Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 3 JULI 1991. - DEPARTMENT OF HEALTH AND SOCIAL SECURITY TEGEN CHRISTOPHER STEWART BARR EN MONTROSE HOLDINGS LTD. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: DEPUTY HIGH BAILIFF'S COURT DOUGLAS (ISLE OF MAN) - VERENIGD KONINKRIJK. - BEPERKINGEN VAN HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS OP HET EILAND MAN - ARTIKEL 177 VAN HET VERDRAG - ONTVANKELIJKHEID. - ZAAK C-355/89.
Jurisprudentie 1991 bladzijde I-03479
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
1. Prejudiciële vragen - Bevoegdheid van Hof - Toetredingsakte van 1972 - Protocol nr. 3 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man - Voorlegging aan Hof - Nationale rechterlijke instantie in de zin van artikel 177 EEG-Verdrag - Rechterlijke instantie van eiland Man
(EEG-Verdrag, art. 177; Toetredingsverdrag van 1972, art. 1, lid 3; Toetredingsakte, art. 158 en Protocol nr. 3)
2. Toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschappen - Toetredingsakte van 1972 - Protocol nr. 3 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man - Vrij verkeer van werknemers - Niet-toepasselijkheid op eiland Man - Gelijke behandeling van gemeenschapsonderdanen - Toepasselijkheid op gebied van toegang tot arbeid - Als algemene regel gesteld vereiste van arbeidsvergunning - Toelaatbaarheid - Verplichting van autoriteiten van eiland Man, gemeenschapsonderdanen op dezelfde wijze te behandelen als Verenigd Koninkrijk zijn onderdanen behandelt - Afwezigheid
(EEG-Verdrag, art. 227, lid 5, sub c; Toetredingsakte van 1972, Protocol nr. 3, art. 1 en 4)
Samenvatting1. Uit artikel 1, lid 3, van het Toetredingsverdrag van 1972, juncto artikel 158 van de Toetredingsakte, blijkt dat de bij artikel 177 EEG-Verdrag aan het Hof verleende bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen, zich uitstrekt tot Protocol nr. 3 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man, welker uniforme toepassing op het eiland Man vereist dat de rechterlijke instanties van het eiland bevoegd worden geacht om aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het Protocol zelf, over de uitlegging en geldigheid van de gemeenschapsregeling waarnaar het verwijst, en over de uitlegging en de geldigheid van de handelingen die de gemeenschapsinstellingen op grond van het Protocol hebben vastgesteld.
2. De communautaire regels betreffende het vrije verkeer van werknemers zijn niet op grond van artikel 227, lid 5, sub c, EEG-Verdrag en artikel 1 van Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte van 1972 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man op laatstgenoemd grondgebied van toepassing. Daarentegen is op grond van artikel 4 van genoemd Protocol hierop wel van toepassing het verbod van iedere vorm van discriminatie tussen natuurlijke en rechtspersonen van de Lid-Staten, wanneer het gaat om situaties die op grondgebieden waar het Verdrag volledig van toepassing is, worden beheerst door het gemeenschapsrecht. Derhalve is de door de autoriteiten van het eiland Man als algemene regel gestelde eis van een arbeidsvergunning voor de toegang tot arbeid op dit grondgebied van onderdanen van Lid-Staten toelaatbaar, vooropgesteld dat zij zonder onderscheid op deze onderdanen van toepassing is. Deze toelaatbaarheid komt niet in het geding door het feit dat bij bepaalde betrekkingen bijzondere bepalingen, die door deze autoriteiten zijn opgesteld, een mogelijkheid van discriminatie ten gunste van onderdanen van bepaalde Lid-Staten inhouden.
Overigens verplicht niets in Protocol nr. 3 de autoriteiten van het eiland Man gemeenschapsonderdanen ter zake van de tewerkstelling op dezelfde wijze te behandelen als het Verenigd Koninkrijk de onderdanen van dat grondgebied behandelt.
