19. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 341/13
Advies inzake
— een voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot wijziging van Verordening
(EEG) nr. 516/77 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de
sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten en tot wijziging van
Verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief;
— een voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot vaststelling van
garantiedrempels voor bepaalde op basis van groenten en fruit verwerkte produkten;
— een voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot aanpassing van sommige in
de Toetredingsakte van 1979 neergelegde regels met betrekking tot de sector van op
basis van groenten en fruit verwerkte produkten;
— een voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot wijziging van Verordening
(EEG) nr. 516/77 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de
sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten
De tekst waarop de adviesaanvrage betrekking heeft is bekendgemaakt in het
Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. C 94 van 8 april 1983, blz. 3 tot 11.
A. JURIDISCHE GRONDSLAG VAN HET ADVIES
Op 7 april 1983 heeft de Raad besloten het Economisch en Sociaal Comité overeen-
komstig de bepalingen van artikel 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap over bovengenoemd voorstel te raadplegen.
B. ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ
Het Economisch en Sociaal Comité heeft beraadslaagd over zijn advies inzake voor-
noemd onderwerp tijdens zijn op 28 en 29 september 1983 te Brussel gehouden 210e
zitting.
Dit advies luidt als volgt:
HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, met name artikel 43,
Gezien de adviesaanvrage van de Raad van de Euro-
pese Gemeenschappen d. d. 7 april 1983 inzake de
volgende voorstellen:
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 516/77
houdende een gemeenschappelijke ordening der
markten in de sector van op basis van groenten en
fruit verwerkte produkten en tot wijziging van Ver-
ordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeen-
schappelijk douanetarief;
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad
tot vaststelling van garantiedrempels voor bepaalde
op basis van groenten en fruit verwerkte produkten;
van 1979 neergelegde regels met betrekking tot de
sector van op basis van groenten en fruit verwerkte
produkten;
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 516/77
houdende een gemeenschappelijke ordening der
markten in de sector van op basis van groenten en
fruit verwerkte produkten,
Gezien het besluit van zijn Bureau d. d. 26 april
1983, de Afdeling voor de landbouw met de voorbe-
reidende werkzaamheden te belasten,
Gezien het door genoemde Afdeling tijdens haar
245e vergadering van 8 september 1983 opgestelde
advies,
* Gezien het mondelinge verslag van de heer Wiek,
rapporteur,
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad
tot aanpassing van sommige in de Toetredingsakte
Gezien de beraadslagingen tijdens zijn 210e zitting
(vergadering van 28 september 1983),
Nr. C 341/14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19. 12. 83
BRENGT VOLGEND ADVIES UIT,
dat met 88 stemmen vóór en 15 stemmen tegen, bij 3
onthoudingen is goedgekeurd.
1. Algemene opmerkingen
1.1. Het Comité neemt kennis van het rapport van
de Commissie; het heeft de ontwikkelingen in de
sector verwerkte groenten en fruit sinds de invoering
van de desbetreffende regeling in 1977 nauwkeurig
nagegaan.
1.2. Het Comité vestigt er de aandacht op dat de
Europese Gemeenschap een gemeenschappelijke
regeling voor verwerkte groenten en fruit heeft inge-
voerd omdat zij op grond van haar handelspolitiek
heeft afgezien van bijzondere regelingen voor de
externe handel en ter compensatie van het daardoor
ontstane concurrentienadeel een steunregeling in
het leven heeft geroepen.
1.3. Het Comité wijst erop dat de bestaande rege-
ling ook in het kader van het gemeenschappelijk
landbouwbeleid moet worden gezien en van groot
belang is voor het inkomen van de producenten.
Daarbij moet ook worden gewezen op de positieve
weerslag van de steunregeling voor enkele produk-
ten op de werkgelegenheidssituatie in deze sector en
in de verwerkende industrie.
1.4. Het Comité constateert dat sinds de invoering
van de regeling een aantal tekortkomingen zijn vast-
gesteld die bij de toepassing ervan tot extra moei-
lijkheden hebben geleid. Over deze problemen
wordt in het rapport van de Commissie niet uitdruk-
kelijk gesproken. Het Comité is van oordeel dat de
huidige regeling onvolledig is en bijgevolg geen vol-
doening schenkt.
1.5. De vastgestelde tekortkomingen kunnen met
de door de Commissie voorgestelde wijzigingen niet
volledig worden weggewerkt. Het Comité heeft de
indruk dat bij deze voorstellen bepaalde algemene
factoren — zoals het financiële aspect van de rege-
ling — een belangrijke rol hebben gespeeld.
