ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 440
Vol. 1986/0191
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
C0MC86) 440 def.
Brussel, 10 september 1986
V oorste l voor een
VERORDENING (EEG) VAN DE RAAD
b e tr e f fe n d e de open ing , de v e r d e lin g en de w ijz e van beheer van een
communautair t a r ie f c o n t in g e n t voor pulp van abrikozen van
post ex 20 .06 B II c) 1 aa) van het gem eenschappelijk d ou an etar ie f
van oorsprong u i t Marokko (1987)
V oorste l voor een
VERORDENING (EEG) VAN DE RAAD
•etre ffen d e de open ing , de v e r d e lin g en de w ijz e van beheer van ee
communautair t a r i e f c o n t in g e n t voor pulp van abrikozen van
post ex 20 .06 B II c) 1 a) van het gem eenschappelijk d o u a n eta r ie f
van oorsprong u i t Tunesië (1987)
C0M(86) 440 def.
TOELICHTING
1. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische
Gemeenschap enerzijds en het Koninkrijk Marokko en de Republiek
Tunesië anderzijds, aangevuld door de aan deze overeenkomst/gehechte
Protocollen naar aanleiding van de toetreding van Spanje en Portugal,
worden in de respectievelijke artikelen de opening bepaald van
jaarlijkse conmunautaire tariefcontingenten met het oog op de invoer
in de Gemeenschap van respectievelijk 8 250 en 4 300 tan pulp van
abrikozen van onderverdeling ex 20.06 B II c) 1 aa) van het
gemeen schappelijk douanetarief van oorsprong uit deze landen.
Binnen de grenzen van deze tariefcontingenten passen Spanje en
Portugal rechten toe volgens de onder de overeenkomsten EEG/Marroko en
EBG/Tunesië gehechte Protocollen naar aanleiding van de toetreding van
Spanje en Portugal.
De invoerrechten die binnen de grenzen van dit contingent van
toepassing zijn bedragen 70 % van de daadwerkelijk ten aanzien van
derde landen toegepaste invoerrechten.
De betrokken tariefcontingenten moeten derhalve worden geopend voor
het jaar 1987.
2. In de voorstellen voor verordeningen betreffende de opening van deze
tariefcontingenten is, zoals ter zake gebruikelijk is, bepaald dat
elk van de contingenten in twee gedeelten wordt gesplitst, waarvan het
eerste in de vorm van quota over de Lid-Staten wordt verdeeld on het
tweede de reserve vormt.
- 2 -
Het schijnt wat de verdeling van het eerste gedeelte van het
contingent betreft, aanbeveling te verdienen om uit te gaan van de
gewoonlijk daarbij toegepaste regels, dat wil zeggen het bepalen van
de verhouding van de totale invoer van elke Lid-Staat gedurende de
afgelopen drie jaren tot de comnunautaire invoer over dezelfde periode
en het toepassen van de daaruit voortvloeiende percentages per
Lid-Staat op het eerste gedeelte van het contingent. Bij deze
handelswijze is rekening gehouden met het feit dat de invoer in deze
jaren in enige Lid-Staten nihil dan vel incidenteel is geweest. Met
het oog cp de noodzaak het contingent op billijke wijze over de
Lid-Staten te verdelen worden aan deze Lid-Staten kleine percentages
toegewezen die commercieel bruikbaar zijn.
Er wordt voorgesteld de voorstellen voor verordeningen van de Raad
betreffende de cpening van de bovenomschreven comnunautaire
tariefcontingenten goed te keuren.
BIJLAGE : 2 v o o r s t e l l e n v o o r v e r o rd e n in g e n (EEG) v an d e R aad
NOTA
Deze voorstellen houden reeds rekening met het afsluiten en de toepassing
ten laatste cp 1 januari 1987, van aanpassingsprotocollen naar aanleiding
van de toetreding van Spanje en Ebrtugal.
