Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 OKTOBER 1990. - THE QUEEN TEGEN INTERVENTION BOARD FOR AGRICULTURAL PRODUCE EX PARTE FISH PRODUCERS'ORGANISATION LTD EN GRIMSBY FISH PRODUCERS'ORGANISATION LTD. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: COURT OF APPEAL - VERENIGD KONINKRIJK. - GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID - FINANCIELE VERGOEDING VOOR BEPAALDE VISSERIJPRODUKTEN. - ZAAK 301/88.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-03803
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
1 . Visserij - Gemeenschappelijke ordening der markten - Uit markt nemen van visserijprodukten - Financiële vergoeding voor producentenorganisaties - Voorwaarden - Naleving van gemeenschappelijke handelsnormen
( Verordeningen nrs . 103/76, 3796/81 en 2202/82 van de Raad )
2 . Visserij - Gemeenschappelijke ordening der markten - Uit markt nemen van visserijprodukten - Financiële vergoeding voor producentenorganisaties - Lichte overtreding door producentenorganisatie - Begrip - Bewijslast
( Verordening nr . 3137/82 van de Commissie, artikel 13, lid 1 )
Samenvatting1 . De bepalingen van verordening nr . 3796/81 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten, alsmede de bepalingen van verordening nr . 2202/82 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, moeten aldus worden uitgelegd, dat aan een producentenorganisatie geen financiële vergoeding wordt toegekend voor tegen de communautaire ophoudprijs uit de markt genomen vis die is ingedeeld en te koop aangeboden overeenkomstig verordening nr . 103/76 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis, wanneer die producentenorganisatie in belangrijke mate heeft nagelaten aan de in die verordening vastgestelde gemeenschappelijke handelsnormen te voldoen met betrekking tot andere vis van de uit de markt genomen soorten, die in dezelfde periode te koop werd aangeboden, maar niet uit de markt werd genomen .
2 . Het te koop aanbieden van een produkt dat niet aan de gemeenschappelijke handelsnormen voldoet, is slechts te beschouwen als een lichte overtreding van de regeling inzake de financiële vergoeding in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening nr . 3137/82 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, wanneer het gaat om een incidentele overtreding die minieme hoeveelheden van het betrokken produkt betreft en de markt niet kan verstoren . De bewijslast betreffende het lichte karakter van de overtreding rust op de betrokken producentenorganisatie .
PartijenIn zaak C-301/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Court of Appeal, in het aldaar aanhangig geding tussen
The Queen
en
Intervention Board for Agricultural Produce, ex parte The Fish Producers' Organization Ltd en The Grimsby Fish Producers' Organization Ltd,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van enkele bepalingen van het EEG-Verdrag, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1981, L 379, blz . 1 ), van verordening ( EEG ) nr . 2202/82 van de Raad van 28 juli 1982 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten ( PB 1982, L 235, blz . 1 ) en van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie van 19 november 1982 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten ( PB 1982, L 335, blz . 1 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, F . Grévisse en M . Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- The Fish Producers' Organization Ltd en The Grimsby Fish Producers' Organization Ltd, verzoeksters in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door A . Pardoe, QC, als gemachtigde, geïnstrueerd door Rowe & Maw, solicitors,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door J . Gensmantel van het Treasury Solicitor' s Office, als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P . Oliver, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van verzoeksters in het hoofdgeding, van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door J . Collins, en van de Commissie ter terechtzitting van 13 december 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 maart 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 7 juni 1988, ingekomen bij het Hof op 13 oktober daaraanvolgend, heeft de Court of Appeal krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een aantal vragen gesteld over de uitlegging van bepalingen van het EEG-Verdrag, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1981, L 379, blz . 1; hierna : de basisverordening ), van verordening ( EEG ) nr . 2202/82 van de Raad van 28 juli 1982 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten ( PB 1982, L 235, blz . 1 ) en van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie van 19 november 1982 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten ( PB 1982, L 335, blz . 1 ).
