17.12.86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 324/3
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een besluit van de Raad tot machtiging van de Commissie om namens de Ge-
meenschap te onderhandelen over bepaalde maatregelen in het kader van de tenuitvoerlegging
van internationale akkoorden van regionale strekking inzake de bescherming van het milieu,
waarbij de Gemeenschap als partij is betrokken, en tot goedkeuring van deze maatregelen
COM(86) 563 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 2 december 1986)
(86/C 324/04)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Overwegende dat de Europese Economische Gemeen-
schap als partij is betrokken bij de regionale verdragen
op het gebied van de milieubescherming die als bijlage
aan dit besluit zijn gehecht;
Overwegende dat de Commissie in het kader van het
normale beheer over deze regionale verdragen geroepen
is om namens de Gemeenschap deel te nemen aan con-
ferenties, die door deze verdragen zelf bevoegd zijn
verklaard maatregelen vast te stellen ter bepaling van
grenswaarden of kwaliteitsdoelstellingen die naar gelang
van het geval verplicht worden opgelegd of van faculta-
tieve aard zijn;
Overwegende dat het op grond van de tot op heden op-
gedane ervaring is gebleken dat het, om redenen van ef-
ficiency en ter bespoediging van de besluitvormingspro-
cedure en de tenuitvoerlegging van de regionale verdra-
gen, waarbij de Gemeenschap als partij is betrokken,
nuttig zou zijn dat de Commissie, rekening houdende
met de specifieke aard van de regionale verdragen, wordt
gemachtigd namens de Gemeenschap en op grond van
een algemeen besluit van de Raad te onderhandelen over
gelijkwaardige of minder strenge maatregelen dan die
zijn neergelegd in het Gemeenschapsrecht en deze goed
te keuren;
Overwegende dat wanneer de Gemeenschap moet on-
derhandelen over en haar goedkeuring hechten aan
strengere maatregelen dan de communautaire normen,
deze bepalingen uitsluitend gelden in de Lid-Staten die
als partij betrokken zijn bij het regionale verdrag en het
indien alle Lid-Staten die zich in de betrokken regio be-
vinden en als partij bij het regionale verdrag in kwestie
zijn betrokken, alsmede de Commissie als vertegenwoor-
digster van de Gemeenschap, akkoord gaan met het
aanvaarden van dergelijke maatregelen, mogelijk zou
moeten zijn dat de Commissie op basis van dit besluit
namens de Gemeenschap hierover onderhandelt en ze
goedkeurt;
Overwegende dat indien geen overeenstemming wordt
bereikt tussen de Commissie en de Lid-Staten die als par-
tij bij het regionale verdrag zijn betrokken, de normale
procedure bedoeld in artikel 228, lid 1, van het Verdrag
wederom van toepassing zou zijn;
Overwegende dat ook in gevallen waarin niet objectief,
uitgaande van de beschikbare wetenschappelijke en tech-
nische gegevens, valt vast te stellen of de in het kader
van de regionale verdragen vast te stellen maatregelen
strenger, gelijkwaardig of minder streng zijn dan de be-
palingen die zijn neergelegd in het Gemeenschapsrecht,
de normale procedure voor het onderhandelen over en
het goedkeuren van deze maatregelen eveneens van toe-
passing zal zijn;
Overwegende dat dit besluit in geen enkel opzicht wijzi-
ging brengt in de regels op grond waarvan de exclusieve
bevoegheden van de Gemeenschap zijn gedefinieerd,
BESLUIT:
Artikel 1
De Commissie wordt gemachtigd namens de Gemeen-
schap in het kader van de regionale verdragen inzake
milieubescherming, die zijn vermeld in de bijlage, te on-
derhandelen over en goed te keuren:
— maatregelen die gelijkwaardig zijn aan of minder
streng zijn dan die welke zijn vervat in de bepalingen
van het Gemeenschapsrecht;
Nr. C 324/4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 17.12. 86
Artikel 2
De Commissie voert de onderhandelingen bedoeld in
artikel 1 in overleg met de vertegenwoordigers van de
betrokken Lid-Staten die partij zijn bij de regionale ver-
dragen.
Zij brengt de Raad onverwijld verslag uit over alle moei-
lijkheden die zich mochten voordoen en over het eindre-
sultaat van deze onderhandelingen.
BIJLAGE
1. Verdrag van Barcelona inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (goedge-
keurd door de Gemeenschap op 25 juli 1977; PB nr. L 240 van 19. 9. 1977).
2. Protocol inzake de voorkoming van verontreiniging vanuit schepen en luchtvaartuigen (goedgekeurd
door de Gemeenschap op 25 juli 1977; PB nr. L 240 van 19. 9. 1977).
3. Besluit van de Raad van 19 mei 1981 houdende sluiting van het Protocol betreffende de samenwerking
in noodsituaties bij de bestrijding van de verontreiniging van de Middellandse Zee door koolwaterstof-
fen en andere schadelijke stoffen (goedgekeurd door de Gemeenschap op 19 mei 1981; PB nr. L 162
van 19. 6. 1981).
4. Protocol inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging vanaf het land (goedge-
keurd door de Gemeenschap op 28 februari 1983; PB nr. L 67 op 12. 3. 1983).
5. Protocol inzake speciaal beschermde gebieden van de Middellandse Zee (goedgekeurd door de Ge-
meenschap op 1 maart 1984; PB nr. L 68 van 10. 3. 1984).
6. Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging (goedgekeurd door
de Gemeenschap op 25 juli 1977; PB nr. L 240 van 19. 9. 1977).
7. Aanvullende overeenkomst bij de op 29 april 1963 te Bern ondertekende overeenkomst nopens de inter-
nationale commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging (goedgekeurd door de Gemeen-
schap op 25 juli 1977; PB nr. L 240 van 19. 9. 1977).
8. Overeenkomst van Bonn voor de overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreini-
ging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (goedgekeurd door de Gemeenschap op
28 juni 1984; PB nr. L 188 van 16. 7. 1984).
9. Overeenkomst van Parijs voor de voorkoming van verontreiniging van de zee vanaf het land (goedge-
keurd door de Gemeenschap op 3 maart 1975; PB nr. L 194 van 25. 7. 1975).
strengere maatregelen dan die welke zijn vervat in
communautaire voorschriften voor zover in deze
laatste de mogelijkheid is opgenomen dat de Lid-Sta-
ten nationaal strengere normen vaststellen en voor
zover alle Lid-Staten die zich in de betrokken regio
bevinden en als partij bij het regionale verdrag zijn
betrokken, alsmede de Commissie als vertegenwoor-
digster van de Gemeenschap, akkoord gaan met het
onderhandelen over en goedkeuren van dergelijke
bepalingen.
Full & Egal Universal Law Academy