kan een afwijking worden toegestaan op grond van artikel 18.
9. De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) zo snel mogelijk in kennis van alle relevante informatie of wijzigingen in verband met de uitvoering van deze verordening die van invloed kan zijn op de kwaliteit van de verstrekte statistieken, en ondernemen, in het geval een negatief effect op de kwaliteit van die statistieken, zonder onnodige vertraging actie om het probleem te verhelpen.
10. Op een terdege gemotiveerd verzoek van de Commissie (Eurostat) verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) zonder onnodige vertraging aanvullende verduidelijkingen die nodig zijn om de kwaliteit van de statistische informatie te beoordelen, zoals de beoordelingsresultaten van de gegevensbronnen en de documentatie van de methoden.
Artikel 12
Delen van gegevens
1. Gegevens worden uitsluitend met het oog op de ontwikkeling en productie van binnen het toepassingsgebied deze verordening vallende Europese statistieken en op de verbetering van de kwaliteit van dergelijke Europese statistieken gedeeld tussen de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst, met inbegrip van die van andere lidstaten, en tussen die instituten en instanties en de Commissie (Eurostat).
2. Ten behoeve van het veilig delen van gegevens binnen het ESS, met alle nodige waarborgen met betrekking tot de fysieke, technische en logische bescherming van gegevens, zet de Commissie (Eurostat) een beveiligde infrastructuur op om het in lid 1 bedoelde delen van gegevens te vergemakkelijken. De nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst k kunnen die beveiligde infrastructuur voor het delen van gegevens gebruiken voor het in lid 1 genoemde doel. De Commissie (Eurostat) en die instituten en instanties die die beveiligde infrastructuur voor het delen van gegevens gebruiken voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig lid 3 worden geacht samen verantwoordelijk te zijn voor de verwerking van persoonsgegevens in beveiligde infrastructuur voor het delen van gegevens. Ingeval die instituten en instanties een andere infrastructuur voor het delen van gegevens gebruiken, zien zij erop toe dat die infrastructuur een beveiliging biedt die ten minste gelijkwaardig is aan de beveiliging die wordt geboden door de door de Commissie (Eurostat) opgezette beveiligde infrastructuur voor het delen van gegevens.
3. Het delen van vertrouwelijke gegevens in de zin van artikel 3, punt 7, van Verordening (EG) nr. 223/2009 of van persoonsgegevens op grond van Verordening (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, kan op vrijwillige basis plaatsvinden, op voorwaarde dat het delen ervan:
a)
is gebaseerd op een verzoek ter rechtvaardiging van de noodzaak om de gegevens in elk individueel geval te delen, met name met betrekking tot de kwaliteitskwesties die specifiek moeten worden aangepakt;
b)
is gebaseerd op privacybevorderende technologieën die specifiek zijn ontworpen om de beginselen van de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 toe te passen, met bijzondere aandacht voor doelbinding, gegevensminimalisering, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid;
c)
plaatsvindt overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 223/2009.
4. Met het oog op de in lid 1 genoemde doelstelling worden niet-vertrouwelijke gegevens gedeeld tussen nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst, met inbegrip van die van andere lidstaten, en tussen die instituten en instanties en de Commissie (Eurostat).
5. De Commissie (Eurostat) en de lidstaten testen en beoordelen door middel van proefstudies de infrastructuur voor en de geschiktheid van relevante privacybevorderende technologieën voor het delen van gegevens.