PartijenIn zaak C-355/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas (Isle of Man), in het aldaar aanhangig geding tussen
Department of Health and Social Security (Isle of Man)
en
Christopher Stewart Barr,
Montrose Holdings Limited,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de bepalingen van Protocol nr. 3 bij de Akte betreffende de voorwaarden voor toetreding van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Gemeenschappen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, waarnemend voor de president, T. F. O' Higgins, J. C. Moitinho de Almeida, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Díez de Velasco, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, R. Joliet, F. A. Schockweiler, F. Grévisse, M. Zuleeg en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: D. Louterman, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door
- het Department of Health and Social Security (Isle of Man), vertegenwoordigd door T. W. Cain, HM Attorney General voor het eiland Man, als gemachtigde, en R. Plender, QC,
- C. S. Barr en Montrose Holdings Limited, vertegenwoordigd door A. L. Gough, advocaat te Douglas, eiland Man,
- het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door S. J. Hay, van het Treasury Solicitors Department, als gemachtigde, en R. Plender, QC,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J.-C. Séché, juridisch adviseur, en N. Khan, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van C. S. Barr en Montrose Holdings Limited, vertegenwoordigd door G. Kinley, Barrister, van het Verenigd Koninkrijk en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter terechtzitting van 29 november 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 januari 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 13 november 1989, ingekomen bij het Hof op 21 november daaraanvolgend, heeft de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas (Isle of Man), krachtens artikel 177 EEG-Verdrag prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de bepalingen van Protocol nr. 3 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man (PB 1972, L 73, blz. 164, hierna "Protocol nr. 3") bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB 1972, L 73, blz. 14, hierna "Toetredingsakte"), die is gehecht aan het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB 1972, L 73, blz. 5, hierna "Toetredingsverdrag").
2 Deze vragen zijn gerezen in een strafzaak die op grond van klachten van het Department of Health and Social Security (Isle of Man) aanhangig is gemaakt tegen Barr, als werknemer, en Montrose Holdings Limited (hierna: "Montrose"), als werkgever, wegens overtreding van bepaalde voorschriften van de Control of Employment Act 1975 van het eiland Man. Barr, een Brits onderdaan, was bij Montrose als bedrijfsjurist in dienst getreden zonder te beschikken over de ingevolge de Control of Employment Act voor een dergelijke betrekking vereiste arbeidsvergunning in het geval van personen die niet de hoedanigheid van werknemer van het eiland Man bezitten.
3 Verdachten in het hoofdgeding erkenden de in de dagvaardingen gestelde feiten, doch bepleitten ontslag van rechtsvervolging op grond dat de wetgeving van het eiland Man in strijd was met artikel 4 van Protocol nr. 3, volgens hetwelk de autoriteiten van de betrokken gebieden "(...) alle natuurlijke of rechtspersonen van de Gemeenschap op dezelfde wijze [behandelen]".
4 Onder deze omstandigheden besloot de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas de behandeling van de zaak te schorsen tot het Hof zich zou hebben uitgesproken over de volgende prejudiciële vragen:
"1) Is de Control of employment Act 1975 (zoals gewijzigd) - een 'Act of Tynwald' - in strijd met Protocol nr. 3 bij het Toetredingsverdrag van 1972, bij een juiste uitlegging van dit protocol, in zover die 'Act of Tynwald'
a) voor de tewerkstelling op het eiland Man van personen die geen werknemer van het eiland Man zijn in de zin van vorengenoemde Act (zoals gewijzigd), controles of beperkingen ten aanzien van vak, beroep of type werk voorschrijft, die discriminerend zijn;
b) met betrekking tot de tewerkstelling in loondienst op het eiland Man voorziet in een behandeling van natuurlijke en rechtspersonen van de Gemeenschap, die verschilt van de rechten die bewoners van het eiland Man in het Verenigd Koninkrijk genieten?
2) Betekent artikel 4 van Protocol nr. 3 bij een juiste uitlegging ervan niet meer dan dat de autoriteiten van het eiland Man tussen natuurlijke of rechtspersonen van de Gemeenschap niet mogen discrimineren op grond van nationaliteit?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De bevoegdheid van het Hof
6 Vooraf moet worden onderzocht, of de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas, is te beschouwen als een rechterlijke instantie die op grond van artikel 177 EEG-Verdrag bevoegd is aan het Hof vragen te stellen, hoewel de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas (Isle of Man), naar Engels recht geen deel uitmaakt van de Britse rechterlijke organisatie.
7 Volgens artikel 227, lid 5, sub c, EEG-Verdrag, zoals gewijzigd bij de Toetredingsakte, zijn de bepalingen van het EEG-Verdrag op de Kanaaleilanden en het eiland Man slechts van toepassing voor zover in Protocol nr. 3 is bepaald.
8 Ingevolge artikel 1, lid 3, van het Toetredingsverdrag zijn de bepalingen betreffende de algemene en bijzondere bevoegdheden van de instellingen van de Gemeenschappen van toepassing ten aanzien van Protocol nr. 3, dat volgens artikel 158 van de Toetredingsakte een integrerend deel van deze Akte uitmaakt. Derhalve strekt de bij artikel 177 EEG-Verdrag aan het Hof verleende bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen, zich mede uit tot Protocol nr. 3.
9 Bovendien zou de uniforme toepassing van Protocol nr. 3 op het eiland Man niet kunnen worden verzekerd indien de rechterlijke instanties van het eiland het Hof geen vragen zouden kunnen stellen over de uitlegging van dit protocol, over de uitlegging en geldigheid van de gemeenschapsregelingen waarnaar dit protocol verwijst, en over de uitlegging en de geldigheid van de handelingen die de gemeenschapsinstellingen op grond van Protocol nr. 3 hebben vastgesteld.