2 Deze vragen zijn gerezen in het kader van een geschil betreffende de weigering van de Intervention Board for Agricultural Produce ( hierna : het interventiebureau ) om een vergoeding toe te kennen van ongeveer 80 000 UKL voor vis die door leden van de producentenorganisaties The Fish Producers' Organization Limited en The Grimsby Fish Producers' Organization Limited ( hierna : de producentenorganisaties ) in 1983 en 1984 uit de markt was genomen .
3 Het interventiebureau had de uitbetaling geweigerd, op grond dat de producentenorganisaties in de periode van september 1983 tot december 1985 de handelsnormen, bedoeld in verordening ( EEG ) nr . 103/76 van de Raad van 19 januari 1976 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis ( PB 1976, L 20, blz . 29 ), hadden veronachtzaamd met betrekking tot ten verkoop aangeboden maar niet uit de markt genomen vis van dezelfde soorten als uit de markt was genomen .
4 Op het door het interventiebureau ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter in eerste aanleg van 12 juni 1987, waarbij het bureau tot betaling van de litigieuze vergoeding werd veroordeeld, besloot de Court of Appeal de behandeling van de zaak te schorsen totdat het Hof uitspraak zou hebben gedaan over de volgende prejudiciële vragen :
"1 ) Moeten de bepalingen van het Verdrag, verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad, verordening ( EEG ) nr . 2202/82 van de Raad en verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie aldus worden uitgelegd, dat een Lid-Staat een producentenorganisatie een financiële vergoeding moet toekennen voor vis die, naar behoren ingedeeld en te koop aangeboden overeenkomstig verordening ( EEG ) nr . 103/76 van de Raad, tegen de communautaire ophoudprijs uit de markt werd genomen, wanneer die producentenorganisatie in belangrijke mate heeft nagelaten aan de in die verordening neergelegde communautaire handelsnormen te voldoen voor andere vis van de uit de markt genomen soorten, die in dezelfde periode te koop werd aangeboden maar niet uit de markt werd genomen?
2 ) Indien op vraag 1 wordt geantwoord, dat aan de producentenorganisatie een financiële vergoeding moet worden toegekend, dient deze vergoeding dan te worden berekend :
a ) op grond van de totale hoeveelheid vis van de betrokken soort die te koop werd aangeboden, ook al werd een deel van die hoeveelheid vis van de betrokken soort te koop aangeboden in strijd met de communautaire handelsnormen, of
b ) op grond van de totale hoeveelheid vis van de betrokken soort die te koop werd aangeboden, verminderd met het gedeelte dat in strijd met de communautaire handelsnormen te koop werd aangeboden?
3 ) Indien op vraag 2 wordt geantwoord, dat de vergoeding moet worden berekend op grond van de hoeveelheid vis die resteert na aftrek van de hoeveelheid die in strijd met de communautaire handelsnormen te koop werd aangeboden, moet dan de Lid-Staat aantonen in hoeverre de producentenorganisatie haar verplichtingen niet is nagekomen, of de producentenorganisatie in hoeverre zij ze wel is nagekomen?
4 ) Kan men zeggen, en zo ja, in hoeverre, dat een producentenorganisatie, door te koop aangeboden, maar niet uit de markt genomen vis niet naar behoren in te delen, volgens de communautaire handelsnormen "de regeling inzake de financiële vergoeding in lichte mate heeft overtreden" in de zin van artikel 13 van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie?