6. Indien in de uit hoofde van lid 5 van dit artikel uitgevoerde proefstudies doeltreffende en veilige oplossingen voor het delen van gegevens voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde doeleinden worden vastgesteld, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen met technische specificaties voor het delen van gegevens en maatregelen voor de vertrouwelijkheid en beveiliging van informatie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 13
Proef- en haalbaarheidsstudies
1. Waar nodig en passend voor de toepassing van deze verordening start de Commissie (Eurostat) proef- en haalbaarheidsstudies die gericht zijn op:
a)
de beoordeling van de beschikbaarheid en de kwaliteit van gegevensbronnen, met inbegrip van openbare en particuliere gegevens op Unie- en nationaal niveau;
b)
de ontwikkeling, en beoordeling van de haalbaarheid van de uitvoering, van nieuwe gedetailleerde onderwerpen, nieuwe statistische eenheden, en nieuwe variabelen en uitsplitsingen daarvan, evenals de ontwikkeling, en de beoordeling van de haalbaarheid, van andere zaken die onder de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vallen;
c)
de beoordeling van de beschikbaarheid van gegevensbronnen over handicaps van personen en het testen van de uitsplitsing van statistieken, overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijken inzake gegevensbescherming en controle op de openbaarmaking;
d)
de ontwikkeling van nieuwe methoden en statistische technieken om de kwaliteit te verbeteren en informatie over moeilijk te bereiken bevolkingsgroepen te verbeteren;
e)
de vermindering van de asymmetrieën in gegevens van migratiestromen en de verbetering van de vergelijkbaarheid van migratiestromen;
f)
de vermindering van mogelijke onderschatting of dubbeltelling van mensen;
g)
het testen en de beoordeling van de infrastructuur voor en de geschiktheid van relevante privacybevorderende technologieën voor het veilig delen van gegevens binnen het ESS overeenkomstig artikel 12, lid 5.
2. De lidstaten kunnen aan de in lid 1 bedoelde proef- en haalbaarheidsstudies deelnemen, maar zorgen samen met de Commissie (Eurostat) voor de representativiteit van die studies op Unieniveau.
3. De resultaten van de in lid 1 bedoelde proef- en haalbaarheidsstudies worden door de Commissie (Eurostat) in samenwerking met de lidstaten geëvalueerd. De Commissie (Eurostat) stelt in samenwerking met de lidstaten verslagen op over de resultaten van die studies.
Artikel 14
Financiering
1. Met het oog op de uitvoering van deze verordening wordt een financiële bijdrage van de Unie beschikbaar gesteld in het kader van het programma voor de eengemaakte markt dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/690, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, aan de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst, voor:
a)
aanpassingen van de infrastructuur en de opleiding in het nationale statistische systeem die nodig zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe of verbeterde gegevensbronnen, methodologieën, het delen van gegevens, statistische eenheden, onderwerpen, gedetailleerde onderwerpen, en variabelen en uitsplitsingen daarvan;
b)
de voorbereiding en uitvoering van de verzameling van aanvullende statistische gegevens als bedoeld in artikel 5, lid 9;
c)
de deelname van de lidstaten aan representatieve proef- en haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 13.
Er kan ook een financiële bijdrage beschikbaar worden gesteld uit de algemene begroting van de Unie.
2. Het bedrag van de in de eerste alinea van lid 1 bedoelde financiële bijdrage van de Unie wordt vastgesteld overeenkomstig de regels van het programma voor de eengemaakte markt als onderdeel van de jaarlijkse begrotingsprocedure, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiering.
De nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst kunnen ook steun van andere toepasselijke financiële programma’s van de Unie aanvragen overeenkomstig de regels van die programma’s. Daarnaast kunnen de lidstaten het instrument voor technische ondersteuning om hulp vragen met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de statistieken en de ontwikkeling van methoden ter ondersteuning van de voorschriften van deze verordening in overeenstemming met de regels van het instrument voor technische ondersteuning en met de bijbehorende doelstelling om de productie en de verstrekking van en het kwaliteitstoezicht op gegevens en statistieken te bevorderen.
3. Het in lid 1 bedoelde bedrag van de financiële bijdrage van de Unie mag niet hoger zijn dan 90 % van de voor financiële steun in aanmerking komende kosten.
Artikel 15
Bescherming van de financiële belangen van de Unie
Indien een derde land door middel van een besluit vastgesteld op grond van een internationale overeenkomst of op basis van een ander rechtsinstrument aan de uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties deelneemt, verleent het derde land de nodige rechten en toegang aan de verantwoordelijke ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de Rekenkamer en het Europees Openbaar Ministerie, zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van het OLAF omvatten dergelijke rechten het recht om onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, op grond van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013.
Artikel 16
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 5, leden 3 en 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 januari 2026. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van die termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen die verlenging verzet.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, leden 3 en 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een op grond van artikel 5, lid 3 of 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 17
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 223/2009 opgerichte Comité voor het Europees statistisch systeem. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 18
Afwijkingen
1. Indien de toepassing van deze verordening of van de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen ingrijpende aanpassingen van het nationale statistische systeem van een lidstaat vereist, kan de Commissie de betrokken lidstaten door middel van uitvoeringshandelingen afwijkingen toestaan van ten hoogste drie jaar overeenkomstig de procedure van de leden 4 en 5.