10 Uit dit alles volgt dat, om de uniforme toepassing van dit protocol te verzekeren, de Deputy High Bailiff' s Court moet worden beschouwd als rechterlijke instantie die op grond van artikel 177 EEG-Verdrag bevoegd is aan het Hof van Justitie over deze onderwerpen vragen te stellen.
De prejudiciële vragen
11 Er zij aan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak het Hof, in het kader van een procedure op grond van artikel 177 EEG-Verdrag, geen uitspraak kan doen over de verenigbaarheid van een nationale wet of regeling met het gemeenschapsrecht. Het kan echter wel de nationale rechter alle gegevens verschaffen over de uitlegging van het gemeenschapsrecht, zodat deze kan oordelen over de verenigbaarheid van de betrokken bepalingen met de bepaling van gemeenschapsrecht waarop een beroep wordt gedaan.
Het eerste deel van de eerste vraag en de tweede vraag
12 Deze vragen moeten worden begrepen en nader worden omlijnd in het licht van de omstandigheden van de zaak als blijkend uit de wetgeving van het eiland Man, de bij het Hof ingediende opmerkingen alsmede de ter terechtzitting gegeven uitleg.
13 Volgens de verdachten in het hoofdgeding verzet artikel 4 van Protocol nr. 3 zich tegen de toepassing van de bepalingen van de Control of Employment Act. Deze wet bepaalt, onder strafbedreiging, dat een persoon op het eiland Man geen arbeid in loondienst mag verrichten of aannemen, tenzij hij een werknemer van het eiland Man is, of een andere persoon die geen werknemer van het eiland Man is, mag tewerkstellen, behoudens krachtens een door het Department of Health and Social Security verleende vergunning. Bepaalde, in bijlage I bij de wet opgesomde betrekkingen, waartoe evenwel niet de door Barr uitgeoefende betrekking van bedrijfsjurist behoort, mogen echter zonder vergunning worden vervuld door personen die niet de hoedanigheid van werknemer van het eiland Man bezitten.
14 Verdachten in het hoofdgeding stellen, dat deze afwijkingen van het vereiste van een arbeidsvergunning tot gevolg hebben dat de toegang tot bepaalde betrekkingen, zoals betrekkingen bij de politie, de strijdkrachten of de overheidsdiensten van het eiland Man, wordt voorbehouden aan onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, zoals Barr, of aan Ierse onderdanen, waardoor een ongelijke behandeling in hun voordeel ontstaat. Op grond hiervan menen zij, dat alle bepalingen van het stelsel van de Control of Employment Act, waaronder ook het vereiste van een arbeidsvergunning voor een betrekking als die van Barr, in strijd zijn met artikel 4 van Protocol nr. 3.
15 Gelet op deze omstandigheden komen het eerste deel van de eerste vraag en de tweede vraag in wezen hierop neer, of het feit dat de autoriteiten van het eiland Man van alle gemeenschapsonderdanen die een bepaalde betrekking willen vervullen, een arbeidsvergunning verlangen, schending oplevert van de verplichting tot gelijke behandeling die is neergelegd in artikel 4 van Protocol nr. 3, indien de nationale wetgeving voor andere betrekkingen in afwijkingen van deze verplichting voorziet en deze afwijkingen er in sommige gevallen toe leiden, dat deze betrekkingen alleen toegankelijk zijn voor onderdanen van twee Lid-Staten.
16 In zoverre moet erop worden gewezen dat, zoals het Verenigd Koninkrijk terecht benadrukt, de regel van artikel 4 van Protocol nr. 3 niet zodanig kan worden uitgelegd, dat daarmee indirect op het grondgebied van het eiland Man communautaire bepalingen van toepassing worden die daar niet van toepassing zijn ingevolge artikel 227, lid 5, sub c, EEG-Verdrag en artikel 1 van Protocol nr. 3, zoals bij voorbeeld de regels betreffende het vrije verkeer van werknemers.
17 In tegenstelling echter tot wat het Verenigd Koninkrijk beweert, is het beginsel van gelijke behandeling, dat is neergelegd in artikel 4 van Protocol nr. 3, niet beperkt tot uitsluitend de onderwerpen van gemeenschapsrecht waarnaar in artikel 1 van het protocol wordt verwezen. Artikel 1 ziet immers op het vrije verkeer van goederen, terwijl artikel 4 betrekking heeft op natuurlijke en rechtspersonen. Men moet aan deze laatste bepaling dan ook een eigen toepassingsgebied toekennen. Zij moet aldus worden uitgelegd, dat zij zich verzet tegen iedere vorm van discriminatie tussen natuurlijke en rechtspersonen van de Lid-Staten, wanneer het gaat om situaties die op grondgebieden waar het Verdrag volledig van toepassing is, worden beheerst door het gemeenschapsrecht.