1.6. Het Comité wijst er verder op dat de Commis-
sie in haar rapport over de huidige steunregeling
voor verwerkte groenten en fruit te oppervlakkig te
werk is gegaan.
Zoals in het rapport wordt opgemerkt, had deze
steunregeling aanvankelijk tot doel, de economie in
de mediterrane gebieden van de Gemeenschap te
stimuleren; in het rapport worden echter slechts
enkele economische gevolgen van de maatregelen in
kwestie onder de loep genomen.
Voorts wordt in het rapport niet nagegaan of en in
hoeverre het met Verordening (EEG) nr. 516/77
nagestreefde doel — een doeltreffend beheer van de
markt van verwerkte groenten en fruit — is bereikt.
Door deze oppervlakkige benadering zijn de Com-
missievoorstellen onvolledig. Er wordt nl. met geen
woord gerept over de allesoverheersende noodzaak
van een herziening en aanvulling van de huidige
regeling, met het doel de gerezen moeilijkheden uit de
weg te ruimen en de ontwikkeling van die sectoren
van landbouw, industrie en handel die met de
betrokken produktietakken te maken hebben, in
goede banen te leiden.
1.7. Het Comité wijst erop dat de door de Com-
missie voorgestelde wijzigingen op de huidige rege-
ling (wijziging van de wijze van berekening van de
steun, minimumprijs bij invoer, opslag van krenten
en rozijnen, garantiedrempels) niet alleen de wer-
king ervan enigszins verbeteren, maar ook en vooral
tot doel hebben de communautaire uitgaven te ver-
minderen.
1.8. Het Comité is niet ongevoelig voor de eis dat
de werking van het gemeenschappelijk landbouwbe-
leid mede met het oog op mogelijke besparingen
opnieuw moet worden bezien in het kader van een
actie die tot doel heeft het evenwicht tussen de
diverse regio's van de Gemeenschap te herstellen en
de steunverlening doeltreffender te maken.
1.9. Het Comité heeft kennis genomen van de
richtsnoeren van de Commissie ten aanzien van de
sector verwerkte groenten en fruit, die in het Com-
missiedocument betreffende het „Gemeenschappe-
lijk landbouwbeleid — Voorstel van de Commissie"
(doe. COM(83) 500 def.) worden aangegeven.
Het Comité verzoekt de Raad dan ook, zijn besluit
met betrekking tot het onderhavige verordenings-
voorstel tegelijk te nemen met de besluiten die hij
ten aanzien van de overige produktiesectoren in het
kader van de in genoemd Commissiedocument
opgenomen voorstellen tot herziening van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid dient vast te
stellen.
Het Comité behoudt zich voor, bij de behandeling
van het definitieve document van de Commissie
van 28 juli 1983 voorstellen met het oog op een
grondiger herziening van de communautaire rege-
ling voor de sector verwerkte groenten en fruit naar
voren te brengen, en tevens de-inhoud van het hui-
dige advies opnieuw onder de loep te nemen.
2. Opmerkingen betreffende de diverse voorstellen
van de Commissie
2.1. Voorstel voor een verordening (EEG) van de
Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr.
516/77 houdende een gemeenschappelijke orde-
19. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 341/15
ning der markten in de sector van op basis van
groenten en fruit verwerkte produkten en tot wij-
ziging van Verordening (EEG) nr. 950/68
betreffende het gemeenschappelijk douanetarief
Het Comité hecht zijn goedkeuring aan het voorstel
van de Commissie, maar tekent daarbij nog het vol-
gende aan:
2.1.1. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3, lid 1
Het Comité is van oordeel dat bijlage I bis van Ver-
ordening (EEG) nr. 516/77 zo dient te worden aan-
gevuld dat alle produkten die uit dezelfde grondstof
— met name kersen — zijn verkregen, voor steun in
aanmerking komen. Zo moeten bereidingen met
kersen, sausen voor nagerechten, kersensap, in water
ingelegde ongesuikerde morellen en gekonfijte ker-
sen beslist aan de in bijlage I bis opgenomen lijst
worden toegevoegd, onder meer om het hoofd te
kunnen bieden aan de scherpe concurrentie uit
derde landen. Het Comité wijst er overigens op dat
alle door verwerking van tomaten verkregen pro-
dukten reeds zonder enige beperking voor steun in
aanmerking komen.