In geval dit perspectief niet blijkt te worden bevestigd, moeten de
voorstellen aldus worden gewijzigd dat de verordeningen slechts in- de
Gemeenschap van de Tien van toepassing -2W/7 ,
V o o rs te l v o o r een
V E R O R D E N IN G (EEG) 1 . V A N DE RAAD
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent
voor pulp van abrikozen van post ex 20.06 B II c) 1 aa) van het gemeenschappelijk douanetarief,
van oorsprong uit Marokko ( 1 9 8 7 )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot pprichtingvan déuEürÖpësé
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat in de op 27 april 1976 ondertekende
Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economi
sche Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko (’)
aan gevu ld doo r h e t aan deze overeenkom st§e he ch te P ro to c o l naa r a a n le id in g van e t o e t r e d in g van Spanje en P o r tu g a l (2 )
bepaald dat de Gemeenschap een jaarlijks communautair
tariefcontingent van 8 250 ton opent voor pulp van abriko
zen van post ex 20.06 B II c) 1 aa) van het gemeenschappe
lijk douanetarief, van oorsprong uit Marokko; dat de
douanerechten die van toepassing zijn binnen de grenzen
van dit contingent 70 % bedragen van de daadwerkelijk
ten opzichte van derde landen toegepaste douanerechten;
dat het betrokken communautaire tariefcontingent der
halve moet worden geopend voor het jaar 198 7 ;
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in de Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op
het moment dat het contingent is uitgeput; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten, in overeen
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van het genoemde contingent in het licht van de hierboven
uiteengezette beginselen; dat deze verdeling, om zo goed
mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven toegepast moet worden
naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten, berekend
enerzijds op grond van de statistische gegevens betreffende
de invoer van de genoemde produkten uit Marokko over
een representatieve referentieperiode en anderzijds op
grond van de economische vooruitzichten voor de betrok
ken contingentsperiode;
(1 ) PB n r . L 264 van 2 7 .9 .1 9 7 8 , b lz . 1
(2 ) PB n r . L .............................
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Marokko gedurende de laatste
drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, de afzon
derlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor
hun rekening namen:
Lid-Staten
B ene lux
Denemarken
D u its la n d
G rie ke n land
Spanje
F ra n k r i jk
Ie r la n d
I t a l i ë
P o rtu g a l
1 9 8 3
9 7
1 9 8 4
9 8
1 9 8 5
9 4
V e r è m -g a - -K e rn tak r i j k
Overwegende dat rekening moet worden gehouden met
deze percentages en met de door sommige Lid-Staten
verstrekte ramingen alsmede met de noodzaak om in het
onderhavige geval een billijke verdeling over alle Lid-Staten
van de bij de desbetreffende Overeenkomst aangegane
verplichting te waarborgen; dat derhalve de percentages
voor het aanvankelijke aandeel in het totale contingent bij
benadering als volgt kunnen worden bepaald:
4 . 8
1/2
5 . 8
. 8 ;3
6U
W
B ene lux
Denemarken
D u its la n d
G rie k e n la n d
F r a n k r i j k
Ie r la n d
I t a l i ë
P o r tu g a l
V e re n ig d K o n in k r i jk 7 ,2
Overwegende dat, ten einde rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten, het contingent in twee gedeel
ten moet worden gesplitst, waarbij het eerste gedeelte
wordt verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
opgebruikt; dat, ten einde de importeurs van elke Lid-Staat
een zekere waarborg te geven, het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent op een niveau moet wor
den vastgesteld dat in het onderhavige geval 50% van het
contingent zou kunnen bedragen;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn uitgeput; dat het, ten
einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te
vermijden, van belang is dat iédere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut, een
extra quotum uit de reserve opneemt; dat deze opneming
- 2 -
door iedere Lid-Staat moet worden verricht wanneer elk
van zijn extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als
de reserve dat toelaat; dat de aanvankelijke en de extra
quota geldig moeten zijn tot aan het einde van de contin-
gentsperiode; dat deze wijze van beheer een nauwe samen
werking vereist tussen de I.id-Staten en de Commissie, die
met name op de hoogte moet worden gehouden van de
uitputtingsgraad van het contingent en de Lid-Staten hier
over moet kunnen inlichten;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat, die
op een bepaald tijdstip van de coningentsperiode een
belangrijk overschot heeft, daarvan een aanmerkelijk per
centage in de reserve terugstort, ten einde te voorkomen dat
een gedeelte van het communautaire contingent in een
Lid-Staat onbenut blijft, terwijl andere Lid-Staten er
gebruik van zouden kunnen maken:
Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
door de Benelux Economische Unie, elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Van 1 ja n u a r i t o t 31 december 1987 w o rd t h e t d o u a n e re ch t van h e t gemeen
s c h a p p e l i jk d o u a n e ta r ie f vo o r de vo lg e n d e p ro d u k te n g e s c h o rs t t o t h e t
n iv e a u e n .ib in n e n de g renzen van een com m unauta ir t a r ie f c o n t in g e n t
aan gedu id n a a s t de p ro d u k te n :
V o lg n r . N r . van he t
gemeen-
s c h a p p e li j k
douane
t a r i e f
O m s c h r ijv in g Omvang
van h e t
c o n t in g e n t
- t -
c o n t in g e n t
- % -
09 .110 5 ex 2 0 .0 6 B
I I c ) 1 aa
P u lp van a b r ik o z e n ,
van o o rs p ro n g u i t
Marokko
8 250 1 1 ,9
B innen de g renze n van d i t t a r ie f c o n t in g e n t passen Span je en P o r tu g a l
d o u a n e re ch te n to e berekend v o lg e n s de d e s b e tre f fe n d e b e p a lin g e n in
h e t P ro to c o l gehech t aan de sam enw erk ingsovereenkom st tu s s e n de
Europese Econom ische Gemeenschap en M arokko , n a a r a a n le id in g van
de to e t r e d in g van Spanje en P o r tu g a l.