18 Aangezien de toegang tot arbeid een onderwerp is dat door het gemeenschapsrecht wordt geregeld, is de regel van artikel 4 van Protocol nr. 3 erop van toepassing, ook al kunnen gemeenschapsonderdanen daarmee op het eiland Man niet profiteren van de regels betreffende het vrije verkeer van werknemers.
19 In het licht van deze overwegingen kan de mogelijkheid, dat onderdanen van bepaalde Lid-Staten van de Gemeenschap wat betreft bepaalde betrekkingen worden gediscrimineerd ten opzichte van onderdanen van andere Lid-Staten, geen omstandigheid opleveren die afbreuk doet aan de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van het vereiste van een arbeidsvergunning voor andere betrekkingen, vooropgesteld dat dit vereiste zonder onderscheid op alle gemeenschapsonderdanen wordt toegepast. Anders dan verdachten in het hoofdgeding stellen, brengt de mogelijkheid van discriminatie bij bepaalde betrekkingen niet noodzakelijk mee, dat het hele stelsel van de Control of Employment Act onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht.
20 Op het eerste deel van de eerste vraag en op de tweede vraag moet dan ook worden geantwoord, dat het feit dat de autoriteiten van het eiland Man van alle gemeenschapsonderdanen die op dat eiland arbeid in loondienst willen verrichten, een arbeidsvergunning verlangen, met betrekking tot de tewerkstelling in het algemeen geen schending oplevert van de verplichting tot gelijke behandeling die is neergelegd in artikel 4 van Protocol nr. 3, ook al voorziet de nationale wettelijke regeling voor bepaalde betrekkingen in afwijkingen van die verplichting en leiden deze afwijkingen in sommige gevallen tot een verschillende behandeling op grond van nationaliteit.
Het tweede deel van de eerste vraag
21 Het tweede deel van de eerste vraag komt hierop neer, of de bepalingen van Protocol nr. 3 de autoriteiten van het eiland Man verplichten, gemeenschapsonderdanen ter zake van de tewerkstelling op dezelfde wijze te behandelen als het Verenigd Koninkrijk de onderdanen van het eiland Man behandelt.
22 Volgens artikel 2 van Protocol nr. 3 wordt aan de rechten van onderdanen van het eiland Man in het Verenigd Koninkrijk geen afbreuk gedaan door de Toetredingsakte. Dit artikel bepaalt echter nadrukkelijk, dat deze personen niet kunnen profiteren van de communautaire bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen en diensten.
23 Artikel 2 van Protocol nr. 3 kan derhalve niet in die zin worden uitgelegd, dat de autoriteiten van het eiland Man verplicht zouden zijn, natuurlijke of rechtspersonen van de Gemeenschap op dezelfde wijze te behandelen als het Verenigd Koninkrijk onderdanen van het eiland Man behandelt. Een dergelijke regel volgt ook niet uit andere bepalingen van het protocol.
24 Op het tweede deel van de eerste vraag moet derhalve worden geantwoord, dat de bepalingen van Protocol nr. 3 aldus moeten worden uitgelegd, dat zij de autoriteiten van het eiland Man niet verplichten, gemeenschapsonderdanen ter zake van de tewerkstelling op dezelfde wijze te behandelen als het Verenigd Koninkrijk de onderdanen van het eiland Man behandelt.
Beslissing inzake de kostenKosten
25 De kosten door de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door de Deputy High Bailiff' s Court te Douglas (Isle of Man), bij beschikking van 13 november 1989 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Het feit, dat de autoriteiten van het eiland Man van alle gemeenschapsonderdanen die op dat eiland arbeid in loondienst willen verrichten, een arbeidsvergunning verlangen, levert met betrekking tot de tewerkstelling in het algemeen geen schending op van de verplichting tot gelijke behandeling die is neergelegd in artikel 4 van Protocol nr. 3 betreffende de Kanaaleilanden en het eiland Man, bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen, die is gehecht aan het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, ook al voorziet de nationale wettelijke regeling voor bepaalde betrekkingen in afwijkingen van die verplichting en leiden deze afwijkingen in sommige gevallen tot een verschillende behandeling op grond van nationaliteit.
2) De bepalingen van Protocol nr. 3 moeten aldus worden uitgelegd, dat zij de autoriteiten van het eiland Man niet verplichten, gemeenschapsonderdanen ter zake van de tewerkstelling op dezelfde wijze te behandelen als het Verenigd Koninkrijk de onderdanen van het eiland Man behandelt.
Top