2.1.2. Artikel 1, lid 1, ad art ikel 3, lid 3
Het Comité neemt kennis van de voorgestelde bepa-
ling dat de Raad bij een ernstige verstoring van het
evenwicht tussen produktie en afzetmogelijkheden
op voorstel van de Commissie maatregelen kan
nemen om de produktiesteun slechts voor een
bepaalde hoeveelheid toe te kennen. Het stelt vast
dat een dergelijke beperking geldt voor Williamspe-
ren op siroop en kersen op siroop, hoewel het aan-
bod van deze beide produkten in de Gemeenschap
nog steeds achterblijft bij de vraag. Het Comité is
van oordeel dat deze beperking moet worden opge-
heven, althans zolang de vraag het aanbod overtreft.
Het gaat er verder mee akkoord dat de referentiepe-
riode wordt uitgebreid tot verscheidene verkoopsei-
zoenen en stelt voor, de gemiddelde produktie van
de laatste drie verkoopseizoenen als berekenings-
grondslag te nemen. Ten slotte stemt het het Comité
tot voldoening dat de steun thans wordt toegekend
voor het basisprodukt.
2.1.3. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 ter, lid
1,sub b)
Het Comité wijst een koppeling tussen de mini-
mumprijs van produkten waarvoor geen basisprijs is
vastgesteld en de basisprijs van andere produkten
van de hand. Het is van oordeel dat het hier om fun-
damenteel verschillende produkten en verschillende
markten gaat, die bijgevolg niet over één kam
mogen worden geschoren.
Ter wille van de uniformiteit van het systeem stelt
het Comité voor, ook voor kersen en pruimen basis-
en aankoopprijzen vast te stellen.
Voorts verzoekt het de Commissie passende voor-
stellen te doen om het op de peren- en kersenmarkt
bestaande onderscheid tussen contractteelt en
andere produkten weg te werken.
2.1.4. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 qua te r ,
lid 1, eerste s t reepje
Het Comité vraagt zich af of het voorstel van de
Commissie om bij de eerste vaststelling van de
steun uit te gaan van een forfaitaire berekening van
het verschil tussen de prijzen van de grondstof, wel
een verbetering zal betekenen ten opzichte van de
huidige regeling.
2.1.5. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 qua te r ,
lid 1, tweede s t reepje
Het Comité dringt erop aan dat de woorden „indien
nodig" zonder meer worden geschrapt en dat bij het
vaststellen van de steun rekening wordt gehouden
met de verwerkingskosten.
2.1.6. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 qua te r ,
lid 2
Het Comité vraagt zich af of bij produkten waarvan
de ingevoerde hoeveelheid niet als representatief
kan worden beschouwd en waarvoor geen mini-
mumprijs bij invoer is vastgesteld, wel terdege van
de „prijs van derde landen" kan worden uitgegaan.
2.1.7. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 quin-
quies , lid 1, sub b)
Volgens het Comité moet nauwkeurig worden aan-
gegeven wat onder „verpakkingen die bestemd zijn
voor de eindgebruiker" wordt verstaan. Zo dienen
b. v. bepaalde grote verpakkingen ten behoeve van
grote verbruikers voor steun in aanmerking te blij-
ven komen.
2.1.8. Artikel 1, lid 1, ad ar t ikel 3 qu in-
quies , lid 2
Het Comité is van oordeel dat een punt e) „kersen"
moet worden toegevoegd aan de lijst van produkten
die niet onder de in lid 1, sub b), aangegeven beper-
kingen vallen. Bereidingen met vruchten en met
vruchten bereide dessertsausen die geen eindpro-
dukt zijn, moeten aan bijlage I bis worden toege-
voegd; deze produkten moeten nl. verder worden
verwerkt en zijn bijgevolg niet direct voor de eind-
verbruiker bestemd.
Nr. C 341/16 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19. 12. 83
2.1.9. A r t i k e l 1, l id 1, ad a r t i k e l 4 , l id 1
Het Comité dringt erop aan dat voor alle in bijlage I
bis genoemde produkten een minimumprijs bij
invoer wordt vastgesteld. Daarom stelt het voor, de
vermelding „sub a)" te schrappen.
2.1.10. Om de huidige monetaire verschillen op te
heffen, stelt het Comité voor, een systeem van aan-
passingscoëfficiënten in te voeren naar analogie van
de marktordening voor oliehoudende zaden of de
regeling voor gedroogde druiven.