5 ) Indien artikel 13 van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie kan worden toegepast ingeval te koop aangeboden vis niet naar behoren is ingedeeld, moet dan de Lid-Staat, alvorens te weigeren een vergoeding te betalen :
a ) eerst nagaan of de regeling in lichte mate werd overtreden, en daarbij
b ) rekening houden met de hoeveelheid vis van de betrokken soort, die te koop werd aangeboden maar niet uit de markt werd genomen, en die niet naar behoren werd ingedeeld?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
6 De producentenorganisaties betogen in de eerste plaats, dat de betaling van de financiële vergoeding voor uit de markt genomen vis enkel afhangt van de voorwaarden die uitdrukkelijk zijn genoemd in artikel 13, lid 1, van de basisverordening en die in artikel 3 van verordening nr . 2202/82 zijn herhaald, aan welke voorwaarden huns inziens in casu is voldaan . Door zich op het standpunt te stellen, dat de financiële vergoeding alleen mag worden toegekend wanneer de producentenorganisatie aantoont dat alle door haar leden verkochte vis, van dezelfde soort als waarvoor de organisatie in de betrokken periode heeft geïntervenieerd, voldoet aan de gemeenschappelijke handelsnormen, heeft het interventiebureau een extra voorwaarde gesteld naast die welke in artikel 13 worden genoemd . Een dergelijke uitlegging belemmert de verwezenlijking van de in artikel 39, lid 1, EEG-Verdrag omschreven doelstellingen, doordat zij de levensstandaard van de vissers bedreigt, de vismarkt destabiliseert en de verbruikers geen redelijke prijzen bij de levering van vis verzekert .
7 De producentenorganisaties betogen in de tweede plaats, dat artikel 4 van de basisverordening, dat de Lid-Staten de verplichting oplegt om op de naleving van de handelsnormen toe te zien en specifieke sancties op niet-naleving vast te stellen, gelezen in samenhang met artikel 9 van verordening ( EEG ) nr . 2062/80 van de Commissie van 31 juli 1980 inzake de voorwaarden en de procedure voor de erkenning en de intrekking van de erkenning van producentenorganisaties en verenigingen van producentenorganisaties in de visserijsector ( PB 1980, L 200, blz . 82 ), dat de Lid-Staten verplicht om de erkenning van een producentenorganisatie in te trekken wanneer deze de handelsnormen niet in acht neemt, de conclusie wettigt dat, nu er op veronachtzaming van de gemeenschappelijke handelsnormen specifieke sancties zijn gesteld, de niet specifiek als sanctie genoemde weigering om de financiële vergoeding te betalen, uitgesloten is .
8 In de eerste plaats zij opgemerkt, dat volgens de derde en vierde overweging van de considerans van de basisverordening de toepassing van gemeenschappelijke handelsnormen een van de passende maatregelen is om de stabiliteit van de markt te bevorderen . De toepassing van deze normen moet tot gevolg hebben, dat produkten van onbevredigende kwaliteit van de markt verdwijnen en dat de handelsbetrekkingen op basis van eerlijke mededinging worden vergemakkelijkt, waarmee zal worden bijgedragen tot verbetering van de rentabiliteit van de produktie . In de zesde overweging wordt voorts nadruk gelegd op de noodzaak, het aanbod op de eisen van de markt af te stemmen en de producenten voor zover mogelijk een redelijk inkomen te waarborgen .
9 In de tweede plaats kent de gemeenschappelijke prijsregeling enerzijds een oriëntatieprijs, die wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde van de prijzen die tijdens de laatste drie aan het visseizoen waarvoor deze prijs wordt vastgesteld voorafgaande visseizoenen op de representatieve groothandelsmarkten of in de representatieve havens zijn geconstateerd ( artikel 10, lid 2, van de basisverordening ), en anderzijds een ophoudprijs, die verkregen wordt door toepassing van een - naar gelang de produktklasse variërende - aanpassingscoëfficiënt op een bedrag van ten minste 70% en ten hoogste 90% van de oriëntatieprijs ( artikel 12, lid 1, van de basisverordening ).
10 In dit verband moet onder ogen worden gezien, dat een toename van het aanbod door aanvoer op de markt van produkten van mindere kwaliteit, negatieve effecten heeft op beide prijzen en derhalve leidt tot een daling van het inkomen van de vissers en tot een toename van de hoeveelheden uit de markt genomen vis .