-3 -
Artikel 2
1. Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 4 150 ton over de
Lid-Staten verdeeld; de quota die, onder voorbehoud van
artikel 5, gelden tot en met 31 december 198 7, bedragen de
volgende hoeveelheden:
Benelux
Denemarken
Duitsland ,
G rie k e n la n d
Spanje
F r a n k r i jk
Ie r la n d
I t a l i ë
P o r tu g a l
V e re n ig d K o n in k r i jk
2. Het tweede gedeelte, dat 410Q ton beloopt, vormt de
reserve.
Artikel 3
1. Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat,
zoals vastgesteld in artikel 2, lid 1, dan wel dat zelfde
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte voor 90 % of meer is
benut, gaat deze Lid-Staat door middel van een kennisge
ving aan de Commissie onverwijld over tot opneming, voor
zover de reserve zulks toelaat, van een tweede quotum,
gelijk aan 15 % van zijn eerste quotum, eventueel op de
volgende eenheid naar boven afgerond.
2. Indien, na uitputting van zijn eerste quotum, ook het
tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 %
of meer is benut, gaat deze Lid-Staat op de in lid 1
omschreven wijze over tot opneming van een derde quo
tum, gelijk aan 7,5 % van zijn eerste quotum.
3. Indien, na uitputting van zijn tweede quotum, ook het
derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of
meer is benut, gaat deze Lid-Staat op dezelfde wijze over
tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk is aan het
derde.
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uit
geput.
4. In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kunnen de
Lid-Staten overgaan tot opneming van kleinere hoeveel
heden dan de in die leden vastgesteldc quota, indien er
aanleiding is om aan te nemén dat deze wellicht niet geheel
zullen worden benut. De betrokken Lid-Staten delen aan de
Commissie de redenen mede die tot de toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid.
(in ton)
200
5 0
2 4 0
10
2 5 0
2 8 0 0
5 0
5 0
200
3 0 0
- 4 -
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 198 7 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 198 7 /an het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug, het deel.dat op 15 september 198 720 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat. Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten, wanneer er aanleiding is
om aan te nemen dat deze wellicht niet zal worden benut.
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op l oktober
1987 kennis van de totale invoer van de betrokken produk-
ten die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt, alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum
dat zij in de reserve terugstorten.
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat, zodra de opgaven
haar bereiken, op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve.
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 198 7in kennis
van de omvang der reserve na de met toepassing van arti
kel 5 verrichte terugstortingen.
Zij ziet erop toe dat de opnemingen waardoor de reserve
wordt uitgeput tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt
blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die deze laatste
opneming verricht mede, hoeveel dit saldo bedraagt.
Artikel 7
1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota, de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contin
gent.
2. De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota.
3. De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden van
de betrokken produkten op hun quota af naar gelang dat
de produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer
worden aangegeven.
4. De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelhe
den die onder de in lid 3 bepaalde voorwaarden worden
afgeboekt.
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk
op hun quota is afgeboekt.
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk i:
Lid-Staat.
Gedaan te Luxemburg,
Voor de Raad
De Voorzitter
Voorstel voor een
VERORDENING (EEG) VAN DE RAAD
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent
voor pulp van abrikozen van post ex 20.06 B II c) 1 aa) van hot gemeenschappelijk douanetarief,
van oorsprong uit Tunesië (1987)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, __ .