2.2. Voorstel voor een verordening (EEG) van de
Raad tot vaststelling van garantiedrempels voor
bepaalde op basis van groenten en fruit ver-
werkte produkten
Het Comité hecht zijn goedkeuring aan het voorstel
van de Commissie, maar tekent daarbij het volgende
aan:
2.2.1. A r t i k e l 1, l id 1
Het Comité herinnert aan zijn opmerking in para-
graaf 2.1.2, nl. dat het beperking van de produktie-
steun tot een bepaalde hoeveelheid niet kan aanvaar-
den, met name wanneer het gaat om produkten
waaraan in de Gemeenschap een tekort bestaat.
2.3. Voorstel voor een verordening (EEG) van de
Raad tot aanpassing van sommige in de Toetre-
dingsakte van 1979 neergelegde regels met
betrekking tot de sector van op basis van groen-
ten en fruit verwerkte produkten
Het Comité hecht zijn goedkeuring aan het voorstel
van de Commissie.
2.4. Voorstel voor een verordening (EEG) van de
Raad tot wijziging van Verordening (EEG)
nr. 516/77 houdende een gemeenschappelijke
ordening der markten in de sector van op basis
van groenten en fruit verwerkte produkten
Het Comité kan slechts zijn goedkeuring aan het
Commissievoorstel hechten indien de hoeveelheid
krenten en rozijnen en gedroogde vijgen waarover
de producenten tijdens de laatste maand van het
verkoopseizoen nog beschikken, bij de opslagbu-
reaus kan worden aangeboden.
Gedaan te Brussel, 28 september 1983.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Francois CEYRAC
BIJLAGE
bij het advies van het Economisch en Sociaal Comité
A. Verworpen wijzigingsvoorstellen
De volgende overeenkomstig de bepalingen van het Reglement van Orde ingediende wijzigings-
voorstellen zijn tijdens de beraadslagingen door het Comité over het advies van de Afdeling ver-
worpen.
Paragraaf 2.1
De tekst van deze paragraaf te vervangen door:
„Het Comité tekent met betrekking tot dit voorstel van de Commissie nog het volgende
aan:".
Motivering
Aangezien het Comité zich het recht voorbehoudt later zijn standpunt te bepalen, lijkt het dien-
stig in het advies opmerkingen te maken over de afzonderlijke voorstellen van de Commissie en
niet vooruit te lopen op een duidelijke en volledige goedkeuring. Deze voorzichtige benadering
past bij de evenwichtige opbouw van het advies.
19. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 341/17
Uitslag van de stemming
Vóór: 7; tegen: ruime meerderheid; onthoudingen: 18.
Paragraaf 2.2
De tweede alinea door de volgende tekst te vervangen :
„Het Comité heeft hierover geen opmerkingen.".
Motivering
Zie de motivering bij het wijzigingsvoorstel ten aanzien van paragraaf 2.1.
Uitslag van de stemming
Vóór: 5; tegen: 67; onthoudingen: 29.
Paragraaf 2.3
Het begin van deze paragraaf als volgt te lezen:
„Aan dit voorstel van de Commissie verbindt het Comité de expliciete voorwaarde dat de
hoeveelheid . . . (rest ongewijzigd).".
Motivering
Zie de motivering bij het wijzigingsvoorstel ten aanzien van paragraaf 2.1.
Uitslag van de stemming
Vóór: 3; tegen: 72; onthoudingen: 17.
Paragraaf 2.4
Deze paragraaf als volgt te lezen:
„Het Comité heeft hierover niets op te merken.".
Motivering
Zie de motivering bij het wijzigingsvoorstel ten aanzien van paragraaf 2.1.
Uitslag van de stemming
Vóór: 2; tegen: 55; onthoudingen: 17.
B. De volgende passage van het advies is vervangen door de tekst van een tijdens de beraadslaging
goedgekeurd wijzigingsvoorstel
Paragraaf 1.2
„Het vestigt er de aandacht op dat de gemeenschappelijke regeling voor verwerkte groenten
en fruit onder meer is ingesteld om de mediterrane regio's te ondersteunen en als uniforme
handelsregeling aan de buitengrenzen van de Gemeenschap te verhinderen dat prijsschom-
melingen op de wereldmarkt een directe invloed hebben op de prijzen binnen de Gemeen-
schap. Kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking zijn in het handelsver-
keer met derde landen namelijk verboden.".
Uitslag van de stemming
Vóór: 60; tegen: 5; onthoudingen: 17.
Full & Egal Universal Law Academy