2. Indien een afwijking als bedoeld in lid 1 aan het einde van de periode waarvoor de afwijking is toegestaan nog steeds gerechtvaardigd is door voldoende bewijsmateriaal, kan de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling nogmaals een afwijking toestaan van ten hoogste drie jaar overeenkomstig de leden 4 en 5.
3. Bij het toestaan van afwijkingen op grond van lid 1 of 2 van dit artikel houdt de Commissie rekening met de vergelijkbaarheid van de statistieken van de lidstaten en met de noodzaak van een tijdige berekening van de vereiste representatieve en betrouwbare statistische aggregaten op Europees niveau. Wanneer de Commissie dergelijke afwijkingen toestaat, zorgt zij er ook voor dat de voorschriften met betrekking tot statistieken, metagegevens en kwaliteit die onder deze verordening vallen, en vóór de datum van toepassing van de verordening onder Verordening (EU) nr. 1260/2013 of artikel 3 van Verordening (EG) nr. 862/2007 vielen, zonder onderbreking worden gehandhaafd.
4. De lidstaten die om een afwijking verzoeken uit hoofde van lid 1, dienen een naar behoren gemotiveerd verzoek in bij de Commissie uiterlijk drie maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van de betrokken handeling of, in het geval van een verzoek om verlenging op grond van lid 2, zes maanden vóór het einde van de periode waarvoor de bestaande afwijking is toegestaan.
5. De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 19
Wijziging van Verordening (EG) nr. 862/2007
Verordening (EG) nr. 862/2007 wordt als volgt gewijzigd:
1)
de titel wordt vervangen door:
“Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende Europese statistieken over asiel en administratieve en gerechtelijke procedures in verband met de immigratiewetgeving en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers”
;2)
in artikel 1 worden de punten a) en b) geschrapt;
3)
in artikel 2 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
a)
de punten a), b) en c) worden geschrapt;
b)
punt d) wordt vervangen door:
“d)
“staatsburgerschap”: staatsburgerschap zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) 2025/2458 van het Europees Parlement en de Raad (*1);
(*1) Verordening (EU) 2025/2458 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 betreffende Europese statistieken over bevolking en huisvesting, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 862/2007 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 763/2008 en (EU) nr. 1260/2013 (PB L, 2025/2458, 12.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2458/oj).”;"
c)
de punten f) en g) worden geschrapt;
4)
artikel 3 wordt geschrapt;
5)
het volgende artikel wordt ingevoegd:
“Artikel 9 quater
Tijdige toegang tot en gebruik van administratieve gegevens
1. Op grond van artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009 staan de nationale overheids- en semi-overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor administratieve gegevensbronnen die relevant zijn voor de toepassing van deze verordening, het gebruik van gegevens tijdig en voldoende frequent toe om het mogelijk te maken statistieken te produceren en in te dienen binnen de termijnen en in overeenstemming met de specifieke kwaliteitseisen van deze verordening. De nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties die zijn opgenomen in de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst en de nationale overheids- of semi-overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de administratieve bestanden stellen de samenwerkingsmechanismen op die nodig zijn om de tijdige en kosteloze toegang tot die bestanden te waarborgen.
2. Voor de toepassing van deze verordening krijgt de Commissie (Eurostat) op verzoek tijdige toegang tot relevante gegevens en metagegevens uit databanken en interoperabiliteitssystemen die worden beheerd door organen en agentschappen van de Unie, met inbegrip van die welke op grond van de Verordeningen (EU) nr. 910/2014 (*2) en (EU) 2018/1724 (*3) van het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld, en statistische gegevens die zijn opgeslagen in het centrale register voor rapportage en statistieken (CRRS). In het bijzonder heeft de Commissie (Eurostat) toegang tot gegevens uit het CRRS die afkomstig zijn uit de grootschalige IT-systemen en die worden beheerd door het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area — eu-LISA), overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2019/817 (*4) en (EU) 2019/818 (*5) van het Europees Parlement en de Raad en de verordeningen tot vaststelling van de systemen waarvan de statistische gegevens in het CRRS worden opgeslagen. Daartoe werkt de Commissie (Eurostat) verder samen met de relevante organen en agentschappen van de Unie om de op maat gemaakte statistische gegevens en metagegevens te specificeren die, waar mogelijk uit hoofde van het Unierecht, vereist zijn voor Europese statistieken over bevolking en huisvesting, de operationele regelingen voor de verstrekking ervan en de nodige begeleidende fysieke en logische waarborgen.