11 De naleving van de gemeenschappelijke handelsnormen is dus onontbeerlijk voor het goed functioneren van de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserijprodukten, en voor het realiseren van de primaire doeleinden van deze ordening, te weten verbetering van de rentabiliteit van de produktie en aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt enerzijds en garantie van een redelijk inkomen aan de producenten anderzijds .
12 Ofschoon de gemeenschapsregeling in geval van veronachtzaming van de gemeenschappelijke handelsnormen met betrekking tot ten verkoop aangeboden en niet uit de markt genomen vis van dezelfde soort als de in die periode wel uit de markt genomen vis, niet uitdrukkelijk voorziet in verlies van de financiële vergoeding waarop de producentenorganisaties bij interventie aanspraak hebben ingevolge artikel 13, lid 3, basisverordening en artikel 4, lid 1, van verordening nr . 2202/82, volgt nochtans uit de doeleinden die met de vaststelling van zulke normen worden nagestreefd, dat veronachtzaming van deze normen, zeker wanneer dat "in belangrijke mate" het geval is zoals in de verwijzingsbeschikking wordt gesteld, moet leiden tot verlies van de financiële vergoeding .
13 De genoemde bepalingen, volgens welke de financiële vergoeding varieert naar gelang de verhouding tussen de uit de markt genomen hoeveelheden en de jaarlijks overeenkomstig de voorschriften en de gemeenschappelijke handelsnormen ten verkoop aangeboden hoeveelheden, moeten in het licht van bovengaande overwegingen aldus worden uitgelegd, dat niet mag worden voorbijgegaan aan de omstandigheid dat zekere hoeveelheden ten verkoop aangeboden en niet uit de markt genomen vis niet aan die bepalingen en normen voldoen, en dat die omstandigheid ook niet als enige consequentie met zich brengt, dat de financiële vergoeding op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan waarop recht zou hebben bestaan wanneer voor alle hoeveelheden van het betrokken produkt de handelsnormen in acht waren genomen .
14 Ten aanzien van het argument, dat specifieke sancties bestaan, in het bijzonder de in artikel 9 van verordening nr . 2062/80 geregelde sanctie van intrekking van de erkenning, moet worden opgemerkt, dat het bestaan van deze sanctie, of van andere sancties die de rechtstelsels van de Lid-Staten eventueel kennen, verlies van de financiële vergoeding niet kan uitsluiten wanneer bepaalde regels, waarvan de naleving van essentieel belang is voor de goede werking van de betrokken gemeenschappelijke marktordening, in "belangrijke mate" worden overtreden .
15 Op de eerste prejudiciële vraag moet daarom worden geantwoord, dat de bepalingen van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten, alsmede die van verordening ( EEG ) nr . 2202/82 van de Raad van 28 juli 1982 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, aldus moeten worden uitgelegd, dat aan een producentenorganisatie geen financiële vergoeding wordt toegekend voor tegen de communautaire ophoudprijs uit de markt genomen vis die is ingedeeld en te koop aangeboden overeenkomstig verordening ( EEG ) nr . 103/76 van de Raad van 19 januari 1976 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis, wanneer die producentenorganisatie in belangrijke mate heeft nagelaten aan de in die verordening vastgestelde gemeenschappelijke handelsnormen te voldoen met betrekking tot andere vis van de uit de markt genomen soorten, die in dezelfde periode te koop werd aangeboden, maar niet uit de markt werd genomen .
De tweede en de derde vraag
16 Gezien het antwoord op de eerste vraag, behoeft op de tweede en de derde vraag niet meer te worden geantwoord .
De vierde en de vijfde vraag
17 Met deze vragen wil de nationale rechter in wezen vernemen, in hoeverre het ten verkoop aanbieden van een produkt dat niet aan de gemeenschappelijke handelsnormen voldoet, moet worden beschouwd als een lichte overtreding van de regeling inzake de financiële vergoeding, in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening nr . 3137/82 van de Commissie van 19 november 1982 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, en op wie de bewijslast van het lichte karakter van de overtreding rust .