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat in de ondertekende
Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economi
sche Gemeenschap en de Republiek Tunesië (>) aangevu td
d o o r h e t aan de ove reenkom st gehech te
P ro to c o l naa r a a n le id in g van de to e t r e d in g
van Span je en P o r tu g a l (2 ) is bep a a ld
dat de Gemeenschap een jaarlijks communautair tariefcon
tingent van 4 300 ton opent voor pulp van abrikozen van
post ex 20.06 B II c) 1 aa) van het gemeenschappelijk
douanetarief, van oorsprong uit Tunesië; dat de douane
rechten die van toepassing zijn binnen de grenzen van dit
contingent 70 % bedragen van de daadwerkelijk ten
opzichte van derde landen toegepaste douanerechten; dat
het betrokken communautaire tariefcontingent derhalve
moet worden geopend voor het jaar 1987,
Overwegende dat met name gewaarborgd moet worden dat
alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contin
gent en voorts dat in de Lid-Staten de op het genoemde
contingent toe te passen rechten ononderbroken worden
toegepast op alle invoer van de betrokken produ'kten tot op
het moment dat het contingent is uitgeput; dat een systeem
voor de benutting van het communautaire tariefcontingent,
gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten, in overeen
stemming schijnt te zijn met het communautaire karakter
van het genoemde contingent in het licht van de hierboven
uiteengezette beginselen; dat deze verdeling, om zo goed
mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de
betrokken produkten weer te geven, toegepast moet wor
den naar verhouding van de behoeften der Lid-Staten,
berekend enerzijds op grond van de statistische gegevens
betreffende de invoer van de genoemde produkten uit
Tunesië over een representatieve referentieperiode en
anderzijds op grond van de economische vooruitzichten
voor de betrokken contingentsperiode;
Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de
betrokken produkten uit Tunesië gedurende de laatste drie
jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, de afzonderlij
ke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor hun
rekening namen:
Lid-Staten
Bene lu x
Denemarken
D u its la n d
G r ie k e n la n d
Spanje
F r a n k r i jk
Ie r la n d
I t a l i ë
Vc rc m g d
1983
100
1984
100
1985
100
Overwegende dat rekening moet worden gehouden met
deze percentages en met de door sommige Lid-Staten
verstrekte ramingen alsmede met de noodzaak om in het
onderhavige geval een billijke verdeling over alle Lid-Staten
van de bij de desbetreffende overeenkomst aangegane ver
plichting te waarborgen, dat derhalve de percentages voor
het aanvankelijke aandeel in het totale contingent bij
benadering als volgt kunnen worden bepaald:
B e ne lux 2 ,3
Denemarken 2 ,3
D u its la n d 4,1
G rie k e n la n d 0 ,5
S pan je 2 ,3
F r a n k r i jk 7 4 ,7
Ie r la n d 2 ,3
I t a l i ë 2 ,3
P o r tu g a l 2 ,3
V e re n ig d K o n in k r i jk 6 ,9
Overwegende dat, ten einde’ rekening te houden met de
ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in
de verschillende Lid-Staten, het contingent in twee gedeel
ten moet worden gesplitst, waarbij het eerste gedeelte
wordt verdeeld over de Lid-Staten en het tweede gedeelte
een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften
van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben
opgebruikt; dat, ten einde de importeurs van elke Lid-Staat
en zekere waarborg te geven, het eerste gedeelte van het
communautaire tariefcontingent op een niveau moet wor
den vastgesteld dat in het onderhavige geval 50 % van het
contingent zou kunnen bedragen;
Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten
meer of minder spoedig kunnen zijn uitgeput; dat het, ten
einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te
vermijden, van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum nagenoeg geheel heeft benut, een
(1 ) PB n r . L 265 van 2 7 .9 .1 9 7 8 , b l z . 1
(2 ) PB n r . L .............................
- 2 -
extra quotum uit de reserve opneemt; dat deze opneming
door iedere Lid-Staat moet worden verricht wanneer elk
van zijn extra quota bijna geheel is benut en wel zo vaak als
de reserve dat toelaat; dat de aanvankelijke en de extra
quota geldig moeten zijn tot aan het einde van de contin-
gentsperiode; dat deze wijze van beheer een nauwe samen
werking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die
met name op de hoogte moet worden gehouden van de
uitputtingsgraad van het contingent en de Lid-Staten hier
over moet kunnen inlichten;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat, die
op een bepaald tijdstip van de contingentsperiode een
belangrijk overschot heeft, daarvan een aanmerkelijk per
centage in de reserve terugstort, ten einde te voorkomen
dat een gedeelte van het communautaire contingent in een
Lid-Staat onbenut blijft, terwijl andere Lid-Staten er
gebruik van zouden kunnen maken;
Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het
Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden
doof de Benelux Economische Unie, elke handeling met
betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Econo
mische Unie toegewezen quota kan worden verricht door
één van haar leden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 7
Van 1 ja n u a r i t o t 31 december 1987 w o rd t h e t d o u a n e re ch t van h e t gemeen
s c h a p p e l i jk d o u a n e ta r ie f v o o r de vo lgend e p ro d u k te n g e s c h o rs t t o t h e t n ive a u
en b in n e n de g renzen van een com m unauta ir t a r ie f c o n t in g e n t aan gedu id n a a s t
de p ro d u k te n :
V o lg n r . N r. van he t
gemeen-
s c h a p p e li jk
douane
t a r i e f
O m s c h r ijv in g Omvang
van h e t
c o n t in g e n t
- t -
C o n tin g e n t
re c h t
- % -
0 9 .120 3 ex 2 0 .0 6 B
I I c ) 1 a a )
P u lp van a b r ik o z e n ,
van o o rsp ro n g u i t
Tunesi ë
4 300 1 1 ,9
B innen de g renze n van d i t t a r ie f c o n t in g e n t passen Spanje en P o r tu g a l
d o u a n e re ch te n to e vo lg e n s de d e s b e tre f fe n d e b e p a lin g e n in h e t P ro to c o l
ge h e ch t aan de Sam enw erkingsovereenkom st tu s s e n de Europese Econom ische
Gemeenschap en T u n e s ië .