(*2) Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj)."
(*3) Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj)."
(*4) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/817/oj)."
(*5) Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/818/oj).”;"
6)
het volgende artikel wordt ingevoegd:
“Artikel 10 bis
Lijsten van landen en gebieden
De lijsten van landen en gebieden die worden bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) 2025/2458 worden toegepast voor de opstelling van statistieken uit hoofde van deze verordening om de vergelijkbaarheid van land- en gebiedsspecifieke gegevens in alle Europese statistieken te waarborgen. De lidstaten passen die lijsten voor het eerst toe om de uit hoofde van deze verordening vereiste statistieken op te stellen, te beginnen met de gegevensoverdrachten voor het referentiejaar 2028.”.
Artikel 20
Intrekking
Verordeningen (EG) nr. 763/2008 en (EU) nr. 1260/2013 worden met ingang van 1 januari 2028 ingetrokken, onverminderd de in die rechtshandelingen vastgestelde verplichtingen met betrekking tot referentieperioden die geheel of gedeeltelijk vóór die datum vallen.
Verwijzingen naar de in de eerste alinea bedoelde ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar deze verordening.
Artikel 21
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 26 november 2025.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
M. BJERRE
(1) PB C 228 van 29.6.2023, blz. 148.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 24 april 2024 (PB C, C/2025/3787, 17.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3787/oj) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 29 september 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 13 november 2025.
(3) Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2019 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken betreffende personen en huishoudens, op basis van gegevens die op individueel niveau worden verzameld door middel van steekproeven, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 808/2004, (EG) nr. 452/2008 en (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad (PB L 261 I van 14.10.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1700/oj).
(4) Verordening (EU) nr. 1260/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende de Europese bevolkingsstatistieken (PB L 330 van 10.12.2013, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1260/oj).
(5) Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2021/1004/oj).
(6) Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/223/oj).
(7) Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/862/oj).
(8) Verordening (EG) nr. 763/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende volks- en woningtellingen (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/763/oj).
(9) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1059/oj).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1799 van de Commissie van 21 november 2018 betreffende de vaststelling van een tijdelijke directe statistische actie voor de verspreiding van geselecteerde thema’s van de volks- en woningtelling 2021, van een geocode voorzien op een raster van 1 km2 (PB L 296 van 22.11.2018, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/1799/oj).
(11) Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2007/2/oj).
(12) Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PB L 153 van 18.6.2010, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/31/oj).
(13) Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PB L, 2024/1275, 8.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1275/oj).
(14) Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj).
(15) Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj).
(16) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/817/oj).
(17) Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/818/oj).
(18) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
(19) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(20) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/58/oj).
(21) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.
(22) Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van een programma voor de interne markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, het gebied van planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, en Europese statistieken (programma voor de interne markt), en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 99/2013, (EU) nr. 1287/2013, (EU) nr. 254/2014 en (EU) nr. 652/2014 (PB L 153 van 3.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/690/oj).
(23) Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/240/oj).
(24) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(25) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj).
(26) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1995/2988/oj).
(27) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj).
(28) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
(29) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1371/oj).
(30) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(31) PB C 123 van 5.4.2023, blz. 9.