18 Verlies van de financiële vergoeding in gevallen waarin een producentenorganisatie zich niet heeft gehouden aan de gemeenschappelijke handelsnormen met betrekking tot ten verkoop aangeboden, en niet uit de markt genomen vis van dezelfde soorten als de vis die in diezelfde periode wel uit de markt is genomen, kan onevenredig zijn wanneer die normen slechts in lichte mate werden overtreden .
19 In dat geval moet de hierboven genoemde bepaling toepassing vinden, volgens welke :
"Indien een producentenorganisatie of één van haar leden de regeling inzake de financiële vergoeding in lichte mate heeft overtreden, en ten genoegen van de betrokken Lid-Staat door deze organisatie wordt aangetoond dat deze overtreding niet met bedrieglijke opzet of uit ernstige onachtzaamheid is begaan, wordt door de Lid-Staat een bedrag ingehouden dat gelijk is aan 10% van de gemeenschappelijke ophoudprijs die geldt voor de betrokken hoeveelheden, welke uit de markt werden genomen en die niet bestemd waren voor toepassing van de uitstelpremie ."
20 Gelet op het belang dat naleving van de handelsnormen heeft voor een goede werking van de betrokken gemeenschappelijke marktordening, is er sprake van een lichte overtreding in de zin van artikel 13, lid 1, wanneer het om een incidentele overtreding gaat die minimieme hoeveelheden van het betrokken produkt betreft en de markt niet kan verstoren .
21 Ten slotte moet worden vastgesteld, dat het aan de betrokken producentenorganisatie is, die ondanks overtreding van de gemeenschappelijke handelsnormen toepassing verlangt van artikel 13, lid 1, van verordening nr . 3137/82, om het lichte karakter van de overtreding aan te tonen .
22 Op de vierde en de vijfde vraag moet dus worden geantwoord, dat het te koop aanbieden van een produkt dat niet aan de gemeenschappelijke handelsnormen voldoet, slechts is te beschouwen als een lichte overtreding van de regeling inzake de financiële vergoeding in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie van 19 november 1982 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, wanneer het gaat om een incidentele overtreding die minieme hoeveelheden van het betrokken produkt betreft en de markt niet kan verstoren . De bewijslast betreffende het lichte karakter van de overtreding rust op de betrokken producentenorganisatie .
Beslissing inzake de kostenKosten
24 De kosten door de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens het indienen hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
uitspraak doende op de door de Court of Appeal bij beschikking van 7 juni 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) De bepalingen van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten, alsmede de bepalingen van verordening ( EEG ) nr . 2202/82 van de Raad van 28 juli 1982 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, moeten aldus worden uitgelegd, dat aan een producentenorganisatie geen financiële vergoeding wordt toegekend voor tegen de communautaire ophoudprijs uit de markt genomen vis die is ingedeeld en te koop aangeboden overeenkomstig verordening ( EEG ) nr . 103/76 van de Raad van 19 januari 1976 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis, wanneer die producentenorganisatie in belangrijke mate heeft nagelaten aan de in die verordening vastgestelde gemeenschappelijke handelsnormen te voldoen met betrekking tot andere vis van de uit de markt genomen soorten, die in dezelfde periode te koop werd aangeboden, maar niet uit de markt werd genomen .
2 ) Het te koop aanbieden van een produkt dat niet aan de gemeenschappelijke handelsnormen voldoet, is slechts te beschouwen als een lichte overtreding van de regeling inzake de financiële vergoeding in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 3137/82 van de Commissie van 19 november 1982 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijprodukten, wanneer het gaat om een incidentele overtreding die minieme hoeveelheden van het betrokken produkt betreft en de markt niet kan verstoren . De bewijslast betreffende het lichte karakter van de overtreding rust op de betrokken producentenorganisatie .
Top