- 3 -
Artikel 2
1. Van het in artikel 1 genoemde communautaire tarief
contingent wordt een eerste gedeelte van 2 150 ton over de
Lid-Staten verdeeld; de quota die, onder voorbehoud van
artikel 5, gelden tot en met 31 december 1987 bedragen de
volgende hoeveelheden:
(in ton)
Benelux 50
Denemarken 50
D u its la n d 90
G rie k e n la n d 10
Spanje 50
F ra n k r i jk 1 600
Ie r la n d 50
I t a l i ë 60
P o r tu g a l 50
V e re n ig d K o n in k r i jk 150
2. Het tweede gedeelte, dat 2 150 ton beloopt, vormt de
reserve..
Artikel 3
1. Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat,
zoals vastgesteld in artikel 2, lid 1, dan wel dat zelfde
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in
de reserve teruggestorte gedeelte, voor 90 % of meer is
benut, gaat deze I.id-Staat door middel van een kennisger
ving aan de Commissie onverwijld over tot opneming, voor
zover de reserve zulks toelaat, van een tweede quotum
gelijk aan 15 % van zijn eerste quotum, eventueel op de
volgende eenheid naar boven afgerond.
2. Indien, na uitputting van zijn eerste quotum, ook het
tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 %
of meer is benut, gaat deze Lid-Staat op de in lid 1
omschreven wijze over tot opneming van een derde quo
tum, gelijk aan 7,5 % van zijn eerste quotum.
3. Indien, na uitputting van zijn tweede quotum, ook hét
derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of
meer is benut, gaat deze Lid-Staat op dezelfde wijze over
tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk is aan het
derde.
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitge
put.
4. In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kunnen dé
Lid-Staten overgaan tot opneming van kleinere hoeveelhe
den dan de in die leden vastgestelde quota, indien er
aanleiding is om aan te nemen dat deze wellicht niet geheel
zullen worden benut. De betrokken Lid-Staten delen aan de
Commissie de redenen mede die tot de toepassing van het
onderhavige lid hebben geleid.
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 198 7van het
niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug, het deel dat op 15 september 198720 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat. Zij kunnen een
grotere hoeveelheid terugstorten, wanneer er aanleiding is
om aan te nemen dat deze wellicht niet zal worden benut.
De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober
198 7kennis van de totale invoer van de betrokken produk-
ten die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden
en op het communautaire contingent is afgeboekt, alsmede
eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum
dat zij in de reserve terugstorten.
- 4 -
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de
door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3
geopende quota en brengt elke Lid-Staat, zodra de opgaven
haar bereiken* op de hoogte van de uitputtingsgraad van de
reserve.
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 198 7in kennis
van de omvang der reserve na de met toepassing van
artikel 5 verrichte terugstortingen.
Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve
wordt uitgeput tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt
blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die deze laatste
opneming verricht méde hoeveel dit saldo bedraagt.
Artikel 7
1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat
bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota, de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contin
gent.
2. De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de
betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende
quota.
3. De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden van
de betrokken produkten op hun quota af naar gelang dat
de produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer
worden aangegeven.
4. De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten
wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelhe
den die onder de in lid 3 bepaalde voorwaarden worden
afgeboekt.
Artikel 8
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de
Commissie op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk
op hun quota is afgeboekt.
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat.
Gedaan te Luxemburg,
Voor de Raad
De Voorzitter
Full & Egal Universal Law Academy