BIJLAGE
Domeinen, onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen met periodiciteit, referentietijd, indieningstermijn en territoriaal niveau per gedetailleerd onderwerp
Domein
Onderwerp
Gedetailleerd onderwerp
Periodiciteit
Referentietijd (datum of periode)
Indieningstermijn
Territoriaal niveau
Bevolking
Bevolkingsbestanden
Basiskenmerken van de persoon
A
31.12.JJ
T+60 dagen
Nationaal (1)
T+6 maanden
Nationaal (2) + (3)
T+10 maanden (4)
NUTS 3
T+12 maanden (5)
Raster (2)
MA
31.12.JJ
T+18 maanden (5)
NUTS 3
MA
31.12.JJ
T+24 maanden
LAU
D
31.12.JJ
T+18 maanden (5)
NUTS 3
D
31.12.JJ
T+24 maanden
LAU
Sociaaleconomische kenmerken van de persoon
MA
31.12.JJ
T+18 maanden (5)
NUTS 3 + Raster (6)
MA
31.12.JJ
T+24 maanden
LAU
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Fertiliteit
Levendgeborenen
Q
Maand
T+60 dagen
Nationaal (1)
A
Jaar
T+10 maanden (4)
NUTS 3 + LAU
Legaal opgewekte abortussen (6)
A
Jaar
T+12 maanden
Nationaal
Mortaliteit
Overlijdens
Q
Maand, week (6)
T+60 dagen
Nationaal (2)
A
Jaar
T+10 maanden (4)
NUTS 3 + LAU
Sterfgevallen bij zuigelingen
A
Jaar
T+9 maanden (4)
Nationaal
Late sterfgevallen bij foetussen (6)
A
Jaar
T+12 maanden
Nationaal
Partnerschappen
Huwelijken en geregistreerde partnerschappen
A
Jaar
T+12 maanden
Nationaal
Kenmerken van personen die een huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaan
A
Jaar
T+12 maanden
Nationaal
Echtscheidingen en beëindigde geregistreerde partnerschappen
A
Jaar
T+12 maanden
Nationaal
Migratie
Immigranten
Q
Maand
T+120 dagen
Nationaal (1)
A
Jaar
T+6 maanden
Nationaal (2)
T+12 maanden
NUTS 3
Emigranten
A
Jaar
T+6 maanden
Nationaal (2)
T+12 maanden
NUTS 3
Interne migratie
A
Jaar
T+12 maanden
NUTS 3
Verwerving en verlies van staatsburgerschap van een lidstaat en de Unie
Personen die staatsburgerschap hebben verworven
A
Jaar
T+9 maanden
Nationaal
Personen die staatsburgerschap hebben verloren of opgegeven
A
Jaar
T+9 maanden (4)
Nationaal
Huisvesting
Woonverblijven
Kenmerken van woonverblijven
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Conventionele woningen
Basiskenmerken van gebouwen
MA
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU + Raster
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Energiegerelateerde kenmerken van gebouwen (7)
A (met ingang van 2035)
31.12.JJ
T+12 maanden
NUTS 3
MA
31.12.JJ
T+18 maanden (5)
NUTS 3 + Raster
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Bewoonde conventionele woningen
Kenmerken van bewoonde conventionele woningen
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3
Gebruik van bewoonde conventionele woningen
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3
Gezinnen en huishoudens
Gezinnen
Kenmerken van gezinnen
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Huishoudens
Kenmerken van huishoudens
A
31.12.JJ
T+24 maanden
Nationaal
MA
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Huishoudelijke situatie van de persoon
A
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3
D
31.12.JJ
T+24 maanden
NUTS 3 + LAU
Legenda voor de kolom “Periodiciteit”
Driemaandelijks
Q
Jaarlijks
A
Meerjaarlijks (jaren eindigend met “1”, “5”, “8”)
MA
Tienjaarlijks (jaren eindigend met “1”)
D
(1) Eerste schatting van het totale cijfer op nationaal niveau.
(2) Eerste schatting, uitsplitsingen zijn beperkt tot leeftijd en geslacht.
(3) De totale bevolking op nationaal niveau in deze gegevensverzameling wordt door de Commissie op grond van artikel 3, lid 7, aan de Raad verstrekt.
(4) T+12 maanden tot 2035.
(5) T+24 maanden tot 2035.
(6) Verstrekking op vrijwillige basis.
(7) Op grond van artikel 6, lid 5, dient een lidstaat de gegevens over de energieprestatie van gebouwen voor het eerst in uiterlijk 24 maanden vanaf de datum waarop de nationale databank voor de energieprestatie van gebouwen die is opgezet op grond van artikel 22 van Richtlijn (EU) 2024/1275, in die lidstaat beschikbaar is. Op grond van artikel 5, lid 2, tweede alinea, van deze richtlijn, worden de gegevens over de energie-efficiëntie van gebouwen beperkt tot de gegevens die beschikbaar zijn in deze nationale databank.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2458/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)
Top